23 maart 2023, een bijzondere geboortedag

Het zal zo rein zijn,

Zo volmaakt

Als water, licht en bloemen.

                                Chr. de Graaff

Daar wordt aan gewerkt 😉

Mijn verjaardag heb ik als kind vaak ervaren als een feestje voor anderen. Iedereen had het reuze naar de zin, en ik raakte meer en meer overprikkeld van alle bezoek en drukte. Dan werd ik huilend en tegenstribbelend naar bed gebracht, terwijl het feestje, mijn feestje gewoon doorging.

Ach, dit is misschien maar één keer zo gegaan, maar ik heb wel de herinnering als kind dat ik op mijn verjaardag vaak een bezoeker was op andermans feestje.

In de jaren daarna heb ik mijn geboortedag weer naar mezelf toegetrokken en vier ik het soms groots, soms klein, soms niet, soms anders. Precies zoals het voor mij op dat moment een feestje voelt. Niet omdat het hoort, niet omdat het moet, niet omdat anderen iets vinden.

Dit jaar vier ik mijn geboortedag klein, met mn moeder en mn broer.

Hoe leuk was het ook om dit jaar de gelegenheid te krijgen nog een andere verjaardags-dag te mogen kiezen.

Zo vanzelfsprekend werd het voor mij 23 maart 2023, 23-3-23.

Waarom?

3 Is ‘mijn geluksgetal’. Op de lagere school won ik er vaak één van de overgebleven pakjes melk mee die op vrijdagmiddag werden verloot. Topgeluk was dat! Ook op veel andere momenten was de 3 erbij. Op dit moment woon ik in het paradijs op Spechtlaan 3. Wat het ook is, 3 maakt me blij 🙂

23 is in onze familie wonderlijk genoeg een veel voorkomende datum van zowel verjaardagen als sterfdagen.

Ook mijn moeder is jarig op de 23e en het heeft jaren geduurd, dat wanneer ik vroeg hoe oud ze was, dat ze antwoordde met ’23’.

Dit alleen al maakt dat 23-3-2023 voor mij een bijzondere dag is. Daarbij heb ik al langer heel sterk het gevoel dat deze dag dit jaar een dag van omslag is, een dag van geboorte. Ik vermoed niet alleen voor mij.

En dan neem ik jullie ook graag nog even mee naar mijn tante Agnes, de jongere zus van mijn moeder. Bij leven gediagnostiseerd met manische depressie.

In mijn ogen is ze nooit ziek geweest. Als ze manisch was, was ze natuurlijk de leukste tante die ik kon hebben. Als ze depressief was, logeerde ze vaak bij ons, zat ze stil op de bank of maakte ze de keukenkastjes schoon.

Regelmatig stopte ze met haar medicatie, want die vlakte zo af en ze wilde leven! Ik zag steeds duidelijker de onmogelijke situatie waar ze in zat. Haar manier van leven paste gewoon slecht in de wereld van dat moment. Ik bedacht dat ze in een verkeerde tijd geboren was. Te laat om in de wilde natuur te leven, te vroeg voor de alternatieven van deze tijd om oorlog trauma’s te helen. Te vroeg voor de nieuwe wereld.

Op 23 januari 1992 is ze uit het leven gestapt en ik begreep het. Ik was begin 20 (23!) en bewonderde haar moed.

Omdat ik zoveel in haar herkende en dezelfde onmogelijkheid ervoer van het oprechte leven dat we beide wilden leven, speelde ik met het idee om ook uit het leven te stappen. Als ik het zo met haar eens ben, waarom zou ik hier dan nog doormodderen? Kort daarna droomde ik twee dromen. De 1e droom bevestigde onze nauwe verwantschap. Daarin waren we 2 vriendinnen die lachend de trap op renden. Allebei met 2 verschillende sokken. Iets wat we bij leven als puber expres deden. Alleen zij 30 jaar eerder.

In de 2e droom stonden we samen in een boekwinkel en was ik nieuwsgierig naar het boek dat zij in haar handen had. Ze hield het boek verborgen, keek me indringend aan, en vertelde me beslist, dat ik iets anders te doen had in dit leven. Toen ik wakker werd, wist ik dat ik moest blijven leven en dat ik een ander pad had te gaan.

Ik zie me nog die ochtend de trap aflopen, halverwege stil houden en ‘naar boven’ zei, “okĂ©, ik beloof dat ik blijf, maar laat het alsjeblieft niet heel lang duren”.

De belofte is gebleven. De wens voor een kort leven heb ik zo’n 10 jaar later weer teruggenomen.

Die eerste jaren voelde ik Agnes heel nabij. Wist ik dat ze me op een afstand in de gaten hield en in zou grijpen, als ik de verkeerde kant op zou gaan.

Inmiddels ben ik al weer vele jaren bomvol zin in het leven en zit Agnes bij momenten op mijn schouder, gierend van de lach. Mijn tante was een hippie, een vrije geest in een wereld die er nog niet klaar voor was.

In mij is mijn tante Agnes, een hippie, een vrije geest, in een wereld die haar borst nat mag maken, want wij zijn er klaar voor!

Een ode aan Agnes, geboren 23 – 3 – 1941

Liefde

Pas als we zien wie de aarde is,

Wie elke boom en elke soort.

Dat alles en alles net zo bezield is als jij en ik.

Pas als we de aarde zien,

Pas als we zien

Dan zijn we de dualiteit voorbij

Dan is licht net zo mooi en waardevol als donker

Dan ben jij net zo mooi en waardevol als ik

Dan weet dat links niet zonder rechts en rechts niet zonder links

Dat yin net zoveel yang nodig heeft voor balans

Dat de vrouw net zoveel man in zich draagt als nodig om tot haar recht te komen

En de man zoveel vrouw

Dat de berg zo mooi en waardevol is, door schaduw Ăšn zonnekant

Het spiegelbeeld bestaat door z’n reflectie

De sterren schitteren door de nacht

Dat ik ben door jou.

