Snotteren en Weerstand

Naar aanleiding van mijn vorige verhaal kreeg ik de vraag of ik ook over mijn retraite ging vertellen. Mijn reactie was dat ’t nu nog vooral over snotteren en weerstand zou gaan. Dat is juist interessant, krijg ik terug.

Die avond pak ik pen en papier en begin te schrijven…

Tot mijn 18e moest ik elke zondag naar de kerk. Katholiek. Niet Rooms, zei mijn moeder altijd met klem. Ik hield van de Latijnse missen. Die monotone zang vond ik heerlijk, en niet onbelangrijk, het mysterieuze van het niet weten wat je zingt, alleen de klanken. De meeste zondagen sloot ik me af, luisterde ik expres niet, en liet steeds vaker zinnetjes weg uit gebeden, die ik niet begreep of waar ik het niet mee eens was. Ik begreep teksten vaak niet, en er kwam ook nooit een bevredigende uitleg. Dit doe je mee tot je 18e en daarna ben je vrij om zelf te kiezen, was ongeveer het besluit van mijn ouders.

Ik moet ook zeggen dat we heel wat hebben afgelachen in de kerk, mijn broer en mijn zussen. Wanneer de slappe lach eenmaal was begonnen, en onze ouders niet tussen ons in gingen zitten, herinner ik me als een heerlijke tijd.

Naarmate ik ouder werd, ontdekte ik dat mensen buiten de kerk heel anders konden zijn dan in de kerk. Dat was voor mij onvoorstelbaar. Het maakte me nog recalcitranter, wat zich uitte in het totaal niet meer luisteren. Toen ik later op kamers woonde weet ik nog dat ik mijn moeder een keer belde om te vragen waar die Pasen en Pinksteren nou eigenlijk over gingen… ik wist werkelijk niets!

~~~

De laatste keer dat ik naar een reguliere kerkdienst ga ben ik bijna 18 en zit in mijn eindexamen. Ik mag kiezen of ik naar de stille avondmis op zaterdagavond wil gaan of de gebruikelijke zondagsdienst. Ik kies de stille mis, en voor het eerst gebeurt er iets. Doordat ik alleen ben en door de stilte, kan ik mezelf openstellen en misschien is dat het moment dat ik voor ’t eerst bid, iets dat ik nu mediteren zou noemen. Het is een fijne ervaring die ik nooit eerder had. Na afloop loop ik de kerk uit en weet, er zit hier iets heel moois in, maar de kerk heeft het niet. Daarmee eindigt mijn 18 jaar trouwe kerkgang.

~~~

Afgelopen 10 jaar bezoek ik af en toe een homeopaat, mijn praatdokter. Regelmatig komt ie met een verhaal of citaat van Jezus. Ik sluit dan als vanzelf mijn oren, glimlach begrijpend en wacht tot het over is en we weer ‘verder’ gaan. Thuisgekomen ben ik te nieuwsgierig en google ik ‘stiekem’ de flarden die ik heb opgevangen. Elke keer ben ik verrast door de mooie teksten en de parallel met mijn eigen situatie op dat moment.

Als hij me verschillende keren het boek aanraadt ‘God is nooit te laat (maar ook nooit te vroeg)’ gaat me dat echt te ver. Een boek over God, ja echt niet! Maar hij blijft ermee komen… Uiteindelijk wil ik er van af zijn en weet t boekje 2e hands op de kop te tikken. Daar kan ik me geen buil aan vallen.

Ik ben geen snelle lezer, maar hier scan ik vliegensvlug doorheen, oppervlakkig, niks binnen laten komen, en kijken of de schrijver ‘aan de goeie kant van “de lijn” blijft’…

Als ik het heb goedgekeurd en m’n nieuwsgierigheid is gewekt, begin ik met echt lezen… en weer lezen… en nog een keer lezen…en weer… Zo heb ik bijbelteksten nooit gelezen, nooit geïnterpreteerd. Het zijn eigenlijk hele mooie verhalen, en zo rijk en wijs en zo eigentijds uitgelegd met zoveel humor. Dit is leuk!

(mijn spellingscorrector zegt hier overigens dat ‘bijbelteksten’ met een hoofdletter moet…?!?)

Het duurt daarna nog wel een paar jaar voordat ik de naam ‘Jezus’ normaal uit kan spreken, zonder dat er gelijk gekscherende liedjes door mijn hoofd gaan, waar ik overigens nog steeds om kan lachen. En nog steeds vind ik het lastig om de naam ‘Jezus’ neutraal in een gesprek te laten vallen.

Tijdens een cirkelbijeenkomst die ik een aantal keer per jaar mee maak, met gelijkgestemden, maak ik een geleidde meditatie mee, waarin we op een bepaald moment te horen krijgen dat we in de verte een bekende zien staan. Deze komt steeds dichterbij, en staat dan vlak voor ons. Er wordt ons verteld dat wij diegene zijn. OEIOEIOEI Zat ik even verkeerd!!! Ik zag namelijk Jezus! Hahaha!

Als we nabespreken kan ik er makkelijk een draai aangeven en omschrijf mijn ontmoeting met een pelgrim. Das niet zo gek, na een half jaar pelgrim te zijn geweest. Als even later iemand anders in de kring zegt dat ze Jezus voor zich had, floept het er bij mij met hoge stem uit: Oo, ik ook!!!

Hoe gênant… en hoe fijn dat ik niet de enige loco ben 🙂

~~~

Het is december 2017 en mijn voet wordt niet echt beter. Ik moet iets… Ik wil iets waardoor ik weer aan de gang kan, in beweging kom. Mijn hoofd draait overuren met de vraag waarom afgelopen jaren eerst mijn frozen schouders me stil hebben gezet en nu mijn gebroken voet zo veel tijd nodig heeft om te herstellen. Doordat elke keer letterlijk de beweging uit mijn lijf wordt gehaald, is er niet veel anders mogelijk dan naar binnen te kijken. Heel veel zie ik daar nog niet.

Als er een workshop Healing Tao bij mij in de buurt komt, schrijf ik me in. Eindelijk weer iets inspirerends van buitenaf, iets positiefs voor mijn lijf en hopelijk mijn toerende en wanhopige hoofd.

Het is een heerlijk weekend, weer lekker met m’n lijf bezig, dat alles lijf wat naast mijn voet ook nog bestaat. Als de docente vertelt over het Hart van Smaragd Licht, een zelf-healingmethode en een retraite in juni in Zuid Frankrijk in het teken van Maria Magdalena, voel ik meteen dat ik ‘dat’ wil. Gek, toen ik over deze dingen op haar website las, trok me dat niet aan. Nu ze erover spreekt voel ik in mijn hele lijf dat ik naar die retraite wil…moet.

Die 2 kanten blijven doorsudderen…dit is niks voor mij… dit moet ik doen… nee, dit is niet mijn ding… ik heb geen keus…

Een aanwezige vriendin is al gelijk aan het uitzoeken of ze beter met de auto of het vliegtuig naar de retraite kan, waarop een milieuvriendelijke reactie uit de groep komt, dat de trein ook een mogelijkheid is?! Daar kan ik natuurlijk overheen, en zeg dat je er natuurlijk ook gewoon heen kan lopen 🙂 . En zo is het idee geboren om in 3 maanden naar de retraite in Zuid Frankrijk te lopen. Als het de bedoeling is, doet mijn voet het tegen die tijd wel en gaat het geld ook weer stromen.

Een paar maanden later doet mijn voet het niet, en zit ik in een ingewikkelde relatie met de sociale dienst. Ik raak steeds meer uitgeput.

Het plan wordt ingekort naar 2 maanden lopen, naar 1 maand lopen…

Ondertussen word ik steeds onrustiger…waarom tot juni wachten? Ik wil NU! Ik MOET nu!

Tijdens de retraite is er een training waarin je leert werken met de wijsheid van Maria Magdalena. Je kunt dan zelf-healingen geven. De training kun je ook los van de retraite doen. Ja zeg, zegt mijn hoofd, we hebben geen geld, je wacht maar lekker tot juni, 2x de training doen lijkt me wat overdreven, oefen maar wat extra in geduld!

Het hoofd heeft gelijk en ik richt me weer op andere dingen.

Een paar weken later komt het terug, het porren, prikken, stuwen en duwen.

Ik kan niet wachten tot juni!

Maar je hebt geen geld!

Ja maar ik moet NU!

Dat is onzin!

Ik moet!

Je gelooft er niet eens in…………

? ………. ? ………….? alles in mij wil het doen, ik heb geen keus

~~~

Twee jaar eerder had ik geld gevraagd voor mijn verjaardag om in een workshop een eigen drum te maken, een sjamanentrommel. De envelop met geld staat al 2 jaar geduldig op mijn altaar te wachten op ’t juiste moment. Elke keer is er wel iets, de datum komt niet uit, de gewenste huid is niet aanwezig, de soort trommel past me niet… Na 2 jaar rust valt de envelop met geld van het altaar op de grond. Een week later weer! Ineens kom ik op het idee dat ik dit geld ook aan de extra training zou kunnen besteden… Nee… das voor een trommel. Oké. Ja maar, nee…oké! Maar… Oké! Oké! Oké!

