Angst of Liefde

In 2010 was ik in Kaapstad Zuid Afrika. Ik bezocht daar de gevangenis op Robben Island, waar Nelson Mandela zo lang heeft vastgezeten. Daar te zijn was al indrukwekkend, in zijn cel te staan onbeschrijfelijk. Ik werd rond geleid door een man, die daar in diezelfde tijd ook gevangene was. Hij vertelde ons dat zowel de gevangenen als de bewakers na de vrijlating daar zijn blijven wonen. Het idee daarachter was, dat beide partijen slachtoffer waren van apartheid, en hoe mooi om elkaar te vergeven en samen te leven. Ik was toen perplex, en vroeg de man of dat niet ongelofelijk moeilijk was geweest.

Dat was het… ziekmakend moeilijk…

Zo bijzonder mooi, dat ze het wel gedaan hebben.

Ik probeer de beelden van de laatste 10 minuten van het leven van George Floyd niet te zien. Ik heb zo’n last van die beelden op mijn netvlies. Ik heb nauwelijks filter om er tussen te zetten. En wat kan ik met die beelden? Het maakt me geregeld boos, dat afschuwelijke beelden zo vaak herhaald worden, en ik daarmee lastig gevallen word.

Als spiritueel leraar Mooji in een filmpje de laatste 10 minuten van het leven van George Floyd beeldend onder woorden brengt, kan ik er niet onderuit, en realiseer ik me, dat het juist de bedoeling is, om zoveel mogelijk binnen te laten komen van deze afschuwelijke gebeurtenis. Hoe gruwelijk ook, hoeveel pijn het ook doet. Door er naar te kijken, echt te kijken, echt te zien, doe ik recht aan de stervende man, en al het leed dat in hem samenkomt in die laatste 10 minuten op beeld. Leed van zolang racisme, zo lang onderscheid, zo lang oordelen, zolang vernedering, zolang niet mogen zijn wie je bent, nu samengebald in de laatste 10 minuten van deze man.

Ik probeer er naar te kijken, echt te kijken, echt te zien, voor zover het me lukt.

Ik leid de beelden door mijn hart, waardoor er licht op kan komen, en ik bedank deze man, de man die zijn leven heeft gegeven, waarmee hij ons allemaal duidelijk maakt dat de grens niet verder meer opgerekt kan worden.

Ik bedank hen die de beelden hebben gemaakt. Omdat ook zij hun levens hebben gegeven, door er bij te staan, en getuige te zijn van deze 10 minuten. Ik hoop dat ze de slaap weer kunnen vatten, de beelden keer op keer langs hun hart kunnen leiden, erop kunnen vertrouwen dat deze 10 minuten de wereld zullen veranderen en niet voor niets zijn geweest.

En ik bid voor de mannen in uniform ter plaatse. Dat hun angsten oplossen. En dat zij, en de nabestaanden, en wij allemaal de beelden keer op keer door ons hart kunnen leiden.

Een immense opgave. Maar de liefde is groots. Laten we elkaar daarbij helpen. Zoals toen op Robin Island. Zoals op 1 juni op de Dam. Bijzonder dat zovelen de liefde boven de angst voor het coronavirus hebben laten klinken.

Hoe lang bestaat het racisme virus al en hoeveel mensenlevens heeft dat gekost, vraag ik me af…

Ik ben perplex om op tv en social media te zien, dat de angst voor het coronavirus blijkbaar toch ook zo groot is, dat zoveel mensen vooral bezig zijn met het functioneren en onderuithalen van de burgemeester van Amsterdam…

Of zijn al die mensen, net als ik, bang. Bang om de beelden te kijken, echt te kijken, bang om echt te zien.

Laten we dansen

Het nieuwe normaal, echt niet normaal!

Laten we het dan in ieder geval het tijdelijke abnormaal noemen….

Ik heb me met liefde overgegeven aan de nederlanse intelligente lock down, voor mij een welkome opgelegde retraite. Ik geniet van de rust, de schone lucht, het blije bos en mijn eigen proces. Fijne dagen afgewisseld met dagen die pittig zijn, omdat ik geconfronteerd word met mijn eigen angsten, oude patronen en overtuigingen. Deze periode doet mij goed en voelt goed voor de aarde, voor de natuur, voor onze woonplek. We hebben allemaal bijzondere tijd gekregen om de aarde en onszelf te helen. Heel de aarde, dan heel je jezelf en andersom.

Alles is één en verbonden met elkaar.

Wij zijn één en verbonden met elkaar.

Wat er straks ook gaat gebeuren de 28e… ik ben zelf niet voor een 1,5 meter maatschappij. Dat voelt na deze periode niet meer gezond. Ik ben hier op aarde om te leven, om te leren lief te hebben, om te dansen, om te zingen, om te leren vertrouwen. Ik wil mijn liefde delen ipv bang zijn, en ontdekken ipv controle houden.