Als ik mij zelf liefheb. Werkelijk liefheb, m’n licht en m’n donker

En jij, als jij jezelf liefhebt, werkelijk liefhebt, je licht en je donker

Als wij onszelf zien, zoals we de aarde zien in al haar pracht en kracht en zacht

Het wonder dat ze is

Het wonder dat jij bent

Het wonder dat is

Dan vallen alle woorden op de grond,

En het is stil.

Een zacht gefluister

Er is maar één kant

Laten we de Liefde


De aarde spreekt

Luister maar

8 maart 2023 Een vrouwendag

“Als gij niet wordt als kleine kinderen, zult gij het Rijk der Hemelen niet binnengaan.”

Ik sta op de dansvloer, en ineens zie ik de schoonheid van het moment. Hoe mooi en bijzonder is het dat ik samen met mijn moeder mag lopen, beiden op weg naar het kind dat we waren, dat we hadden willen zijn, niet mochten zijn. Zoveel herkenning en toch ieder ons eigen pad.

Mijn moeder en ik hebben een soort symbiotische relatie. Ik voel haar pijn en haar verdriet, ik beleef haar angsten en haar plezier. Ik hou heel veel van haar. Wat is dat toch, houden van? En kan ik dan net zoveel van mij houden als van haar? Deze vragen zijn aanleiding voor mijn zoektocht. Wat maakt dat ik me zo verstrengeld voel met haar? Hoe kan ik onze verstrengeling ontwarren, zodat we naast elkaar kunnen staan. Kort geleden schreef ik de toen prachtige zin “Ik ben haar schouders waarop ik sta”. Als ‘een Escher’ in elkaar geklonken, versmolten. Mijn uitdaging nu om het schilderij uit elkaar te trekken, zodat we ieder op ons eigen schouders kunnen vertrouwen.

Lieve mama, daar sta je dan tegenover mij en zegt: “Ik ben lastig hù?”

Er valt een stilte en het stormt. In mij, tussen ons. Ineens zie ik jou als klein meisje tegenover je eigen moeder staan en tegelijk zie ik mij als kleine meid tegenover jou. Allebei met dat zelfde zinnetje, ‘ik ben lastig hù?’.

Later vertel je me, dat je altijd te horen kreeg dat je zo’n rustig kind was. Je was 3e in het gezin waarin elk jaar een kind geboren werd. Monica, je oudere zusje, had een flinke rugzak bij de geboorte meegekregen, en vroeg veel aandacht. Zo niet alle aandacht. Ik zie jou dan wel als braaf en rustig kind rond hobbelen. Waar was er immers plaats voor jou? Je trok je eigen plan en speelde veel alleen. Je vertelt graag over de weilanden dicht bij jullie huis, vandaag de dag volgebouwd met straten, spoorlijn en de RAI. Eens weilanden, uitgestrekte velden. Eens. Toen jij een meisje was. Daar speelde je veel. Alleen. Dat vond je prima.

En nu, ergens in je laatste fase van dit leven, nu begin je je uit te spreken, voor jezelf op te komen, jezelf te laten zien. Goeie gesprekken en verdriet wisselen elkaar af met de slappe lach, eindeloos spelletjes spelen, en ineens gekke geluiden maken waarna je opgewekt en trots zegt: “goed hù, kan ik dat!” Het is alsof je eindelijk dat kind mag zijn, waar destijds geen ruimte voor was.

Je bent je bewust dat je nu soms lastig bent. Althans, dat ik jou wel eens lastig zou kunnen vinden.

Maar nee, zeker niet, ik vind jou niet lastig. De situatie kan soms wel een uitdaging zijn. Maar lastig, nee, dat ben je niet.

Wat is lastig? Als ik mezelf wegcijfer ben ik niet lastig. Als ik me aanpas, me niet uitspreek, mee ga met de ander, ben ik niet lastig. Niemand tot last.

Ik was wÚl lastig. Dat werd mij als kind verteld. Ik liet van me horen. Ik was druk en enthousiast en wilde van alles delen. Ik kon aan één stuk door praten. Er was ook zoveel te vertellen!

Tot dat zinnetje van jou, ‘kan je alsjeblieft even 5 minuten je mond houden?’

Oh wat vond ik dat ingewikkeld! Al die verhalen, al die indrukken
. Maar ik werd er steeds beter in, mijn mond houden. En op den duur voelde ik wanneer het zinnetje eraan zat te komen, en voordat je het uit kon spreken, beloofde ik dat ik 5 minuten mn mond ging houden, maar dat ik nog even een alleràllerlaatste iets moest zeggen. ‘En daarna hou ik echt mijn mond hoor!’

Ik werd steeds meer een pannetje met kokend water, waarvan de klapperende deksel af en toe even goed werd aangeduwd. Er volgden daardoor wel steeds vaker uitbarstingen.

En gisteren 8 maart 2023 vonden we samen dit briefje in een laatje:

Lieve Mama

Het spijd me verschrikkelijk erg.

Ik brobeer het telkens weer,

Maar het lukt me gewoon niet.

Maar ik hou vol.

Wilt u me vergeven en denken

als ik weer iets fout doe: “Andrea

brobeerd het”. Want pappa vertelde

de net: “Als je vol houd kom je er

wel.” En dat neem ik nu aan.

Ik hoop dat u deze dag weer

gauw vergeet, dan probeer ik

voortaan betere dagen

bij u te bezorgen.

Welterusten

mama, tot, de

hopelijk goede

dag, morgen.

Andrea

(januari “79, 5e klas, 10 jaar)

We schrikken er allebei van. Even is het stil.

