Ik herdenk vandaag de liefde

Ik herdenk vandaag de liefde

Vandaag 4 mei. Een dag bekend van de dodenherdenking.

Ik kan er al jaren niet zo veel mee. Zoveel slachtoffers die in de herdenking nog steeds buitengesloten worden. Zoveel generaties nabestaanden.

In eerste instantie denk ik dan aan alle nabestaanden van hen die na de oorlog veroordeeld zijn voor hun daden. Generatie op generatie wordt die schuld doorgegeven. Bekend voor mij, omdat ik daar een product van ben. Ik schreef er eerder over.

Later leerde ik van een kleindochter van een verzetsheld, dat ook haar leven sterk is getekend door haar familiegeschiedenis. Zij kon het nooit goed doen, want het was altijd opa die zo geweldig was, onovertreffelijk. Probeer maar eens in zo’n schaduw tot bloei te komen.

Of te denken aan de kinderen van de verzetsheld die de trekker moest overhalen, in naam van de vrede en de liefde.

Of het kind van de vrouw, joods van geboorte en 40-45 te hebben overleefd. De kans gekregen om onder te duiken, maar haar buren niet.

Schuld en schaamte, en nooit goed genoeg. Waar je ook staat in de geschiedenis. Jij bent ik, en ik ben jij.

Ik herdenk vandaag de liefde

In de laatste jaren van mijn moeder, waarin haar geheugen haar steeds meer in de steek liet, kwam er meer en meer ruimte voor verwerken, loslaten, vergeven en overgave.

In die tijd kwam ik zoveel dingen tegen, die overeenkwamen, van haar kind zijn en mijn kind zijn, van haar niet vrij zijn en mijn niet vrij zijn, van haar niet mogen zijn en van mijn niet mogen zijn, haar schuld en mijn schuld. Ik schreef toen ‘ik ben haar schouders waarop ik sta’. In elkaar geklonken als een tekening van Escher. Om aan te geven hoe mijn leven met dat van mijn moeder doorweven was.

De laatste week van het aardse leven van mijn moeder heeft ze geslapen, en hadden mijn broer en ik het voorrecht om bij haar te kunnen waken. Een veilige bedding voor haar om te doen wat ze nog te doen had. Zodat zij, en daardoor ook wij, een bijzonder proces konden doorlopen.

Die week is er zoveel opgeruimd, geheeld en losgelaten, dat de gedachte bij me langs kwam “Zij is mijn schouders waarop ik sta”. Het sterke gevoel dat ik nu op mijn eigen benen kon gaan staan.

Na haar laatste adem was het gedaan. Haar proces, ons proces. Tranen van geluk, tranen van liefde, te zien hoe al haar verdriet was opgelost, 1000 kilo lichter, een prachtige vrouw, een afgerond leven.

Inmiddels voel ik haar in elke cel, in elke vezel, en weet ik, ik ben mijn moeder, mijn moeder is mij.

Ik herdenk vandaag de liefde

4 april 2025 afscheid Clara

Lieve mam,

Dank je wel.

Dank je wel dat jij er was. Dank je wel voor je liefde. Dank je wel voor je grote zorgzaamheid. Dank je wel ook voor onze ruzies. Dank je wel voor deze laatste maanden, die we zo intens met je door mochten brengen. Dank je wel dat je zo genoot van het leven, ondanks alle zware uitdagingen die je op je pad bent tegengekomen.

Want je leven was zwaar. Je begreep zelf ook niet waarom jou dit allemaal moest overkomen. En toch bleef je doorgaan en hebt genoten van het leven tot het einde.

1936 Je was 3e kind in 3 jaar tijd. Doordat de 2e, je zusje Monica ook nog eens extra veel aandacht vroeg, was er niet veel plek voor jou.

Je vertelde dat je een rustig kind was, en vaak alleen speelde. De straat uit, de weilanden in, daar waar nu alles met de RAI is volgebouwd, daar vluchtte je heen, daar was rust. Daar was jij, daar was vrij. Je vertelt er enthousiast over, hoe heerlijk je het daar had. Je was al vroeg gewend om je alleen te vermaken, en hier voelde je je fijn.

Ik denk nu aan hoe je afgelopen jaar intens genoot van een enkel bloemetje in een uitgedroogd bloembed. En van de rijk gevulde velden met narcissen. Ik zie het kleine meisje weer door de weilanden struinen, en van dezelfde dingen genieten.

De oorlog maakte je mee. In de hongerwinter tulpenbollen eten. Vreselijk verzekerde je ons. Samen met je broers mocht je naar Texel om in een gezin daar aan te sterken. Je vertelt er luchtig over, en maar een klein beetje. In het gezin had je het fijn, wist je te vertellen. Ook vertelde je wel zoiets als van gebukt over de trap kruipen om kogels te ontwijken. Het is de opstand van de Georgiërs die jullie daar hebben meegemaakt. De beelden… een zwarte bladzijde, maar daarover verder geen woord.

De oorlog eindigde en je vader werd opgepakt en naar kamp Vught gebracht. Zijn handelen in de oorlog veroordeeld.

De rest van je leven zou je hierop aangekeken worden, en leerde je om je vader te verbergen.

Toen ik zo’n 10 jaar geleden achter het verleden van mijn grootvader kwam, hebben we er voor het eerst over gesproken.

Je vertelde dat je het best goed had destijds op school, dat de nonnen heel aardig voor je waren, en je af en toe wat toestopte. Dat je broers het veel zwaarder te verduren hadden.

Je kleine zusjes waren getuige geweest van het afvoeren van jullie vader. Dat was hun groots trauma, dat hun verdere leven indrukwekkend heeft bepaald.

Geen woord werd er over gesproken.

Toen het uiteindelijk naar boven kwam, vielen er bij mij zoveel kwartjes op hun plek. Waarom je was wie je was, waarom je deed zoals je deed. Als kinderen hebben wij daar allemaal op ons eigen manier op gereageerd. Op het grote onbekende, maar alom aanwezige geheim. Míjn manier werd om alles bloot te leggen en taboes te doorbreken. Dat kenmerkt nu ook mijn verhaal.

Het niet mogen zijn wie je bent, vind ik het ergste wat er is.

Toen mam als verliefde jonge vrouw naar Noud in Rotterdam verhuisde, was ze daar helemaal alleen. Er was goed contact met de buren. Het zouden vrienden zijn. Toen ons mam aan pap vroeg of ze hen over haar vader zou vertellen, zei pap, ‘doe maar niet, als ze er verkeerd op reageren, zijn we hen kwijt, kwijt als vrienden.’ Dit sneed dwars door mij heen, toen mam dit vertelde. Ja, zo was de tijdgeest. Maar hoe kan je vrienden zijn, als je niet alles mag vertellen wat je op je hart hebt, als je je eigen vader moet verzwijgen, bij wie je niet mag zijn wie je bent, bij wie je niet mag laten zien, dat je ook trots op je vader bent? Want dat was er ook.

Het spijt me mam, maar het verhaal wil verteld. Het verhaal mag verteld.