En na een waanzinnige reis op aarde ga ik dood, net als iedereen. Dàt is normaal. Ik weet niet wanneer, maar laten we zolang we hier zijn samen dansen, laten we zingen, laten we elkaar vasthouden.

Wat ’t de 28e ook wordt, ik respecteer ieders eigen visie daarop, maar al kan 1,5 meter afstand soms helend werken, het was niet normaal, is niet normaal en wordt ook niet normaal.

Mijn dans voor rouw en afscheid https://www.youtube.com/watch?v=cWR5l3jFehE

Mijn dans voor het leven https://www.youtube.com/watch?v=vAKdX2pzKw8

Oeps… ik ben blij

Eind 2013 stopte mijn wandeling en kwam ik terug in Nederland. Ik wist niet wat me overkwam… wat een geweld aan geluid, drukte, stress, snelheid, stenen, beton en asfalt, auto’s, mensen afgesloten, in hun mobiel verscholen, het overdreven aanbod in de winkels… het was alsof ik me in een science fiction film bevond…

In de jaren die volgen leer ik een manier te vinden hoe ik me in dit geweld staande kan houden, leer ik opnieuw de rust en de stilte, die ik tijdens mijn wandelen heb leren kennen, in deze waanzinnige kermis terug te vinden.

Op oudejaarsdag 2019 heb ik ’t gevoel dat ik een opleiding heb afgerond. Ik weet niet welke opleiding, maar ik weet dat ik er klaar voor ben. Waarvoor ik klaar ben, weet ik ook niet, maar dat er iets groots gaat komen staat voor mij vast.

En dan is het 12 maart, de dag dat een reusachtige tanker tot stilstand wordt gebracht, en ik kan alleen maar denken “hè hè, eindelijk! eindelijk is het zover”.

En ik voel me blij.

De wereld wordt tot rust gebracht.

Dat weekend logeer ik bij mijn moeder, en samen onderzoeken we wat er gaande is. Afwisselend schiet ik in de stress en is mijn moeder heel laconiek, en dan weer is mijn moeder gestrest en ben ik weer de rust zelve. Ondertussen leert mijn moeder in haar mouw te hoesten en ik excessief (obsessief??) mijn handen te wassen. Tussendoor voelt het allemaal heel onwerkelijk en hebben we grote lol, tot aan de slappe lach, die niet meer ophoudt bij het idee dat we 2 weken samen in quarantaine zouden moeten. Oh wat lijkt me dat leuk! En fijn.

Maar ik weet ook dat mijn plek nu, juist nu, in de bossen is. Ook hierbij weet ik niet precies het waarom.

Voor het slapen gaan staan we wat onwennig en houterig tegenover elkaar. Mogen we elkaar nu wel of niet knuffelen, zoals we normaal doen voor het slapen gaan. We doen het. We sluiten de nieuwe indringer even buiten ons.

Als we de volgende dag afscheid nemen, doen we dat zonder knuffel. Met een 🙏 groet. Een bijzonder moment. Ik voel een enorme liefde voor mijn moeder, en een groot respect naar de natuur.

Zo ervaar ik wat er gaande is, als een heel logische ‘nu is het genoeg’ van de aarde.

De olietanker is nog steeds aan het uit-varen. Ik zie en hoor dat het effect op mensen groot is, en ook heel persoonlijk. Iedereen lijkt hierin zijn eigen weg te gaan, en te worden geconfronteerd met eigen angsten, eigen schaduwkanten.

Ook ik.  Oude angsten laten zich snel duidelijk zien… bang om het niet goed te doen. Ik wil niet dat iemand door mij risico loopt! Ik vind het lastig de regels te combineren met mijn eigen sterke intuïtie. Ja, want ik zou het wel eens verkeerd kunnen hebben… ik schiet van mijn hoofd naar mijn hart en weer terug, van het lichtveld naar de aardse realiteit. De omgeving daagt uit: de één die afstand houdt, de ander die staat te snotteren in de winkel, een uitnodiging om ergens te komen eten, en mijn moeder die besloten heeft geen bezoek meer te ontvangen. In mijn bos is alles goed, en stroom ik op een grote golf van zorgeloze liefde. Ik neem het als een uitdaging om nog beter te gaan voelen, en nog meer te vertrouwen.

Dan is er mijn angst om mezelf te laten zien… Als ik bedenk hoe leuk het is om liedjes aan de deur te brengen… oja, en ik heb een wandelbedrijf… wat houdt mij toch tegen dit in de praktijk te brengen?

Schaamte omdat ik het in deze bizarre tijd hier zo goed heb in mijn kleine paradijs. Schaamte omdat ik juist nu zo blij ben!