Ik vertel je dat we vroeger niet zo’n goeie relatie hadden. Dat we heel vaak ruzie hadden. ‘Echt waar?’ vraag je verbaasd. ‘En we hebben het nu zo leuk met elkaar!’ zeg je verwonderd.

Het briefje gaat terug in het mapje. “Je krijgt het nog niet hoor!”. “Nee, dat is goed hoor, ik maak er even een fotootje van.”

We gaan er allebei mee aan de slag. Ieder in ons eigen wereld, ieder ons eigen proces.

Wat verdrietig dat we dit briefje hebben gevonden. Nee, verdrietig dat dit briefje eens geschreven is. Verdriet van het niet mogen zijn. Wat een cadeau juist om het te vinden! Nee, niet fijn. Oude pijn. Maar zo mooi
 voor ons allebei.

Terug ben ik, op de dansvloer. ‘Ik ben lastig hĂš?’ hoor ik opnieuw in mijn hoofd, waarop 3 werelden in elkaar verglijden. De situatie van het moment, en de 2 kleine meisjes met hun moeders. Samen met mijn moeder ons kind ont-dekken, zij de hare, ik de mijne, samen en apart, onze geschiedenis herschrijven, naast elkaar in de wereld van nu. Hoe bijzonder, allebei weer kind mogen zijn. Het kind dat we wilden zijn, het kind dat we waren. ‘Kinds’, zeg je, ‘ja, ik word echt kinds’. Dwars door pijn en verdriet vlieg ik over de dansvloer. ‘Jaaaa’, roept het in mij, ‘en ik ook!’

Echte kippenliefde (k9)

Ach lieve meiden, wat ben ik toch van jullie gaan houden. Wie had dat gedacht een half jaar geleden. Samen met een buurman (I) zou ik voor jullie gaan zorgen en van jullie eitjes genieten. De buurman (I) verhuisde en ik mocht jullie zelf een thuis geven, jullie leren kennen. Jullie. Kippen. Voor mij totaal vreemde wezens.

Jullie onrust maakte mij onrustig. Of was het mijn onrust die jullie onrustig maakte?  Ik bleek jullie zielentaal te verstaan, maar van de kippentaal begreep ik niks.

Zodra jullie een deur hoorden, mijn aanwezigheid voelden, of mijn glurende blik door een kier in het gordijn waarnamen, stormden jullie naar het hek om vervolgens heftig ‘te gaan zitten te tokken’. Als een wanhopige moeder met een jengelend kind in de supermarkt, bereid de hele snoepafdeling aan haar kind te schenken in ruil voor stilte en rust, heb ik jullie vol gemest met allerlei kippensnoep. Elke keer in de hoop dat jullie getok en gevraag op zou houden. Telkens voor een korte adempauze, maar zodra de versnapering op was, ging het getokkel weer verder. Soms deed ik gewoon de gordijnen dicht om jullie even buiten te sluiten.

Inmiddels zit ik geregeld bij jullie samen in het hok, krijgen jullie geen paniek-voeding meer en zijn jullie heerlijk rustig geworden. Of ben ik het, die een stuk rustiger is geworden?

Oh wat ben ik van jullie gaan houden. Verstandige Henneke, wijze Donna, niet te temmen Zus, en ongecompliceerde Vera.

Tegelijk ben ik blijven twijfelen over jullie plek hier bij mij. Het ene moment weet ik zeker dat ik een nieuw thuis voor jullie ga zoeken, om mijzelf nog geen uur later in de Gamma terug te vinden, materiaal kopend om het hok uit te breiden.

Inmiddels is er voldoende kippenhulp om jullie eten en aandacht te geven als ik er niet ben. Mijn moeder die gewend was hooguit een eitje op zondag te eten, geniet nu met volle teugen van meerdere heerlijke eitjes op een dag. De avonturen met jullie 4 zijn een favoriet terugkerend onderwerp in haar slijtende hoofd.

En dan


Zondagochtend word ik wakker door het kakelen van de kippen. Dat is niet vreemd en ik wil me weer omdraaien. Maar het gekakel klinkt heftiger dan anders, en ik bedenk dat ik het water heb binnengehaald vanwege de nachtvorst. Ik moet eraan geloven, trui over mn pyjama en de ochtendkou trotseren voor de meiden. Buitengekomen, de grote schrik, geblaf en gekakel en chaos in het kippenhok. Er zit een hond in het kippenhok! Een kleintje, wild rondrennend, happend naar de kippen, wetend van geen ophouden. 3x lukt het me het beestje te pakken en buiten te zetten. 3x is ze gelijk weer terug in het hok. Ik zie niet waar het gat zit. Uiteindelijk kan ik haar vastbinden en kan ik mijn telefoon binnen pakken, mijn eerste appje naar een andere buurman (II) “M’n kippen zijn doodgebeten door de hond”. Ik sta te trillen op mijn benen.

Het hok ligt vol witte veren en 3 kippen liggen voor dood in een hoek. De 4e zie ik niet. Later ontdek haar in een freeze naast een paal. Donna, ongedeerd.

Uiteindelijk zijn ze er alle 4 levend en goed van afgekomen.

Lang verhaal kort: Hond aangelijnd, hok gerepareerd, in de buurt op zoek naar het baasje, via de dierenarts op het park uiteindelijk het baasje kunnen achterhalen. Het hondje heeft niks kwaads in de zin, wil gewoon lekker spelen. Maar ja, niet oké voor mij en de meisjes.

Volgende ochtend zelfde verhaal
, maar nu heeft de hond (nog) geen kans om het hok binnen te komen, en ben ik er bijtijds bij.

De buurman (II) zegt dat het de natuur is. Even later schreeuwt mijn hart, nee, dit is niet de natuur dat kippen opgesloten zitten!!! Ze konden daardoor niet vluchten. Ik voel de rest van de dag een diep verdriet. Verdriet en pijn hoe wij mensen door de tijd met dieren zijn gaan omgaan.

