Namasté

Een vriendin zei een keer, als de mensen echt weer respect voor elkaar hebben, het licht in de ander zien, dan komt het goed met de wereld. Er knaagde bij mij iets, want het voelde nog niet kloppend, nog niet heel. Het allerbelangrijkste ontbrak nog, maar ik kon het niet verwoorden.

Nu weet ik het. Pas als de mensen de aarde gaan zien voor wie zij werkelijk is, haar licht zien, dan is het goed.

Hoe kunnen we de aarde weer als levend wezen gaan zien? Een levend wezen, met kloppend hart en ziel.

Aarde, moeder aarde. Ons aller moeder. Zonder haar zijn wij er niet. Niet in deze fysieke vorm.

In dit leven, in deze vorm zijn we uit haar geboren. Opgebouwd uit haar elementen.

“Uit stof zijt gij geboren en tot stof zult gij wederkeren”

Hoe bang zijn wij gemaakt voor haar. Bang voor al haar ‘ziekmakende beestjes’, natuurrampen, haar grilligheid en onvoorspelbaarheid.

Heb je wel eens in volle overgave op je buik op de aarde gelegen? Haar kloppend hart gehoord, haar eindeloze liefde, haar kracht en zacht gevoeld?

Nog steeds, elke dag, nodigt moeder aarde ons uit om ons aan haar borst te vleien, ons veilig te voelen in haar tomeloze goedheid, haar schoonheid en liefdevolle omarming.

Maar wij zijn bang geworden. Zien enge beestjes, kruid dat we niet wensen, gevaar dat niet past in ons plaatje. We zijn groentes gaan cultiveren omdat dat efficiënt zou zijn. Beestjes gaan bestrijden omdat ze anders zijn dan wij. We zijn verleerd om naar moeder aarde te luisteren, met haar mee te bewegen, haar pracht te zien, haar te leren kennen, nieuwsgierig te zijn, haar voedsel te herkennen, haar te verstaan in de taal die zij spreekt. In plaats van in een relatie van uitwisseling met ons moeder te zijn, willen we haar liever controleren en beheersen.

Hoe kunnen we haar weer gaan begrijpen, als we niet geleerd hebben te luisteren?

Ik krijg vanzelf nu de vergelijking met mij en mijn mensen-moeder. Hoe moeilijk het is geweest om me als lief klein meisje niet gehoord te weten, niet gezien. Daar zijn op den duur behoorlijk wat frustraties en uitspattingen door ontstaan. Als het klepperend deksel op een kokend pannetje, met uiteindelijk flinke uitbarstingen tot gevolg.

Voor moeder aarde is het niet anders. Niet uit onwil of uit protest. Maar uit onmacht laat ze steeds meer van zich horen. Zal ze steeds vaker haar schreeuwende hart aan ons laten zien.

Ze wil net als jij en ik gezien worden.

Gezien om wie ze werkelijk is.

Namasté.

Het licht in mij groet het licht in moeder aarde.

Overgave

Het is 1e pinksterdag. De zon schijnt en ik heb de dag vrij voor een lange wandeling.

Ik neem als doel één van mijn favoriete bomen hoog op de heuvel aan de rand van een groot heideveld. Wie weet heeft ie me iets te vertellen. Ik voel het als een opdracht om vaker met de bomen te gaan zitten, en dit lijkt mij een prima 1e stap.

Het is een heerlijke dag en ik verdwaal. Zo fijn dat dit nog steeds kan in ‘mijn eigen bos’. Niets leukers dan opgaan in het bos en de richting kwijtraken.

Uiteindelijk beland ik tot mijn verrassing toch bij de boom aan het heideveld, maar vanaf een heel andere kant.

Het is heerlijk toeven, zittend tegen de boom, met een flesje water, wat nootjes en abrikozen en een prachtig uitzicht met een zeldzame ‘ouderwetse’ wolkenlucht. De boom is stil en blijft stil, en ik leg me erbij neer dat dit niet het moment is voor een gesprek. Het is vooral samen genieten. In stilte.

Als ik tegen het eind van de middag weer richting huis wandel, besluit ik dat ik niet bij andere bomen zal gaan stoppen, ook niet bij ‘die hele bijzondere wijze’, waar ik zeker langs zal lopen.

Ik heb het geprobeerd vandaag, het is niet gelukt en nu wil ik naar huis.

Als ik in de buurt kom van ‘die hele bijzondere wijze’, zeg ik t nog een keer duidelijk, dat ik naar huis wil en dat ik niet meer ga stoppen.

In de verte van ‘die hele bijzondere wijze’ lijkt het net alsof er een gele vlek aan de voet van de boom zit. Naarmate ik dichterbij kom, wordt die vlek steeds groter, feller en geler. Het is alsof er met verf tegenaan gekwast is. Hoe kan dat nou? Het zal toch niet?

Ik zeg nog een keer nadrukkelijk dat het tijd voor mij is om naar huis te gaan, dat het mooi geweest is voor vandaag. Maar door die gele vlek, móét ik wel even naar de boom lopen om te zien wat er is gebeurd.

Als ik bij de boom sta, blijkt het een stuk vergeeld mos te zijn, wat afsteekt bij de rest van het groene mos. Geel? Nee, echt niet. Laat staan knalgeel! Gewoon, beetje lichtgroenig, gelig…

Gerustgesteld vertel ik de boom dat ik doorloop naar huis. Dat het mooi is geweest vandaag.

Maar het lukt me niet. Ik zie haar wijze gezicht in de stam en maak een foto. Ook daarna lukt het me niet om verder te lopen. Iets houdt me tegen, en ik heb geen andere keus dan aan de voet van de boom te gaan zitten.

Een korte stilte volgt.

Zie je, hoe fijn het is even tegen me aan te zitten?

Goh, ik moet wel hard werken om je bij me te krijgen. Doen alsof ik gele verf over m’n wortel heb gekregen, Mijn moedergezicht tonen, zodat je wat foto’s van me maakt, en dat terwijl ik had gezegd, (oké, in jouw beleving, familie van mij had gezegd), dat je vaker naar ons mag luisteren, ook als het voor jou niet ‘nodig’ is.

Zucht.

Fijn hè, nu je eenmaal tegen mijn voet aangeleund zit?

Voel je die kracht die ik aan je geef? Weet dat je net zo krachtig bent als ik. Onze wortels gaan net zo diep.

Voel maar. “

Zonder mijn authentieke zelf te verliezen, voel ik mijn wortels langs de hare de grond in zakken. Ieder ons eigen wortels, verstrengeld met elkaar, maar niet gebonden.

Een oprechte uitwisseling, gelijkwaardig, ieder eigen.

Alles wat ik hoor schrijf ik in het schrift dat altijd bij me is.

Grappig. Vaak ben ik alert op voorbijgangers als ik me met een boom verbind. Nu is dat totaal niet meer van belang.

Het lijkt als of mijn lessenreeks begonnen is.

“Oké even nu niet meer schrijven. Luister.”