*************  en hier laat ik het bij.

In mijn leven heb ik veel uitgewerkt met mijn vader. Dat was best een hele uitdaging. Het was geen makkelijke relatie.

Daarna werd ik nieuwsgierig wat ik toch met mijn moeder uit te werken had. We hadden in ruzies altijd alles uitgesproken, en waren inmiddels zo dicht naar elkaar toegegroeid.

Ik lijk zo veel op jou, en het proces van afgelopen jaren is nog zoveel intenser dan ik ken. Omdat de herkenning zo groot is, de liefde zo voelbaar, is het zoveel lastiger om de draad te vinden, wat van jou, wat van mij, wat bij jou te laten, wat in mij te zoeken.

Ik hou van jou, zijn woorden die wij niet hebben meegekregen, nooit gehoord, niet geleerd. Het zijn woorden die ik al een poosje aan het onderzoeken ben. Aan het proeven. Wat betekenen ze voor mij, en waar haal ik ze vandaan?

Het Vlaamse ‘ik zie u graag’ klinken fijn uit mijn mond, maar bij jou schieten ze te kort. Ik gaf je een keer het boekje cadeau “raad eens hoeveel ik van je hou” van Grote haas en Hazeltje, tezamen met de woorden ‘ik hou van je’. Die had ik ingestudeerd en eruit gewrongen. Ik wilde ze zo graag uitspreken bij jou.

Afgelopen maanden floepte het er af en toe vanzelf uit, vaker als je het niet hoorde. Maar dat geeft niet, ik zeg ze, ik voel ze, als een zachte en krachtige, een onomstotelijke waarheid, intens en puur, lieve mam, ik hou van jou.

**************

Lieve mam, wat heb je je leven bijzonder afgesloten.

Na het overlijden van Cecilia, 20 jaar nadat Barbara was overleden, ging bij jou de knop om.

Dat was te veel om te verstouwen. Je geheugen liet het steeds meer afweten. En hoe verdrietig soms ook, was het ook fijn om te zien dat je daardoor weer steeds meer van het leven kon genieten. De rauwe pijn ergens geparkeerd.

Van een leven lang  passen, aanpassen, inpassen, waardoor je soms niet zo vriendelijk was, en soms naar uit de hoek kon komen, kon je de laatste tijd steeds meer ‘jij’ zijn, en kwam de lieve Clara meer en meer naar voren. Wat kon je genieten van de gezelligheid, een praatje, iemand die de tijd voor je nam, een bloemetje, bezoek dat speciaal voor jou kwam, een wandeling.

Tot slot was het net alsof je besloten had, ik ben hier nog een week op aarde, wat wil ik nog allemaal doen? en dat heb je gedaan! Zwemmen, dansen, de plantjes verzorgen, gewandeld, plezier gemaakt en gelachen, en daarna binnen een half uur deed je het licht uit, en heb je 5 dagen geslapen alsof je eerst bij wilde slapen van dat gigantische leven, voordat je overging. Er was geen strijd, geen gevecht, pure overgave. En hoe mooi je er toen bij lag, 1000 kilo lichter, van al het verdriet ontlast, een subtiele glimlach.

Om met je eigen woorden te eindigen:

Dank je wel hè,

voor alles

en alles

en alles

Ik herdenk vandaag de liefde.

Volgens plan

Vanuit de kerk gezien is de mens schuldig. God is een boze man waarvoor de mensen hun zonden opbiechten. Ze krijgen boetedoening waarna God hen zal vergeven.

~~~~~~~~~~~~

Ik ben God, en ik vergeef mijzelf omdat de liefde voor mij oneindig groot is.

~~~~~~~~~~~~

Ik werd afgelopen week enorm geraakt door het verhaal van een man. Vader van 2 jonge kinderen, zielsgelukkig met zijn vrouw. Hij veroorzaakt een auto ongeluk waarbij zijn vrouw en 1 zoontje om het leven komen. Zijn schuldgevoel is enorm, maar door de Liefde, die nog groter blijkt te zijn, lukt het hem om zonder schuldgevoelens zijn andere zoon op te zien groeien.

Wanneer hij zelf na het ongeluk meer dood dan levend is, heeft hij een bijna dood ervaring, realiseert zich wat er gebeurd is, en wil dan ook niet terug naar het leven. Echter zijn inmiddels overleden vrouw laat hem weten dat alles goed is, dat alles ‘volgens plan’ verloopt, en dat hij terug moet, om voor zijn andere zoon te zorgen. Het lukt de man om uiteindelijk, na een indrukwekkend proces, zonder schuldgevoel, vader voor zijn zoon te zijn.

Twee dingen raken me in dit verhaal, het los kunnen laten van een immens schuldgevoel, en dat alles ‘volgens plan’ verloopt.

In deze situatie blijkt dat de vader door deze ervaring de kans krijgt om ervaringen uit zijn eigen jeugd onder ogen te zien en te helen. 

Zoiets verzin je niet van te voren.

Ik moet nu denken aan het overlijden van Barbara, mijn oudste zus. Als ik het destijds terug had kunnen draaien zou ik het direct doen. Inmiddels ben ik heel dankbaar dat ik het heb meegemaakt, omdat het me zoveel heeft gebracht. Door haar dood ben ik intens van het leven gaan genieten, heb ik een bijzonder contact met haar gekregen en zou ik nu niet zijn wie ik ben.

Steeds meer probeer ik de regie los te laten over mijn leven, en ‘het’ uit handen te geven. Het leven trekt zijn eigen plan, waar mijn fantasie te kort schiet.

‘Uw wil geschiede’ komt af en toe met z’n hoofd om de hoek kijken. Brrrr, zitten nog wel wat gevoelige kerkelijke randjes aan… Alsof ‘HIJ’ ‘het’ voor het zeggen heeft.

Is natuurlijk niet zo. Want ik ben Hij 🙂 Ik ben God.

Jij ook!

De kerk, die God buiten ons geplaatst heeft, heeft ook dat schuldgevoel in ons geplant, realiseer ik me nu.

Bizar… God, strenge man voor wie mensen nietig zijn, eigenlijk niks voorstellen, nooit goed genoeg, tenzij we onszelf wegcijferen, ons niet laten zien, ja en amen zeggen. En toch worden we verantwoordelijk gesteld voor onze daden. Hoe kunnen we die verantwoordelijkheid dragen als we God niet zijn?

Oké, dus ik ben God en ik draag verantwoordelijkheid voor mijn daden. Als ik die daden uit liefde doe, kan ik nog steeds best wel fouten maken. Ik draag de consequenties hiervan en leer ervan. Dat is leven.

Waar kan ik die schuld dan nog inpassen? Waarom raakt die schuld in dit verhaal van deze vader mij zo diep?

“Door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld…’ Het zit er als een mantra goed in geprent.

Het niet goed doen. Het nooit goed doen, zonder te snappen waarom.

Alcohol is voor mij lang een middel geweest om over schuld en schaamte heen te stappen. Die verdwenen vervolgens in een plas water en ik voelde me vrij.

Hetzelfde vrij had ik ook toen ik wandelde van Amsterdam naar Portugal.