Ik denk terug aan mijn tijd in Kenia, een plek waar honger en dorst de belangrijkste drijfveren van de mensen daar waren. Ik ontmoette een moeder die één van haar kinderen onnodig verloor, en mij met veel energie en blijheid de hut liet zien waar ze woonde. Ik had zelf kort daarvoor mijn zus verloren, en vroeg hoe zij zo positief in het leven kon staan. Waarop ze met grote vanzelfsprekendheid zei ‘Ik heb nog een kind’. Toen ik daarna terug in Nederland was, bleek mijn beker van meer dan half leeg, in goed gevuld te zijn veranderd. Ik wist dat de mensen in Kenia hùn leven leiden, en ik niks kon en hoefde te veranderen daar. Wat ik had te doen, is míjn leven leiden, genieten van wat ik heb, van mijn leven hier, van alles wat er wel is.

Ik hoor van het sluiten van de daklozenopvang tijdens deze tijden van ‘straat- en samenscholingsverbod’, en vind het vreselijk. Ik denk aan de vluchtelingen, in deze tijd van huisplicht…

En ìk ben blij. Ik dans en zing weer in mn kamer. Geniet van de lente, de vogels, de bomen en de blauwe lucht. Voel de spanning en uitdaging van een nieuwe tijd.

Angst om anders te zijn…

…dit durf ik natuurlijk allemaal niet te delen.

Mijn gevoel zegt dat het tijd is.

20 jaar (of was het gisteren)

Lieve Barbara,

Ik zit nu in de Kaapse bossen bij Doorn. Ben jij daar ooit geweest? Je zou het hier fijn vinden.

20 jaar… 20 jaar jouw verjaardag zonder jou… 20 jaar… als gisteren en tegelijk zo veel gebeurd.

Ons gezin is niet meer wat het eens geweest is. Jij was de lijm, zeg maar de superglue samen met papa, waardoor we met z’n 6en een stevig geheel vormden. Toen jij weg viel, werden de eerste barstjes zichtbaar. Later werden het scheuren. Sinds papa er niet meer bij is, hangen we met z’n viertjes nog met lange touwtjes aan elkaar.

We hebben hard geprobeerd er een nieuw geheel van te maken, maar dat is tot nu toe nog niet echt gelukt.

Dat is soms jammer, verdrietig en pijnlijk.

Ik vind het ook mooi en rijk. Doordat we letterlijk uit ons verband gerukt zijn, zijn we uitgegroeid tot zelfstandige eenheden, zijn onze karakters zichtbaarder geworden en hebben we kunnen groeien.

Ik zeg niet dat dat direct een fijn proces is. Het snijdt, het schuurt, het brandt, het bijt, het kraakt, het raakt.

Ik ben dankbaar wat het me gebracht heeft, jouw dood.

20 jaar…. 20 jaar jouw verjaardag zonder jij erbij.

Jouw dood, lieve grote zus, het heeft me zoveel geleerd. Het heeft me wakker gemaakt. Mijn leven van een glas half leeg, tot een glas half vol. Meestal lekker vol. Het heeft me geleerd te leven in het nu, de kansen te benutten die er zijn, genieten van wat er allemaal wèl is. Het heeft me geleerd lief te hebben. En niks in een kastje te bewaren.

Zo is het voor mij.

Het doet me verdriet dat we deze tijd niet meer met ons overgebleven vier kunnen delen. Dat we zo op onszelf zijn komen te staan, dat we het ‘nieuwe samen’ nog niet gevonden hebben.

Lieve Bar, ik heb je nooit wat gevraagd, al zoveel van je gekregen. Nu wil ik je toch wat vragen. Ik weet dat je luistert. Zou je mij kunnen wegwijzen, mij leren over een nieuw samenzijn, zonder lijm, met de 4 zo verschillende eigenwijze liefdevolle wezens die we zijn, die weten van snijden, schuren, branden, bijten, kraken en raken. Die weten van pijn en verdriet, van liefhebben en plezier, en van het delen van een dierbare herinnering van samenzijn.

Liefs, je kleine zusje

Het beste medicijn

Of ik al geland ben? Ja tuurlijk, ik was al geland voor ik hier woonde!!! Dat zei ik, keer op keer, dat voelde ik, en dat was ook zo…

Inmiddels weet ik beter. Ik zat toen in de wittebroodsweken, op roze wolken met blauwe luchten, hopeloos verliefd te wezen ♥

Nu ontdek ik wat de vraag betekent. Nu ben ik aan het landen en wisselen verliefdheid en grijze wolkenluchten elkaar af. Het luxe kamperen is wonen geworden, ik word me bewust van het verschil tussen de gemakken en uitdagingen van stads- en dorpsleven, en de natuur blijkt in al zijn schoonheid ook een uitdagende leermeester.

Bang voor teken ben ik niet meer. Ja, leuk is het niet. Elke dag even een body check, en weghalen als zich er eentje in me heeft vastgebeten.

Wanneer ik een keer na een teek een rood warm dik onderbeen krijg, lijkt me dat een goeie aanleiding om eens kennis te gaan maken met m’n nieuwe huisarts.

