Henneke (k6)

Lieve Henneke, fijn dat je bij mij bent komen wonen. Voel je je al een beetje thuis?

Thuis, thuis, wat is thuis. Ingewikkeld woord hoor.

Oké, laat ik dan anders vragen. Vind je het fijn hier?

Fijn? Fijn? Ja, soms wel, soms niet. Dat is niet algemeen te zeggen hè? Nu is het fijn dat we in gesprek zijn. Bedoel je dat?

Ik bedoelde eigenlijk algemener, maar ben ook blij dat je ons contact nu fijn vindt.

Weet je, is allemaal niet zo belangrijk.

Nee?

Nee, ik heb eten, drinken, goed gezelschap.

Geen problemen met Zus?

Met Zus? Ach nee, lekker der gang laten gaan. Opgewonden standje. Dat brengt ook weer leven hier.

Hoe kom je aan die kale plekken in je nek?

Kale plekken? Oh, die. Stress, beetje ruzie, en ja die luizen waren ook niet fijn. Maar gaat nu beter toch? Nog steeds kaal? Henneke draait haar nek in een poging de kale plekken te zien. 

Ja, nog steeds kaal, en misschien wel meer dan eerst.

Ik krijg er wel de aandacht mee, zeg je vrolijk kakelend.

Ja, dat is waar, reageer ik lachend. Ik maak me wel zorgen.

Je durft me niet op te pakken hè?

Oh nee, sorry, zo ver ben ik nog niet.

Geeft niet hoor, maar binnenkort toch gewoon een keer doen. Ik vind je lief.

Oh, dat is fijn om te horen. Ik zal het echt een keer proberen.

Ik hou wel van knuffelen, Andrea.

Oké, goed om te weten.

Ja, ik ben niet alleen hè?

Hoe bedoel je dat Henneke?

Wat je met mij doet, doe je met mijn hele familie.

Oh, dat is bijzonder.

Ja, je hebt vast al begrepen dat mijn familie het zwaar heeft.

Ja, dat is me bekend. En Vera heeft ook al verteld hoe jullie allemaal met elkaar verbonden zijn. Zo mooi hoe jullie dat voelen. Wij mensen zijn dat grotendeels kwijtgeraakt.

Stom hoor, hoe jullie zulke mooie kwaliteiten verkwanselen. Maar goed, daar ben ik dan ook voor.

Waarvoor Henneke?

Om te laten zien wat jullie mensen kunnen maar niet doen. Of verkeerd inzetten.

Zoals dat ik jullie achter een hek opsluit?

Ja, zoiets. Nou is dit prima hoor. Het geeft ook veiligheid. Meestal is de situatie veel erger, bij de meeste van mijn familie. Maar het ergste van alles, er wordt al lang niet meer naar ons geluisterd. Wij praten met iedereen, voor zover we dat nog kunnen, maar met de mensen? Geen gesprek mee te voeren! Jij liet ook lang op je wachten hoor, Andrea. Jeetje, hoeveel kaler moet ik nog worden, voor je met me wil praten, heb ik vaak gedacht. Na je gesprek met Vera, wist ik dat ik vol moest blijven houden. Wij 4en zijn sterk verbonden, maar hebben allemaal net een andere boodschap.

Wat is jouw boodschap Henneke, kan je dat zeggen?

Oh… leren luisteren Andrea, leren luisteren… Ik heb het al genoemd. Jullie zijn niet meer verbonden. Alsof jullie allemaal God zijn! Goddelijk, dat ben je ja, en alles en alles met elkaar maakt die Ene, maar dan ook alles en alles bij elkaar en in verbinding.

Wat zeg je dat mooi Henneke. Ik begrijp je wel. En bedoel je dan de mensen en de dieren, en ook de planten en de bomen?

ALLES ALLES ALLES

De aarde en de sterren?

ALLES

Dood en leven?