Ik vind het lastig, want hoe vertel ik het mijn lieve gevers… geen trommel… maar iets over Licht, een hart van Smaragd… Maria Magdalena… zelf healingen…

Ze zien me aankomen…

Die trommel en het sjamanisme wordt niet meer zo gek gevonden, dat heeft wel iets leuks, iets spannends. Daar is mijn omgeving inmiddels wel aan gewend. Maar het hart van Smaragd, Licht dat is doorgegeven…pfffff…. Ik snap er zelf al niks van, hoe ga ik dit brengen?

Eerst maar ervaren. Dan wordt het vanzelf duidelijk. Hoop ik.

Oja, waar zou ik ook al weer over gaan schrijven? Ach ja, snotteren en weerstand…

Weer thuis

4 juni 2013 vertrok ik te voet van Amsterdam naar Spanje. 5 jaar later neem ik op 4 juni de trein naar Venerque le Vernet, een plaatsje iets onder Toulouse. Later die week heb ik een retraite in het teken van Maria Magdalena in Katharenland, maar voor die tijd heb ik een paar dagen vrij in te vullen.

’T is gek, maar ik zie al weken op tegen de overstap in Parijs, en uiteindelijk gaat die helemaal als vanzelf. Als ik onderweg ben, ben ik veel meer in het moment, en neem ik alles zoals het zich aandient. Dan volg je gewoon wat je te doen hebt, en als het niet duidelijk is, vraag ik het. Alles zonder stress, zonder gedoe, zonder moeite… eigenlijk een beetje saai 🙂

Ik voel ook helemaal geen Parijse stress. Ik zie hem wel, maar hij is niet anders dan in Amsterdam. Het is eigenlijk een beetje raar om naar Zuid Frankrijk te reizen. Ik voel hoe ik mezelf meeneem, het weer schijnt in Nederland ook nog eens veel beter te zijn en tot nu toe is de omgeving nog niet spannend. Ook de mensen prikkelen me (nog) niet. Ik ben best moe, kort geslapen. Ik ben hier net zo ‘van een andere wereld’ als thuis. Geen behoefte me hierin te mengen. Ik ben op vakantie 🙂

Dit net opgeschreven, raak ik in de trein aan de praat met een 19jarige studente uit Noord Frankrijk die naar een stage plek gaat in het Zuiden, iets boven Toulouse. Eigenlijk probeer ik nog een plaatsje apart te krijgen, maar ik kom er niet onderuit. Mijn buurvrouw ziet de half lege trein niet als uitnodiging om lekker apart met veel ruimte te kunnen zitten. Uiteindelijk delen we 3 uur lang onze, en vooral haar, inspirerende levens. Ze volgt een academie voor het creëren van glazen kunst voorwerpen, en dankzij de mobiel krijg ik de laatste tentoonstelling van vazen van haar jaar te zien. Prachtige werken, een mooi mens, enthousiast en zo wijs! We omhelzen elkaar ten afscheid. Wat fijn, zo’n licht te ontmoeten! Haar naam is Marie.

Om 8 uur ’s avonds zit ik voor mijn tentje aan een kolkende rivier, bruin van alles wat ie meevoert. Geluk met een fles water en een bakje blauwe bessen.

De volgende dag zit ik op ’n bankje bij de rivier te lunchen, en bedenk me dat ik hier een paar dagen kan blijven, en kijken wat er gebeurt. Het is hier erg mooi. En dan zie ik ineens een rugzak over de brug lopen! Mijn hele lijf reageert en wil er direct achteraan! Ik weet niet of mijn voet ’t aankan, heb geen haast, maar volgens mij moet ik morgen weer gaan lopen 🙂.

20 km verderop ligt het Canal du Midi waarlangs een voet- en fietspad van zo’n 500 km loopt. Mijn plan is daar de eerste dag heen te lopen. In overleg met de campingbeheerder neem ik de langste en heuvelachtigste route, met minder autoverkeer. Die uitdaging ga ik aan, desnoods daarna een week met mijn voet omhoog!

Ik moet onderweg natuurlijk gelijk al plassen. Hoe vertrouwd. Een vrouw in kamerjas loopt naar buiten om de houten luiken van haar ramen open te klappen. Ik ben weer thuis! De arrogantie van ‘de wereld is van mij’ heb ik nog niet terug, maar ik geniet van de vogels, de lucht, de bomen, en… ik heb eindelijk weer ’t gevoel dat ik wat doe, dat ik nuttig ben! Ik moet denken aan de man in Rotterdam die hele dagen door de stad rolschaatste, want daarmee hield hij de aarde draaiende. Als hij zou stoppen zou de aarde stoppen met draaien! Ik heb sterk het gevoel dat ik ook iets doe door te lopen. Alsof elke voetstap de aarde masseert, voedt, zoals de aarde mij bij elke stap voedt. Is dit dan toch wat ik te doen heb??? Mag ik weer gaan lopen, lopen zonder eind…

Ik ontmoet de eerste niet zo lieve hond en ik schrik niet. Ik lees het naambordje Rue de Baronnes.

Daar woont dus een razende hond.

Na een uurtje hoef ik al niet meer te plassen. Dat wordt allemaal intern opgelost. Ooh frambozen!!! Ik kan er net niet bij. Elk huis ‘a vendre’ wordt weer vastgelegd, en brengt mijn fantasie op hol. Ook daarin niks veranderd.

Halverwege de dag ontdek ik dat ik vlakbij een camino-route loop. Omdat ik niet weet waar die uitkomt, besluit ik maar mijn eigen route te volgen. Er sjeest een motor voorbij. Grappig toch hoe de één houdt van snel, en voor mij is 3 km per uur hard zat.

Paddenstoelen zo groot als mijn hoofd, vrijende slakken en af en toe een wielrenner die de heuvel op klimt. Inmiddels is de wereld weer van mij, en moet ik oppassen niet de hele tijd midden op de weg te lopen.

De eerste paar uren voel ik mijn (gebroken) voet bij elke stap. Daarna niet meer. Dan voel ik mijn kuiten, mijn bovenbenen, van binnen, van voor en van achter! En mijn billen… Mijn rugzak valt mee. Dan een bordje ‘camping this way, chemin de terre’. Ooh mijn liezen!!! Om 14 uur staat mijn tentje op, ligt mijn bedje klaar, en geniet ik van een heerlijke verdiende lunch met een blikje kidneybonen en een paprika. Ik voel alleen nog maar mijn voet…

Ik raak in gesprek met mijn achterbuurvrouw, die daar tijdelijk op de camping woont, en al gauw delen we onze levensvragen, onze pijn en zoektocht. We hebben niet langer dan een kwartier samen, voor zij weer verder moet, maar zijn voor altijd verbonden. We omhelzen elkaar ten afscheid. Haar naam is Marie.

Gister sliep ik bij de ruis van de kolkende rivier, nu in de ruis van de 2 snelwegen waartussen de camping ligt. Al is het hier prachtig, de autoruis doet me de volgende dag weer inpakken en doorgaan.

Plassen op een franse wc met barefootschoenen is net alsof je op je sokken…nou ja, laat maar. Geen succes!

Op de camping kom ik een andere wandelaar tegen, waar ik niet echt contact mee krijg. Hij is de volgende ochtend eerder weg dan ik, en blijkt een andere weg naar Canal du Midi te hebben genomen. Als ik langs het kanaal loop, zie ik hem op de brug gefrustreerd gebaren en weer omkeren. Ik probeer zijn aandacht te trekken, maar hij ziet me niet, net zo min waarschijnlijk als de loopbrug die een klein stukje verder ligt. Later die ochtend loopt hij me voorbij, duidelijk makend dat ie geen contact wil en zodra die voor me is, zie ik hem op zijn horloge kijken. Hij heeft duidelijk een taak te volbrengen. En ik ga maar weer ’s even stil staan om alles op te schrijven.

‘s avonds ontmoeten we elkaar weer op onze volgende camping.

Tijdens het lopen raap ik het plastic afval op dat ik tegenkom. Ik wou dat ik een tas had om alles in te doen….

Kort daarop zie ik ergens een plastic zak liggen, en als ik me zuchtend begin druk te maken dat iemand dat zo heeft achtergelaten, realiseer ik me dat ik daar juist om gevraagd had…

In Nederland stel ik mezelf altijd een limiet voor wat ik op mag rapen, omdat ik anders alleen maar aan t rapen ben, maar nu kan ik het niet laten. Het lopen wordt er wel een stuk zwaarder door, dat bukken met de rugzak de hele tijd, maar het geeft ook voldoening.

Ik raak in gesprek met een fietser uit Belgie die al een jaar rondtoert, en het plan heeft om de wereld over te fietsen. Ik vertel hem dat ik dat misschien wel lopend wil gaan doen… Ik doe mijn best om er niet de hele dag mee bezig te zijn, maar te genieten van de dagen die ik nu heb, en de stappen die ik nu zet. Ik leef NU!