Inmiddels heb ik veel van ‘mijn vrij’ terug ont-dekt, na mijn wandeltocht zonder alcohol.

En toch, dit verhaal van deze vader, raakt ergens diep in mij.

Ja, mijn leven is vrij en veilig. In mijn bubbel. Het voelt als tijd om weer naar buiten te stappen, de wijde wereld in. Op zoek naar werk. Fouten maken. Brrrrr. Zonder oordeel. Vanuit nieuwsgierigheid. Nieuwsgierig en leergierig. Zonder ‘het benodigde papiertje’ de juiste plek vinden. Gewoon om wie ik ben en wat ik kan.

En daar komt God met zijn plan weer om de hoek kijken. De plek waar ik graag zou willen werken, waar volgens mij de kinderen van ‘mijn dromen’ zitten, waar ik genoeg ervaring voor heb, waar ik energie van krijg, waar ik de kinderen hoor roepen, op die plek vragen ze om het papiertje dat ik niet heb.

Ik laat de regie los, en vraag God om de juiste plek, ik vraag om de kinderen waar ik iets voor kan betekenen. En laat los. Vertrouwen.

Ik ben God, dus het zal wel goed komen 😉

Bomenpraatjes

Dag Boom, waarom zijn mensen vergeten dat ze natuur zijn? Dat we allemaal aarde zijn? Ik heb zoveel vragen. Zou zo graag de mensen door mijn ogen laten kijken.

Dag meisje Sofie, dat klinkt mooi. Dat kan allemaal.

Het klinkt wat oubollig maar zo is het wel hè, “uit as zijt gij gekomen, en tot as zult gij wederkeren”. Wij ZIJN aarde, we zijn niet anders toch, Boom?

Mooi meisje, mooi.

Maar zo zien de mensen het niet. De mensen denken dat ze los zijn van de aarde.

Ach ja, hahaha. En wat maakt jou zo druk daarover?

Dat het niet klopt. Dat de wereld zo mooi is, en dat we er zo ver van weg zijn geraakt.

En jouw drukmaken, wat doet dat?

Stilte. Mijn drukmaken heeft natuurlijk geen effect, bedenk ik me…. En oeps, ja, daarachter zit het oordeel. Oh, hoe gniepig weer!

Mooie meisje, mooi. Wat gaan we doen? Of eigenlijk, wat doen we al?

Schrijven. Praten en schrijven, dat is het hè Boom?

Juist meisje Sofie, dat is het. Laat de uitkomst los en schrijf. We zijn al een eind op weg.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Dag Boom.

Dag meisje.

Ik heb geen zin in de schuur. Gek, want de sfeer is daar voor schrijven zoveel fijner. Maar ik ben even klaar met de kou.

De kou?

Ja, de kou.

Waarom maak je het dan niet warm?

Dat kost zoveel.

Hmmmm.

Zou ’t gewoon moeten doen hè?

Moeten hoeft er niks. En je kan best in je eigen huisje zitten schrijven. Maar laat dat ‘kosten’ en ‘duur’ en ‘zuinig’ nou ’s zitten.

Ja Boom. Ik ben wel heel goed in zuinig.

Zeg dat wel, van alle kanten!

Hoe is dat bij jullie, als het koud is, of juist lange tijd droog?

Oh, we passen ons aan, aan de omstandigheden. We werken minimaal als het erg koud is, en we laten onze bladeren of vruchten eerder vallen als het lang droog is. Maarrrrrr, we ervaren nóóit te kort! We nemen wat er is.

Een merel zingt

Schrijven

Wat schrijven

Luisteren

Een merel

Een merel zingt

De regen overstemt

Vol orkest

Fluiten en druppels

En zacht zoemen van de kachel

Moe

Wat te doen?

Oja, luisteren.

Dag Boom.

Dag meisje.

Ik weet niet Boom.

Oh dus je weet. Niet, dat kennen we ‘niet’.

Oké, opnieuw. Dag Boom.

Dag meisje.

Wat zal ik vandaag schrijven Boom? Wil je mij vertellen?

Maar natuurlijk!

Waarom ben ik zo moe nu?

Omdat je protesteert. Laat het gaan. Blijf zitten en luister.

Stilte

Zie je wat er gebeurt?

Ja, ik hoor alleen mijn eigen gedachte. Het is maar wat druk in mijn hoofd.

Neem je tijd.

Stilte

Schrijf het maar op.

Ik wil aan het werk. Graag. Ben klaar om weer met mensen aan de slag te gaan. Kinderen liefst. Maar het vast zitten aan werk benauwd me.

Dan zoek je iets waar je je vrij bij voelt.

Ja, ik kwam uit bij de kinderopvang, dat is vast maar ook weer vrij. Meer vrij dan bij een kind 1 op 1.

Mooi! Dus je bent er al uit?

Nou ja, ik weet niet of mijn diploma voldoende is.

Kun je vragen hè?

Zucht. Ja Boom. Vind ik allemaal wel spannend, begrijp je?

Tuurlijk! Nou ja, begrijpen… Ik heb gezien dat dat bij jullie zo kan werken.

Oh, dan vind je deze vast heel grappig Boom: ik ben bang dat ik dan heel vroeg op moet.

Dat snap ik heel goed, het hele leven heeft een ritme. Het leven van jullie heeft er iets heel vreemds van gemaakt met tijden, klokken en wekkers. Daar is geen leven tegenop gewassen. Maar meisje, vertrouw erop, dat als het jouw plek is, dat je er klaar voor bent, en dat geen wekker je hoeft te alarmeren. Dan is het de natuur die tot leven komt, en alles stroomt mee. Laat dat je uitdaging zijn, jouw ritme en flow samen brengen met de rest van de wereld.

Ik voel me ineens niet meer moe

Mooi mooi, meisje. Als je maar schrijft. Laat je niet vastzetten door wat je zou willen schrijven. Die verrassing komt nog wel. Nu mag je eerst leren vertrouwen op dit nieuwe gebied waarin alles vanzelf mag gaan. Geen censuur, geen oordeel op wat je schrijft.

Ik blijf dat wel lastig vinden.

Ja, want je oordeelt. Alles wat je schrijft is goed. Alles. En nee, wat anderen ervan vinden doet er niet toe. Jouw woorden vinden hun weg, en je verhalen zullen worden, wat er gehoord wil worden. Nu is dat dit.

Zucht. Zit hardnekkig diep in mij hè Boom?

Stilte

Oja, Boom, ik heb dat laatste niet gezegd. Ik neem het terug.

Mooi mooi meisje.

Stilte

Ik wil gewoon zo graag iets moois voor anderen schrijven, anderen blij maken, inspireren, verrassen.

Hahaha, wat denk je dat je doet? Je kunt niet ‘iets voor anderen’ schrijven. Je kunt alleen jezelf schrijven. En hoe meer je je oordeel loslaat, hoe groter je bereik wordt, hoe groter jij wordt. Dan zullen je verhalen verre reizen maken, verre reizen van heel dichtbij.

Ik snap het, ik voel het, ik verlang ernaar Boom.

Dat is heel mooi! En misschien inmiddels overbodig, maar eh, ook dit schrijven weer de lucht in.