ALLES

De stenen en…

AL-LES…. ALL-IS

Wauw, wat een mooie boodschap Henneke.

Het blijft even stil

Andrea, jij knuffelt toch ook de bomen? De aarde? Je knuffelbeest?

Ja, dat doe ik graag.

Pruilend, wat doe ik dan, dat je mij niet knuffelt?

Ik weet het niet lieve Henneke. Je bent zo anders met je poten en je snavel.

Yeh right, en een boom lijkt precies op jou hè?!

Je hebt gelijk Henneke, zeg ik lachend. Oké, ik ben een beetje bang van jullie. Omdat ik jullie niet zo goed kan aanvoelen.

Misschien kun je wat vaker bij ons komen zitten. Dat doe je al wel, met je gele handschoen met zaden. Maar ook zonder die handschoen, even bij ons komen zitten. Dan kunnen wij ook aan jou wennen. Alles komt van 2 kanten hè. Jij een beetje bang van mij, dan ik een beetje bang van jou.

We komen er wel hè Henneke, met elkaar?

Ja Andrea, zeker wel. Maar beloof me dat je probeert naar ons te luisteren. ECHT te luisteren. Dit is pas het begin. We hebben nog veel meer te vertellen. Wij alle vier.

Oké Henneke, ik beloof je dat ik echt vaker ga zitten voor een gesprek met jullie.

Ja, dat beloven ken ik… maar doen hè, Andrea!

Ja lieve Henneke, ik ga het doen!

Fijn lieve Andrea, ja, ik vind je best een lieverd. Dank voor dit gesprekje. En geloof nou maar dat het echt was.

Goed Henneke, dank je wel. Ik ben blij dat je hier bij me bent komen wonen.

Dan zie ik Henneke in de grond klauwen alsof er nooit een gesprek heeft plaatsgevonden.

Zus Hèlen is broeds (k5)

Hoi Hélena!

Hm. Zus kijkt me pinnig en op haar hoeden aan.

Je bent aan het broeden zie ik?

Ja, en het zou fijn zijn als je me met rust laat, oké?!

Oké… Maar je weet dat de eieren niet uit gaan komen?

Ja, tuurlijk weet ik dat. Maar laat me nou maar lekker zitten. Lekker even rust.

Das goed. Ik kom alleen wel af en toe de eitjes van de anderen weghalen. Vind je dat vervelend?

Ja, tuurlijk vind ik dat vervelend! Dat stoort me. En het staat natuurlijk heel gek dat ik zonder eitjes zit te broeden.

Ja, misschien een beetje wel. Maar ik begrijp dat je ook gewoon even rust wilt?

Ja, heb jij toch ook af en toe? En volgens mij doet het de anderen vrouwen ook goed.

Ja, zo lijkt het wel. De andere 3 zijn veel rustiger nu. 

Oké, kunnen we het zo laten dan?

Ja, ik zal je laten. Alhoewel ik wel af en toe de eitjes kom halen. En eh, ik hoop dat het niet te lang duurt. Het is herfst en belangrijk dat je wel wat drinkt en eet. Je moet niet te veel verzwakken.

Doe jij toch ook af en toe, een dagje vasten? Vertrouw me nou maar, dat het goed is. Geniet van de rust. En zing af en toe een liedje voor me. Dat was wel fijn. Ik viel bijna in slaap ervan. Zag je dat?

Dat is leuk om te horen Hélena.

Oja, die naam heb je goed opgepikt. Alleen niet die rare klemtoon van jou hoor. Ik kan het niet eens uitspreken, Héhé lena… Nou ja, het is gewoon Heléna. Zus Hèlen mag ook wel. Omdat ik hier nou toevallig met mijn zusje zit. Lekker hok hoor hier. Dank je.

Oh fijn om te horen! Ik twijfel er wel aan.