Tijdens ons kennismakingsgesprek vertel ik hem oa dat ik het nog steeds lastig vind, de relatie met een huisarts. Mijn vader was huisarts, zeer geliefd bij patiënten, maar voor zijn eigen gezin leek die rol hem niet te passen. Ik kreeg vaak te horen: wat vanzelf komt, gaat vanzelf weer over. Daar werd ik meestal niet blij van (en dat is denk ik een understatement).

Mijn nieuwe huisarts zegt me, nu ik in het bos woon, dat ik voortaan dichte broek en schoenen zal moeten dragen, en niet ‘dat wat je nu aan hebt’. Mijn nieuwe huisarts zal het vast goed bedoelen, maar ik ben niet in het bos komen wonen om ingepakt in m’n tuin te gaan zitten. Dat kan niet de bedoeling zijn geweest van mijn verhuizing.

Ook raadt mijn nieuwe huisarts mij een antibioticakuur van 2 weken aan. Ik zelf had op een Lyme test gehoopt, maar die blijken heel onbetrouwbaar. Wat betreft antibiotica heb ik een paar jaar terug al besloten dat ik dat niet meer wil. De nadelen vind ik groter dan de voordelen en ivm met Lyme geen garantie dat het werkt, als het al aanslaat. Ik heb afgelopen jaren geleerd over alternatieve middelen, die mede gericht zijn op het versterken van je immuunsysteem.

Lyme wordt wel gezien als een boodschap om beter voor jezelf te zorgen. Zo wordt gezegd dat bij een gezond lijf het immuunsysteem sterk genoeg is, waardoor Lyme geen kans heeft. Daar valt bij mij nog wel wat te verbeteren, aangezien ik sinds de verhuizing nog geen lekkere boodschappen-routine heb opgebouwd. Biologische producten zijn hier niet vanzelfsprekend om de hoek te krijgen, dus dat vraagt een nieuwe blik en onderzoek.

Ook energetisch mag ik beter voor mezelf zorgen, en word daarin ook uitgedaagd door na 50 jaar in de anonieme stad, mezelf nu in het dorp los te laten 🙂 .

Als mijn huisarts me uiteindelijk vraagt waarom ik geen antibiotica wil, is mijn antwoord: omdat ik geloof in het zelfhelend vermogen van mijn lijf.

Leuk en verrassend is zijn reactie: Goh, dan zeg je eigenlijk hetzelfde als je vader!

De 1e stap in de teken-challenge ben ik alvast aangegaan: tegen dokters advies in laat ik de antibiotica kuur aan me voorbij gaan.

Het overwinningsgevoel is nog vers, als de volgende uitdaging al weer klaar staat: de eikenprocessierups heeft zich op de eik voor mijn slaapkamerraam genesteld. Dat snap ik wel, zo’n lekker plekje 🙂 . Maar ja, niet fijn.

Ik lees alles wat los en vast zit over de rups, wat veel bangmakerij is en praktisch heel beperkt, omdat deze explosie in Nederland door velen niet is voorzien. Mijn buurman weet er nog minder van af, en als ik hem wijs op het nest, roept ie enthousiast uit ”Oh, wat mooi zijn ze!!!” Ik bedank hem, en zie vanaf dat moment naast de hinder ook hoe mooi de eikenprocessierups is.

Voorlopig houd ik mijn slaapkamerraam dicht , focus me op het mooie van de rups en vertrouw dat ook deze bezoekers hier niet voor niks zijn neergestreken.

Ja, de rupsen laten zien dat de aarde uit balans is. Dat ons gif, de monocultuur en de met stenen dicht geplamuurde aarde de natuurlijke vijanden van de rupsen hebben verdreven.

Ik zelf voel me steeds meer één met de natuur om me heen, wat maakt dat ik me steeds minder voor kan stellen dat de natuur mij ziek zal maken. Niet als ik in balans ben. Daar werk ik aan.

Ondertussen heb ik jeuk, heb ik allemaal bultjes en gekke plekjes, en voel me supergoed. Ik leer steeds meer vertrouwen, minder vanuit angst te handelen en voel me steeds meer geaard.

Wat vanzelf komt, gaat vanzelf weer weg?

Nee, niet vanzelf. Nog niet. Ik mag nog veel van de aarde leren, en dat is soms best hard werken. Voor nu is dit mijn beste medicijn.

Een boom gekapt

Er bestaan nog culturen waarin de hele gemeenschap zich verantwoordelijk voelt voor het welzijn van ieder individu en daarmee van de hele groep. Zij leven nog in de wetenschap dat alles en iedereen met elkaar verbonden is.

Als een dorpslid bijvoorbeeld ziek is, ongelukkig of zich misdragen heeft, heeft dit effect op het hele dorp, en zal iedereen om deze persoon heen gaan staan, zal iedereen helpen om de situatie van dit dorpslid te verbeteren en te helen, en zo de groep helen. Want als het met 1 iemand in de groep niet goed gaat, gaat het met de hele groep in zijn geheel niet goed.

Toen ik dit las, vielen er veel puzzelstukjes in elkaar.