Ik voel het wonderlijk wortelspel. Bijzonder, zo ongebonden, maar zoveel samen. Alles samen. Niks en niemand doet het hier onder de grond alleen. Zo anders dat alle wortels hier zijn, ieder doet zijn eigen ding. Tegelijkertijd weet iedereen van de ander, ziet iedereen elkaar, en weet iedereen het kan niet anders dan samen, het ìs niet anders dan samen.

Ik voel me vereerd, dankbaar dat boom mij heeft uitgekozen om lessen bij haar te volgen. Ik geniet van de kracht en schoonheid van Beuk, van haar geduldige wijsheid.

Een voorbijgaande fietser niest en met stemgeluid schrik ik weer wakker in de alledaagse wereld. De fietser schrikt van mijn plotselinge aanwezigheid.

Goed,” zegt boom in alle rust, “mag je nu naar huis 😉 .”

In verwondering loop ik even later richting huis.

Antwoord van een boom

Het zijn verwarrende dagen.

Na een aantal jaar in een bubbel te zitten, waarin veel innerlijk werk gedaan, voelt het tijd om weer naar buiten te bewegen. Mij, mijn paradijs met de wereld te delen. Het voelt als een flinke uitdaging. Zoveel oude Andrea weggepoetst. Hoe gaat de nieuwe versie van Andrea dat aanpakken???

Ga ik dan mijn praktijk weer het leven inblazen? Ga ik luisterafstemmingen maken? Een boek schrijven? Een combinatie van voorheen of wordt het totaal iets anders?

Deze week hoor ik dat er bij mij in de buurt een boom zal worden omgekapt. Een mooie hoge boom, een karakter in zijn omgeving, een boom vol leven en het raakt me diep.

De boom zal moeten wijken voor een uitbouw van een chalet. Ik voel tegelijkertijd begrip en diep verdriet. Dit verdriet kan me ziek maken, weet ik inmiddels. Het verdriet dat we nog niet zo ver zijn met z’n allen, te weten dat een boom net zo bezield is als mens en dier, als jij en ik. Waar voor veel mensen dieren inmiddels heilig zijn, staat een boom vaak nog ‘in de weg’.

Afgelopen jaren ben ik steeds meer gaan ervaren hoe ik verbonden ben met de aarde, met de bomen, met alle wezens om me heen. Ik bèn de aarde, ik bèn de bomen, ik bèn de wezens om me heen.

Wat kan ik nu doen?

De boom zal worden neergehaald, dat staat vast.

Ik deel mijn pijn met de eigenaar en ik krijg toestemming dat ik vooraf nog een keer bij de boom mag gaan zitten. Dat is fijn. Ik geef mezelf de tijd om te laten ontstaan wat er wil gebeuren.

In de volgende dagen laat ik de boom alvast weten dat hij zal worden omgezaagd en dank de boom voor alles wat ie heeft gebracht. Verder weet ik het niet.

Na een paar dagen besluit ik met m’n block note te gaan zitten, en het de boom te vragen: Wat kan ik nog voor je doen?

Hier volgt het antwoord van de boom:

“Je mag je nog meer gaan verbinden met de bomen om je heen. De bomen die er nog zijn en die blijven. Dank voor je aandacht. Lief van je.

Nu is de volgende stap om bij de andere bomen om je heen te zijn. Daarin leef ik ook voort. En daar is je aandacht nu gewenst. Zij zullen je verder onderwijzen.

Ja, je wereld wordt fysiek kleiner, maar intern onmeetbaar groter.

Dat naar buiten toe, is goed, maar nu even niet aan de orde. Volg je stroom en dan volgt de weg naar buiten vanzelf.

Maar… ga dan ook echt met ons in gesprek. Niet alleen als je ‘t nodig hebt, als wij aan het eind van ons fysieke bestaan zijn. Onze wijsheid verdwijnt niet 🙂 Wat dacht je 😉

Nee, de meeste mensen zien het nog niet. Daarom kunnen ze ons gemakkelijk omhalen. Dat is het ergste niet. Wij verdwijnen niet. Ken je dat gezegde ‘uit het zicht, maar niet uit het hart’? Inmiddels weet je dat de wereld één grote energie-uitwisseling is. En het enige dat uiteindelijk telt, is wat in het hart verblijft. Daar vind je me terug. Mijn schoonheid, mijn liefde, mijn wijsheid.

Zie je hoe makkelijk het is om met me te praten? Nu je er echt even voor gaat zitten?

Mooi bedacht hoor, dat je een ceremonie bij me wilde houden, of een tijdje fysiek contact met me te hebben, tegen me aan te zitten. Maar op deze manier ga je een stapje verder, merk je dat? Dat is wat je mag gaan doen. Praat met ons. Schrijf het op en deel het met de mensen.

Je wilt dat ik blijf, me blijven zien om deze les te herinneren. Maar zonder mijn fysieke dood had je nog niet naar me geluisterd.

Vind me terug in jou. Ik zit in je hart. Als je me wilt zien, ik ben de bloemen, ik ben de planten, ik ben de bomen om je heen, en je voelt me als je op de aarde loopt.

Mijn liefde sprenkelt zich uit over het nieuwe huisje waar ik plaats voor maak. Leer mij daarin zien en wees blij. Daarmee eer je mijn leven, en voel je mijn energie, en ben ik niet voor niks omgezaagd.

Het is nog niet zo ver dat iedereen ons in onze waarde, in ons wezen ziet en erkent. Dat maakt je verdrietig, maar zie zelf je eigen pad en waar je vandaan komt. Geef iedereen de tijd zijn/haar eigen pad te lopen.

Tot die tijd weten we dat velen van ons het leven zullen moeten laten. Focus je om wat we hebben gebracht, en onze energie die alleen in een andere vorm verder gaat.

Onthoudt, sinds je weet van mijn einde, heb je me pas voor het eerst bewust gezien. Geniet van alle bomen die er nog zijn.

Ik voel je dankbaarheid. Dank je wel daarvoor. Dat zal me door ’t zware proces van omzagen helpen.

Fijn dat je even naar me geluisterd hebt, zus. Weet dat ik niet anders ben dan jullie.

Dat je mij nu ziet is ’t mooiste wat me had kunnen overkomen. Daarvoor was ik hier. Dank je wel. “

Is dat Liefde?

Is dat Liefde?

Ik wil bij m’n moeder zijn

ik wil haar wiegen

haar troosten

haar pijn wegnemen

haar verdriet oplossen

ik wil haar vasthouden

ik wil haar smoren

ik wil haar leven

ik wil haar zijn

Nee, dat is geen liefde.

Ik speel al langer met het thema verantwoordelijkheid. Voel me verantwoordelijk voor het welzijn van mijn moeder. Als ik dit schrijf, zie ik ineens hoe raar dat is. Hoe kan ik verantwoordelijk zijn voor iemands welzijn?

Als ik me verantwoordelijk voel, ontneem ik ook iemands eigen kracht.

Controle zegt iemand. Nee joh, ik en controle, nee hoor, dat speelt hier niet.

Het woord blijft echter in me ronddolen. Langzaam durf ik ’t steeds meer toe te laten. Er naar te kijken. Controle.