Niet doen. Je mag meer vertrouwen. Jemig zo’n fijne plek hier. Tuurlijk even wennen, maar het is oké hier hoor. Nou, laat mij maar weer even met rust. Dan kan ik even verder dutten.

Goed Zus, rust maar lekker.

Vera

(Kippen 4)

Al zoveel financieel en materieel geïnvesteerd in mijn 4 dames, dat ik het genoeg vind. Ze hebben nog steeds jeuk, al zijn ze inmiddels wel wat rustiger geworden. De omstandigheden zijn zoals ze zijn, met genoeg ruimte, eten, drinken en vitamines. Het is nu aan hen zelf om verder te helen. Elke dag zal ik even op ze af stemmen, en daarmee hun heling ondersteunen.

Lieve Kippen, wat kan ik voor jullie doen?

Ik wacht tot er iets gebeurt. Geen idee wat te verwachten. Dan stapt er eentje naar voren. Ze stelt zich voor als Vera.

“We hebben het goed, maar het is nog steeds wennen. Fijn dat je wilt luisteren.

Wij zijn hier namens de hele kippenwereld. En wij hebben het erg zwaar. We worden als vuil behandeld. Ondierlijk leven zeg maar. Geen ruimte, geen adem, geen liefde. We worden uitgebuit en doodgemaakt. Zelfs doodgemaakt als we niks gedaan hebben. Een zogenaamde ziekte zouden we hebben. Onze weerstand is nul. Ja, vind je het gek? We mogen vaak niet eens bewegen. Fijn dat je ons jouw aandacht geeft. Weet dat het voor onze hele familie is.

Ik snap dat het zwaar voor je is. Wij hebben jou uitgekozen om ons te helen. Daarom hebben we ook luis. Om je te laten zien hoe ziek we zijn. Onze familie hè. Wij niet. Wij zijn gezond. Dat zie je aan ons stralende verenkleed. Ja, tuurlijk hebben we kale plekken. Anders zou je kunnen denken dat we gewoon onszelf pikken. Dat dat normaal is. Is zo hè?! Dat is het niet. Wel fijn dat we dat kunnen, onszelf krabben. Dat hoort bij het leven. Gaat ook weer over. We leggen eitjes toch? Die vind je wel lekker hè? Beloning voor je werk. We willen je hiermee vertrouwen geven. Vertrouwen dat het goed is met ons. Maar we moeten wel aan het werk. Fijn als je je elke dag even met ons verbindt. Dat geeft ons moed om het verdriet van onze familie te dragen. We zijn maar met weinig, weet je. Weinig vrije kippen bedoel ik. En het leed is zo groot. Het leed van onze familie. Weet je dat we allemaal met elkaar verbonden zijn? Dat lijken veel mensen te zijn vergeten.

Het zou zo mooi zijn als we weer van elkaar kunnen genieten, de mens van de kippen, en wij van de mens. Gelukkig zijn er veel lieve mensen. Daar geven we de lekkerste eitjes aan. Veel mensen merken dat niet op. Ze proeven niet echt. Terwijl heel veel eitjes echt heel vies zijn, geloof me. Maar goed, het zij zo. Fijn dat je ons in huis hebt genomen. We staan open voor alles wat je brengt. Sorry als we af en toe veel van je vragen. We zijn ook maar kippen 😉 . Trek het je niet te veel aan. Probeer de lol ervan te zien. Daarmee kunnen we het best onze familie ondersteunen. Nogmaals, fijn dat we hier nu mogen zijn. Dank voor je luisteren.

Oja, Vera vind ik een mooie naam 🙂 “

En zo kreeg Vera haar naam.

De kip en de egel

(Kippen 3)

Vol goede moed wil ik deze ochtend verder gaan met het bevestigen van het net boven de kippen. Een net dat ik heb aangeschaft en zal voorkomen dat de kippen wegvliegen.