Vandaag kijk ik naar mijn meiden en weet dat ze het goed hebben hier. Ik zie dat ze happy zijn en gezond, al is het achter een hek. Daar maken zij zich niet meer druk om. Maar ik kan ze niet voldoende beschermen. Daar hebben mijn meiden recht op. Op z’n minst. Vroeg of laat komt het hondje terug. Zij vindt het hier veel te leuk. En dat kan ik haar niet kwalijk nemen 🙂

Ik zal ook vaker op pad zijn, om er voor mijn moeder te kunnen zijn, waar nodig. Dat gaat nu niet samen. Vera, Donna, Zus HĂšlen en Henneke, ik heb een prachtige tijd met jullie mogen beleven. Zoveel van jullie geleerd, en van jullie hele familie, over echte kippenliefde. Ik heb gewenst voor een fijn nieuw thuis, en dat is gekomen. Morgen gaat ons nieuwe avontuur beginnen. Ik zal jullie vreselijk missen. Wat zal dat leeg zijn.

Maar ik weet, als de wereld zover is, lopen er overal kippen rond. Geen paradijs zonder kippen ♄

Kippenliefde (k8)

Met een buurman ontstond een idee om kippen te houden. Die konden dan bij mij in de tuin, en als ik er niet was zou hij ze verzorgen. Zoiets. Het idee groeide en verdween weer, kwam weer tot leven en verdween weer naar de achtergrond. Tot het moment dat er ineens 4 kippen op mijn pad kwamen, die een nieuw thuis zochten. Toen ik langs ging om bij de kippen te kijken, wist ik dat ze bij mij hun nieuwe thuis zouden vinden. Het ging allemaal ineens heel snel, en alles precies in de periode dat mijn buurman en co-kippenverzorger-to-be een andere woning kreeg aangeboden. Dat drong pas tot me door, toen de kippen eenmaal hun intrek bij mij hadden genomen.

Ik heb op dat moment geen idee wat voor een avontuur ik ben ingestapt.

De kennismaking gaat niet vanzelf. Eerst die vreselijke jeuk en de bloedluis. Dan de veel te kleine leefruimte. Dan de ontdekking dat ondanks al mijn goede zorgen, dat als ik de meiden geen biologisch voer geef, dat ze dan ook geen biologische eieren leggen. Om me uiteindelijk te realiseren, ik ben mijn vrijheid kwijt. Ik heb de zorg over 4 wezens. Ik kan niet meer even weg, laat staan mijn rugzak pakken en op pad. Waar ben ik aan begonnen??? Als pelgrim, vastgekluisterd aan huis.

Wat is vrijheid voor mij? Het brengt me weer een laag dieper in mezelf. Als pelgrim zeg ik te wandelen door het leven. Dat leven is nu blijkbaar op één plek.

Stap voor stap breid ik de leefruimte voor de kippen uit, red ik een egel die door mijn toedoen in de netten is vast komen te zitten, ik verhoog de netten, zorg voor ruimere voedsel- en drinkbakken, zodat ze een paar dagen zonder mij kunnen, een speeltje tegen de verveling, snoepgoed… Net als ik denk alles voor zowel de kippen als mijzelf goed georganiseerd te hebben, krijgen we de 1e nacht vorst
 daar had ik niet aan gedacht
 al het water bevroren!

Weer word ik teruggefloten, voel ik me vastgeketend en vraag me af wat die kippen bij mij doen.

Tot ik het woordje accepteren voor mijn ogen zie dansen. Accepteren dat ik kippen heb, accepteren dat het regelmatig vriest waar ik woon, accepteren dat ik voorlopig niet bij mijn moeder kan logeren, accepteren dat het is zoals het is. Als dat kwartje valt, valt er ook een last van me af. Het vechten stopt en ik kan weer mee stromen met wat zich aandient. Als ik de volgende ochtend in mijn pyjama met dikke sokken, sjaal en winterjas water en eten bij de kippen breng voel ik me rustig en ga gezellig even bij ze zitten als ze eten. Als ik na 10 minuten weer mijn lekkere warme huisje binnen stap, plopt er ineens een gedachte in me op, “zou dit Liefde zijn”?

De weken erna zucht en steun ik nog geregeld bij iedereen om me heen als het om de kippen gaat. Er is nog altijd een stukje in mij, dat zichzelf heel erg zielig vindt.

Als ik bij een lieve dorpsgenoot haar tuin zie, vertel ik enthousiast dat ze een ideale plek voor kippen heeft. Ze heeft er wel oren naar en zal het overwegen.

Ondertussen gaan de gesprekken tussen mij en de kippen door. Enerzijds ben ik huiverig voor deze nieuwe manier van communiceren en anderzijds nieuwsgierig wat de meiden me komen brengen. Het voelt steeds krachtiger dat ze hier niet voor niets zijn, en ik heb het vermoeden dat ze hier niet alleen voor mij zijn gekomen.

Dan maakt Zus Helen me in een gesprek duidelijk dat ik echt moet stoppen met twijfelen, dat ze daar last van hebben, en dat we zo niet verder kunnen. Zus lijkt duidelijk klaar met onze introductie fase 😉 .

Voor mij is dit een laatste zetje om de kippen te omarmen en me helemaal over te geven aan, tja, aan wat? Aan alles wat er komen mag.

Dit is precies ook het moment dat mijn dorpsgenoot laat weten, dat er in haar fantasie wel ruimte ontstaat voor de kippen.

Wat voor spelletje wordt hier gespeeld?!?

De volgende dag komt ze spontaan langs en ja, ook de ex-co-kippenverzorger-to-be stapt onverwachts het terrein op! En zo wil het dat we met elkaar naast de kippen staan, de meiden die rustig en vol vertrouwen rondscharrelen, en we allemaal weten: de kippen blijven.