Ja, ik wil dat mijn moeder het goed heeft. Ik wil dat ze het fijn heeft. Ik wil dat ze gelukkig is.

Als ze niet blij is, is dat niet goed, dan moet ik daar iets aan doen. Als ze het niet fijn heeft, is het niet goed. Ik blijk een aardig beeld te hebben, van wat ik haar gun, hoe ik het voor mijn moeder zou willen. Hum, goed bedoeld, maar heeft wel aardig wat weg van controle…

En mag ik dat dan loslaten? Kan ik dat loslaten?

***

Af en toe bel ik mam nog even voor ’t slapen gaan. Een kort gesprekje, een “slaap lekker”, en “morgen gezond weer op hè?” “Ja mam, en jij ook hè, gezond weer op. Dat spreken we af!”

Fijn.

Deze avond loopt het gesprek anders. Er komt ter sprake dat de pedicure de volgende dag langs komt. De paniek slaat al snel toe bij haar. Want dan moet ze vroeg op, moet ze haar voeten wassen, en verder komt het gesprek niet meer. Dit zit nu in haar hoofd en blijft zich als een grote doem herhalen. Ik probeer haar gerust te stellen, maar de stress is niet meer te keren. Op cynische en veroordelende toon bedankt ze me en vraagt of ze mag ophangen. Wat ik haar heb aangedaan, dat ze zo naar bed moet… Als we ophangen voel ik me beroerd.

Shit.

Wat kan ik doen? Terugbellen? Nee, dat maakt het misschien alleen maar erger. Ik heb kleine hoop dat ze het weer vergeten is. De afdeling bellen? Ik twijfel. Wil ze niet lastigvallen zo op de avond. Bovendien, zouden ze me begrijpen? … Zal ik het toch doen? Iets in mij besluit het zo te laten.

Een paar uur later bedenk ik dat ze nu vast in slaap is, en ga ik zelf enigszins gerust naar bed.

Normaal ben ik een goeie slaper, maar niet deze nacht. Na een paar uur schrik ik wakker, kan mam haar eigen voeten nog wel wassen? Ik weet dat ze zich elke dag aan de kraan wast (douchen doet ze niet) maar dat haar voeten meestal niet meegenomen worden in de wasbeurt. Nu komt haar paniek nog meer bij me binnen. Ze zal nooit hulp vragen, en ik zie schrikbeelden dat ze uren probeert haar voeten te wassen en wat daar allemaal bij mis kan gaan.

Ik weet mezelf rustig te krijgen en val weer in slaap. Een paar uur later herhaalt zich dezelfde nachtmerrie in mijn hoofd.

Alles komt samen, mijn zorgen, mijn verantwoordelijkheidsgevoel, mijn schuldgevoel, mijn domheid, ik kan het ook niet goed doen…

Het enige wat ik nu kan doen is mam het vertrouwen geven dat het goed komt.

En kijken. Kijken in mij… ik wil het zo graag goed doen, ik wil zo graag dat mama blij is.

Mijn schuld, mijn schuld, mijn (grote) schuld.

Kan ik hier mee leven? Als het inderdaad misgaat?

Ik kijk diep en nog dieper in mij.

Tranen stromen.

Al die keren dat ik het fout deed, al die keren dat het allemaal mijn schuld was, dat ik iets niet had moeten doen, dat ik iets anders had moeten doen, dat ik mijn mond had moeten houden, dat ik mijn mond had open moeten trekken, niet goed, niet goed, helemaal niet goed.

En, in de allerdiepste diepte, vraag ik om hulp.

Hoe gênant om dit nu op te schrijven, maar ik schrijf het: ik vraag hulp aan Jezus, en ik vraag hulp aan de Heer. Geen idee wie dit zijn, en waar het vandaan komt, maar deze woorden komen uit mijn mond. Ik voel me intens nederig, soort van verslagen, alles wat ik wil zijn is weg, ik ben even niks, een blanco vel met heel veel tranen. Een afgebroken boomblad meegevoerd op de stroom van een rivier. Pijn, los, alleen, eenzaam, zonder controle, vrij, zonder verwachting.

Ik moet zo ingedommeld zijn als ik ineens in de tuin aan het werk ben en Barbara om de hoek naar me toe komt lopen. Ze ziet er precies uit, zoals toen ze nog op aarde leefde, hetzelfde postuur, hetzelfde gezicht, favoriete lichtblauwe trui, hartelijke glimlach, maar zonder de rafelranden die we in het leven met ons meedragen. ‘Heel’ zou ik het noemen. Alles is bij haar opgeruimd en heel. We omhelzen elkaar en ik huil, ik huil tranen, zoveel tranen, zo’n diep verdriet. Het is veilig bij haar en ik ben dankbaar. Dankbaar dat Bar zich in haar oude gedaante aan me laat zien, waardoor ik even helemaal het kleine zusje mag zijn. En zij even de grote zus, zoals ze die voor mij nooit is geweest (door diezelfde oude rafelranden van het leven), maar vast had willen zijn.

Ik geef me over, en laat voor het eerst alle controle los. Alle houvasten, alle overtuigingen, alle gêne, en huil in haar veilige omhelzing, de omhelzing van m’n grote zus.

Wat een cadeau.

Ook voor mijn moeder, leer ik de volgende dag. Die blijkt uiteindelijk ook voor zichzelf te kunnen zorgen, als ik haar dat vertrouwen durf te geven.

Is dat dan liefde?

Ogen dicht en springen

Zo’n 10 jaar geleden volgde ik een training voor intuïtieve ondernemers. De eerste dag werden we uitgenodigd onszelf een opdracht te geven, waarmee we buiten onze comfortabele zone zouden gaan.

Ik zat al een poosje met 3 onderwerpen in mijn hoofd, die ik heel graag de wereld in wilde slingeren. Dat zou ik nu gaan doen: 3 artikelen schrijven. Elke maand een artikel.

Geweldig zei de begeleider. Ga ik hem nog ietsje aanscherpen voor je. Je schrijft 3 stukken. Binnen 3 weken. En als je schrijft zet je de wekker. Na een uur publiceer je direct online wat je geschreven hebt.

Zo, die kwam direct binnen. Zo confronterend. Ik wist dat ik het had te doen, maar kon op dat moment alleen maar huilen.

Met die uitdaging ging ik naar huis. Zette de wekker en ging ik aan tafel zitten. En huilde. En schreef en huilde en schreef. Wat er op papier kwam had niets te maken met die boodschappen die ik in mijn hoofd had, en die ik zo graag wilde delen. Er kwam een heel ander verhaal, en ik kon alleen maar denken…wie zit hier nou op te wachten…

Uiteindelijk na een uur tikte ik het verhaal in de computer, deed mijn ogen dicht en verzond het.

De paar reacties waren onverwachts positief. Een schrale troost. Ik moest dit nog 2x doen.

De 2e keer ging niet anders. Een uur van tranen, een totaal ander verhaal dan ik had bedacht, flinke twijfels, knop om en verzenden. Ook hierop waren de paar reacties positief.