Het is een net, waar ik alleen mee kan werken als ik rustig ben, want oh, zo irritant hoe alles er in blijft haken. Alles. Dus ik ook. Daarom wil ik dat het goed en hoog gespannen zit, omdat ik er zelf ook elke dag onder doorloop als ik eten en water kom geven, en ik ’s ochtends niet altijd even rustig en geduldig ben.

1e klus vandaag. Ik haal een paar keer diep adem en duik onder het net, tussen de enthousiaste kippen door. Al gauw kom ik niet verder met het spannen van het net. Het lijkt ergens vast te zitten. Weer. Diepe zucht en rustig kijken waar het klem zit.

Och hemel, er zit een egeltje helemaal verstrikt in het net!

Nee, daar had ik natuurlijk niet aan gedacht… Alleen bezig met de kippen… en mezelf…

Ze is nog warm en beweegt als ik haar aanraak. Snel op zoek naar handschoenen en een schaar en proberen haar los te knippen van het net. Ja, en als ik al de hele tijd verstrikt raak in dit net, kun je je voorstellen wat dit met een egeltje doet… Oké, nee ik had me er geen voorstelling van kunnen maken. Tijdens het knippen blijf ik mijn excuses aanbieden. Ik voel al snel een intense band met dit beestje. Iets wat bij de kippen nog niet is gebeurd.

Het kan niet waar zijn, dat dit beestje de dupe wordt van al m’n goede bedoelingen en onkunde.

Als ze eenmaal van het grote net los is, zitten er nog hele kluwen draad om haar nekje en vervlochten met haar stekeltjes. Ik neem haar mee naar de Egelvrouw hier op het park. Samen bekijken we de ravage van draadjes om haar hals.

Werkte ze in het begin nog mee, nu rolt ze zich helemaal op als een balletje, zodat we alleen vanaf de achterkant wat kunnen plukken.

Inmiddels al flink wat weggehaald, blijft er nog veel in de klit zitten, vast tussen al die naaldjes.

Het is òf de dierenambulance bellen, òf zelf met veel geduld aan de gang.

Iets in mij wil het graag uit handen geven, dus ambulance bellen, maar bij die gedachte verschijnt er een grote NEE. Het voelt niet kloppend. De egelvrouw geeft mij het vertrouwen, dat ik het met veel geduld zelf kan.

Heel sterk weet ik, dit komt niet voor niks op mijn pad. Ik mag mijn dagprogramma loslaten, en hier mee aan de gang.

Met het egeltje en wat kattenvoer ga ik weer naar huis. Thuis leg ik haar in een doos met wat water en eten, en maak het donker door de doos af te dekken. Een paar minuten later hoor ik smakgeluidjes. Zo, nu eerst voor mezelf zorgen.

Na een koffie zet ik mezelf op de bank voor meditatie. Al snel voel ik de benauwdheid van mezelf als kind. Zoveel aanpassen, zo weinig bewegingsvrijheid. Af en toe een explosie als van een overkokende kookpan, en dan weer terug in de pas. In het gareel op de middelbare school. Ik heb het niet eerder zo bewust ervaren als nu, en de tranen lopen over mijn wangen.

De kippen die ik in een hok zet. En door mijn poging om ze meer bewegingsvrijheid te geven, raakt er een vrijlopende egel vreselijk in mijn netten verstrikt.

In mijn diepste ervaar ik mijn eigen gevangenschap, en tegelijk proef ik even de toegang tot mijn eigen vrijheid.

Ik weet dat mijn egeltje het gaat redden, dat ze speciaal voor mij op mijn pad gekomen is.

Ze heeft inmiddels wat gegeten zie ik, en met pincet en schaar ga ik voorzichtig aan de gang.

Afwisselend, tranen, excuses, “ik kan dit nooit”, “ik kan dit”, de dierenambulance bellen, zelf doen, “ik kan dit nooit”, “ik kan dit”, sorry sorry sorry lief egeltje. Och wat voelt het vertrouwd dit beestje in mijn handen.