De 3e dag is hoedjesdag. Eindelijk schijnt de zon volop! De route langs het kanaal is prachtig, alleen heel de tijd met de autowegruis die regelmatig de vogels overstemt. Dan maar zelf zingen om de aarde stem te geven tegen dat autogeweld. Het is hier zo mooi…

Na een uur wordt het stiller, en hoor ik de vogels weer. Ik loop van sluis naar sluis. Fascinerend toch, elke keer dat verschil in waterhoogte. Als ik op een kruising bij een sluis vraag waar ik een prullenbak kan vinden om mijn zak te legen, blijkt dit later het punt waar ik een afslag mis en op de bijzonder mooie camino route terecht kom. Het wordt een enorme omweg. Oh, als ik die retraite niet had…. Dan had ik door kunnen lopen, dwalen, me door de lucht laten leiden…

Na een paar uur dwalen ben ik eindelijk weer op de route van het kanaal. Daar lig ik onder de mooiste boom, op ’t beste bankje en eet mijn lekkerste broodje ooit 🙂

Aan ’t einde van de dag kom ik aan in Castelnaudary, waar ik de volgende dag opgepikt wordt door een vriendin die ook naar de retraite gaat. Blijkt de camping nog niet open te zijn! Een oudere vrouw die ik aanspreek zegt me dat er wel in het park gekampeerd wordt. Het is een optie, maar hij blijft voor mij niet aantrekkelijk: geen douche, geen water, geen wc en dan ook nog een alerte nacht… ieder zijn hobby, maar liever niet voor mij. Bij de tourist office hoor ik dat de volgende camping 6 km verderop is. Nou, die heb ik echt niet meer in mijn voeten zitten vandaag! ’T Is al tegen 5en en het Ibis hotel is de goedkoopste optie…nee, dan toch ’t park…maar allebei eigenlijk niet… Zij hebben geen oplossing, en ik heb geen puf om het kantoor te verlaten…

Dan komt er een meisje van achter die zegt een AirB&B plek te weten, en uiteindelijk wordt dat de oplossing. Ik kom bij een bijzonder stel met een 3 jarige peuter. Ze gaan de volgende dag weg voor een paar dagen, en ik krijg de sleutel! Het klikt, ik eet mee, en zwaai hen de volgende ochtend uit, waarna ik weer lekker mijn bed inkruip…ik ben zoooo moe. 3 dagen lopen, 3 dagen bijzondere ontmoetingen, 3 dagen mee op de stroom, 3 dagen thuis.

 

Geboorte

In mij vechten 2 wolven met elkaar. De ene die ik niet ben, en de andere die ik niet wil zijn…

Boos ben ik. Boos. Omdat ik het gevoel heb al 3 jaar tegengewerkt te worden. ‘Alles’ wat ik wil opzetten of wil beginnen lijkt niet te mogen. Eerst krijg ik een frozen shoulder, en als die eindelijk ontdooit lijkt, begint de andere schouder. Als ik bijna een jaar later moeizaam herstellende ben van mijn gebroken voet, realiseer ik me ineens dat mijn beide armen het weer doen, en overleef ik op weg naar een fijn samenzijn een slippartij op de A2 waardoor ik achterstevoren op de vluchtstrook beland. In plaats van dankbaar te zijn dat ik het er levend en zonder kleerscheuren vanaf heb gebracht, ben ik boos en gefrustreerd dat me dit is overkomen. Mag het nou alsjeblieft gewoon een keertje ‘gewoon gáán’? Het lijkt allemaal buiten mij om te gebeuren. Tijdens de slip zie ik mezelf als kijkende naar een film gaan en roep ik hardop terwijl ik rondtol: “hé, maar dat ben ik!?!” Mijn auto staat daar dan wel achterstevoren, maar zo netjes recht en midden op de vluchtstrook geparkeerd, dat ik het gevoel heb dat er met me ‘gespeeld’ wordt en dat ik daar gewoon neergezet ben. Waarom moet ik terug naar huis??

Maanden voordat ik mijn voet breek bezoek ik een sjamaan uit Zuid Afrika met de vraag wat mij tegenhoudt. Tijdens ons samen zijn, doet hij o.a. een ceremonie waarbij hij een zak met botjes, muntjes en stenen leeggooit. Vanuit hoe alles op het kleed valt kan hij mij informatie geven waardoor ik inzicht krijg in mijn situatie. Hij laat me zien dat er vlak bij het botje, dat mijn persoon voorstelt, een grote steen ligt. Dat houdt mij tegen. Als hij die steen van het kleed afhaalt, voel ik me ineens kilo’s lichter, waarna hij de steen weer terug legt en ik het effect als bakstenen op mijn rug ervaar. Ik vraag hem of ie die steen dan niet gewoon weg kan halen en weglaten, maar zo werkt het helaas niet.

Hij geeft me huiswerk mee voor thuis. Het is aan mij om die ballast op te ruimen…. Ik weet nu hoe het voelt als het uit de weg geruimd is!

Een paar maanden later heb ik een afspraak met sjamaniste Linda, en stel haar dezelfde vraag, ‘wat houdt mij tegen?’. Tijdens een wandeling door een heerlijke Heemtuin in Amsterdam West, zoeken we eerst door mijn vaders en daarna door mijn moeders familie, maar daar vinden we het antwoord niet.  Wel geeft ze me terug dat mijn vader uit een zeer streng religieuze voorouderlijke lijn stamt. Mijn moeder kan dat later bevestigen. Als Linda zichzelf dan presenteert als datgene wat mij tegenhoudt, begin ik ineens te schreeuwen en van me af te slaan. Ik ren van haar weg, kriskras door de smalle paadjes van de heemtuin, maar lijk niet aan haar te ontkomen. Smekend vraag ik wat ik moet doen om losgelaten te worden. Linda vertelt me dat het een heel oude liefde is, die mij uit eigenbelang aan zich ‘vastgeketend’ heeft. Ze helpt mij uiteindelijk de dikke kabel tussen deze oud-geliefde en mij door te snijden, waarna ik me ongelofelijk vrij voel. Een vrijheid die ik nooit eerder zo ervaren heb en ’t voelt heerlijk! Ik hoef nergens meer heen. Alles is goed. En tegelijkertijd onwennig. Ik heb nog nooit op eigen benen gestaan…

Als in juni mijn lieve peettante overlijdt, zit er een lied in mijn hoofd, en ik vraag me af of ik dit op de begrafenis zal zingen. DOODeng vind ik dat, en doe het liever niet. Ik besluit dat als ik niet gevraagd word om iets te doen, dat ik dan niet hoef van mezelf, dat het dan goed is.

Er word geen bijdrage van mij gevraagd, en ga met een gerust hart naar de begrafenis. Denk ik. Toch heb ik de tekst van het lied in mijn tas gestopt. Er blijft iets in mij knagen, duwen en grommen. Ik doe hard mijn best dit te negeren, ‘we’ hadden immers afgesproken dat het niet hoefde.

Als we later met een grote groep familie en dierbaren om het graf staan, voel ik mijn hartslag toenemen. Als iedereen om beurten langs het graf loopt om afscheid te nemen, sta ik als aan de grond genageld. Inmiddels is mijn hartslag verdubbeld. De ene wolf wil het lied brengen, en de andere wil zo graag net zo zijn als iedereen en vooral niet opvallen en zéker geen risico nemen.

Het gaat hier niet om mij! Het is toch goed zo, dit afscheid zonder mijn lied. We hadden toch afgesproken…

Als bijna iedereen weg is en ik nog steeds vastgeklonken sta aan de aarde, mijn hartslag als een razende tekeer gaat, vind ik de ogen van mijn zwager die mij in de gaten lijkt te houden. Ik ruis naar hem toe en zeg in paniek: ik moet zingen, maar ik kan het niet! Mijn zwager zegt me het ‘gewoon’ te doen, en dan blijkt ineens dat ik precies weet wat ik te doen heb: ik vraag mijn oom om toestemming, pak de veren uit mijn tas die ik de vorige dag uit het park heb meegenomen, doe mijn schoenen uit, loop naar het graf en zing mijn lied. Een enorme koortslip herinnert me er de volgende dag aan wat voor strijd er die dag gevoerd is. Een gewonnen strijd geeft het fijne rustgevoel aan. Maar strijd…

Niet vechten, zegt mijn zwager, niet vechten, niet vechten, niet vechten, niet vechten, niet vechten, niet vechten, niet vechten…. Degene die ik niet ben, en degene die ik niet wil zijn… niet vechten…

Sinds ik mijn voet gebroken heb, ga ik met de metro naar mijn oppasadres. Op een ochtend zit ik in de metro, en de lamlendigheid van de reizigers om me heen komt als een deken over me heen te liggen. Daartussen zit een klein meisje, dat nog zoveel pit in zich heeft, maar die zich treurig mee laat slepen door de medereizigers. “Goodmorning Starshine’ van Hair zingt in mijn hoofd, en mijn hartslag neemt toe… ja…nee… NEE ECHT NIET!!! Niet in de metro!!!

Oh wat zou dat fijn zijn, opstaan, iedereen toezingen, en dan weer gaan zitten, met een fijn en rustig gevoel. En wie weet even een rimpel in een stilstaande poel.

De halte van mijn bestemming voorkomt een bloedbad. Mijn hartslag komt weer terug in zijn dagelijkse tempo. Het gevecht is afgeblazen. Voor nu.

Geheeld van mijn schouders, inmiddels dankbaar dat ik de slip met mijn auto heb overleefd en nog steeds herstellende van mijn voet, zit ik op eerste kerstdag thuis in een meditatie waarbij ik zingend keer op keer een mantra herhaal, en ik voel me steeds vrolijker worden. Alle gebeurtenissen van het afgelopen jaar vallen in de vorm van kwartjes en inzichten binnen…

Ik ben erg gewoon om te leunen, om de verantwoordelijkheid af te geven, in iemands schaduw te staan, achter een ander te gaan staan, mezelf kleiner te maken, me op anderen te richten. Dan ben ik sterk. Zoals ik het ken.