Bij de 3e keer ging het weer hetzelfde. Alleen kwam er nu nieuwsgierigheid tussendoor gepiept. Nieuwsgierig van wat er uit mijn pen zou komen. Want blijkbaar had ik daar niet veel over te zeggen.

Hierna is mijn blog ‘Andrea wandelt’ ontstaan. Schrijven en posten, zonder te veel bemoeienis van mij.

Inmiddels is de criticus weer helemaal teruggekomen. En zie ik de stilte op mijn pagina. De verhalen zingen in mij rond, ik schrijf ze, maar post niet meer, want wie zit hier nou op te wachten…

Vandaag ben ik weer gaan zitten, en wederom komen er woorden die ik niet had willen delen. Waar ik het nut niet van in zie. Wie zit hier nou op te wachten… en ik deel ze. In mij voelt het alsof er iets geboren wil worden. En dat kan alleen maar als ik me er niet mee bemoei. Het enige dat ik zeker weet, is dat ik heb te schrijven. Wat dat is en voor wie geef ik uit handen. Met tranen en flink verzet schrijf ik de woorden die komen en post ik het volgende verhaal:

Mijn moeder heeft de diagnose dementie. En ik? Ik ben haar dochter.

Al jaren ben ik bezig met opruimen. Opruimen en helen, de trauma’s in mij.

Het begon zo’n 30 jaar geleden met mijn vader. Daar speelde zo veel tussen hem en mij. Hij stond op een voetstuk, en mijn moeder hield hem daar. Hij kreeg daardoor een autoritaire plaats binnen het gezin. Als hij ’s avonds aan tafel kwam, moesten wij stil zijn. Ik was snel ‘lastig’, ‘te emotioneel om een gesprek mee te voeren’, ‘eigenwijs’, ‘onhandelbaar’, ‘niet iemand om van te houden’.

Rond mijn 20e heb ik, naar aanleiding van een workshop, een lange brief aan hem geschreven, met al mijn pijn en verwijten. Ik gaf hem alles terug wat ik niet meer wilde meedragen.

Destijds woonde ik in Amsterdam op kamers, en besloot naar Rotterdam te gaan om de brief zelf langs te brengen. Er stonden keiharde woorden in, en ik was bang dat als hij ze binnen zou laten, dat ie het misschien niet zou overleven.

Pap en de brief vertrokken naar boven, naar zijn spreekkamer, zijn privédomein. Ik zat beneden te wachten. Gespannen, met m’n oren gespitst op elke beweging van boven, een kuch, een geschuif van de stoel.

Tijd verstreek. Het bleef stil.

Uiteindelijk besloot ik naar boven te gaan. Ik klop op de deur.

Een kuch en een vragend “ja” vanuit de verte.

Ik open de deur en pap kijkt me vragend aan vanuit zijn leesstoel. Wat er is?

In de war gebracht, zeg ik hem dat ik hem net een brief heb meegegeven, en benieuwd ben naar zijn reactie. “Eh, oh, ja, ja, dat is nogal wat. Maar ja, als ik dit lees, denk ik, heb ik toch maar een mooie dochter groot gebracht.”

Als ik even later weer beneden zit voel ik me opgelucht. Hij heeft de brief gelezen zoals hij is, met redelijke afstand, ter bescherming. Het zou ook raar zijn geweest, bedenk ik me, als ie de woorden nu ineens helemaal in z’n hart had binnen laten komen. Dit was goed zo. Ik had mijn pijn en ballast aan hem teruggegeven.

Lange tijd hebben we nauwelijks een woord gewisseld en voelde het als een ongemakkelijke relatie in gezelschap.

Na een  jaar of zo realiseerde ik me dat het voor mij nu wel oké was, verwerkt, vergeven, gesleten. Ik schreef hem een kaart, om hem dat te laten weten. En ik kreeg een kaart terug. Een zeldzaamheid. Een kaart van papa.

Vanaf die tijd is er een nieuwe relatie gaan groeien. Een relatie waarin ik vooral van hem ben gaan genieten. Zijn pretoogjes, zijn onmogelijke fantasieën, zijn avontuur, zijn filosofische gedachtes, zijn grote plezier in Ouddorp en de natuur, gezelligheid en samen zijn, zijn luisterend oor en zijn onhandig kussen. Een levensgenieter. Een wijze man. En een man uit de oude doos. Pap die de liefde, warmte en gezelligheid leerde en vond bij mam. Een man die een nieuwe liefde leerde kennen bij de geboorte van zijn kleinkinderen.

Ik had geen andere vader willen hebben.

De jaren erna bleef voor mij het werk van helen en opruimen. Telkens kwam ook pap weer terug in het proces. Elke keer weer een laagje dieper.

Inmiddels heb ik mijn vader verweven met zijn ouders en grootouders en verder terug. Volgens sjamanen worden trauma’s 7 generaties doorgegeven, in westers onderzoek bij ratten, is middels hersenscans aangetoond dat trauma’s zeker 5 generaties doorgegeven worden.

Het proces met mijn vader was destijds wel duidelijk. Duidelijk wat er opgeruimd mocht worden. Ja, met zo’n vader!

Steeds nieuwsgieriger werd ik, hoe dat met mijn moeder zou zijn. Daar had ik als puber zo vaak ruzie mee. Ik had haar altijd alles voor de voeten gegooid. Dat zou toch allemaal destijds wel opgeruimd zijn?

Toen wist ik nog niet van oorlog en geheimen, van vrouw zijn en niet mogen zijn, van zorgen, zwijgen en aanpassen, van de invloeden van kerk en staat.

Mijn moeder heeft de diagnose dementie.

En ik? Ik ben haar dochter.

Bijzondere momenten tussen de sluiers

Mijn moeder heeft de diagnose dementie. Papa, zus Barbara en zus Cecilia zijn overleden. broer en ik begeleiden ons moeder in deze nieuwe fase.

Op een avond weet ik het even allemaal niet meer. Ik ben moe, geen idee hoe alles te organiseren, het is op. Als ik naar bed ga, vraag ik papa, Bar en Ciel om voor mama te zorgen. Dat ze de nacht goed door mag komen, en dat ik alles even los kan laten en een nacht door kan slapen. Oja, en vlak voor ik wegglij, vraag ik nog even om me een teken te geven. Ik slaap die nacht uitstekend en als ik de volgende ochtend mama bel, klinkt alles goed. We kletsen onze babbel, en er valt weer wat onrust van me af. Dan vertelt ze dat papa die nacht langs is geweest. “Het was zo fijn!”

Veel later valt bij mij het kwartje, die boodschap was natuurlijk mijn teken ♥

“Moeder bakt pannenkoeken maar het meel is zo duur…”

Wat verdrietig is van geen geheugen, is het missen van herinneringen. Fijn dat de pijnlijke gebeurtenissen langzaam vervagen. Het gemis, de pijn, het intense verdriet wordt zacht, verdwijnt langzaam uit het zicht.