Na veel gepriegel met pincet en schaar, lieve woordjes, het strelen van haar stekeltjes en een lied, is ze eindelijk verlost van alle draden.

Ik zet haar buiten in een doosje, met nog wat eten en drinken in de buurt, en ga met het kippennet boven de kippen aan de gang. Alles vastgeknoopt ver boven egelhoogte.

Mijn godinnen, weliswaar met meer ruimte, nog steeds opgesloten achter een hek en onder een net, maar m’n egeltje is weer vrij.

Als ik er ’s avonds op terugkijk, besef ik hoe bijzonder het is dat ik een paar uur zo vertrouwd en intiem samen met een egeltje mocht zijn.

Benieuwd of ik ook eens zo’n band met m’n kippen zal ervaren 🙂

Oke, ik heb dus kippen

(Kippen 2)

Ik weet wel waarom ik kippen heb, want wat is een paradijs zonder kippen?!? Zo wordt er in huize Steens hard gewerkt aan het paradijs, want dat gaat niet helemaal vanzelf…

Wat een ander wil, wat een ander vraagt, daar heb ik me altijd naar toe bewogen. Zijn zoals anderen me graag zien, want dat geeft vrede, rust.

Inmiddels ben ik daar wat stappen verder in gekomen. Of beter gezegd, heb ik daar flink wat stappen vandaan gezet.

Maar met de kippen, dan herken ik mezelf weer als vanouds. Ze hoeven maar een tok te geven, en ik sta daar, totaal uit mijn lood, en vraag wanhopig wat ze nodig hebben. Of eigenlijk, wat ze van mij willen. Als ik ’s ochtends in bed lig, en ik hoor ze kakelen, voel ik me schuldig, omdat ik nog in bed lig…

Aangezien ze wel afhankelijk van me zijn, van het water en voedsel dat ik ze geef, maakt het de uitdaging nog groter dan met mensen. Ze willen regelmatig wat van mij, en hoe kan ik daarbij bij mezelf blijven? Bij elke vraag (lees tok) van hen, voel ik me schuldig. Ik heb ze immers opgesloten en afhankelijk van mij gemaakt. Bij elke vraag (lees tok) voel ik me tekort geschoten, want ik heb ze niet gehoord, niet verstaan. Ik vind dat ik hun tok voor had moeten zijn. Het voelt als falen, als ze jeuk hebben. Het voelt ongemakkelijk als ze met zijn 4en tegenover mij staan te tokken en ik niet weet wat ze bedoelen. In mijn beleving vervelen ze zich, en vind ik mezelf pas een goede hoeder, als ik spelletjes met ze zou doen.

En, ik weet, er is geen goed of fout, er is alleen de intentie.

Ook in dit proces zet ik weer stappen.

Stap voor stap. Kijk ik naar de plekken diep in mij, die deze 4 Godinnen aanraken, en onrust bij mij veroorzaken. Ondersteund en aangemoedigd door de heerlijke eitjes die ze me elke dag geven. Eigenlijk hebben we het in die korte tijd toch al best goed met elkaar. 🙂

Als ik het even niet weet, loop ik het bos in, en realiseer me ineens hoe vanzelfsprekend mijn contact met de bomen is. Als ik na een uurtje aan de voet van een vertrouwde boom ga zitten, komt het gesprek vanzelf op gang. Zo gewoon hoe ik de bomen om advies vraag, alsof het de normaalste zaak van de wereld is (wat het natuurlijk ook is!), en vraag hoe ik met de kippen kan omgaan 🙂 Aangemoedigd door mijn alleswetende boom, bedank ik voor zijn wijsheid en wandel met nieuw vertrouwen terug naar huis.