Na mijn ontmoeting met Linda ben ik op mezelf komen te staan, op mezelf aangewezen, draag ik verantwoordelijkheid voor mezelf. Dat is even wennen. Niet vreemd om dan tijd nodig te hebben om in balans te komen… dat is lang geleden… Wauw, als ik dit dus nu leer, kan ik steeds meer voor mezelf gaan staan. Rechtop gaan staan. Als ik niet meer leun, dan kan ik niet anders dan naar mezelf luisteren en goed voor mezelf zorgen. Dan doet het er niet toe wat de buitenwereld denkt, want niks is het waard om een ‘misstap’ te maken. Dat heeft mijn gebroken voet me inmiddels wel duidelijk gemaakt.

Ik word steeds vrolijker, en wieg mijn mantra met veel plezier en steeds luidere stem. Ik voel me dronken, onoverwinnelijk, en ervaar de kracht in mijn ruggengraat, het licht in mijn lijf…Andrea’s licht! Jaaaaa, zó gaat m’n bedrijfje heten, Andrea’s Licht! De naam die iemand mij 2 jaar daarvoor had voorgesteld, maar die ik toen veel te heftig vond, voelt nu helemaal passend. Met dronken hart lal ik: Andrea’s Licht is geboren…Andrea’s Licht is geboren…Andrea’s Licht is geboren 🙂

Tot zover eerste kerstdag.

Vandaag 26 januari 2018: Het blijft nog wel even oefenen 😉

 

 

Andrea en Andrea hand in hand de wereld in

Na een paar weken in de stoel voel ik ineens hoe ik samenval met mezelf. Ik zie mezelf als in een stripfiguur, waarbij één Andrea in de lekkere stoel zit, terwijl tegelijkertijd een andere Andrea druk in de weer is met van alles en nog wat. Op dit moment, na die paar weken van rust, ervaar ik dat de beelden van beide Andreas in elkaar schuiven, voel ik hoe ik samenval met mezelf. Lekker geland in de grote witte stoel.

Na dit moment ben ik me er meerdere malen van bewust dat ik weer uit elkaar val.

Ik heb mezelf beloofd deze periode goed voor mezelf te zorgen, wat vooral betekent om zo gezond mogelijk te eten. Met alle hulp om me heen gaat dat hartstikke goed. Tot op een dag dat mijn koelkast leeg is, en ik niet weet wanneer er weer iemand langs komt. Ik twijfel en dub wat ik zal doen, toch een hulplijn opzetten, gewoon iemand vragen… Als dan de telefoon gaat vliegt er een Andrea de telefoon in. De andere Andrea zit nog rustig in de grote witte stoel en kijkt naar de onwerkelijke paniek van de ander. De kasten zitten nog vol met eten, dan is het een dag niet vers, maar van de honger komen we echt niet om hoor!?!

Een ander moment dat ik mezelf uiteen laat vallen is wanneer het om werk gaat. Wanneer ga ik weer aan ’t werk? Ergens van binnen weet ik dat ik nog lang niet aan werken toe ben. Ik wil er eigenlijk niet eens aan denken, maar stripfiguur Andrea is al weggewandeld en met data beginnen te strooien. Langzaam vindt Andrea de weg weer terug naar haar maatje in de stoel.

5 weken op een stoel, 6 weken in het gips, ’t voelde als camino lopen. Een camino waar ik ook nu het liefst geen einde aan had zien komen. Het was niet altijd makkelijk, maar grotendeels fijn, mooi, verrassend, licht, liefdevol en rustig… zen. Tuurlijk met huilbuien en frustraties af en toe, maar nooit dat ik er van weg wilde, altijd eindigend in een ontknoping, een inzicht, een glimlach of hardop-lach. Van verschillende kanten hoor ik dat de ander zoiets nooit had gekund, met zoveel rust zo lang in een stoel blijven zitten. Ik vond het fijn.

Ik zie op tegen het moment dat het gips eraf gaat. Het gips, in het begin zo vreselijk, is nu de kracht en bescherming van mijn inmiddels slap geworden pierevoetje. Mijn been met al zijn spieren en beweeglijkheid heeft zich in die weken helemaal overgeleverd aan de sterke omarming van het gips. Hoe gaat mijn been dat ineens weer zonder doen? Als ik met mijn ogen dichtgeknepen (nee ik ben geel held!) wacht totdat de gipsmeester klaar is met zagen, kijk ik op en voel een enorme liefde in me op komen. Alsof ik een pasgeboren baby voor me heb liggen, die ik alleen maar wil vasthouden, strelen en koesteren.

4 Jaar geleden had ik niet echt een reden om naar Spanje te gaan lopen, behalve dan dat ’t idee om te gaan heel sterk aan me trok. Onderweg hoorde ik van pelgrims over hun redenen, hun problemen, hun zoektocht, hun hoop op antwoorden, oplossingen, verlichting van bestaande zwaarte. Voor mij was de camino hoofdzakelijk een feestje. Niet zonder tranen en frustratie, maar altijd gepaard met een inzicht, een lach of een lied. Van velen hoor ik dat ze zoiets nooit zouden kunnen, een half jaar lopen. Ik vond het fijn.

Mijn struggle begon toen ik terug was in Nederland.

Mijn struggle begint nu wanneer ik de stoel uit mag…

Ik loop 1,5 km per uur en ik vind het heerlijk!

Met 2 krukken loop ik door de straten van de rivierenbuurt, en aan alle kanten wordt er rekening met me gehouden, ontstaan er mooie gesprekken op onverwachte momenten, aanmoedigende opmerkingen, oplettende ogen van een meisje of ik binnen de tijd van het stoplicht de overkant zal halen, en ook meelijdende blikken van mensen die zich niet in kunnen denken hoe heerlijk deze traagheid is. Ik geniet van de wind weer door mijn haren, van mijn rust en het moment, en ik kijk geamuseerd vanuit mijn trage slakkengang naar de snelle wereld om me heen.

En dan is er de dag dat ik besluit ’s middags naar de film te gaan. De korte ochtend die ik heb, is snel gevuld met achterstallig en bureaucratisch irritante administratie. Ik maak me al snel weer druk om dingen die niet te veranderen zijn. Als ik me klaar wil maken voor de film ontdek ik dat ik nog maar 3 kwartier heb. De bioscoop is 1,5 km ver dus kost me een uur lopen! Na een flink dipmoment word ik boos, grijp mijn tas en stokken en begin aan de trap afdaling, ondertussen hardop tegen mezelf: rustig, rustig Andrea, rustig.

Ik besluit de tram te nemen, iets wat ik tot dan toe nog niet gedurfd heb. De conducteur neemt het van me over, rustig, rustig maar… Hij stuurt iemand van de gehandicapte stoel weg en houdt de tram staande totdat ik een plekje gevonden heb. Al voor ik bij de betreffende halte ben om uit te stappen, ga ik staan en weer gebaart de conducteur me om rustig aan te doen en weer te gaan zitten. Als ik eenmaal ben uitgestapt, ontdek ik dat ik een halte te vroeg ben uitgestapt en nog een aardig stukje te lopen heb. Ik vertel mezelf weer rustig te blijven (dat lijf wil gewoon even een sprintje trekken!) en probeer mezelf ’t vertrouwen aan te praten dat ’t goed is zoals het is, en dat ik de film wel haal als het zo moet zijn. En anders heb ik de winst dat ik door deze hele tramonderneming op een plek ben gekomen waar ik al 2 maanden niet geweest ben!

Bij de kassa hoor ik dat ik nog 2 minuten heb, een stuk met de lift en een trap voor de boeg. I push my luck, en waag ’t erop eerst nog naar de wc te gaan. Uiteindelijk bij de trap aangekomen, blijkt de zaalman de traplift voor mij te hebben klaargezet! Als ik de zaal in loop, kijken allemaal hartelijke begripvolle gezichten mijn kant op. De zaalmanager komt binnen om te zeggen dat we wat later beginnen en dat daarom het voorprogramma vervalt. Dat lijkt niemand een probleem te vinden. Integendeel.

Ik zit, t licht gaat uit, en de tranen komen boven drijven. Aan Amsterdam heeft het niet gelegen… ik ben ontroerd van alle hulp en begrip onderweg. De film begint: ‘Walk With Me’ over Thich Nhat Hahn, een verbannen Vietnamese boeddhistische monnik die in Frankrijk een klooster heeft opgericht. De film opent met een trage mindful wandeling. Daar wil ik zijn!!! En ik weet, daar wil ik niet zijn, nou ja, misschien een paar weken, maar wat ik echt wil, is in rust zijn, samenvallen met mezelf, waar ik ook ben, met wie ik ook ben. In de tram voelde ik dat een deel van mij nog steeds in de grote witte stoel in de keuken zat. Ik was weer uit elkaar gevallen.

Acceptatie

Ik word wakker met de gedachte: ik wou dat ik in een klooster zat… Waarna ik me gelijk realiseer dat ik daar ook met mezelf te maken heb, dat ik dan ook niet ‘even naar de wc kan lopen’, dat ik dan ook moet dealen met de kuren van mijn voet, dat dan ook de stilte in mezelf niet altijd voorhanden is, dat ik dan ook niet weg kan lopen voor m’n zware momenten…

Bovendien, ik zit in een klooster, een heel gezellig, rommelig en stoffig klooster, naast een zonnig balkon, met hele lieve vrienden in de buurt en heel lekker eten!