Oh nee Boom! Pffffft.

Grapjas. Spreken we morgen weer af? Dan heb ik een verrassing voor je.

Oh hellup! … Ja, is goed. Ik zal er zijn.

Mooi! Of blijf nog even zitten.

Stilte

Dag Boom, wat zou je me willen vertellen?

Boom wijst op zijn wortels en ik ga met zijn blik mee de aarde in, en volg zijn krachtige, kronkelende wortels. Al snel zie ik niet meer waar ze vandaag komen en waar ze naar toe gaan, en of ze nog van Boom zijn of van familie.

Ik ben verrast door al het leven dat ik tegenkom, zo druk als het verkeer in een metropool, maar hier zo vredig en harmonieus.

Ik voel een diepe verbinding met alles, ondanks dat ik hier een nieuwkomer ben. Mijn blik past er als vanzelf tussen, en ik voel me direct opgenomen in het geheel. Wat is het fijn om hier te zijn. Het is alsof er geen ik en jij meer bestaat hier, en toch is ieder anders, als ook de wortels onderling verschillend zijn.

De torretjes, wurmpjes, eencelligen, mineralen, schimmeldraden, ik. En toch…  Ieder doet zijn ding, geen goed geen fout, geen hiërarchie, geen oordeel. Het is heel druk, zeker niet saai of slaperig, hééél druk. Maar vredig. Hoe dieper ik ga hoe meer alles lijkt te vertragen. Ik voel dat er naar me gekeken wordt, en word me bewust dat ik anders ben. Dat ik als kijker opval binnen deze organische beweging van leven. Het is niet vervelend, ik hoor wat gegiechel en gefluister, en zie een paar kleine kraaloogjes naar me kijken. Ik zeg “Hoi”, en daarop hoor ik van verschillende kanten op alle mogelijke toonhoogtes “hoi” “hoi” “hoi” “hoi”.

Dan komen alle boomwortels in beweging, alsof Boom met z’n tenen begint te wiebelen. Zonder dat ik iets hoef te doen, roetsj ik langs verschillende wortels omhoog, en sta weer op de aarde. Naast Boom.

Wauw Boom, dat was  fantastisch, dank je wel!

Graag gedaan meisje Sofie, heel graag gedaan.

Wat is dan mijn missie…

Nul graden in de schuur, en toch, er wil geschreven worden. Tijd om ’t nieuwe kacheltje uit te proberen.

Na een half uur meditatie en voorbereiding is het al 5 graden 🙂

Gisteren ben ik het bos ingelopen. Dat lokte toen meer dan de koude schuur. Mijn hoofd vol vragen, wat toch te doen op dit moment in mijn leven? Naast het schrijven dan. Solliciteren? En bij wie dan, bij de ouderen of juist de kinderen? Iets met mijn praktijk? Wat is toch mijn missie?

Nog maar net in het bos, plopt daar het idee dat ik een kinderhuis wil starten. Huh???

De uren daarna lijkt het wel of ik vleugels heb gekregen. Dat is het! Een kinderhuis! Natuurlijk! Zo vanzelfsprekend! Alles in mijn leven komt ineens samen.

Alle zondagswandelaars die ik tegenkom in het bos, krijgen een stralende groet van mij. Samen met de bomen zijn ze stille getuigen van mijn besluit.

Kinderen lopen als een rode draad door mijn leven, ook al wist ik op de lagere school al heel zeker dat ik zelf geen kinderen wilde. Ik verklaarde aan mijn moeder, deze lijn moet nu stoppen, zonder precies te weten wat ik ermee bedoelde. En waarom mijn eigen kinderen, er zijn er meer dan genoeg om iets voor te kunnen betekenen. En dat ik iets door te geven had, werd mij later duidelijk. Al wist ik niet wat.

Op de kleuterschool had ik een vriendje, en die woonde in een kindertehuis. Ik herinner me dat we daar karnemelk met suiker dronken. Nou, dan wilde je toch zeker wel in een kindertehuis wonen!?!

Later heb ik landen in Afrika en Zuid Amerika bezocht, en als vrijwilliger in Suriname en Kenia met kinderen gewerkt. Na elke reis was ik verbaasd dat ik weer terug naar Nederland keerde. Ergens had ik het idee dat ik daar wel een plek zou vinden om te wonen en iets voor kinderen te kunnen doen. Big Mama van een kindertehuis, dat is ooit een beeld tijdens een trance reis geweest. Maar het kwam niet op mijn pad. Wel heb ik een meisje via Bureau Jeugdzorg jarenlang 1 dag per week mee op pad en in huis gehad. Toen ik klaar was om haar pleegouder te worden, draaide de hele situatie 180 graden om en verwaterde het contact.

In één van mijn liefdesrelaties hadden wij ook het idee om kinderen in huis op te nemen. Dat is er uiteindelijk nooit van gekomen.

Het is niet dat ik dit nastreef, maar het is meer vanzelfsprekend, dat er meestal wel kinderen in mijn leven zijn. Zo was ik een paar jaar gastouder, en kon ik ook een periode op een ‘nieuwe school’ meedraaien.

Al weer even vraag ik me af, waar de kinderen zijn. Op mijn heerlijke buurmeisjes na dan, voelt het alsof het tijd is voor nieuwe kinderen en een nieuwe uitdaging voor mij.

Dat ik dan in het bos het antwoord krijg om een kinderhuis te starten, had ik niet zien aankomen. In Nederland bovendien!

Maar de energie, de vanzelfsprekendheid en het plezier wat ik die dag in het bos beleef is zo verrassend nieuw en heerlijk, dat ik helemaal meega met deze nieuwe stap in mijn leven.

Thuis gekomen weet ik dat er iets gebeurd is in het bos, ik heb lopen huppelen, en stralen, en nu weet ik niet hoe dit met mijn verstandelijke realiteit te combineren. Hoe dan? Wat dan? Er bestaan in Nederland niet eens kindertehuizen meer.

Oké, maar ik ga niet voor een kindertehuis. Het wordt een kinderhuis, weet ik. Het verschil kan ik nog niet omschrijven, maar er is een groot verschil.

Dag Boom, ben je daar? Luister je mee?

Ja meisje, dapper. En ik zeg je maar vast, posten hoor! Oh nee, geen maar, geen realistisch gedenk, zoals jullie mensen dat noemen. Hoe mooi was het niet gister, toen we even helemaal samen waren? Dat wil je toch, die stroom voelen? Dat is hem! Geniet en laat het gaan!

Ik schiet vol, brok in mijn keel, maar wil me niet laten gaan, ik wil in gesprek blijven.

Ik blijf hier wel hoor meisje. Ik loop niet zomaar weg hahaha. Goed, je lacht weer. Maak het niet zo zwaar. Geniet van wat het is, geniet van het moment. Dat is alles wat er is. Ja, het enige wat ik van je vraag, is je verhaal te delen. So what, geen waarom, geen bezwaar, gewoon delen en verder gaan. Heb je al gezien hoe warm het inmiddels is in je schuur?

9 graden.

En? Heb je er last van?

Nee, niet echt. Echt lekker is het niet, maar het is ook geen ramp.