IJsberen als een kip (k7)

Wat een meiden, wat een uitdaging! Donna, de zwarte dame met de meest geweldige kuif en een statig voorkomen, heeft wat problemen. Ze valt soms staande in slaap en lijkt wel blind. Zus Helen heeft net 3 weken op een leeg nest zitten broeden, en is weer terug, en hoe! Ze is flink uitgerust en alsof ze nooit is weggeweest, domineert ze hier weer de hele toko. Vera is eenvoudig een kip die kip is zonder poespas, zoals ik altijd dacht dat een kip zou zijn. Vera blijft trouw dagelijks haar eitje leggen, of het nou vriest of niet. Dan is er nog Henneke die het geweldige idee had toen de eerste vorst eraan kwam, om eens flink in de rui te gaan. Dat ziet er niet gezellig uit, een kip met zulke kale plekken, en in het begin dacht ik dat ze ziek was. Gelukkig zie ik de veertjes inmiddels weer aangroeien, en is dat hopelijk voldoende voor de komende vriesdagen. Ik ben weer eens gaan zitten voor een gesprek.

Lieve Donna, Zus, Vera en Henneke, wat willen jullie me vertellen?

Luister naar ons! reageert Zus fel. De rest van het gesprek zal ik met Zus voeren, terwijl de anderen op de achtergrond rustig rondscharrelen, zonder verder acht op ons te slaan.

Dat wil ik wel, antwoord ik.

Oja?

Nou ja, ik weet niet zo goed hoe.

Gedecideerd antwoordt Zus, gaan zitten en schrijf. Precies zoals je nu doet. Zie je? Ik ben gelijk rustiger.

Ik zie Zus ineens rustig rondscharrelen. Goh ja, je hebt gelijk, ik zie het. Zeg Zus, zijn jullie blij hier in de tuin, zoals het nu is?

Ach ja meis, het is echt prima hier. Maar herinner je, dat we je vertelden over onze familie waar we sterk mee verbonden zijn?

Ja, zeker herinner ik me dat. Dat vond ik best indrukwekkend. Ook moeilijk te geloven eigenlijk.

Nou, dat is gewoon zo. Die verbinding, de hele dag, bij ons alle 4. Dus als ik wat zenuwachtig, volgens jou dan, heen en weer loop, dan praat ik met m’n familie. Vrouwen hoofdzakelijk. Ze zitten vast, zijn gestrest, kunnen niet weg. Niet eens hun stress kwijt door te ijsberen.

Leuke vondst ja, kippen die ijsberen, zeg ik lachend.

Nee. Niet leuk. Hoe raak jij je stress kwijt Andrea?

Ik herpak me en antwoord, zuchten, wandelen, zingen.

Bij ons niet anders. We tokken, lopen heen en weer, wroeten in de grond, zoeken afleiding. We zijn trouwens dol op spelletjes!

Je bedoelt zoals die gele bal (een balletje gevuld met eten, dat er bij het rollen uitkomt).

Ja, goeie vondst, zegt Zus.

Ja, maar die is binnen 15 minuten leeg en uitgespeeld, reageer ik ietwat verontwaardigd.

Ach Andrea, wat is nou tijd. Hoor jezelf eens over tijd.

Oja, grappig, je hebt gelijk. Ik zeg altijd dat tijd niet bestaat.

Ze zeggen dat kippen dom zijn, maar bij jou twijfel ik soms ook hoor!

Ja, gek hĂš, dat heb ik inderdaad geleerd, dat kippen dom zijn.

Ach ach ach jullie mensen. Er is nog een hoop te leren.

Nou graag Zus. Ik wil graag leren. Ik ben even stil en vervolg dan, soms overweeg ik om jullie weer weg te doen.

Ik ben blij dat je er zelf over begint. Dat voelen wij natuurlijk ook, dat je van ons af wil. Niet leuk. En dan geef je tegelijk aan van ons te willen leren? Zus kijkt me niet begrijpend aan.

Ja, ik weet dat dat dubbel is. Maar ik twijfel vaak of ik het wel goed doe voor jullie.

Hou daar toch ’s mee op. Hoe vind je dat we er uit zien?

Heel goed. Nou ja, behalve Donna dan.

Haar verenkleed? Zus kijkt me vragend aan.

Ziet er goed uit, antwoord ik.

Dat is voorlopig genoeg, antwoordt Zus. Ze heeft inderdaad wat kwalen, maar zolang ze er nog zo goed bijstaat, komt het wel goed met haar. Kijk, we uiten alle 4 op ons eigen manier. En ja, Donna heeft veel te verduren. Je herkent het vast wel bij jullie, hoe mooier de buitenkant, hoe meer werk aan de binnenkant.

Jeetje Zus, ’t klinkt zo eenvoudig als je het zo vertelt.

Het is ook eenvoudig. Volg ons, volg de natuur en het leven gaat vanzelf.

Zus, het gaat straks flink vriezen. Is dat zwaar voor jullie?

Maakt niet uit wat zwaar voor ons is. Maak je daar niet druk om. Wij doen ons ding, en jij het jouwe.

Oké, maar hebben jullie iets van mij nodig bij die kou? Ik voel me wel verantwoordelijk.

Och meis, dat verantwoordelijkheidsgevoel van jou laat je nog een keer struikelen. Kijk wij zijn natuur en leven natuur. Dat jij ons het liefst binnen bij de kachel wilt hebben is heel lief hoor, maar eh, niet echt normaal hĂš? Zus kijkt me met schuine kop aan.

Nee, oké, zeg ik met een glimlach, zo ver wil ik niet gaan.

Dan begin je te lachen, haha, je durft ons nog niet eens op te pakken! Nog steeds niet!

Ik schiet in de lach. Ja, maar het gaat al wel beter hĂš? Eten uit mijn hand, een stiekeme aai. Ja, maar jullie schrikken ook nog steeds van mij!