Sinds een week mag ik langzaam gewicht geven op mijn voet. 6Kg per dag erbij. Van een vriend een weegschaal gekregen. Bij dag 3 ben ik blijven hangen. Voelt niet fijn om meer gewicht te geven, maar het voelt ook niet fijn om me niet aan het schema te houden…. Ik wil het graag goed doen, èn ik wil dat het goed voelt. Maar in hoeverre klopt mijn gevoel nog, sinds mijn voet als een dood vogeltje in het gips zit opgesloten? Ik wil graag helderheid: Òf de hele dag met mijn voet omhoog, òf lopen, òf laat het schema samenvallen met mijn gevoel… maar zó wil ik het niet!

Ik ben in een nieuwe confronterende fase beland. Geduld, accepteren en opnieuw naar binnen.

Deze week denk ik terug aan mijn zus Barbara. Inmiddels al weer 18 jaar geleden overleden. Het ondenkbare, meest onvoorstelbare is gebeurd. Een aantal opeenvolgende jaren maak ik op haar sterfdag een wandeling, en bij elke wandeling krijg ik inzichten, vallen er kwartjes. Zo ook het 2e jaar na haar dood tijdens een wandeling in een park in Schiebroek.

Ik ben al een hele tijd erg moe, eigenlijk al sinds het overlijden van Barbara. Ineens word me tijdens het lopen helder dat ik al die tijd bezig ben geweest met het niet willen dat het gebeurd is. Ik ben al die tijd aan t vechten tegen haar dood. Alsof ik het terug zou kunnen draaien! En wat een energie dat dat kost…

Ik vond het zo oneerlijk, dat ik niet wilde accepteren dat het zo was. In die tijd was ik niet de vrolijkste persoon. Iemand van het glas half leeg, hooguit. Jaren daarvoor had ik een keer een deal met ‘boven’ gesloten, dat ik niet zelf uit het leven zou stappen, met het tegenverzoek of ze het (het leven) dan niet al te lang wilden laten duren…

En nu was mijn zus dood.  Zij die heel graag wilde leven! Zij die een gezond leven leidde, regelmatig sportte, nauwelijks dronk en net een mooie dochter had gekregen. In tegenstelling tot mijzelf die ’s ochtends als eerste een shaggie draaide, met enige regelmaat ’s nachts boven de plee hing na weer eens te veel te hebben gedronken, geen dagritme kende, en ’t liefst op pizza en koffie leefde.

Tijdens die wandeling accepteer ik dat Barbara er niet meer is, en bedenk dat het enige wat ik voor haar kan doen, is mijn energie gebruiken om in haar plaats te genieten van mijn eigen leven.

Een half jaar later ga ik naar Kenia om vrijwilligerswerk te doen. Iets dat al lang op mijn verlanglijstje staat. In Kenia leer ik ‘de andere kant’ van het leven kennen. Werk ik met kinderen voor wie honger en dorst de drijfveren van de dag zijn. Nooit heb ik gelukkiger kinderen ontmoet dan daar. Op een begrafenis raak ik met een vrouw in gesprek. Zij vertelt me hoe 1 van haar 2  jonge kinderen binnen 24 uur aan een goed te behandelen ziekte is overleden. Ik zie haar stralende en krachtige verschijning, en, met mijzelf en mijn gebroken moeder in gedachte, vraag ik haar hoe dat mogelijk is om er zo krachtig bij te staan na zo’n enorm verlies. Door haar reactie heen schemert haar verdriet en ze zegt heel eenvoudig en vanzelfsprekend ‘ik heb nòg een kind’.

Was mijn glas ooit bijna leeg, sinds deze reis is mijn glas altijd boordevol.

En dan zit ik hier in mijn stoel, te worstelen met opbouw schema’s en gevoel…

 

Als je echt gelukkig bent…

De winter is bijna voorbij…wat kijk ik daar naar uit en wat zal ik de winter dit keer missen.

Dat schreef ik een half jaar geleden.

Al jaren ontvlucht ik de winter door een aantal weken vrijwilligerswerk te doen in landen waar het plafond hoog en blauw is. En altijd met een voelspriet of er niet een plekje voor me is waar ik kan blijven, zodat ik niet terug hoef… Terug naar de kou, terug naar het lage plafond. Maar elke keer kom ik terug.

5 jaar geleden vertrok ik ‘bijna voorgoed’. Ik kon mijn huis 2 jaar onderverhuren zodat ik alle tijd had een nieuwe plek te vinden. Hoe geweldig was dat!?! Heb ik geleefd in de jungle, gezwommen tussen kleine haaien en koraal, olifanten en leeuwen van dichtbij gezien, Maya ruïnes bezocht en gevoeld, zoveel natuur, mooie mensen, verschillende culturen en paradijsjes ontmoet, maar na een jaar kwam ik toch terug naar Europa. Daar heb ik mijn bijzondere tocht gelopen van Amsterdam naar Spanje, weer met een extra voelspriet voor dat plekje dat misschien voor mij bedoelt was om te blijven.

Maar een vast plekje kwam ik niet tegen. Juist ’t onderweg zijn leek mijn ding te zijn. De rest van mijn leven doorwandelen dan? Kiespijn bracht mij terug naar Nederland, en met fikse tegenzin ging ik weer terug naar mijn huisje in Amsterdam op 3-hoog.

Een nicht zei me: als je echt gelukkig bent, maakt het niet uit waar je bent.

WUAAAAAAAAAAAAAAAAAAAH!!!!!!!!!!!!!!

Een wijsheid, waar ik geen tegeltje van had willen hebben.

Maar dat zinnetje werd mijn mantra de afgelopen 3 jaar.

Binnen de grenzen van Nederland heb ik mijn kansen benut: lessen en workshops van verschillende sjamanen vanuit de hele wereld, een hele reis binnen de eigen landsgrenzen 🙂.

De workshops houden me op de been, en ik voel me langzaam ook steeds rustiger en blijer worden. Toch voelt het heel kwetsbaar, en als mijn laatste les van een reeks sjamanen achter de rug is, kijk ik onzeker om me heen. Ik ben dan wel in Nederland gebleven, maar was nu dit reizen een nieuwe escape aan t worden?

Als ik bij een van de sjamanen vraag, hoe het komt dat ik me zo gelukkig voel tijdens de lessen en  workshops, maar als ik helemaal opgeladen en geïnspireerd naar huis ga, ik binnen een dag weer vermoeid op de bank zit, is de kern van haar antwoord ‘Go Home’…

en het kwartje valt.

Ik stap de winter in. Het seizoen waar alle energie naar binnen gaat. Ik geniet van de naaktheid van de bomen, van de stam, de takken, tot de allerkleinste takjes die zich zo scherp aftekenen tegen de lage lucht. Ik volg de bomen, en maak een begin met mijn reis naar binnen.

Een half jaar geleden.

Nu zit ik sinds 2 weken met mijn gebroken voet op een stoel tussen de keukentafel en het balkon, en er is nog geen moment geweest dat ik ergens anders had willen zijn dan hier in Amsterdam op 3-hoog. Lieve vrienden en familie met wie ik warme, confronterende, helende en inspirerende gesprekken heb, zorgen voor een gevulde ijskast, en mijn voet nodigt me elke dag weer uit om naar binnen te gaan. Mijn balkondeuren staan de hele dag open. Zo ben ik meer buiten dan anders. Als t koud is, is er een dekentje. Ik geniet van de plantjes en de zonnebloemen op het balkon, van de wolken als ik ze van elkaar kan onderscheiden, de zon die geregeld doorbreekt, een vlinder die even langskomt en de vogels die af en toe zingen alsof de lente net begonnen is.

Na een week van zitten en voorzichtig zijn, verlies ik mijn evenwicht en kom met mijn volle gewicht op mijn gebroken voet terecht. Tot die tijd had ik geen pijn. Nu is het alsof ik mijn voet opnieuw gebroken heb. Erger…

Voor t eerst zit ik er helemaal doorheen. Alsof mijn voet wil zeggen dat t me allemaal te makkelijk afgaat…dat dat toch niet de bedoeling is… maar wat dan wel???

Ik huil tranen en laat oud zeer naar boven komen. De pijn vraagt om nog meer vertrouwen, in weten dat t goed is, en om de angst dat ik altijd last van mijn voet zal houden van me af te schudden. Het duurt zolang het duren moet. Luister naar je hartslag…

Ik duik t internet op, op zoek naar medestanders. Er zullen toch anderen zijn, die ook zo’n 2e misstap maken met hun gipsen poot? ’t Is een pittige uitdaging om op 1 been te leven. Gelukkig vind ik al snel soortgelijke verhalen en dat stelt gerust. Ook komen daarmee de verhalen van velen die zich doodvervelen en niet weten hoe de dagen door te komen…. Nee, daar heb ik totaal geen last van!

Ik heb niet veel ruimte in mij voor een boek, maar droom en reis geregeld naar mijn boom in het Amstelpark, een bankje in de jungle van Belize, een schurveling op het franse platteland. Ik mediteer, ontmoet mijn hartslag en laat me af toe door internet verleiden.

Via internet leer ik dat CBD olie herstel van een botbreuk zou kunnen versnellen. Wow, dat wil ik!!! Om me vervolgens te realiseren dat die voet niet voor niks gebroken is, en wat zou CBD meer kunnen doen dan ikzelf? Dan vind ik iemand op internet die met reiki botbreuken kan helen… Yeah!!! Dat wil ik!!! Maar ja, die woont niet om de hoek, en eh… als zij dat kan, dan kan ik het ook…

Waarom is het zoveel makkelijker, om anderen te helen, dan mezelf. Waarom is het zoveel makkelijker mijn aandacht op anderen te richten dan in mijzelf. Als ik bedenk dat het moeilijker wordt om mensen te helen naarmate ze dichter bij me staan, zoals familie, omdat ‘het zo graag willen’ dan in de weg gaat staan, zou dat dan ook op mezelf betrekking hebben?