Het is de eerste keer dat ik bij de vrouwen ben, en ze niet krabben. Zij rustig, dan ik rustig. Ja, ze krabben nog wel, maar met grote tussenposen. Ze lijken zich wat meer te amuseren, en ik voel dat de plek die ze innemen lichter is geworden. Een nieuwe fase lijkt aangebroken. De HELLUP is voorbij. Ik kan me nu voorstellen, dat het leuk kan gaan worden 🙂

Zoals mijn voorganger zei, “als ik geen nieuwe plek voor ze vindt, dan eet ik ze op”. Dat vind ik een geruststellende gedachte, dat als we er samen niet uitkomen, dat ik ze dan op kan eten. Beide uit ‘ons lijden’ verlost. Het is bijzonder om zo dicht bij de voedselketen te staan. Een boeiende zoektocht, het eten van dieren, of dat wat we van ze nemen, zoals eieren in dit geval. Ik geloof in vrije dieren, goed leven dieren, en dat we als mens toestemming vragen voor hun leven als we voedsel nodig hebben. Net als bij de planten. Zoals in oude culturen gebruikelijk was en nog is. Ik leef op een plek op aarde waar vrije dieren nog steeds achter een hek zitten, en zoek daar nu mijn weg in.

Voorlopig hou ik me aan mijn belofte toen ik de dames ‘in huis’ nam, dat ze een beter leven bij mij zouden krijgen. Een goed leven voor mijn meiden, dat staat bij mij voorop. Dat is mijn intentie. Dankbaar wat ik onderweg daarnaartoe allemaal ontdekken mag.

HELLUP

(Kippen 1)

Ik woon hier in het paradijs. Alles tot voor kort een sprookje, hier in mijn huisje aan de rand van het bos. In gesprek met de bomen en de ongeziene wereld.

Sinds een week is de balans ineens ruw verstoord, doordat ik ben gaan samen wonen. Samen met vier vrouwen….

Op een woensdag in september word ik wakker, en mijn eerste gedachte is   Oh HELLUP, er zitten 4 kippen in de tuin! Ik draai me om, kruip met m’n hoofd onder de deken en probeer weer te slapen.

Maar de 4 wezens gaan niet weg. Ik heb de voorgaande dag 4 kippen onder mijn hoede genomen. 4 vrouwen. 4 wezens. Ogen die me aankijken, geklets dat me doet twijfelen, gedrag dat ik niet begrijp, in een hok dat veel te klein voelt. Ze vliegen elkaar in de haren, dan weer staan ze als één blok tegenover mij en ik voel me geïmponeerd en vraag me onzeker af waar ik tekort schiet. Ik vertaal alles naar mezelf. Mijn eigen onzekerheid wordt genadeloos in het licht gezet.

En dat hok… moet er niet aan denken met 4 vrouwen opgesloten te zitten! Ook al zeggen de ‘papieren’ dat ze hiermee voldoende ruimte hebben.

Ze hebben jeuk. Ik nu ook.

Ze hebben eten, ze hebben drinken, ik behandel ze tegen luis. Oké, dan ga ik nu weer naar binnen. Daar ben ik veilig. Daar kan ik ze even buitensluiten… HELLUP ik heb kippen!!!

Ik weet dat het klopt, dat ze nu bij mij zijn komen wonen. Tegelijkertijd is er dat in het nauw gedreven piepende stemmetje dat zich afvraagt “Waarom???? Waarom toch???”

Ik vertrouw erop dat ik over een jaar hartstochtelijk veel van ze hou, en me geen leven meer zonder hen kan voorstellen. Maar op dit moment even niet.

De kippen zijn duidelijk gestrest. Ik ben duidelijk gestrest. Wie spiegelt wie? Ook hier gaat de ‘kip of ei’ vraag op 😉

Ik ga bij ze zitten. Aan de andere kant van het gaas. Ik weet dat ik met ze kan praten, ze kan verstaan, maar mijn innerlijke paniek is nog te groot om te kunnen luisteren.

Ze kijken me aan. Wat kan ik doen? Wat willen ze van me? Hellup.