Mooi.

Stilte.

Boom, ik weet niet zo goed hoe ik het praktisch allemaal moet doen. Wel of geen werk zoeken,…

Meisje, vraag om je kinderen en ze zullen op je pad verschijnen. Net als het huis wat er komen zal. Het is er al. En je weet het.

Weer tranen bij mij. Ik vind dit zo spannend allemaal boom. Dit is zo anders dan het altijd gegaan is.

Ja, en dat geeft niks. Dit is hoe het werkt. Hoe het werkelijk werkt. En dat ben je nu aan het ontdekken. Jij bent ons heerlijk proefwezen. En zo blij dat je schrijven kunt. Zo bereiken we de wereld.

Stilte

Alles wat er nu in je hoofd omgaat, mag je voorbij laten gaan. Het doet er niet toe. Klinkt lullig, maar het doet er niet toe. Haha daar waar je je grootste deel van je dagen mee vult, doet er niet toe! Och meisje, geloof me, het kan echt zoveel mooier.

En ik heb al zo’n mooi leven Boom.

Jaja, je weet het, en van daaruit gaan we nog eens 100 stappen verder. Oké, 100.000 stappen! Wij gaan met je mee, en jij neemt al die kinderen mee.

En weet nu, dat als het echt koud is, dat je dan ook met je vraag het bos in kan. Ik vind je overal. Maar, vergeet het niet op te schrijven. Je ziet als je ermee wacht, hoe je hoofd er mee aan de wandel gaat, mooie big mama hahaha. De praktijk volgt jou wel, maar schrijf, schrijf en schrijf.

Dank je wel Boom.

Dank je wel Sofie.

She who whispers with trees

Het schrijven is zo hetzelfde en zo helemaal anders dan voorheen. Het is afwachten wat er komt. Of Boom zich laat horen of niet. Mijn verwachtingen loslaten. In plaats van een sterke schrijfdrang voorheen, waar ik niet onderuit kan, ik Móét dan schrijven, krijg ik nu elke keer een lichte prikkel, een zachte uitnodiging om te gaan zitten. Een uitnodiging die ik ook makkelijk kan negeren. Als ik besluit op de uitnodiging in te gaan, mediteer ik om los te komen van mijn Andrea protesten en obstakels, en ga vervolgens achter mijn schrijfblok zitten. De wekker op 5 kwartier gezet.

Daar zit ik dan. Ik voel Boom achter mij. Hij is wakker. Aanwezig. Maar niks lijkt erop dat ie zal gaan praten. Hm, wat zal ik doen? Ik schrijf maar door.

Nee, ik heb geen 13 dagen lang elke dag geschreven zoals ik heilig van plan was. Alles wat ik plan of bedenk loopt tegenwoordig uit op niets.

Huhuhu…alles loopt uit op iets meisje!

Oh fijn, daar ben je Boom.

Ja, ik was wel nieuwsgierig naar wat je zou gaan schrijven, maar hier moest ik natuurlijk wel wat van zeggen.

Ik begin te voelen dat ik bij je in de leer ben Boom. Heb ook ineens de behoefte om U tegen U te zeggen.

Oh heerlijk vind ik dat! Dat streelt mijn ego, en dat vind ik een lekker gevoel.

Dat had ik niet achter u gezocht Boom. Dat u daar gevoelig voor zou zijn.

Hahaha, weet je, vanuit jullie gezien betekent “U” dat je iemand ziet, echt ziet, op waarde schat. Dat vindt iedereen fijn. Maar mijn waarde wordt er niet meer of minder van hoor. En ik ga er niet rechter van op lopen! Hahaha. Bij jullie werkt dat anders. Jullie hebben van het ego iets kroms gemaakt, zodat je er weer iets goeds en slechts aan kan verbinden. Tja, en het mag inmiddels duidelijk zijn, dat kennen wij bij ons niet. Een ego hebben we allemaal hier. Gelukkig! Anders stonden we hier niet met onze voeten in de aarde, hahaha leuke woordspeling!

Oké, even laten bezinken dit hoor.

Nee nee, laat los! Bezinken is bij jou weer bedenken. Bedenken wil controle. Laat los! Neem het mee met je in deze dagen, ego is oké en noodzakelijk. Ego is mooi.

Pffff oké. Fijn trouwens dat u er weer bent. Ik vind het fijn met u in gesprek te zijn.

Ja, dat is mooi. Als wij samen praten, laat je je controle los. Het is goed, ik zal er voor je zijn.

Dank je wel Boom.

Stilte.

Ja meisje, en ook al zitten we nog een uur verder in stilte, je gaat ook dit weer gewoon posten!

Stilte.

Boom, wat doen jullie zoal de hele dag, nu het winter is?

Wat wij doen? Haha, och meisje, wij zíjn de hele dag! Wij krijgen duiven en eksters op bezoek, af en toe een mus of koolmeesje, alhoewel die nu vaker in de groenblijvers zitten. En dan hebben we de torretjes en andere kruip en sluipers over onze huid. Soms wurmen ze zich ook naar binnen, en dan zijn we alert of we met elkaar een goeie balans vormen. Ook ik heb wel eens een zwakke plek, waar ik dan extra aandacht aan geef. Tja, en dan hebben we natuurlijk elkaar. Weten of het goed is met de anderen, we verdelen het voedsel onder elkaar, aldoor de balans behouden.

Ubuntu moet ik nu aan denken. Als iemand in het dorp ziek is, is het hele dorp een beetje ziek, en is het aan iedereen om weer heel te worden.

Ja, dat is voor ons heel vanzelfsprekend. Daar zijn jullie mensen wel ver vandaan geraakt. Maar die weg terug is ingezet, geloof me.

Ik geloof je Boom. Ik voel het in al mijn vezels.

Mooi mooi mooi. Fijn dat je dit voor ons opschrijft. Meisje Sofie.

Wat grappig dat u mij Sofie noemt.

Ja, die naam ben je niet voor niks tegengekomen. Ik ga er nog niks over zeggen. Dat wordt allemaal nog wel duidelijk.

Boom, mag ik u iets vragen?

Haha, ja zeker! Waarom dacht je dat we in gesprek waren….graag!

Oh, nou weet ik het niet meer…

Stilte.

Meisje, heb geduld. Geduld met jezelf. Het is wat het is, en dat is goed. Leer dat maar van mij, wat geduld is hahaha. Ik deel graag met je wat ik in zovele levens bij elkaar kan verzamelen. Mijn contact met andere levens is onvoorstelbaar. Probeer dat niet te visualiseren. Wacht het af. We zitten nog in de voorbereidingsfase. Nee, en ook niet bedenken! Het komt meisje Sofie, het komt.

Stilte. Alle vragen die in me opkomen, lijken vanuit mijn denken te komen. Oh wat vind ik het lastig om in stilte te zitten afwachten.

Niet afwachten… raar woord trouwens afwachten, niet wàchten. Geniet van de stilte. Het komt meisje het komt, dit is het, dit is het!