Een ander mag voor mij helemaal zijn wie die is. Als ik dat ook zou mogen van mezelf… dan mag mijn voet dat ook en kan ik, zoals mijn broer me aangaf, accepteren dat dit ‘mij gegund is’ en ‘m’n voet toestaan zijn gang te gaan’.

Ik heb de keukenvloer gedaan!

Levend op één plek geeft misschien een idee hoe de vloer er inmiddels na 2 weken uitziet. Met mijn nieuwe afhankelijke rol en alle hulp nog niet iemand voor de vloer willen vragen, tot ik ineens bedenk: ik heb er de hele dag voor! Het zit zo in het systeem om ‘even de keukenvloer te doen’, dat het nog niet in me opgekomen is, dat ik ook hierbij dat ‘even’ gewoon weg kan laten. Met die rust en aandacht haal ik op 2 billen en een voet een doek over de keukenvloer. Heerlijk om te doen, en wat een voldoening! Gratis mindfulness sessie 🙂 . Zo liep ik ook naar Spanje. Stap voor stap, er is geen straks of eventjes, er is alleen de volgende stap. Ik dank mijn voet! Geluk op 3 hoog…

 

 

Hartslag van een camino

Hier zit ik dan, in mn luie stoel naast de keukentafel. Mijn been omhoog in zachte kussens op een keukenstoel. De balkondeur even open, want de zon is net doorgebroken. Dekentje over mijn benen en de blote tenen van mijn gipsvoet. Alles binnen handbereik: telefoon, schrift, linker kniebeschermer, rechter sok, agenda, sjaal, theepot, mok, computer, boeken, wc rol, schrijfblok, en dat alles te midden van een steeds viezer wordende keukenvloer.

Nee, de vloer schoonmaken lukt niet, afwassen wel. En mezelf verplaatsen ja, langzaam, heel langzaam. Elke stap moet bewust en zorgvuldig gezet. Even nog iets vergetens pakken zit er niet in. Niet zonder heel voorzichtig mezelf en mijn keukenstoel waar ik mee loop stapje voor hupsje om te draaien en terug te lopen naar het eerder vergeten object. Als ik naar de wc moet, maak ik in mijn hoofd een lijst van wat ik onderweg allemaal mee kan nemen, waarvan ik vervolgens de helft vergeet. Daar kom ik dan achter als ik een tijd later weer in m’n luie stoel zit… oh, de theepot staat nog op ’t aanrecht… of oh…weer mijn tanden niet gepoetst, soms ben ik zelfs vergeten naar de wc te gaan! Er bestaat geen bijna of nog eventjes, er is alleen maar deze stap, of deze hups, dit moment, er is alleen ‘nu’. Net als op de camino.

In het voorjaar bezoek ik een sjamaan uit Zuid Afrika. Hij gooit met botjes die hij daarna ‘leest’ en ik krijg huiswerk mee. Eén van de dingen die hij me zegt is vaak te wandelen, en langzamer dan ik doe. Zonder muziek of koptelefoon. Luister naar je hartslag voordat je begint met wandelen. Voel de hartslag in je pols of je vingers, adem 3 keer diep in en uit en begin dan te lopen.

Ik wandel heel veel en bèn al een hele langzame wandelaar, ik was de langzaamste pelgrim van 2013! Andere pelgrims moesten afremmen als ze een stukje met me samen wilde lopen. En muziek heb ik nooit op mijn oren tijdens het wandelen. Deze sjamaan is vast bevooroordeeld, omdat de meeste mensen hier in Nederland zo snel leven, en allemaal afgesloten van de wereld met hun oortjes. Maar zo ben ìk niet!

Thuisgekomen puber ik nog even door(…), voor ik uiteindelijk de uitdaging aanga: ik voel mijn hartslag in mijn pols, adem 3x diep in en uit, vraag aan mijn hartslag hoe het met me gaat en stap naar buiten. Oh wat een belevenis! Ik loop echt heel langzaam, en ben me bewust van alles wat er in mij gebeurt èn wat er om me heen gebeurt. Nu snap ik wat ie bedoelt! Ik word één met het geheel. Wat een bijzondere ervaring!

Ja, en dat doe ik hierna nog één keer, waarna ik mijn wandelingen als vanouds oppak, want in ‘het hartslag tempo’ bereik ik in Amsterdam de natuur niet… Ik vergeet het en het leven gaat verder.

Dan op woensdag 6 september breek ik mijn voet. Een lullige verstapping, meer is het niet, en mijn leven komt in één klap tot stilstand. Ik ben vol ongeloof. De volgende dag wordt een intensieve dag in het ziekenhuis waarna ik thuiskom met een gipsen poot en het vooruitzicht van weken met mijn voet omhoog en 0 belasting.

Ik weet dat het geen zin heeft er tegen te vechten, en verbaas mezelf hoe snel ik de situatie accepteer. De komende tijd, vast aan huis gekluisterd, afhankelijk en geen inkomen. Niet meer wandelen, niet meer naar mijn kids, niet mijn leuke buikdanslessen, niet de bomen-jaartraining, geen inkomen… Het is wat het is, en blijkbaar moest dit gebeuren. Ik vertrouw er op dat het ergens goed voor is…

Om half 5 ’s middags, na de trap voorlopig voor de laatste keer met armen en billen naar 3 hoog te hebben beklommen, lig ik op bed en hoor mijn hart te keer gaan in mijn lijf. Door mijn hoofd schiet de gedachte: vanaf nu heb ik alle tijd om naar mijn hartslag te luisteren…

14 juli 2017, een brief

Vandaag staat in de agenda: ‘gewoon even bellen’.

Ik wil je graag ontmoeten en ben al zo lang van plan om je te bellen, maar weet het elke keer weer uit te stellen, want waar begin ik met die enorme kluit in mijn hoofd… die steeds groter wordt.

Een vriendin zegt me “je kunt toch gewoon zeggen, dat je haar wil ontmoeten?!”

Drie jaar geleden vertelde een andere vriendin mij over een boek van jou over Sjamanen in Europa. Zij had niets met sjamanisme, en voor mij was het nog ver van mijn bed. Waarom tipte ze mij dat boek terwijl ze er zelf niks mee had? Ik vond het boek ook nog eens te duur, en liet het gaan.

Ik leerde ondertussen over sjamanisme door in het eigen Nederland mee te reizen met sjamanen uit Mexico, Siberië, Noord Amerika, de Cariben, Groenland… Tot diezelfde vriendin weer begon over het boek, en ik kort daarop een tweedehands exemplaar op marktplaats vond. Oké, daar kon ik me geen buil aan vallen…

Ik heb het boek verslonden. Eindelijk begreep ik waarom wij het sjamanisme in eerste instantie ver weg zoeken. In Europa is het sjamanisme zo goed als helemaal uitgeroeid. Maar het heeft hier wel degelijk ook bestaan! Mijn nieuwsgierigheid is gewekt.

Als ik van Angaangaq, sjamaan uit Groenland hoor, hoe belangrijk het is dat we een trommel hebben, ga ik op zoek. Het is ook een zoeken naar wat bij mij past. Met mijn frozen shoulder heb ik niet veel kracht in mijn arm.

Op jouw website lees ik dat je trommels bouwt. Het prikkelt me, maar in mijn omgeving hoor ik vooral dat het toch zo bijzonder is om je eigen trommel te maken… Oké, ik weet nog niet zo goed hoe het werkt, maar blijkbaar moet ik mijn eigen trommel bouwen. Ik informeer mezelf over alle mogelijkheden om zelf een trommel te maken, en op mijn verjaardag, nu een jaar geleden, krijg ik geld om daadwerkelijk een trommel te gaan maken. Geweldig!

Maar ik meld me nergens aan… De envelop met geld blijft op mijn altaar staan. Veel later ontdek ik dat ik eigenlijk stiekem een trommel van jou wil. Geen idee waarom, maar zo voelt het. Eng, want een eigen trommel maken is toch zo belangrijk? Nog weer later sta ik mezelf toe, dat het goed is. Dat het voor mij kennelijk belangrijk is om een trommel van jou te krijgen.

Als ik naar je website ga, bied je geen trommels meer aan.

Bij het opruimen van mijn boekenkast kom ik een boekje tegen ‘Same Atnam’, wat Samenland betekent en oa gaat over het leven in het noordelijkste deel van Europa waar de Samen altijd geleefd hebben, en nog steeds als minderheid leven. Het deel van Europa waar de laatste resten van het Noordwest Europese sjamanisme terug te vinden zijn. Het boekje kreeg ik in 1995 van Nancy de Graaf, de vrouw van de schrijver, tevens de vrouw die de tekeningen bij zijn gedichten schreef. Het was een bedankje aan mij voor een paar keer haar huis te hebben schoongemaakt. Als ik haar nu zou hebben ontmoet, had ik in haar een wijze grootmoeder herkent, en zou ik het een eer vinden om bij haar in de buurt te mogen zijn. Toen zag ik haar als een lieve aparte sterk gebochelde vrouw in een overvol huis, waar ik een zomerbaantje had. Ze vroeg me voor haar te blijven werken, maar ik was jong en onwetend en had andere plannen. Veel later ontmoette ik iemand die terug kwam van een begrafenis van een oude vrouw, en me vertelde dat er geen andere gasten op de begrafenis waren, omdat ze niemand meer had. Zij zelf was naar de begrafenis gegaan, omdat ze bij haar het huis had schoon gehouden. Het bleek om dezelfde Nancy de Graaf te gaan! Hoe bijzonder dat ik via deze weg nog van haar hoorde, en hoe pijnlijk te horen hoe alleen ze nog in het leven stond.