Zoals een ouder zich vaak goed voelt, als het de kinderen goed gaat, zoals hoog sensitieve mensen zich op hun best voelen als de omgeving ‘positief geladen’ is, en zoals lichtwerkers de sterke behoefte hebben om zich bezig te houden met het welzijn van de aarde met alles wat daarop en daarin leeft.

Bij bomen onderling vind je een zelfde soort samenwerking. Als ’t een boom niet goed gaat, zullen omringende bomen extra voedingsstoffen naar de zieke boom brengen.

Voor mij vervaagd langzaam de grens tussen mens en al het andere dat leeft, met name bomen. Alles is bezield, en met de ziel kun je contact maken, of het nu de ziel van een mens, een dier of een boom is.

Een week geleden komt er op Facebook een foto langs: een bekende boom op een mooie en fijne plek in Soesterberg is omgehaald. Groot verdriet. Ik weet t ergens van binnen, maar laat het niet toe. Als er later weer een foto langskomt, van een andere omgezaagde boom op hetzelfde terrein, sta ik open en voel de pijn door me heen stromen. Ik kom niet van het beeld van de foto af, en begin boos te worden, dat ik word lastiggevallen met deze boodschap… Ik kijk al lang geen journaal meer, omdat ik niks kan met al die negatieve berichten. De wereld wordt niet beter, van mijn kennis van al die ellende. Wat je aandacht geeft groeit, dus focus ik me liever op mooie en liefdevolle dingen.

Tegelijkertijd, dingen komen niet voor niks op mijn pad. Die omgevallen boom blijft maar op mijn netvlies staan, en dan begint er iets in mij te borrelen… dat ik daar iets te doen heb…

Ik heb geen idee wat, maar de volgende dag stap ik in de auto (…) naar Soesterberg. De hele reis zeurt het in mijn hoofd wat ik daar toch in godsnaam ga doen bij die omgezaagde bomen.

Op ’t moment dat ik de auto uitstap komt er een rust over me, en ervaar ik ’n soort van thuiskomen, alsof er op me gewacht is. Ik groet de 2 berken die als poortwachters aan ’t begin van het terrein staan.

Even verderop ga ik aan de voet van een oude boom zitten. Terwijl ik m’n sinaasappel schil, vertel ik wat me dwars zit. Ik voel me geborgen, gesteund en heb tegelijkertijd een groot respect voor deze boom, als voor een oude wijze vrouw.

Als ik mijn sinaasappel op heb en geland ben, sta ik op en loop richting de 1e stam, die van de notenboom, en kniel op het gras. Het enige wat ik doe (denk ik), is er zijn met mijn aandacht en mijn liefde.

Een jaar eerder heb ik een keer in Amsterdam bij een omgezaagde boom gestaan, en ervoer een enorme onrust. Advies van iemand toen was om er met mijn aandacht naar toe te gaan, met de intentie ‘ik zie je’, waarna ik langzaam de onrust tot rust voelde komen.

Ik realiseer me steeds meer, dat het voor mij met bomen niet veel anders is dan met mensen. Een mens in pijn of verdriet komt ook vaak tot rust door liefdevolle aandacht.

Bij deze stam voel ik al veel rust. Ik ervaar deze ontmoeting dan ook als opwarming voor de 3 boomstammen achter op het terrein, waar ik erg tegenop zie.

Als ik om beurten bij deze oude gehavende boomstronken ga zitten, ontstaat vanzelf het vergevingsritueel. Ik ervaar de eenheid als bij de eerder genoemde gemeenschap, en voel me verantwoordelijk voor wat er gebeurd is met de bomen. Ik vraag ze om vergeving en dank ze voor hun leven, hun enorme bijdrage al die jaren en kennis.

Wanneer ik het terrein afloop, is het alsof ik na een begrafenis van een dierbare wegloop. Loslaten. Het heeft tijd nodig om een nieuwe balans te vinden. De rouw kan beginnen.

VERTROUWEN

Andrea, ik volg je inmiddels en ik
zeg u, je blog is het lezen waard, en
ik kijk dan ook uit naar je – vanaf nu –
weeklijkse bijdragen. Dank! 🙂

Deze App ontving ik een paar dagen geleden.

De volgende dag heb ik een inwerk-ochtend in een verzorgingstehuis voor dementerenden. Vakantiebaantje. Ik kijk daar naar uit…. Werken en met regelmaat geld op mijn rekening ontvangen. ‘Zoals het hoort’, zoals ik geleerd heb, zoals de meeste mensen doen. ’t Zit in m’n cellen, in m’n genen, in m’n DNA, het is vertrouwd, voelt veilig. En ik vind het fijn om met dementerenden te werken, op een liefdevolle werkplek.

Ook hoor ik een stem in mij die zegt praktisch en cynisch: “Ja, geweldig idee, de zomer komt eraan, ideaal om te wandelen, dus jij gaat lekker in een tehuis werken! Waarom ben jij in een caravan in het bos gaan wonen?”