Stilte. Ik hoor de eksters hun boodschappen uitwisselen. Een merel laat weten waar die zit. Ik kijk naar m’n onrustige gevoel, dat ik vandaag niet naar mijn moeder ben gegaan. Dat ik ben gaan schrijven. Ik hou de onrust stevig vast, tot het uitgesparteld is, en ontspannen in mijn armen ligt.

Ook dit is schrijven meisje. Luisteren. Echt luisteren. En ja hoor, laat die eerste zin gewoon maar bovenaan je blaadje staan. De woorden vullen zich vanzelf.

Het is af en toe ongemakkelijk dat Boom mijn gedachte kan horen.

Haha, zie je nu! Dat is fluisteren! Och, dat de woorden zo snel tot leven zouden komen, had ik zelfs niet kunnen dromen Ha! Dag meisje Sofie, het is weer mooi vandaag.

Vertrouwen

Vandaag 1e kerstdag. Ik heb me voorgenomen de komende 13 dagen, elke dag met pen en papier te gaan zitten.  
Dat er iets mag openbarsten, mag gaan groeien, mag gaan bloeien. Ik stel me open en beschikbaar voor hetgeen gezien, gehoord wil worden. In dienst van het hogere, om in mijn kracht groots te gaan staan.

Dag Boom, ik voel je in mijn rug. Alsof je in beweging komt, na stil te hebben gewacht.

Dag meisje, ja, ik denk dat je er nu wel klaar voor bent. Goed om eerst je eigen dingen aan het papier toe te vertrouwen. Dan is er nu ruimte voor míjn woorden.

Wonderlijk hoor, Boom, dat verschil. Verschil in eigen woorden, die ik ook maar door krijg…

Hohohoho!!! Máár doorkrijg! Zo praten we niet hier. Alles is heilig. Elk woord dat doorgegeven wordt is een woord van God.

Ik schrik.

Och meisje ja, laat ik ineens het woord God vallen. Dat snap ik, dat dat je overvalt. Als het ineens zo op papier staat. 
En toch weet je ervan en gebruik je hetzelfde idee. Al vermijd je het God te noemen.

Ja, ik noem het de Bron, Het Licht, De Liefde, de Grote Geest, dat waar ik een Vonk van ben. Een Splinter. Maar God is nog zo bezoedeld. Het kan zo makkelijk verkeerd begrepen worden. Of anders geïnterpreteerd.

En daarom zijn we vandaag ook weer hier. Samen. Jij en ik. Om het woord God weer te mogen proeven, de schoonheid van al het leven.

Boom, hoe komt het toch dat ik het zo spannend vind om dit weer in  de wereld neer te zetten?

Weet je nog meisje, dat je eens als puber punkie het motto had, alle taboes te willen doorbreken? Hahaha die heb ik onthouden! 
Geeft niks joh, een beetje spannend. Je zal er veel lucht mee opklaren. Niet alleen voor jezelf. En eh, wat schreef je vandaag boven aan je blaadje?
Ja, we zijn weer goed op elkaar afgestemd vandaag.
Meisje, je bent nog zo bang om gezien te worden. Werkelijk gezien, zoals je bent.
Weet je dat kruis, dat uit de oude doos van je moeder, dat wil je zo graag dragen. Waarom doe je dat niet?

Poeh…zucht…tranen.

Ja, voel je nu? Jij weet als geen ander dat dit kruis niets met Jezus te maken heeft. Dan ben je eerst dus bang dat je geassocieerd wordt met Jezus. Mijn hemel, hoe mooi om geassocieerd te worden met deze prachtige energie! En daarbij is het kruis voor jou veeleer een teken waarbij de hemel met de aarde wordt verbonden en alle horizontale verbintenissen. Hoe zeg je dit zo mooi?

Voor mij is het kruis een teken van verzoening, waarbij hemel en aarde en de vier windrichtingen worden verbonden. De betekenis die het vóór het christendom nog had.

Meisje meisje, laat het de wereld zien! Wees zo groot als dat je bent!

Ho Boom, nou ga je echt even te ver voor mij. Ik snap het, ik zie het, maar ik poep in m’n broek.

Meisje lief, ik hoor je mantra’s en gebeden elke dag. Op die momenten ben je er zo van overtuigd dat je dit wil. Laat je nu verrassen meisje, dit is het. Dit is waar je naar verlangt. Dit is vrijheid. Dit is mogen zijn wie je bent.

Stilte.

Och och och.      
Begrijp je dat als je nog zoveel overtuigingen, of beter gezegd angsten hebt, dat dat onze gesprekken in de weg staat? Ja, wij gaan ons verhaal vertellen. Maar eerst mag jouw verhaal gehoord. Eerst mag jij vrij. Dàn zal je ons verhaal horen.
En laat ik je dit vast vertellen, wij zijn vrij. Het is net alsof de mensen ons niet willen horen, omdat het ze confronteert. Confronteert met hun eigen onvrijheid. Of ze kunnen het niet horen, omdat ze de vrijheid niet kennen, niet herkennen.
Dus ja, wij zijn er bij gebaat dat jullie vrij zijn. Vrij van zoveel aannames, van doorgegeven bizarre kennis, vrij van het denken, vrij om te zijn.
En ja, je gaat dit weer publiceren! Neem de mensen met je mee. Niet wachten op het juiste moment. Dat is er niet. En ik ben geduldig hoor, maar als ik dorst heb en het regent, begin ik met drinken, snap je?
Probeer hier nu niet te veel over na te denken meisje Sofie. Zucht maar een keer diep en weet waar je om gevraagd hebt.
Wees dankbaar. Dat is alvast een grote bomenles. Wij zijn dankbaar, dankbaar voor alles en elk moment. Want alles, alles maakt dat we zijn wie we zijn, en dat zijn we graag hahahaha.
Het is goed meisje, ik spreek je morgen weer.

Met een brede glimlach trekt boom zich weer terug in de stilte.

Mijn hemel, wat heb ik over mezelf uitgeroepen?!

Vertrouwen.

PRECIES DIT

Mijn schrijfplek is in de schuur. Koud nu wel. Afgelopen weken was er elke keer wel weer iets anders te doen, dan schrijven in een koude schuur. Maar het schrijven trekt en duwt in mij. Er wil geschreven worden. Al weet ik niet wat.

Dat weet ik bij geen één verhaal. Ik heb dan een sterke drang van binnenuit, dat er geschreven wil worden. Ik ga zitten, met pen en papier, en het verhaal rolt eruit. Daar heb ik verder weinig invloed op.

Vandaag is het net anders. Niet een sterke drang, maar een vriendelijke uitnodiging om naar de schuur te gaan. Met pen en papier, en een dikke warme trui.

De vraag die al een poosje in mij rond zingt schrijf ik bovenaan mijn witte blad.

Wat heb ik te doen in ’t schrijven?

Ik word me bewust van Boom achter de schuur.

Dag Boom.

Dag meisje. Fijn dat je er weer bent.

Ja, ik vind het ook fijn. Ik weet niet waarom ik het elke keer zo lang laat duren.

Geeft niet, je bent er nu toch? Laat het.

Oja, zo kan het ook.