Als ik dit schrijf doet het me verdriet dat ik haar destijds niet ‘herkent’ heb. Ik weet, ik kon haar nog niet kennen, maar wat zou ik haar nu graag weer ontmoeten. En dat doe ik nu, via jouw verhalen over de Samen en haar cadeau destijds aan mij.

Ik had het boekje nooit gelezen, maar heb het al die jaren bewaard, ondanks dat ik inmiddels bijna al mijn boeken heb weggedaan. Wat bijzonder dat ik dit boekje nog heb en het eindelijk kan lezen.

Ik zou je wel eens willen ontmoeten, en af en toe bezoek ik je website om te kijken of ik een ingang vind die ik snap, die klikt, om contact met je op te nemen. Het blijft bij gesprekken die ik in mijn hoofd met je voer. Ik blijf checken of je niet toch weer drums aanbiedt, wat je niet doet.

En dan zie ik je training over rouwvrouw/zielenman. Dat klinkt mooi!!!

Sinds de dood van mijn tante Agnes in ’92, die sindsdien met mijn leven mee hobbelt, is de dood een thema geweest in mijn leven. In het begin vooral vanwege het enorme taboe dat lange tijd in Nederland heeft gerust op de dood (wat naar mijn idee inmiddels gelukkig iets minder is geworden). Maar ik kan hier nog bladzijdes over schrijven, misschien een andere keer.

Zou die training iets voor mij zijn??? Ik merk dat ik huiverig geworden ben voor cursussen en opleidingen. Ze hebben een enorme aantrekkingskracht op me, maar ik voel dat ik vol met kennis zit, en dat meer kennis me eerder bij mijn eigen kennis en intuïtie weghaalt, dan dat ik er wijzer van word.

Ik besluit mezelf te trakteren, en bestel 2 van je boeken. Beide boeken gaan over het spirituele pad dat jij gelopen hebt en ik maak het tijdens het lezen allemaal mee. Soms gaat het boek aan de kant, omdat het tijd nodig heeft om beleefd te worden. Het gaat over je reizen en ontdekkingen dat je dingen ‘anders’ ziet, je gevoeligheden en oude kennis, het gaat over contact met de natuur, over trommelen en zingen, de dood en wortels.

Je verhalen en belevenissen zijn zo anders dan de mijne, veel heftiger ook, maar het is alsof ze van mij zijn. En wat een herkenning als ik ontdek dat jij ook na elke reis weer terug naar Nederland schijnt te ‘moeten’.

Op al mijn reizen heb ik gezocht naar een plek of mogelijkheid om te blijven. Maar altijd was er iets waardoor ik terug naar Nederland werd geleid.

4 jaar geleden ben ik van Amsterdam naar Spanje gelopen, en onderweg was ik thuis. Nog nooit eerder heb ik me zo vrij en één gevoeld met alles om me heen.

Hierna is mijn spirituele pad bewust geworden, en heb ik me opengesteld voor de stem, die ik af en toe hoor, en die me dingen doorgeeft. Tot die tijd had ik hem weggewuifd omdat ik er geen zin in had. Die stem sloot meestal niet aan bij mijn eigen plannen en (vaak veel leukere) ideeën. Het was dan ook niet mijn keus om terug naar Nederland te komen.

Ik heb steeds sterker het gevoel dat ik je wil ontmoeten.

‘Gewoon even bellen’ staat er in mijn agenda…

Als ik je eindelijk, 3 jaar na mijn eerste kennismaking met je, aan de telefoon heb, komt er niet veel zinnigs uit mijn mond. Behalve “ik heb je gebeld, dat is het belangrijkste”.

Donderdag ga ik je dan ontmoeten 🙂.

 

Hoe vertel je dat op een feestje?

Leuk, verjaardag, feestje, nieuwe mensen, nieuwe verhalen, leuke gesprekken, en dan… zo, en wat doe jij op het ogenblik?

Een vraag waar ik steeds meer tegen opzie en die ik liever ontwijk. Niet dat ik ’t niet vertellen wil, maar hoe breng ik onder woorden wat ik doe. En ja, wat doe ik eigenlijk?

Ik pas 2 dagen per week op 2 heerlijke boeddha’s van 1, 5 jaar :-).

En de rest van de week?

De rest van de week, ben ik vooral erg druk bezig met mezelf…

En elke keer als ik dit laatste uitspreek, zou ik er even niet willen zijn. Het klinkt niet goed. Het klopt net zo goed wel als niet wat ik zeg. Het is net zo waar als dat het niet waar is. Ja, ik ben bezig met mezelf, maar…

Soms ontstaat er ineens een plan, en zo ook een paar maanden geleden. Ik zou een stuk van de camino in Spanje gaan lopen. Ik droom ervan om weer een paar maanden onderweg te zijn, maar goed, dat is op dit moment lastig inpassen. Twee weken is wel mogelijk, dus vrije dagen opgenomen, voor de kerstnacht in Leon alvast een stapelbed gereserveerd, routeboekje in huis, alleen de reis nog even boeken.

En dat laatste krijg ik niet voor elkaar… ik krijg niet de reis de ik wil, en ga steeds meer opzien tegen dit deel van mijn trip, dat ook nog eens het meeste geld kost. Na een paar weken heb ik nog steeds de reis niet geboekt. Het lukt me niet. Is het dan wel de bedoeling dat ik ga? Is dit eigenlijk wel wat ik wil? En dan gaan er steeds meer dingen tegenspreken: de korte dagen rond kerst, wat betekent: ‘flink doorlopen’; is het niet een beetje waanzin om ongetraind van de warme kachel thuis ineens in het primitieve en ijzige berggebied van Spanje te gaan lopen waar de slaapplaatsen rond kerst niet op elke hoek van de berg open zullen zijn…Er zal veel ‘moeten’ bij komen kijken… Is dit hoe ik me de camino voorstel, het wandelen in vrijheid, blijheid en maar zien hoever we komen? Humm.

Wat zoek ik dan? Ja, het liefst weer maanden lopen op de bonnefooi, zonder terug te hoeven. Maar loop ik dan niet weer weg van dat ene, dat onbekende wat me in de weg zit om hier en waar ik ook ben gelukkig te zijn?

Ik ben niet gaan lopen, en oh hoe confronterend is dat!!! Een ander zou zichzelf misschien juist tegen komen door te gaan lopen. Ik ontmoet mezelf, of misschien beter ‘mijn donkere zelf’, het helderst als ik ‘thuis blijf’.

Ik besluit een paar dagen in een klooster te gaan zitten. Even geen afleiding, geen internet, telefoon en tv, en misschien nog de grootste stap, ik besluit mijn eetpatroon dat een jaar geleden is ontstaan (van biologisch, vers, geen suiker, tarwe en koemelkproducten) los te laten. Een jaar geleden maakte het grote indruk op me, toen ik mijn eetgewoonte radicaal veranderde, om te ontdekken hoe je eetpatroon verweven is met je persoon. Inmiddels gewend, wilde ik dit ook weer een keer los kunnen laten.

Het is een klooster met 8 broeders. De gasten verblijven in een aparte vleugel en hebben 2 van de 3 maaltijden in stilte. Ik heb een riante kamer, met een prachtig antiek bureau, een mooie oude kast, een bidstoel en nog 2 antieken stoelen en een bed. Jezus aan de muur.

De kerk is 24 uur per dag open en er zijn 5 gebedsdiensten per dag. Uit nieuwsgierigheid besluit ik de eerste 24 uur alles mee te doen. De eerste is om 4.30, de laatste om 20.30. Zo is een dag snel gevuld. Ik moet vooral wennen aan het leven met de klok. Na mijn eerste avond broodmaaltijd komt er een vrolijke broeder van in de 80 vragen hoeveel fanta en hoeveel triple bier hij klaar zal zetten. Er blijkt 1 drankje per dag bij ’t verblijf inbegrepen. Nou ja, ik drink geen bier meer, en fanta al helemaal niet, dus ik pas. Dit geeft nogal verwarring, waarop ik besluit dan maar voor de Triple te gaan. Kan ik altijd nog besluiten om hem wel of niet te drinken.

Met m’n Triple en eigen theekan ga ik tegen 7-en naar mijn kamer. Tja, en wat dan?

Ik heb geen lekker boek meegenomen, want daarvoor ben ik niet hier. Wel heb ik pen en papier meegenomen en oude brieven, agenda’s en notitieblokjes van mijn in ’92 overleden tante Agnes.

Ik ga op de grond naast de verwarming  zitten, kijk de kamer rond, dan naar mijn Triple en ga mijn nagels knippen. Hierna overpeins ik de voors en tegens van het drinken van de Triple, en ga door met mijn teennagels. In een paar minuten heb ik al het achterstallig lichaamsonderhoud gedaan…

Tja, dat wordt nog een lange avond zo.