Ja meis, maar je doet soms ook best lomp. Eten gooien over ons heen, met die klossen schoenen rondlopen, en oja, die rok laatst
 Weet je, wij zien anders dan jullie. En zo’n rok is enorm voor ons, zonder begin en eind, en het waaiert en klapt. Voor jullie niet te zien, maar voor ons een enorm bedreigende bulldozer. Maar het komt goed met ons. Met jou en je vrouwen, zegt Zus met een schuine blik. Vertrouw daar maar op.

Kan ik nog iets voor jullie doen?

Nou als je wil stoppen met ons weg te willen doen, zou veel rust geven. Maak je niet zo zorgen. Als we doodgaan, gaan we dood. Weet je, zo is het bij jullie, zo is het bij ons. Na een goed leven doen wij daar niet zo moeilijk over. Wij hebben hier goed leven.

Dat is fijn om te horen Zus.

Fijn dat je weer even de tijd voor ons hebt genomen.

Ik vond het ook fijn Zus. Dank je wel.

Welterusten Andrea

Welterusten Zus. Voor ik er erg in heb, is Zus al in het nachthok verdwenen.

Henneke (k6)

Lieve Henneke, fijn dat je bij mij bent komen wonen. Voel je je al een beetje thuis?

Thuis, thuis, wat is thuis. Ingewikkeld woord hoor.

Oké, laat ik dan anders vragen. Vind je het fijn hier?

Fijn? Fijn? Ja, soms wel, soms niet. Dat is niet algemeen te zeggen hĂš? Nu is het fijn dat we in gesprek zijn. Bedoel je dat?

Ik bedoelde eigenlijk algemener, maar ben ook blij dat je ons contact nu fijn vindt.

Weet je, is allemaal niet zo belangrijk.

Nee?

Nee, ik heb eten, drinken, goed gezelschap.

Geen problemen met Zus?

Met Zus? Ach nee, lekker der gang laten gaan. Opgewonden standje. Dat brengt ook weer leven hier.

Hoe kom je aan die kale plekken in je nek?

Kale plekken? Oh, die. Stress, beetje ruzie, en ja die luizen waren ook niet fijn. Maar gaat nu beter toch? Nog steeds kaal? Henneke draait haar nek in een poging de kale plekken te zien. 

Ja, nog steeds kaal, en misschien wel meer dan eerst.

Ik krijg er wel de aandacht mee, zeg je vrolijk kakelend.

Ja, dat is waar, reageer ik lachend. Ik maak me wel zorgen.

Je durft me niet op te pakken hĂš?

Oh nee, sorry, zo ver ben ik nog niet.

Geeft niet hoor, maar binnenkort toch gewoon een keer doen. Ik vind je lief.

Oh, dat is fijn om te horen. Ik zal het echt een keer proberen.

Ik hou wel van knuffelen, Andrea.

Oké, goed om te weten.

Ja, ik ben niet alleen hĂš?

Hoe bedoel je dat Henneke?

Wat je met mij doet, doe je met mijn hele familie.

Oh, dat is bijzonder.

Ja, je hebt vast al begrepen dat mijn familie het zwaar heeft.

Ja, dat is me bekend. En Vera heeft ook al verteld hoe jullie allemaal met elkaar verbonden zijn. Zo mooi hoe jullie dat voelen. Wij mensen zijn dat grotendeels kwijtgeraakt.

Stom hoor, hoe jullie zulke mooie kwaliteiten verkwanselen. Maar goed, daar ben ik dan ook voor.

Waarvoor Henneke?

Om te laten zien wat jullie mensen kunnen maar niet doen. Of verkeerd inzetten.

Zoals dat ik jullie achter een hek opsluit?

Ja, zoiets. Nou is dit prima hoor. Het geeft ook veiligheid. Meestal is de situatie veel erger, bij de meeste van mijn familie. Maar het ergste van alles, er wordt al lang niet meer naar ons geluisterd. Wij praten met iedereen, voor zover we dat nog kunnen, maar met de mensen? Geen gesprek mee te voeren! Jij liet ook lang op je wachten hoor, Andrea. Jeetje, hoeveel kaler moet ik nog worden, voor je met me wil praten, heb ik vaak gedacht. Na je gesprek met Vera, wist ik dat ik vol moest blijven houden. Wij 4en zijn sterk verbonden, maar hebben allemaal net een andere boodschap.

Wat is jouw boodschap Henneke, kan je dat zeggen?

Oh… leren luisteren Andrea, leren luisteren
 Ik heb het al genoemd. Jullie zijn niet meer verbonden. Alsof jullie allemaal God zijn! Goddelijk, dat ben je ja, en alles en alles met elkaar maakt die Ene, maar dan ook alles en alles bij elkaar en in verbinding.

Wat zeg je dat mooi Henneke. Ik begrijp je wel. En bedoel je dan de mensen en de dieren, en ook de planten en de bomen?

ALLES ALLES ALLES

De aarde en de sterren?

ALLES

Dood en leven?

ALLES

De stenen en


AL-LES…. ALL-IS

Wauw, wat een mooie boodschap Henneke.

Het blijft even stil

Andrea, jij knuffelt toch ook de bomen? De aarde? Je knuffelbeest?

Ja, dat doe ik graag.

Pruilend, wat doe ik dan, dat je mij niet knuffelt?

Ik weet het niet lieve Henneke. Je bent zo anders met je poten en je snavel.

Yeh right, en een boom lijkt precies op jou hĂš?!

Je hebt gelijk Henneke, zeg ik lachend. Oké, ik ben een beetje bang van jullie. Omdat ik jullie niet zo goed kan aanvoelen.