En ergens diep van binnen hoor ik een iel stemmetje: “Ik begrijp ’t helemaal, het is ook fijn om naast demente ouderen te staan, die zullen wel blij zijn met jouw aanwezigheid. Alleen heb je dat 30 jaar geleden al mogen doen, in je studententijd. Het is nu tijd voor jou om iets anders te gaan doen. Al weet je nog niet wat.”

Het App-bericht klinkt als een uitdaging om weer achter mijn schrijfblok te gaan zitten. Al voel ik geen drang. Ik zie wel wat er op papier komt.

Tijdens dit schrijven, wat ik nog altijd met pen en papier doe, komt er een vlieg op m’n blad zitten. Ik schrijf om zijn territorium heen. Hij wast z’n voorpoten, lijkt te zeggen, “kijk even naar me, ik ben er ook, wat ben ik mooi he?!”, en vliegt weer weg. Op dat moment realiseer ik me, dat ik na lange tijd weer zit te schrijven. Met een glimlach. De vlieg komt nog even terug, als ter bevestiging, en vervolgt zijn weg.

Wanneer ik de eerder beschreven App ontvang weet ik ook dat ik het vakantiewerk af moet zeggen… Oh, wat vind ik dat lastig… ik ben nog zo gehoorzaam aan oude patronen, gewenning, gewoontes, aannames…… ik wil niemand teleurstellen. ’t Liefst doe ik ‘nog even’ dat vakantiewerk en daarna… Maar ik weet dat ik mezelf voor de gek hou, en dat de tijd van uitstel en omlopen voorbij is. Het is nog steeds makkelijker een baantje te nemen, dan te vertrouwen dat ’t goed komt, dat ’t goed is.

De mail naar het verzorgingstehuis om af te zeggen staat al lang klaar… alleen nu nog versturen…

Dan komt er een berichtje binnen:
I think beautiful
things are
about to happen &
I trust that

Ik druk op verzenden.

Thuis

Huis, caravan, stacaravan, boshuis, chalet…

Hoe dan ook. Verhuisd. Mijn nieuw paleis.

Mijn thuis.

Vier weken geleden al weer. ’t Voelt als gister, en het zou ook zomaar 5 jaar geleden kunnen zijn.

De eerste 3 weken zijn ’t allerfijnst. Ik heb geen internet en geen tv, alles is nieuw, en zo ook de avonden.

Ik schiet nog niet echt op met opknappen. Het is nog vaak te koud om te schilderen, en te nat om grote dingen aan te pakken. Dus ik slaap nog lekker knus in de woonkamer. Misschien over 10 jaar ook nog 🙂 . Ik vind het prima zo.

In Amsterdam ging ik bijna dagelijks naar het Amstelpark of het Amsterdamse bos. Hier heb ik de bossen om me heen, en ik merk dat het lijntje met de natuur en de spirits een stuk korter is. In Amsterdam had ik de natuur hard nodig om overeind te blijven. Hier gaat dat  vanzelf. Ik slaap tussen de bomen, hoor de dennenappels op mijn dak ploffen, soms knallen, de regen stort, tikt of klettert, de wind ruist, giert, doet kraken en breken. De vogels gaan overal doorheen. Het is ongelofelijk luxe kamperen. Ik heb alles wat ik nodig heb en nog veel meer. En ik hoef niet weg. Niet terug naar huis, want daar ben ik al!

Overdag ben ik op pad, aan de wandel of in de tuin. Er is zoooooooooooooveel te doen, en net zoveel te laten 🙂 . ’s Avonds zing ik mantra’s, ik mediteer, lees en zit. Gewoon zitten. Verder niks. Zijn. Niks hoeven, niks moeten, me niet verdrinken in televisie of internet. Zijn met wat er is, en ik vind het fijn.

Af en toe overvalt me de drang dat ik toch moet werken. Ik bedoel, werken voor geld, een baantje zoeken. Zoals ‘gewoon’ is.

Maar ik hoef even niet. Het is niet nodig. Ik doe mijn werk. En toch gillen mijn cellen om ‘gewoon’ : werken in ruil voor geld. Aangeleerd, ingebakken. Ook al is het nu even niet nodig. Ik voel me schuldig dat ik niet hoef.

En ik geloof niet eens in ‘gewoon’.  Niet zoals het geld verdienen nu in de maatschappij ‘gewoon’ is. Voor mij voelt het natuurlijker, dat ik iets voor jou doe, jij doet iets voor een ander, en uiteindelijk komt er een vogel voor mijn raam zingen en is de cirkel rond.

Toen ik 5 jaar geleden naar Spanje liep voelde ik me nuttig. Net als afgelopen juni in Zuid Frankrijk. Daar voelde ik weer in al mijn vezels hoe nodig het was dat ik daar liep. Hoe belangrijk dat was. Dat ik op dat moment mijn beste bijdrage aan de wereld leverde.