Maar ook de mooie herinneringen verdwijnen. Wie er net op bezoek was, een gezellige middag, een fijn gesprek. Ze lossen op als nevels in de mist.

Met het pijn verdwijnt ook het fijn.

Het verlies van een dochter neemt nu ook de dochter mee. “Erg hè, ik weet het niet meer. En waarom ging ze dood?”

Tot wat er overblijft, is het moment. Meer ‘nu’ kan bijna niet. En wie ben je dan?

Wie ben je, als je nergens meer vandaan komt? Wie ben je, als je je kinderen niet meer weet.

“Moeder bakt pannenkoeken maar het meel is zo duur…”

Na een zomer waarin we ter oriëntatie tehuizen bekijken, en we langzaam een beeld krijgen van wat de mogelijkheden en vooral onmogelijkheden zijn, na een zomer waarin mam blijft zeggen, dat ze nog lang niet weg hoeft, een zomer waarin mam steeds minder naar buiten gaat, een zomer waarin broer en ik steeds vaker langs gaan, is er ineens die dag dat ze zegt, ‘ik wil verhuizen’. Haar besluit staat vast, ‘ik ga naar Gouda’. De eenzaamheid op haar flat maakt haar somber, en het gevoel afhankelijk te zijn van Gabriel en mij vindt ze vervelend.

Het is dan 7 oktober. Pas veel later maak ik de connectie met Cecilia’s sterfdag, diezelfde dag. Cecilia was een belangrijke spil in alle voorgaande verhuizingen en huizen. Zo heeft Cecilia er oa voor gezorgd dat mam na papa’s overlijden in de heerlijke ruime droomflat op de juiste verdieping met schitterend uitzicht kon gaan wonen.

Toen we in Gouda gingen kijken, stonden er 3 appartementen leeg. Een uitzonderlijke situatie. Direct wist mam welk appartement de enige juiste was. Daar zou ze gaan wonen. Na haar beslissing waren de andere appartementen snel weer verhuurd. Geholpen door het universum, waren we precies op het juiste moment voor de juiste woning. Ik kan er niet omheen dat ook nu Cecilia, vanaf de andere kant van de sluier, weer gezorgd heeft voor de beste plek voor mam.

“Moeder bakt pannenkoeken maar het meel is zo duur…”

We moeten een verhuisdatum prikken, en ik kijk in mijn agenda. Elke keer word ik getrokken naar 27 oktober. En elke keer realiseer me dat dat minder dan 2 weken is om de verhuizing te regelen. Dat is niet realistisch. Dat redden we nooit. Maar als ik verder in mijn agenda kijk, voel ik alleen maar nee, nee en nee. Bij vrijdag de 27e  weer een duidelijk ‘ja’…

Ik geef me eraan over en schrijf een appje aan de familiegroep met de kleinkinderen van oma waarin ik de bewuste dag voorstel. De één na de ander blijkt precies die vrijdag te kunnen, en voor ik het weet, is de dag vastgelegd. 3 van de 4 kleinkinderen zullen aanwezig zijn. Het zijn de kinderen van Ciel. Eén van hen heeft jarenlange ervaring als verhuizer tijdens zijn studententijd, en biedt aan de bus en alles te regelen. Jemig, als een trein die gestart is, en niet meer te stoppen. Alles loopt ineens vanzelf!

Het plan is om oma niks te vertellen. Zij gaat die dag naar de dagbesteding, en zodra ze weg is, kunnen wij aan de slag met inpakken en de rest. Ze weet dat ze binnenkort gaat verhuizen, maar niet wanneer. We hopen dat dit haar het minste stress zal geven, maar ik vind het lastig. Zij voelt natuurlijk ook van alles.

De week voor de verhuizing heeft mam veel last van haar buik en darmen.

Maandag meldt ze zich ziek voor de fysio, en ook de podotherapeut op donderdag moet ik van haar afbellen. Wanneer ik haar na een middagslaapje vertel dat ik de podotherapeut heb afgebeld, kijkt ze blij verrast, als een puber die niet verwacht had haar zin te krijgen. Ze heeft de smaak te pakken, en zegt vervolgens overmoedig: “ja, en als ik geen zin heb om vrijdag naar de Club te gaan, ga ik ook lekker niet!” Ze kijkt me uitdagend aan.

Oeps, dat wordt spannend. Ons hele verhuisplan is hier op gebouwd.

Als ze die middag naar bed gaat, vraag ik me af wat te doen.

Ik bedenk dat ik een zielsgesprek met haar kan proberen nu ze slaapt. Kijken of ze daarvoor open staat. Ik zit op de bank en mediteer mezelf naar het open veld. Ik begin in gedachte tegen haar te praten, vertel haar van ons plan, en dat we denken dat dit het beste is in deze situatie. Dat we dit zorgvuldig en vanuit liefde hebben bedacht. Misschien dat het anders beter had gekund, maar dat dit is waar wij op uitgekomen zijn. Ik vraag haar, of ze ons alsjeblieft wil vertrouwen dat het alleen en alleen vanuit onze goeie intenties is ontstaan.

Ik hoor haar nog een paar vragen stellen die ik beantwoord en dan voelt de energie rustig. Zou ze zich eraan overgeven?

Als ze later uit bed komt, vertelt ze enthousiast dat ze van alles heeft meegemaakt toen ze sliep. “Oja, en ook een heel gesprek gehad, met jou en Gabriel!”.

De lucht lijkt geklaard en ik ben er gerust op, dat ze vrijdag gewoon naar de Club zal gaan.

“Moeder bakt pannenkoeken maar het meel is zo duur…”

Ik heb inmiddels een aardig beeld van wat mam mee wil hebben, en maak daar lijsten van.

De dag van de verhuizing zelf kent wat kleine tegenvallers, maar met elkaar loopt alles geweldig. Er zijn zelfs foto’s gemaakt van haar lievelingskast met al haar dierbare foto’s en snuisterijen, welke uiteindelijk in de nieuwe woning aan de hand van deze foto’s weer precies zo ingericht wordt.

Aan het eind van de dag, als Gabriel met haar in Gouda aankomt, is haar nieuwe appartement zo goed als klaar, en net zo gezellig als de woning die ze die ochtend in Rotterdam achter zich heeft gelaten.

Wauw, zo dankbaar ben ik. En zo onder de indruk, hoe een onmogelijke klus met zoveel liefde en enthousiasme geklaard is. Vertrouwen en vertrouwen. Intenties zetten en luisteren. Niet invullen, niet controleren, maar de trein vanzelf laten rijden. Het universum weet het echt beter en mooier dan ik zelf bedenken kan.

“Moeder bakt pannenkoeken maar het meel is zo duur…”

Mam settelt zich wonderbaarlijk snel, alleen blijft ze last van haar buik en darmen houden, wat haar enorm beperkt.