Misschien kun je wat vaker bij ons komen zitten. Dat doe je al wel, met je gele handschoen met zaden. Maar ook zonder die handschoen, even bij ons komen zitten. Dan kunnen wij ook aan jou wennen. Alles komt van 2 kanten hĂš. Jij een beetje bang van mij, dan ik een beetje bang van jou.

We komen er wel hĂš Henneke, met elkaar?

Ja Andrea, zeker wel. Maar beloof me dat je probeert naar ons te luisteren. ECHT te luisteren. Dit is pas het begin. We hebben nog veel meer te vertellen. Wij alle vier.

Oké Henneke, ik beloof je dat ik echt vaker ga zitten voor een gesprek met jullie.

Ja, dat beloven ken ik
 maar doen hù, Andrea!

Ja lieve Henneke, ik ga het doen!

Fijn lieve Andrea, ja, ik vind je best een lieverd. Dank voor dit gesprekje. En geloof nou maar dat het echt was.

Goed Henneke, dank je wel. Ik ben blij dat je hier bij me bent komen wonen.

Dan zie ik Henneke in de grond klauwen alsof er nooit een gesprek heeft plaatsgevonden.

Zus HĂšlen is broeds (k5)

Hoi Hélena!

Hm. Zus kijkt me pinnig en op haar hoeden aan.

Je bent aan het broeden zie ik?

Ja, en het zou fijn zijn als je me met rust laat, oké?!

Oké  Maar je weet dat de eieren niet uit gaan komen?

Ja, tuurlijk weet ik dat. Maar laat me nou maar lekker zitten. Lekker even rust.

Das goed. Ik kom alleen wel af en toe de eitjes van de anderen weghalen. Vind je dat vervelend?

Ja, tuurlijk vind ik dat vervelend! Dat stoort me. En het staat natuurlijk heel gek dat ik zonder eitjes zit te broeden.

Ja, misschien een beetje wel. Maar ik begrijp dat je ook gewoon even rust wilt?

Ja, heb jij toch ook af en toe? En volgens mij doet het de anderen vrouwen ook goed.

Ja, zo lijkt het wel. De andere 3 zijn veel rustiger nu. 

Oké, kunnen we het zo laten dan?

Ja, ik zal je laten. Alhoewel ik wel af en toe de eitjes kom halen. En eh, ik hoop dat het niet te lang duurt. Het is herfst en belangrijk dat je wel wat drinkt en eet. Je moet niet te veel verzwakken.

Doe jij toch ook af en toe, een dagje vasten? Vertrouw me nou maar, dat het goed is. Geniet van de rust. En zing af en toe een liedje voor me. Dat was wel fijn. Ik viel bijna in slaap ervan. Zag je dat?

Dat is leuk om te horen Hélena.

Oja, die naam heb je goed opgepikt. Alleen niet die rare klemtoon van jou hoor. Ik kan het niet eens uitspreken, Héhé lena
 Nou ja, het is gewoon Heléna. Zus HÚlen mag ook wel. Omdat ik hier nou toevallig met mijn zusje zit. Lekker hok hoor hier. Dank je.

Oh fijn om te horen! Ik twijfel er wel aan.

Niet doen. Je mag meer vertrouwen. Jemig zo’n fijne plek hier. Tuurlijk even wennen, maar het is okĂ© hier hoor. Nou, laat mij maar weer even met rust. Dan kan ik even verder dutten.

Goed Zus, rust maar lekker.

Vera

(Kippen 4)

Al zoveel financieel en materieel geĂŻnvesteerd in mijn 4 dames, dat ik het genoeg vind. Ze hebben nog steeds jeuk, al zijn ze inmiddels wel wat rustiger geworden. De omstandigheden zijn zoals ze zijn, met genoeg ruimte, eten, drinken en vitamines. Het is nu aan hen zelf om verder te helen. Elke dag zal ik even op ze af stemmen, en daarmee hun heling ondersteunen.

Lieve Kippen, wat kan ik voor jullie doen?

Ik wacht tot er iets gebeurt. Geen idee wat te verwachten. Dan stapt er eentje naar voren. Ze stelt zich voor als Vera.

“We hebben het goed, maar het is nog steeds wennen. Fijn dat je wilt luisteren.

Wij zijn hier namens de hele kippenwereld. En wij hebben het erg zwaar. We worden als vuil behandeld. Ondierlijk leven zeg maar. Geen ruimte, geen adem, geen liefde. We worden uitgebuit en doodgemaakt. Zelfs doodgemaakt als we niks gedaan hebben. Een zogenaamde ziekte zouden we hebben. Onze weerstand is nul. Ja, vind je het gek? We mogen vaak niet eens bewegen. Fijn dat je ons jouw aandacht geeft. Weet dat het voor onze hele familie is.

Ik snap dat het zwaar voor je is. Wij hebben jou uitgekozen om ons te helen. Daarom hebben we ook luis. Om je te laten zien hoe ziek we zijn. Onze familie hĂš. Wij niet. Wij zijn gezond. Dat zie je aan ons stralende verenkleed. Ja, tuurlijk hebben we kale plekken. Anders zou je kunnen denken dat we gewoon onszelf pikken. Dat dat normaal is. Is zo hĂš?! Dat is het niet. Wel fijn dat we dat kunnen, onszelf krabben. Dat hoort bij het leven. Gaat ook weer over. We leggen eitjes toch? Die vind je wel lekker hĂš? Beloning voor je werk. We willen je hiermee vertrouwen geven. Vertrouwen dat het goed is met ons. Maar we moeten wel aan het werk. Fijn als je je elke dag even met ons verbindt. Dat geeft ons moed om het verdriet van onze familie te dragen. We zijn maar met weinig, weet je. Weinig vrije kippen bedoel ik. En het leed is zo groot. Het leed van onze familie. Weet je dat we allemaal met elkaar verbonden zijn? Dat lijken veel mensen te zijn vergeten.