Ik geloof dat als ik datgene doe wat ik te doen heb, dat het geld dan ook stroomt. Maar het blijft spannend, en het zal nog even duren voordat ik stop met het zoeken naar een baantje 😉 .

Zo dankbaar ben ik op dit moment, dat ik door een erfenis van mijn vader hier op mijn plek in de bossen kan wonen en mag zijn. Kan doen wat ik te doen heb. Nuttig zijn op mijn manier.

Daarvoor heb ik veel los gelaten.

Vanaf het moment dat de caravan op mijn pad komt, de maanden voorafgaand aan mijn verhuizing, beginnen de nachtmerries, de gebroken nachten, angsten, het zwartste duister. Op de momenten, dat ik op mijn nieuwe plek in de bossen ben, valt dat alles weg, voelt alles goed, en weet ik dat dit de plek is waar ik de komende jaren thuis zal zijn. Zodra ik weer in Amsterdam ben, neemt de misselijkheid en de angst weer toe. Het diep van binnen weten dat mijn nieuwe plek de juiste is, houdt me op de been.

Een vriendin zegt: alles waar je nu doorheen gaat, hoef je niet meer mee te nemen. Oh, dat is een fijn vooruitzicht! Dan hou ik nog even vol…

Een dag voordat ik de sleutels van mijn woning inlever, neem ik ceremonieel afscheid. Ik bedank de plek met de vele herinneringen, voor de 18 jaar dat ’t mijn veilige haven was in mooie, liefdevolle, vrolijke, verdrietige, spannende en leerzame tijden. Ik reinig het huis, en wens dat de plek ook de beste plek zal zijn voor mijn opvolger.

En dan ineens is dat al weer 4 weken geleden. Geen moment dat ik terug verlang naar Amsterdam. Ook niet voor heel even. Wat ik losgelaten heb, heb ik losgelaten. Zoveel ballast lichter, zoveel ruimte ineens voor nieuwe dingen, in mijn nieuwe huis. In mijzelf.

Thuis.

 

Loslaten en dansen!

Zoveel gebeurd in 2018… zoveel losgewoeld, aan het licht gebracht en losgelaten.

Voor het nieuwe jaar heel veel onzeker, behalve dat ik na 30 jaar mijn huis in Amsterdam zal achterlaten. Een totaal nieuwe en onbekende plek in Nederland zal mijn nieuwe thuis worden.

Ik denk terug aan de nacht 20 jaar geleden, dat mijn zus bezig was te sterven. Het meest onvoorstelbare  gebeurde toen, en haalde alle grond onder mijn voeten weg, al mijn zekerheden, mijn overtuigingen en dingen waar ik in geloofde. Alles waar ik me aan vasthield.

Ik zag mezelf die nacht over zo’n touwbrug op de kermis lopen, waarbij je bij elke stap niet weet hoeveel weerstand je krijgt en hoe hoog of diep je stap zal worden… Ik herinner me het weeïge gevoel in mijn buik, en de gedachte, dit wordt dus mijn nieuwe basis, dat er geen houvast is, geen zekerheid, niks voorspelbaars, geen logica. Tijd om te gaan leren balanceren met mijn handen los…

Ik de jaren daarna gaat het balanceren met vallen en opstaan. Het is zo verleidelijk om elke keer weer ergens vast te grijpen, een nieuwe houvast te creëren.

Op dit moment ben ik weer even helemaal terug op die wiebelbrug, en bezig mijn handen los te maken van de touwen aan de zijkant. Om straks met mijn armen in de lucht mijn huis uit te lopen, vol vertrouwen naar wat komen gaat.

Ik wens jullie een opgeruimd en licht jaar toe, en dansen, veel dansen, dansen met je armen in de lucht 💚

dansen_LI (2)

Klein meisje in grote mensenwereld

Jaren geleden stond ik met mijn lieve buurvrouw Francine bij ons voor op de stoep te kletsen. ’Geen kinderen, geen relatie… ga!’ Die woorden van haar zoemen nog door mijn hoofd. ‘Ga de wereld in, ga reizen, ga weg, ik kan niet weg, maar jij, wat houd je hier?’ Ik wist het niet, maar iets hield me hier vast. Enigszins wanhopig door het niet weten, hield ik toen met beide handen de stenen van onze gevel vast, en kon alleen maar zeggen ‘dit, deze stenen houden me hier’.

Een jaar geleden was Francine er ineens niet meer. Plotseling dood. Na de schok was één van de eerste gedachtes die in me op kwam, oké, dan kan ik nu ook weg.

Een paar maanden terug. Koop van de caravan. Het klikt gelijk met de bewoners en de plek voelt heel fijn. Na zo’n uur, bij een kop thee, vraag ik wat de bedoeling is, want wat mij betreft is het wel duidelijk. Ik weet, dit is mijn plek voor komende tijd. Ik kan dagen, weken, maanden twijfelen en zeuren over de kleinste dingen, maar bij dit soort grote beslissingen weet ik gewoon wanneer het goed zit.