Een week na de verhuizing ga ik zelf voor een healing naar Henriëtte, healer en wisdomkeeper, een bijzondere vrouw van wie ik al jaren veel mag leren. Ik noem haar ook wel mijn spiritueel moeder. Mijn mama heeft dat nooit vreemd gevonden, terwijl ik nog wel eens bang was, dat ze zich gepasseerd zou voelen. Maar ja, moeders begrijpen elkaar, respecteren ieders waarde 🙂

Tijdens de healing komt zowel bij mij als bij Henriëtte de buikklacht van mijn moeder langs. Na afloop biedt Henriëtte aan, om mama een afstandshealing te geven. Dat kan niet zonder toestemming, dus met dat aanbod bel ik de volgende dag naar mijn moeder. Als of ze erop had zitten wachten. Als of het de normaalste zaak van de wereld is, wat het voor de meeste mensen nog helemaal niet is, en zeker niet voor mijn moeder: “Nou graag!”  

Zondag ben ik bij haar en ben benieuwd of ze zich het aanbod nog kan herinneren. Weer is het voor haar allemaal bekend en vanzelfsprekend, en gaat ze op de afgesproken tijd op bed liggen.

Ik op een stoel, begin met mediteren en stem me af op het veld. Al snel krijg ik mijn bekende schokjes waarmee ik overtollige energie afvoer. Mam hoor ik zacht snurken, en in mijn buik gebeurt van alles.

Na een klein half uur, voelt mijn buik warm en vol, en hoor ik bij mam iets van een ontlading. Daarna komt ze ineens omhoog, kijkt of ze iemand ziet, zegt “nee, ze kunnen me zo niet zien” en gaat weer liggen. Dan zegt ze met heldere stem “ik ben een jonge vrouw van 83”. Het is even stil en dan “een jonge vrouw van 87”.

Vervolgens krijg ik bericht van Henriette, de healing is voorbij, en op datzelfde moment komt er ook iemand van de verzorging binnen om ons voor de lunch uit te nodigen. Het is even veel tegelijk. Of ze mijn moeder had wakker gemaakt, vraagt ze bezorgd. “Nee hoor, ik heb niet geslapen”, verzekert mijn moeder haar. We landen allebei weer in de realiteit van de dag en krijgen gezellig de lunch in haar appartement geserveerd.

Als ik haar de volgende dag bel, en vraag hoe het met haar buik gaat, is haar reactie: “Wel goed hoor.” Na een korte pauze, “Ach, ik besteed er maar geen aandacht aan, dan heb ik nergens last van. “ 🙂

“Moeder bakt pannenkoeken maar het meel is zo duur… hoe gaat het ook al weer verder?”

“Tingelingelinge pannekoek, stroop met rozijnen, tingelingelinge pannekoek, kom op bezoek.”

“Oja! “, zegt ze lachend

Schitterend Licht

Het speelt al een paar weken door m’n hoofd, de vraag “wat is liefde”?
Deze ochtend zit ik in de auto op weg naar mn danssessie, en ineens borrelt er in me op “ik-ben-doodsbang-voor-liefde”. Ik schrik ervan.
Ben ik zo bang voor iets waarvan ik niet eens weet wat het is?


Even later op de dansvloer voel ik me kwetsbaar, en begin een ontdekkingstocht naar liefde, liefde voor mij, liefde voor deze dappere meid. Dapper dat ik hier ben.
Ik dans me door mijn lijf. Ik ken liefde, ja, liefde voor buiten mij. Ik heb toch zoveel lief? Mensen, bomen, dieren, de zon en de aarde…
Maar is dat liefde? Is dat liefde als ik dat lief niet voor mijn binnen voel?
Ik roep m’n zusjes aan. Vergeet mij niet! Ik ben nog hier, en het is hier anders, weet je nog wel?! Ze zijn er bij, vrolijk en heel. Ja, die liefde ken ik wel. Ja, die liefde kennen we. Die liefde van licht en lief en sterrenzon.


Op aarde is het anders. Voelt het anders.  En nu, nu ga ik dat leren hier, met mijn lijf, in mijn lijf. Ik ga het ontdekken, ik ga liefde.
Van licht en lief en sterrenzon op aarde. Zodat ik het kan laten zien aan iedereen, hoe mooi de liefde, liefde van licht en lief en sterrenzon.

Dansen, dansen, dansen…

Ik zit met mijn moeder bij de huisarts en luister naar haar als ze de dokter vertelt over haar eenzaamheid. Ze heeft mij er al vaker over verteld, maar nu ik er als voyeur bij zit, komt het nog dieper binnen bij mij. Mijn moeder heeft altijd een kleine kring om zich heen gehad, en sinds haar beste maatjes zijn overleden, heeft ze buiten familie om, eigenlijk niemand meer om haar verhaal te delen.

Ik ben al langer geraakt door haar eenzaamheid, en wil het oplossen. Ik zoek een vriendin voor mijn moeder. Dat lukt me niet.

Als mantelzorger van mijn moeder, begin ik me af te vragen wat dat eigenlijk betekent. Wat is een mantelzorger? Wie ben ik als mantelzorger?

Ik kom tot de conclusie dat ik er voor haar ben, om haar leven te ondersteunen, waar mogelijk makkelijker te maken, en daarnaast mijn rol als kind niet te vergeten. Ik ga niet oplossen wat haar zelf in het leven niet gelukt is. Ik kàn niet oplossen wat haar zelf in het leven niet gelukt is. Dit is haar pad, en ik mag er voor haar zijn.  

Alles wat je in het leven tegenkomt is een spiegel van jezelf. Dat is hoe ik kijk. Niet eerder bewust van mijn eigen eenzaamheid begin ik die nu door mijn moeder steeds indringender te ervaren. Ik kan beter een vriendin voor mezelf zoeken! Diezelfde week krijg ik van 3 verschillende vriendinnen, die ik lang niet gezien heb, een berichtje. Hoe mooi!

Nee, dit gevoel van eenzaamheid bij mij zit hem niet in gebrek aan vriendschappen en contacten. Het gaat veel dieper dan dat.

Vriendschappen zijn voor mij om te delen en te leren, samen te lachen en te dragen. Soms houden ze me misschien wel weg van dat gevoel van eenzaamheid.

Ik denk terug aan Janny, de vrouw bij wie ik nauw betrokken was in de laatste fase van haar leven. De dag voor ze overging zei ze dat ze nog één hobbel te nemen had. Ze wist niet wat het was, maar wel dat zij die zelf moest nemen. In haar laatste uren mocht ik naast haar bed zitten, terwijl zij haar laatste hobbel aan het nemen was.

Daar zit voor mij ‘eenzaam’. In die hobbel. Op weg naar dat schitterende stuk al-een. Daar waar de liefde is. Daar waar het licht is. Het licht waar ik een splinter van ben. En jij. En jij. En jij.

Oh hoe groots als ik me dat in een fractie van een seconde realiseer! Daar wil ik niet bij. Daar kan ik niet bij. Of soms toch wel? In een meditatie. Of zittend tegen een oude wijze boom. Of als ik mijn zusjes tegenkom, als ik even daar bij hen mag zijn.

Maar ik ben hier. Mijn grootste hobbel nog te nemen. Niet om te gaan, maar om los te laten. Loslaten, de angst voor de liefde, de angst voor dat schitterende licht.