Het zou zo mooi zijn als we weer van elkaar kunnen genieten, de mens van de kippen, en wij van de mens. Gelukkig zijn er veel lieve mensen. Daar geven we de lekkerste eitjes aan. Veel mensen merken dat niet op. Ze proeven niet echt. Terwijl heel veel eitjes echt heel vies zijn, geloof me. Maar goed, het zij zo. Fijn dat je ons in huis hebt genomen. We staan open voor alles wat je brengt. Sorry als we af en toe veel van je vragen. We zijn ook maar kippen 😉 . Trek het je niet te veel aan. Probeer de lol ervan te zien. Daarmee kunnen we het best onze familie ondersteunen. Nogmaals, fijn dat we hier nu mogen zijn. Dank voor je luisteren.

Oja, Vera vind ik een mooie naam 🙂 “

En zo kreeg Vera haar naam.

De kip en de egel

(Kippen 3)

Vol goede moed wil ik deze ochtend verder gaan met het bevestigen van het net boven de kippen. Een net dat ik heb aangeschaft en zal voorkomen dat de kippen wegvliegen.

Het is een net, waar ik alleen mee kan werken als ik rustig ben, want oh, zo irritant hoe alles er in blijft haken. Alles. Dus ik ook. Daarom wil ik dat het goed en hoog gespannen zit, omdat ik er zelf ook elke dag onder doorloop als ik eten en water kom geven, en ik ’s ochtends niet altijd even rustig en geduldig ben.

1e klus vandaag. Ik haal een paar keer diep adem en duik onder het net, tussen de enthousiaste kippen door. Al gauw kom ik niet verder met het spannen van het net. Het lijkt ergens vast te zitten. Weer. Diepe zucht en rustig kijken waar het klem zit.

Och hemel, er zit een egeltje helemaal verstrikt in het net!

Nee, daar had ik natuurlijk niet aan gedacht
 Alleen bezig met de kippen
 en mezelf…

Ze is nog warm en beweegt als ik haar aanraak. Snel op zoek naar handschoenen en een schaar en proberen haar los te knippen van het net. Ja, en als ik al de hele tijd verstrikt raak in dit net, kun je je voorstellen wat dit met een egeltje doet
 Oké, nee ik had me er geen voorstelling van kunnen maken. Tijdens het knippen blijf ik mijn excuses aanbieden. Ik voel al snel een intense band met dit beestje. Iets wat bij de kippen nog niet is gebeurd.

Het kan niet waar zijn, dat dit beestje de dupe wordt van al m’n goede bedoelingen en onkunde.

Als ze eenmaal van het grote net los is, zitten er nog hele kluwen draad om haar nekje en vervlochten met haar stekeltjes. Ik neem haar mee naar de Egelvrouw hier op het park. Samen bekijken we de ravage van draadjes om haar hals.

Werkte ze in het begin nog mee, nu rolt ze zich helemaal op als een balletje, zodat we alleen vanaf de achterkant wat kunnen plukken.

Inmiddels al flink wat weggehaald, blijft er nog veel in de klit zitten, vast tussen al die naaldjes.

Het is ĂČf de dierenambulance bellen, ĂČf zelf met veel geduld aan de gang.

Iets in mij wil het graag uit handen geven, dus ambulance bellen, maar bij die gedachte verschijnt er een grote NEE. Het voelt niet kloppend. De egelvrouw geeft mij het vertrouwen, dat ik het met veel geduld zelf kan.

Heel sterk weet ik, dit komt niet voor niks op mijn pad. Ik mag mijn dagprogramma loslaten, en hier mee aan de gang.

Met het egeltje en wat kattenvoer ga ik weer naar huis. Thuis leg ik haar in een doos met wat water en eten, en maak het donker door de doos af te dekken. Een paar minuten later hoor ik smakgeluidjes. Zo, nu eerst voor mezelf zorgen.

Na een koffie zet ik mezelf op de bank voor meditatie. Al snel voel ik de benauwdheid van mezelf als kind. Zoveel aanpassen, zo weinig bewegingsvrijheid. Af en toe een explosie als van een overkokende kookpan, en dan weer terug in de pas. In het gareel op de middelbare school. Ik heb het niet eerder zo bewust ervaren als nu, en de tranen lopen over mijn wangen.

De kippen die ik in een hok zet. En door mijn poging om ze meer bewegingsvrijheid te geven, raakt er een vrijlopende egel vreselijk in mijn netten verstrikt.

In mijn diepste ervaar ik mijn eigen gevangenschap, en tegelijk proef ik even de toegang tot mijn eigen vrijheid.

Ik weet dat mijn egeltje het gaat redden, dat ze speciaal voor mij op mijn pad gekomen is.

Ze heeft inmiddels wat gegeten zie ik, en met pincet en schaar ga ik voorzichtig aan de gang.

Afwisselend, tranen, excuses, “ik kan dit nooit”, “ik kan dit”, de dierenambulance bellen, zelf doen, “ik kan dit nooit”, “ik kan dit”, sorry sorry sorry lief egeltje. Och wat voelt het vertrouwd dit beestje in mijn handen.

Na veel gepriegel met pincet en schaar, lieve woordjes, het strelen van haar stekeltjes en een lied, is ze eindelijk verlost van alle draden.

Ik zet haar buiten in een doosje, met nog wat eten en drinken in de buurt, en ga met het kippennet boven de kippen aan de gang. Alles vastgeknoopt ver boven egelhoogte.

Mijn godinnen, weliswaar met meer ruimte, nog steeds opgesloten achter een hek en onder een net, maar m’n egeltje is weer vrij.

Als ik er ’s avonds op terugkijk, besef ik hoe bijzonder het is dat ik een paar uur zo vertrouwd en intiem samen met een egeltje mocht zijn.

Benieuwd of ik ook eens zo’n band met m’n kippen zal ervaren 🙂