Dan bedenk ik dat, in ’t kader van het loslaten van oude en nieuwe patronen, ik best die Triple kan opdrinken! Hoef ik daar ook niet meer over na te denken. En wat is die lekker!!! En oh, wat is tie snel op!!! En oh, wat hakt ie erin!!!

Licht in mijn hoofd pak ik de papieren van Agnes erbij en lees me door stukjes van haar leven heen.

Ik vind ’t ontroerend om te ervaren hoe dicht Agnes en ik bij elkaar staan. Ik heb ’t gevoel dat ik ’t stokje van haar heb overgenomen. Het werk waar zij voor leefde, waar ik mee verder mag.

Ja, en wat is dat dan? Dat ‘werk’.

Op de lagere school wist ik al dat ik geen kinderen wilde. Eén van de redenen, weet ik nog, was dat ik vond dat die lijn nu eens moest stoppen, die lijn van grootmoeder, mijn moeder en mij. Wat ‘die lijn’ was, daar kon ik mijn vinger niet op leggen, maar ik had kennelijk ergens last van.

Toen ik kort geleden iemand hoorde over het ‘opschonen van je vrouwenlijn’, kwam deze herinnering weer naar voren, en ik voelde gelijk: dit is voor mij, dit ga ik doen!

In een familieopstelling waarin anderen mijn over-oma Gromi, mijn grootmoeder, mijn moeder en mijzelf representeren, kunnen er dingen opgeruimd worden die op dat moment aan de orde zijn.

Ik draai eerst een dag mee als representant en ben onder de indruk wat deze eenvoudige techniek allemaal te weeg kan brengen en op kan lossen op een vrij luchtige manier. De ochtend van de dag dat mijn lijn aan de beurt is begint er al van alles te borrelen. Ik ben labiel, heel zenuwachtig en begin af en toe spontaan te snotteren. Wat is hier aan de hand? Als mijn lijn opgesteld wordt, wordt er eerst gekeken naar de realaties tussen Gromi, grootmoeder en moeder.  Na een poosje lijkt er iets in de weg te staan. Er is iets wat eerst opgeruimd moet worden, voor we verder kunnen. Het blijkt mijn grootvader te zijn en de slachtoffers die hij gemaakt heeft. Mijn grootvader heeft tijdens de oorlog de kant gekozen van het antisemitisme met alle gevolgen van dien voor zowel de joodse slachtoffers als zijn eigen gezin.

In de opstelling krijgt de representant van mijn grootmoeder de kans om de enorme last, het verdriet en de schaamte bij mijn grootvader terug te leggen. Van een afstand ervaar ik de onbeschrijfelijke impact die grootvader’s keuzes heeft gehad, niet alleen op mijn grootmoeder, maar ook op mijn moeder en Gromi. En dit alles dan ook nog tot een paar jaar terug, als een geheim met je mee te moeten dragen…

Als het mijn beurt is in de opstelling om de band met mijn moeder, grootmoeder en Gromi te herstellen, zit er nog steeds iets in de weg. Als een baksteen blijk ik al het leed op me te hebben genomen. ’t Leed van de slachtoffers van mijn grootvader.

Ik krijg een zware kei in m’n handen waar ik alle last in mag projecteren om vervolgens de kei bij mijn grootvader neer te leggen. Ik ervaar het als een enorm zware klus om het te doen, maar het lukt uiteindelijk en kan de kei vervolgens bij mijn grootvader neerleggen.

De volgende morgen word ik wakker met het gevoel nog iets voor de slachtoffers te willen doen. Een bos bloemen ergens neerleggen. ’t Liefst de dag erna, wanneer ik met vrienden voor een wandeling op de Veluwe heb afgesproken.

In mij rijst een groot protest: Wie gaat er nou met een bos bloemen wandelen? Waarom zou ik nou een bos bloemen op de Veluwe gaan neerleggen? Laat het toch rusten! Het is nu toch goed zo? Je kan toch ook gewoon thuis een kaarsje voor ze branden?

Ik weet dat het protest komt vanuit schaamte, vanuit onzekerheid. Gelukkig is mijn innerlijke stem om ’t wel te doen net iets sterker.

En zo stap ik de volgende dag met een grote bos bloemen op de Veluwe uit mijn autootje.

Mijn wandelgenoten vinden het helemaal niet raar, en willen me er graag in steunen.

Als we ons op een plek verwonderen over de vele vogels, besluit ik daar de bloemen neer te leggen. Met z’n 4en staan we erbij als ik de dingen zeg die in me opkomen. Als ik klaar ben begint ’t te motregenen. Ik voel dat er ergens iets tot rust gekomen is, en voel me gesteund door mijn getuigen.

Mijn vrouwenlijn is nog niet opgeschoond, maar ik weet dat ik er zelf mee verder kan.

Als ik een week later in het klooster zit en de schrijfsels van Agnes, de zus van mijn moeder, doorlees, realiseer ik me dat mijn vrouwenlijn veel breder uitwaaiert.

Ik blijf de volgende dagen naar de gebedsdiensten gaan. De kerk zelf is een fijne plek om mezelf te kunnen focussen. De gebedsdiensten geven me houvast in de dag, en de gereciteerde en gezongen gebeden geven mij bedding voor mijn eigen werk. Ik realiseer me dat het werk van de broeders lijkt op wat ik doe, alleen in heel andere vorm.

In die kloosterdagen breid ik mijn vrouwenlijn uit met de 3 zussen van mijn moeder, zodat ik de laatste dag voor allemaal een kaarsje kan branden, 7 in totaal. Ik ervaar op dat moment de enorme kracht van deze vrouwen die zo intens met elkaar en met mij verbonden zijn.

Twee dagen in de week pas ik op 2 heerlijke boeddha dreumesen, en de rest van de week… ja, hoe vertel je dat op een feestje?

Mijn lied voor het leven

2012: 4 Juni was de datum die in mijn hoofd opborrelde, dus 4 juni vertrok ik dan ook vanaf het Amstel station naar het zuiden. “Ik ben even naar Spanje lopen” was de titel van mijn blog. Twee lieve vrienden liepen me op weg. We aten samen lunch en toen lieten ze me alleen… Ach, nog maar een paar kilometer tot de eerste boerencamping… Ongemerkt was ik mijn eerste les in gewandeld. Die paar kilometers werden een paar van de zwaarste kilometers van mijn hele tocht en wat ik leerde: er is geen ‘nog maar even’, of ‘bijna’, er is alleen maar de volgende stap.

Nog steeds reageren mensen met bewondering of ongeloof dat ik (of iemand) dat hele stuk kan lopen. Ikzelf kan me ook niet voorstellen dat ik dat hele eind zou kunnen lopen. Maar ik weet nu, dat als ik me bezig hou met het nu, met de stap die ik maak, dat ik dan als vanzelf zomaar wel eens in Spanje uit zou kunnen komen.

Tijdens het lopen had ik nauwelijks muziek op mijn oren. Er was genoeg te genieten om me heen. In mijn hoofd zat af en toe het Piu Jesu van Duruflé. Een lied waarvan ik hoopte het ooit eens te kunnen en durven laten horen. Maar ja, voordat ik iets durf te laten horen….

Af en toe als ik tijdens mijn wandeling een open en leeg kerkje aantrof, zong ik een stukje. Stiekem, voor mezelf.

Na een paar maanden lopen kreeg ik bericht dat mijn neef Daan onverwachts was overleden, en al snel kwam het idee dat ik dit lied voor hem wilde zingen.

Even dacht ik niet aan mijn enorme podiumangst, die elke keer weer van een enthousiast en goedbedoeld idee, een pijnlijke en treurige voordracht maakte.

Ik wist het monster lang buiten mijn systeem te houden. Ik wilde dit zo graag doen voor Daan. In de auto op weg naar de begrafenis begon het gevecht pas goed op gang te komen, het gevecht tussen die enorme angst en die eenvoudige volgende stap.

De band met de volgende stap was toen gelukkig nog heel vers en dichtbij, en ik kon uiteindelijk het lied voor Daan laten klinken.

2 jaar geleden kwam ik terug in Nederland te wonen, wat ik me herinner als een nachtmerrie, een grote shock. Alsof ik in een science fiction film was binnen gewandeld, met steen en asfalt, afgesloten mensen, agenda’s waarin je weken vooruit moest plannen om iemand te ontmoeten, en alles, alles ging sneller dan stap voor stap. Mijn verzet was groot. Ik was alleen maar bezig met hier niet te willen zijn, en ik realiseer me nu dat ik in één klap zelf ook verwijderd was van het moment, ver weg van de volgende stap.

1 juni was ik jarig en ondanks dat ik niet zo verjaarderig ben, voelde ik een sterke drang om mijn verjaardag eens echt te vieren: een lunch in het park, de datum stond gelijk vast, al wist ik niet waarom, en ook de wetenschap dat het die dag mooi weer zou zijn.

Met zoveel plezier heb ik de lunch voorbereid, gekookt, sapjes gebrouwen, m’n moeder gerustgesteld dat ’t echt mooi weer zou worden :-), en mezelf tegelijkertijd verwonderd over zoveel rust en vertrouwen in alles.

Mijn verjaardag en de voorbereidingen waren als mijn wandeling, met zoveel plezier, stap voor stap, als mijn lied voor het leven.

Vorige week ontdekte ik dat de datum van mijn feestje eerder was voorgekomen: 4 juni!verjaardagslunch