Te weten dat ik dat ben. En jij. En jij. En jij.

En wat doe jij?

Al een week zit er hele dagen een kikker in mijn kleine vijver, stil met zijn koppie boven water. Zou hij het goed hebben? Is dat wat kikkers doen? Kan ik iets voor hem betekenen?

Of hoef ik alleen maar te luisteren.

Ook heb ik afgelopen paar weken kennis gemaakt met maar liefst 6 teken. Ieder op zijn eigen moment, zich op een andere plek op mijn lijf kenbaar makend. Ik dacht dat ik ‘mijn tekenverhaal’ na zo veel jaren en zovele tekenbeten en belevenissen wel een keer kon sluiten, maar blijkbaar is er toch nog iets wat gezegd wil worden.

De teken wijzen mij op mijn grenzen die ik nog beter mag bewaken. Nog minder aanpassen, en nog meer gaan staan voor mezelf. De kikker kijkt en luistert, en wacht af… tot die grote sprong. Het voelt dat ik meer mag delen van wat ik op mijn hart heb. Hoe, dat weet ik nog niet. Dat voelt als de sprong. Me laten leiden in het schrijven wijst me vaak wel de weg.

De meest lastige vraag die ik krijg vind ik nog steeds: “en wat doe jij?”

Laatst floepte er uit: “Leven”. Ik was verrast over mezelf en mijn gesprekspartner niet minder. Jammer genoeg zorgde mijn antwoord ook voor een snelle afloop van het gesprek.

Ik zoek nog steeds naar een lekker antwoord 🙂

Mijn moeder lijkt het wonderlijk genoeg heel normaal te vinden dat ik geen baan heb en zelden over mijn praktijk vertel. Als ze me vraagt wat ik de volgende dag thuis ga doen, antwoord ik meestal wat quasi nonchalant dat het tijd is om weer eens te gaan schrijven en dat ik echt weer eens het bos in moet. Dat lijkt ze dan heel gewoon te vinden, en het pleit mij vrij van een antwoord dat ik (nog) niet heb.

Maar gister vroeg ze door. Wat schrijf je eigenlijk? Is dat in een dagboek of iets anders? Wat doe je?

Spontaan begin ik te vertellen. Ik vertel haar dat ik heb leren luisteren naar mensen en dieren op afstand, via de ziel. En dat ik weet dat dat ook met bomen kan. Ik vertel haar dat het voelt alsof het daar nu tijd voor is, om daar meer mee te gaan doen.

“Ja”, zegt ze begrijpend, en ze vervolgt alsof het de normaalste zaak van de wereld is, ‘en dat je daar nu niet meer van weg kan lopen’ (in soortgelijke woorden).

??? Heb ik dit gesprek met mijn moeder??? Werkelijk?

Ik vertel haar nog, wat het lastig maakt als er geen opleiding is, dat er dan geen opdrachten zijn die ik ‘moet uitvoeren’, maar dat alles uit mezelf dient te komen.

Dankbaar dat ik dit bij haar heb kunnen uitspreken, en dat ze mijn woorden als een zacht kussen heeft opgevangen.

Nu ik dit schrijf realiseer ik me dat ik geen kort samenvattend antwoord hoef te geven, zoals ik denk dat er van me verwacht wordt. Ik mag het doen op mijn eigen wijze.

En elke dag doe ik iets anders.

Vandaag lees ik dat er in Schotland 16 miljoen bomen zijn gekapt voor windmolenparken…

Dit bericht bepaald vandaag de loop van mijn dag.

Een zoektocht in mezelf naar alle hoekjes en verborgen plekken waar de pijn en het verdriet van dit bericht resoneert. Via verontwaardiging en onbegrip, kom ik bij de pijn van het niet gezien worden, niet mogen zijn, niet begrepen worden, niet op waarde geschat. Wat het met de bomen daar doet, doet het met mij, doet het met de bomen hier in het bos, doet het met de aarde.

Bij mij het niet begrijpen, de machteloosheid, het van de daken willen schreeuwen.

Net als toen Barbara 20 jaar geleden overleed. Wilde ik het van de daken schreeuwen. De wereld was iets vreselijks overkomen!!! De wereld is uit balans!!! In die dagen waren er veel mensen die dachten ‘we hebben het er maar niet over, dan denkt ze er niet aan, dan bestaat het even niet’, en ik, ik wilde schreeuwen.

Nu wil ik weer schreeuwen…

En het begrijpen.

Ik heb het ook lang niet begrepen, niet gevoeld, niet geweten. Tot ik leerde van een native (oorspronkelijk) dorpsgemeenschap. Daar waar als er iemand ziek is, of minder functioneert, dat dan het hele dorp een beetje ziek is, minder functioneert. En iedereen zal meewerken om beter te worden, weer in balans te komen. Iedereen voelt zich verantwoordelijk. Verantwoordelijk voor het geheel.

Bomen weten dat. Bomen zorgen voor elkaar, om het geheel zo goed mogelijk in balans te houden.

De aarde weet het. Ze doet er momenteel alles aan om terug in balans te komen.

De natuur weet het. De natuur weet.

Aan ons de uitnodiging om onszelf weer onderdeel van de natuur te gaan zien. Om samen te werken met de bomen, samen met de zon, samen met moeder aarde. Werkelijk samen.

Door de zon op mijn eigen schaduw te laten schijnen, wil ik de kaalgeslagen plekken in het licht zetten. Zodat de bomen zich gezien weten, begrepen voelen, getroost en op waarde geschat.

Wat ik doe? Het is tijd om weer eens te gaan schrijven. En straks moet ik echt weer een keer het bos in.

Mijn paradijs

Oja, wat geniet ik van mijn paradijs! Mijn creatie, mijn werkelijkheid.

Mijn tuin zal er voor anderen misschien als een rommeltje uit kunnen zien, ongeorganiseerd, of zelfs verwaarloosd. Maar zeker niet als het paradijs 😉 .

Ik zie een klaproos, verrast dat ie daar zo in haar eentje lang staat te worden en geef hem houvast aan een bamboestok die ik naast haar in de grond prik.

Even verderop een korenbloem, ook zo lang. Deze laat ik haar gang gaan, en ik zie haar een paar dagen later dapper horizontaal verder haar weg vervolgen.

Achter in de tuin hebben de kippenmeiden gewoond. Ik leer nu van het opgroeiende boeket wat er in hun voeding aan zaden heeft gezeten. Een bonte mix van geel, wit, groen en paars.

Ineens een lange spriet met knoppen. Benieuwd wat daar straks uit komt.

Tussen de zwarte bessenplanten staat het dit jaar vol met Jacobskruiskruid. Een plant die voor velen giftig is, maar niet voor de rups van de Sint Jacobsvlinder. Werkelijk honderden rupsen zie ik bewegen, eten en groeien. Inmiddels zijn de meeste planten helemaal kaalgevreten, en verwacht ik dat de rupsen zich binnenkort in de grond gaan nestelen. Ik zie enkelen nog wat andere plantjes uitproberen. Rupsjes hebben gewoon Nooit Genoeg 🙂 Slaap lekker allemaal. Nieuwsgierig naar komend voorjaar!