Ik herpak me en denk praktisch, er moet een grotere ruimte voor ze komen. Daar kan ik een groot deel van de dag aan besteden, mee bezig zijn. Dat is veilig. Fysieke verzorging. Zonder emoties. Dat moet ik kunnen.

Dat kan ik.

Ik denk terug aan de lagere schooltijd, toen ik vaak voor het avondeten nog even een boodschap voor mijn moeder moest doen bij de kruidenier Meneer Suiker om de hoek. Om de hoek zat ook de Mavo. Na schooltijd hing daar steevast een groepje meiden rond, voor wie ik een aantrekkelijke prooi was, om hun krachten aan te meten. Ik was makkelijk te imponeren. Bij elke boodschap keek ik angstig om de hoek om te zien of ze er waren, of dat de weg naar Meneer Suiker veilig was.

Dat gevoel komt bij me terug, als ik aan de andere kant van het gaas oog in oog met de 4 kippenvrouwen sta. Ik voel me heel klein. Totaal geïmponeerd, net als toentertijd om de hoek, op weg naar de kruidenier. Hoezo, dieren minderwaardig aan mensen, vraag ik me in stilte af.

Ik ben veilig omdat ze in een hok zitten, en toch… Het voelt ook naar dat ze in een hok opgesloten zitten. Een hok waarin ik ze opsluit. Dat is ook niet wat ik wil.

Oké het hok moet groter. Dat is een begin.

De kippen worden rustiger. Ik word rustiger. We gaan gelijk op.

Wat een spiegel deze dames!

Zo moeder zo dochter, een familieopstelling

“Als je je zorgen om iemand maakt, ontneem je diegene zijn of haar kracht”. Een mooie uitspraak waar ik af en toe dankbaar gebruik van maak. Ook nu, in een periode waarin mijn moeder leeft met de diagnose alzheimer-dementie. Het is een zoeken met elkaar naar nieuwe mogelijkheden binnen onbekende uitdagingen, elke dag weer anders. Een bijzondere wandeling van moment naar moment, langs praktische zaken, een verdwaalde taal, de slappe lach, verdwenen herinneringen, gebroken lijntjes en nieuwe emoties. Van een heerlijke dag samen, naar de leegte die het daarna achterlaat…

In gedachte die leegte. En mijn moeder. En mijzelf. Wat toch, met die leegte?

In die leegte voel ik het grote verdriet. Het verdriet van mijn moeder, en haar eenzaamheid. Haar pijn en haar afhankelijkheid.

Ik voel haar flink zijn, haar wijsheid, haar zelfstandigheid. Ik voel haar handigheid om zichzelf weg te cijferen, zichzelf ondergeschikt te maken, en haar kracht de wereld op haar schouders te nemen.

Ik voel het. Ik herken het. Ik ken het. Want ik ben haar. Mijn moeder mijn kind, mijn moeder mijn spiegel.

Ik ga zitten en ik schrijf. Schrijf over haar verdriet, het blijkt het mijne. Ik schrijf over haar eenzaamheid, en ik vind hem in mezelf. Ik voel haar pijn. In mijn lijf. Haar afhankelijkheid, haar kind-zijn, ben ik zelf.

Ik ben haar flink-zijn, ik ben haar wijsheid. Mijn zelfstandigheid de hare. Net zo onzichtbaar. Ik ben haar schouders waarop ik sta.

Ik zou mijn moeder willen koesteren als mijn eigen kind. Haar willen beschermen, behoeden voor een boze wereld. Ik wil niets liever dan haar verzorgen en gelukkig zien.

Het doet zeer, als ik besef dat ik mag leren mezelf te koesteren als mijn eigen kind. Mijzelf nog krachtiger te maken, zodat er geen bescherming nodig is. Het schuurt met tranen als ik schrijf, dat ik zelf gelukkig mag zijn.