Ja, je maakt je zo druk om dingen. Dingen die al weer achter ons liggen. Nou ja, beter gezegd, dingen die op een plek zijn gekomen waar je ze mag laten. Weet je dat je elk moment opnieuw kan kiezen? Dat is in het moment leven. Je kiest er nu voor om te schrijven. Het is 12 graden in je schuur, en toch heb je het niet zo koud als dat je in je hoofd vooraf had bedacht. Gewoon omdat je hebt gekozen voor het verhaal dat je vandaag in de schuur wil schrijven. Als je nu ook nog los laat wat je wil schrijven, dan hebben we het goed samen :-). Maar dat laatste lukt je wel, zeker als je met mij in gesprek gaat. Want wie kan er nou bedenken wat ik zal gaan zeggen, hahahahaha! Niet zo streng meisje. Je doet het goed.

Het verrast me zo Boom, dat je zo vrolijk bent, en nee, ik had nooit kunnen bedenken dat je regelmatig zo zou schaterlachen.

Ach jullie mensen zijn vaak wel zwaar op de hand hoor. Zeker vergeleken met ons bomen. Waarom zouden wij niet schaterlachen?

Grappig, maar schaterlachen voel ik in mijn buik, en ervaar ik als heel beweeglijk. Ik denk omdat jullie zo stijf staan, dat ik schaterlachen niet met jullie fysieke verschijning in verband breng.

Tja, weer een beperkte gedachte van mens. Eigenlijk een beetje zelfingenomen als ik heel eerlijk ben. Maar geeft niks meisje. We zijn hier nu om wat dingen aan het licht te brengen. Ik ben reuze blij met jou openheid en bereidheid om naar ons te luisteren. Werkelijk te luisteren. Het is mooi dat je me kan horen schaterlachen. En waarom zouden we niet? Het leven is mooi, nietwaar?

Ehm, daar denken veel mensen toch wel anders over.

Oké, maar wat vind jij?

Ja, ik vind het leven ook mooi. Zeker als ik zo met jou in gesprek ben. Of met anderen. Wanneer ik die verbondenheid voel, dat we samen één. Allemaal anders, en tegelijk met elkaar verbonden.

En dat is het meisje. Dat is het. En laten wij bomen dat nou altijd voelen, of liever gezegd, ervaren. Dat is het leven. Dat is vrijheid. En weet je, leven mag vrijheid zijn. Ik zal niet zeggen, leven is vrijheid, want dan haken de lezers af. Maar leven mag vrijheid zijn. Probeer daar maar eens een poosje mee te zijn. Kijken wat dat met je doet.

Ik merk dat mijn hart een sprongetje maakt, en dat er van binnen iets gaat kriebelen. Tegelijk weet ik dat ik straks weer ‘moeilijk’ ga zitten doen over allerlei praktische levens zaken.

Mooi mooi mooi. Heel mooi. Ik denk dat ik de goeie woorden voor je heb gevonden. Het leven mag vrijheid zijn. Och meisje, er wacht je zoveel moois op deze ontdekkingsreis!

Stilte, ik ben in gedachte.

UH UUH!!! Natuurlijk breng je dit verhaal online!!! Ik hoorde je wel denken en sputteren hoor! We praten hier met elkaar om de wereld met ons mee te nemen. Ik wil gehoord worden, en daarin heb ik jou nodig! Jij WEET dat leven vrijheid is, en dat krijgt alleen betekenis als we de wereld op de hoogte brengen. Je begon vandaag met de vraag, wat je toch te doen hebt met schrijven.
Dit. Dit meisje. Dit.

Stilte. In mij protesteert er van alles op de plekken waar het zojuist nog kriebelde.

Precies dit, zegt Boom, en sluit zijn ogen met een tevreden glimlach.

Gesprek met Eik

Ik schrijf. Wat wil er geschreven worden?

Ik wil zo vrij zijn als de walvissen onder water. Vrij van last, vrij van ballast, vrij van schaamte. Mogen zijn wie ik ben. Bang mijn stem te laten horen. Bang dat ik aan de schandpaal kom.

Tja, toch beter het risico nemen.

Achter mijn schuur, waar ik inmiddels een schrijftafel heb neergezet, staat een boom. Een Eik. Als ik schrijf voel ik zijn aanwezigheid in mijn rug. Ik ben hier niet alleen. Boom is er ook.

Boom is eenvoudig in al zijn eik-zijn.

Boom groeit zonder dat ik het kan zien.

Onopvallend is Boom.

Totdat je hem ziet.

Echt ziet.

Hij roept niet, doet niet zijn best, of laat z’n takken hangen van verdriet. Nee, Boom wacht. Geduldig. Totdat ie een keer gezien wordt.

En is het niet in dit leven dan is er een volgend leven. Dan zijn er (los van alle vogels, insecten en meer) broers en zussen, ouders en kinderen waar boom mee verbonden is. Wereld wijd. Een onvoorstelbaar ondergronds netwerk van bomen. “Als één van ons gezien wordt, worden we allemaal een beetje gezien”, vertelt Boom mij. “Dan voel ik dat, en geef het weer door aan de anderen. Zo houden we ons in stand. Door samen te zijn. Ook als iemand van ons ziek is, dan sturen we wat van onze reserves die kant op. Nee, alleen van onze reserves. Dat zie ik bij jullie mensen, jullie geven soms veel meer dan dat.

We zien dat met verbazing en zielenpijn aan. Ja, wij hebben een ziel. Maar goed, dat is voor een ander keer.

Misschien helpt het omdat wij niet kunnen lopen. Als wij meer dan onze reserves zouden weggeven, dan is ’t snel met ons gedaan. Ons midden wordt dan snel verzwakt, kracht neemt af en we zullen knakken. Einde.

Jullie midden wordt ook verzwakt, maar jullie bewegen er omheen lijkt het wel, om het niet te zien, niet te voelen. Hoe kan ik het je uitleggen hoe ik het zie?

Haha, probeer gewoon een dagje Boom te zijn. Te Zijn. Ga met ons wortels mee de aarde in en kronkel door naar mijn familie. Je zult zien. Het houdt niet op. En dat terwijl je nog steeds op diezelfde plek bent. Op de aarde. In je kracht. Mooi.

Je voedt jezelf: je vraagt en geeft. Je vraagt nooit meer dan er is, je geeft niet meer dan je kunt missen.”

Boom, kun je zeggen, waarom vind ik het vaak makkelijker om veel weg te geven, dan te vragen wat ik nodig heb?

“Meisje, heb je net mijn verhaal gehoord? Heb je werkelijk geluisterd? In jouw vraag schuilt oordeel. Dat kennen wij niet. Als jij goed naar jezelf luistert, zul je vragen wat je nodig hebt en zul je nooit méér weggeven dan je reserves.

Luisteren kunnen wij bomen als de beste. Echt luisteren. Naar elkaar, naar de planten, naar alle dieren, naar ons moeder aarde, de zon, de wind en de regen.

Luisteren doen mensen bijna niet meer. Niet naar elkaar, niet naar zichzelf. Niet naar de bomen, de vogels, de wormen en de vissen. Niet naar de aarde.

En dan bedoel ik luisteren. Werkelijk luisteren.