Vlinders zijn er dit jaar nauwelijks. Af en toe een koolwitje. Dit jaar worden de bloemen hier vooral door hommels bezocht en een enkele bij (of net andersom). Over groene blaadjes een enkel slakkenspoor. Vliegen zoemen zowel binnen als buitenshuis. Iemand heeft zich te goed gedaan aan mijn 3 aardbeien 😉

Een wesp vindt dagen achtereen haar weg naar de waterschaal op de put, om vervolgens hoog weg te vliegen naar haar volk.

Terwijl ik wacht op het uitkomen van de bloemen van de vlinderstruik voel ik me dankbaar voor de 2 jonge bomen die ik zelf gepland heb en die dapper hun plek veroveren in de droge grond.

De stilte klinkt hier met het ruizen van de bomen, het gezang en getwitter van merels, mussen en mezen, in de verte af en toe een kraai of een specht. De wolken tekenen hun eigen verhaal en de zon doet dit alles schitteren.

Ja, dit is mijn paradijs.

Mijn blote voeten op de grond. Ik voel steeds meer het leven onder mij. Of beter gezegd, voel ik me steeds meer verbonden met het leven onder mij.

Een inspirerende tekst komt langs: ‘Jij staat niet los van de aarde. Je bent de aarde; je beseft het alleen nog niet.’

En terwijl de bomen van de aarde met elkaar verbonden zijn via hun wortels, hun geur, hun trilling, hun lied, terwijl de oceanen in de vogeldrinkbakjes schitteren in het zonlicht, sluit ik mijn ogen… ik laat me kietelen door een dikke vrolijke vlieg en voel de zon op mijn armen, de wolken in mijn longen, in elke cel een oceaan, mijn wortels verweven tussen die vele andere wortels. In verbinding hoor ik mijn lied. Ik hoor het lied van de aarde.

23 maart 2023, een bijzondere geboortedag

Het zal zo rein zijn,

Zo volmaakt

Als water, licht en bloemen.

                                Chr. de Graaff

Daar wordt aan gewerkt 😉

Mijn verjaardag heb ik als kind vaak ervaren als een feestje voor anderen. Iedereen had het reuze naar de zin, en ik raakte meer en meer overprikkeld van alle bezoek en drukte. Dan werd ik huilend en tegenstribbelend naar bed gebracht, terwijl het feestje, mijn feestje gewoon doorging.

Ach, dit is misschien maar één keer zo gegaan, maar ik heb wel de herinnering als kind dat ik op mijn verjaardag vaak een bezoeker was op andermans feestje.

In de jaren daarna heb ik mijn geboortedag weer naar mezelf toegetrokken en vier ik het soms groots, soms klein, soms niet, soms anders. Precies zoals het voor mij op dat moment een feestje voelt. Niet omdat het hoort, niet omdat het moet, niet omdat anderen iets vinden.

Dit jaar vier ik mijn geboortedag klein, met mn moeder en mn broer.

Hoe leuk was het ook om dit jaar de gelegenheid te krijgen nog een andere verjaardags-dag te mogen kiezen.

Zo vanzelfsprekend werd het voor mij 23 maart 2023, 23-3-23.

Waarom?

3 Is ‘mijn geluksgetal’. Op de lagere school won ik er vaak één van de overgebleven pakjes melk mee die op vrijdagmiddag werden verloot. Topgeluk was dat! Ook op veel andere momenten was de 3 erbij. Op dit moment woon ik in het paradijs op Spechtlaan 3. Wat het ook is, 3 maakt me blij 🙂

23 is in onze familie wonderlijk genoeg een veel voorkomende datum van zowel verjaardagen als sterfdagen.

Ook mijn moeder is jarig op de 23e en het heeft jaren geduurd, dat wanneer ik vroeg hoe oud ze was, dat ze antwoordde met ’23’.

Dit alleen al maakt dat 23-3-2023 voor mij een bijzondere dag is. Daarbij heb ik al langer heel sterk het gevoel dat deze dag dit jaar een dag van omslag is, een dag van geboorte. Ik vermoed niet alleen voor mij.

En dan neem ik jullie ook graag nog even mee naar mijn tante Agnes, de jongere zus van mijn moeder. Bij leven gediagnostiseerd met manische depressie.

In mijn ogen is ze nooit ziek geweest. Als ze manisch was, was ze natuurlijk de leukste tante die ik kon hebben. Als ze depressief was, logeerde ze vaak bij ons, zat ze stil op de bank of maakte ze de keukenkastjes schoon.

Regelmatig stopte ze met haar medicatie, want die vlakte zo af en ze wilde leven! Ik zag steeds duidelijker de onmogelijke situatie waar ze in zat. Haar manier van leven paste gewoon slecht in de wereld van dat moment. Ik bedacht dat ze in een verkeerde tijd geboren was. Te laat om in de wilde natuur te leven, te vroeg voor de alternatieven van deze tijd om oorlog trauma’s te helen. Te vroeg voor de nieuwe wereld.

Op 23 januari 1992 is ze uit het leven gestapt en ik begreep het. Ik was begin 20 (23!) en bewonderde haar moed.

Omdat ik zoveel in haar herkende en dezelfde onmogelijkheid ervoer van het oprechte leven dat we beide wilden leven, speelde ik met het idee om ook uit het leven te stappen. Als ik het zo met haar eens ben, waarom zou ik hier dan nog doormodderen? Kort daarna droomde ik twee dromen. De 1e droom bevestigde onze nauwe verwantschap. Daarin waren we 2 vriendinnen die lachend de trap op renden. Allebei met 2 verschillende sokken. Iets wat we bij leven als puber expres deden. Alleen zij 30 jaar eerder.

In de 2e droom stonden we samen in een boekwinkel en was ik nieuwsgierig naar het boek dat zij in haar handen had. Ze hield het boek verborgen, keek me indringend aan, en vertelde me beslist, dat ik iets anders te doen had in dit leven. Toen ik wakker werd, wist ik dat ik moest blijven leven en dat ik een ander pad had te gaan.

Ik zie me nog die ochtend de trap aflopen, halverwege stil houden en ‘naar boven’ zei, “oké, ik beloof dat ik blijf, maar laat het alsjeblieft niet heel lang duren”.

De belofte is gebleven. De wens voor een kort leven heb ik zo’n 10 jaar later weer teruggenomen.

Die eerste jaren voelde ik Agnes heel nabij. Wist ik dat ze me op een afstand in de gaten hield en in zou grijpen, als ik de verkeerde kant op zou gaan.

Inmiddels ben ik al weer vele jaren bomvol zin in het leven en zit Agnes bij momenten op mijn schouder, gierend van de lach. Mijn tante was een hippie, een vrije geest in een wereld die er nog niet klaar voor was.

In mij is mijn tante Agnes, een hippie, een vrije geest, in een wereld die haar borst nat mag maken, want wij zijn er klaar voor!

Een ode aan Agnes, geboren 23 – 3 – 1941