En dat is fijn, want de dagen en weken na deze dag waarop ik me intens gelukkig voel en waar ik zolang naar heb uitgekeken, ben ik erg labiel en zijn er dagen met slapeloze nachten, migraine en misselijkheid. Migraine zoals ik 10 jaar terug voor t laatst had. Misselijk zoals ik vroeger was, de avond voordat ik naar school moest, naar de klas met juffrouw van Klaveren.

Allemaal niet als ik op mijn nieuwe plek ben. Als ik daar ben, voelt ’t thuis, ben ik blij en valt alles van me af. Maar in Amsterdam, op 3 hoog, achter die gevel die ik zo’n 10 jaar eerder vasthield, ervaar ik donker, duister en zwart. Ik weet niet wat het is, maar snap nu wel waarom ik deze stap alsmaar heb uitgesteld. Ik ben dankbaar dat ik weet dat het goed zit. Dat geeft het vertrouwen om hier doorheen te gaan. Om het zwart in de ogen te kijken. Ik heb geen moment van twijfel, en kijk er naar uit om de bossen als mijn nieuwe uitvalsbasis te hebben. Wat een kans, wat een geluk, wat ben ik dankbaar!

Alleen het loslaten is nog even ‘een dingetje’.

Ik heb gelukkig de tijd om dit proces aan te gaan. Alles mag er zijn, het zwart, het verdriet, de misselijkheid, de eenzaamheid, de angst. Het bijzondere is dat het in de loop van de tijd steeds meer samen lijkt te vallen met de opbouw van mijn nieuwe plek. Het leren dragen van verantwoordelijkheid… Ik ben toch een stadsmeisje van 50, met huurhuis en centrale verwarming. Als er iets mis is, bel ik de woningbouwvereniging. Als ik op deze plek iemand nodig heb, dan zal ik moeten leren vragen… of betalen…

Is het verantwoordelijkheid?

Wanneer vrienden me wijzen op iets dat lijkt op vochtplekken in het nieuw gelakte hout aan de buitenkant, besef ik opnieuw wat een verantwoordelijkheid ik ben aangegaan. Ik vind het nogal wat. Of de vloeren goed zijn? Weet ik veel! Vast wel, want ik weet, dit is mijn plek. En als de vloeren niet goed zijn, zal het vast samengaan met de uitdaging om ook mijn eigen fundamenten aan te pakken.

Wat is verantwoordelijkheid?

De caravan lijkt symbool te staan voor mezelf. Sinds ik voor deze plek heb gekozen, gaat mijn voet duidelijk vooruit.

Het voelt alsof ik alle aandacht en zorg die ik aan mijn nieuwe thuis besteed, tegelijkertijd aan mezelf en mijn eigen basis geef. Dat ik leer dat ik er mag zijn. Van mezelf is het makkelijker weglopen, dan van deze woonplek. Als ik er niet voor zorg, stort het uiteindelijk in. Ik schipper tussen paniek en intens geluk. Paniek vanwege de verantwoordelijkheid… wat is dat toch? En intens geluk om daar te kunnen zijn, met de bossen in mijn achtertuin.

Best pittig, winter, kou en korte grijze dagen. In die dagen de caravan opknappen. In een periode dat ik naar binnen wil, cocoonen, stilte. Word ik uitgedaagd om actief en creatief te zijn. Het liefst zou ik wachten tot het voorjaar, maar die keus heb ik niet. Het mooie is, dat deze winter ervoor zorgt dat ik ‘het’ allemaal niet eventjes kan doen. Het lukt me niet om even mijn schouders eronder te zetten. Ik word gedwongen om mee te gaan met de traagheid van de winter, en dat is spannend, want er is wel een deadline. Zo heeft het nu al 4 weken geduurd voor de kachel goed en wel brandde en inmiddels is het gaan vriezen. Niets gaat zoals bedacht of gepland. Ik wen er langzaam aan en geef me eraan over. Loslaten van verwachtingen en vanzelfsprekendheden. Het is weer een nieuwe camino lopen. Stap voor stap. Er is geen straks of nog eventjes. Tijdens de camino heb ik 3 keer geprobeerd mijn overnachting vooraf te regelen. Ging 3 keer niet door. Hier heb ik al 3 momenten gehad dat ik ervan uitging dat mijn kachel het dan wel zou doen. Niet dus.

Ik ontdek dat binnen dezelfde temperatuur geldt als buiten. Vol verbazing zie ik op een ochtend de thermometer op minus 2 staan!

Tijdens de hele periode word ik begeleid door een groot vertrouwen en bemoedigende signalen, zoals een driedubbele regenboog vanaf de pot goud waar die volgens verhalen uitkomt, een uil, een ontmoeting…

Verantwoordelijkheid… wat een raar woord eigenlijk. Volgens mij mag ik dat ook loslaten.

Ja, en dan blijft er alleen over,

intens geluk.

En de volgende stap.

Spannend 🙂

op de stoep