Het doet ons deugd dat jij af en toe een poging doet. Ik wil je daar graag bij helpen, want ja, ik vind het heerlijk om gehoord te worden! Haha.

Wij zijn echt niet veel anders dan jullie mensen, al denken jullie vaak van wel.

Eigenlijk is het heel simpel, wij allen zijn wezens van de natuur en moeder aarde, en ieder van ons wil gezien en gehoord worden.

Uiteindelijk is dat het enige wat ons allen met moeder Aarde zal helen.

Luisteren naar elkaar, werkelijk luisteren. Elkaar zien, werkelijk zien.

Haha, dat is het enige moment dat ik het jammer vind dat ik mij fysiek niet zo kan voortbewegen als jullie. Om nu samen met jou een dansje te doen door de straten, zodat de mensen ons kunnen zien.

Maar ja, daar zit jouw kracht. Beweeg! Beweeg op jouw manier en vertel ons verhaal. Je weet nu waar ik ben. Je hoeft alleen maar te luisteren. En… er komt een moment dat de mensen ons samen zullen zien dansen.”

Tranen in m’n ogen. Wat een boodschap. Wat een broederschap ervaar ik.

Dank je wel Boom. Dank voor je woorden, dank voor dit contact.

Ik vind het spannend, maar ik zal je woorden delen. Delen met hen die willen luisteren. Dank je wel.

Naakt

Al weer weken word ik er geregeld door de teken aan herinnerd dat ik nog wat uit te zoeken heb. Voor ziektes ben ik niet bang. Niet meer. Maar de teken weten me wel heel vaak te vinden, en de jeuk die ze me elke keer bezorgen, na een paar uur ‘aan de tap’ in mijn huid, duurt lang en is vreselijk irritant. Het brengt me terug bij hun boodschap: stel je grenzen en wees helder.

Een prachtige foto komt langs op social media. Een foto van een gehurkte vrouw aan de rand van een poel in het bos. Zijaanzicht. Ze is bloot. En ik snap de schoonheid, ik zie de boodschap, maar ik kan alleen maar denken, ‘wat zijn we toch lelijk’. Ik ervaar haar als totaal misplaatst in de schoonheid om haar heen.

De reacties onder de post zijn liefdevol en van een eigen schoonheid, wat nog meer maakt dat ik mijn reactie ongemakkelijk, ongepast en onsmakelijk vind. Ik zal mijn reactie dan ook nóóit met iemand delen.

Nou ja, hier dan nu dus toch.

Waarom zie ik het anders dan anderen? Waarom ervaar ik deze foto toch zo? Zij is zo puur natuur, de foto, haar houding, haar liefdevolle intentie, alles zo puur en schoon.

En toch heb ik niet anders dan deze gedachte, of eigenlijk een gevoel, een fysiek ondergronds schuren, “wat zijn we toch lelijk”. Ik zie alleen maar hoe lelijk de mens is. Ik kijk rond in mijn tuin en zie al die schitterende kleuren, het groen, de rust, het zijn in stilte met wat er is.

En de mens daarin???

Vergelijk ik ons met een hond, een kikker of een koe, dan bevestigt dat voor mij alleen maar onze armoede in schoonheid.

Ik zie een vrolijke broek aan de waslijn. Ja, dat hebben we nodig om een beetje kleur te verspreiden. Kleren, kleur om ‘het’ leuk te maken. Mijn blote vlees zie ik niet sprankelen en opgaan tussen al het andere natuurschoon.

Wat kan ik hiermee, wat moet ik hiermee, en waarom houdt die foto mij zo bezig? Is het dat deze vrouw zich vast laat leggen op beeld wat me stoort? Is het dat er toch iets schort aan haar intentie? Ik geloof het niet.

Als ik dan denk aan oude natuurvolken, vastgelegd op film, die vind ik wel passen, vind ik wel schoon… Tja, maar die léven ook natuur. Dan valt voor mij een kwartje: Het is die gewassen roze onaangepaste huid van ons, die afstand laat zien tot de natuur waar wij ons van hebben losgekoppeld. Door onze huid laten we zien hoe ver, hoe ver de aarde, hoe ver het leven samen, hoe ver het leven met, hoe ver het leven als natuur.

En een ander kwartje valt. Of een gulden. Ik wil óók van de foto genieten. Net als al die anderen…

Stel je grenzen en wees helder. 

Mijn eigen naaktheid.

Anders zijn. Lastig. Liever niet opvallen. Liever niet raar.

Ik wil anders zijn. Anders dan ik zelf ben.

Ik wil niet anders zijn. Niet anders dan jij.

Vaak begrijp ik mezelf niet. Zie ik het anders. Ervaar ik het anders. Maar ik reageer niet anders. Liever niet. Liever niet anders dan jij. Je zou me kunnen zien. Je zou me kunnen leren kennen. Als ik mezelf laat zien.

Hoe bizar. Ik wil niets liever dan gezien worden. Gezien om wie ik ben. Gezien zoals ik ben. Maar mezelf laten zien? Liever niet. Dan val ik op. Dan zie je mij. Nee, ik pas me wel aan. Anders zul je me wel raar vinden. Raar omdat ik anders ben. Ik snap mezelf ook vaak niet. Behalve wanneer ik anders ben, voel ik me blijer. Als ik niet ‘gewenst doe’, ben ik vrijer. Maar ik pas me aan. Dat kan ik heel goed. En dat vinden jullie fijn. Toch?

Ik in ieder geval wel. Of niet. Of wel.

In mij vechten twee wolven met elkaar, de ene die ik niet ben, en de andere die ik niet wil zijn.

Ik ben de laatste. Ik ben die ik niet wil zijn. En àls ik die ben, voel ik me licht, voel ik me blij. Vrij.

Dan voel ik me misschien zoals ik die foto zie: een gehurkte vrouw aan de rand van een poel in het bos. Zijaanzicht. Naakt. Puur en schoon. Misschien misplaatst maar vrij. Ik.

Stel je grenzen en wees helder.

Ach, pleasen is zoveel makkelijker…

maar ik kom er niet meer mee weg.

Dan maar niet zo aardig zijn, niet zo meegaand en inschikkelijk.

AOOOOW, vind me aardig! Vind me leuk! Zie me, maar zie mij niet.

Zie me, maar zie mij niet.

Pfffff. Zie me. Zie mij. Zie je mij?

Hier ben ik. Dit ben ik. Ik ken mij niet. Toch ben ik.

Ik ben.

Verscholen achter

Ben ik

Kom ik tevoorschijn

Niet zoals

Maar ik

Ik ben

Hier en laat me zien

Spannèèèèèèènd

Naakt

Niet zo lief

Niet zo wenselijk

Niet zo aangepast

Maar ik

Eigen ik

Ik eigen

Vaak begrijp ik mij niet

Ik laat het nu gaan

En volg mij

Nieuwsgierig

Nieuwsgierig naar mij

Geen sluiers, geen smoesjes

Geen excuus en geen omweg

Kristal helder sta ik hier

Met duidelijke contouren

En poedelnaakt

Ik ben er

Hier

Voor u

En laat mij zien.