Het lucht op, even met mijn moeder te zitten. Er ontstaat weer nieuwe ruimte. Bij mij. En ik vertrouw erop, aan de andere kant van de lijn ook bij haar.

“Als je je zorgen om iemand maakt, ontneem je diegene zijn of haar kracht”. Zo ontzettend krachtig zijn wij allebei 🙂

Een nacht in het bos

Ja, ik geloof in de nieuwe wereld. Weet eigenlijk dat ie er komt ☺. Een wereld waarin de liefde regeert. En waar liefde regeert, is geen plaats voor angst. Zonder angst, geen controle en geen macht. Ga der maar aan staan!

Dat is alleen mogelijk als alles aan het licht komt. Geen pruttelende etterende wonden, geen geheimen, geen manipulatie en geen onrecht.

Oh wat hebben we dan nog veel los te laten! Wat heb ik dan nog veel los te laten…

Deze tijd zie ik als een grote schoonmaak van de aarde en onszelf. Zodat we de aarde weer gaan zien als iemand die gezien wil worden. Net zoals jij en ik gezien willen worden, om wie we zijn.

Zoals wij elkaar spiegelen, spiegelt ook de aarde wat er met ons gaande is. Wij zijn net zoveel natuur als de aarde. Gek genoeg zijn we daar heel ver van verwijderd geraakt.

Deze tijd zie ik als een grote uitnodiging om alle angsten en schaduwkanten aan te kijken. In het licht te zetten. Net zo lang totdat ze één voor één gesmolten zijn.

Daarin hebben we allemaal ons eigen pad te lopen…

Sinds ik hier aan de rand van het bos woon, ruim 3 jaar nu, ben ik veel in het bos te vinden. Ik leer de bomen kennen, hun kracht, hun stilte, hun verdriet, hun wijsheid.

Steeds groter wordt mijn verlangen om het bos ook ’s nachts te mogen ervaren. Alsof ik een belangrijk deel van onze relatie mis. Alsof je partner je elke keer naar huis stuurt als het donker wordt!

En waarom ga ik elke keer braaf naar huis? Omdat er bij elke ingang een bordje staat “na zonsondergang geen toegang”.

De één is bang voor spinnen, de ander is bang voor de dood, en ik, ik ben bang om de regels te overtreden.

Na 3 jaar ben ik dan eindelijk zo ver, dat de behoefte om een nacht in het bos te zijn, groter is geworden dan mijn angst om de regels te overtreden.

Ik weet een mooi plekje in het bos, onder een boom, waar ik graag zou willen liggen. Volle maansnacht klinkt passend had ik bedacht, maar uiteindelijk volg ik mijn intuïtie en ga een dag eerder.

Die dag gaat alle kanten op. Het enige wat vast staat, is dat ik om 20 uur het bos in zal wandelen. Zo sta ik ineens om 19 uur in de badkamer mijn haar te knippen, omdat iets in mij plots vindt dat mijn haar er af moet. Ik leer ook hier steeds meer af, om de waarom vraag te stellen ☺

Ik loop het bos in, en het voelt vertrouwd. Op mijn plek aangekomen, maak ik contact met de boom en alle andere jonge begroeiing om mij heen, en zing een lied.

Ik had ook bedacht, de hele nacht naar de bijna volle maan te kijken. Dat lijkt niet de bedoeling. Vanaf mijn plek is alleen de weerschijn van de maan op de bomen rondom mij te zien.

Het meest intens zijn de uren voor zonsondergang en na zonsopgang.

Zittend naast de boom, maak ik contact met het enorme netwerk van de bomen onder de grond. Hun wortels wereldwijd verbonden. Ik meng de mijne daar doorheen.

Als ik later op mijn rug lig, word ik me zo bewust van de kracht, de wijsheid, de eenvoud en de verbondenheid van het bomenrijk. Ik voel me als n pruttelende vulkaan, met mijn razende gedachtes, oordelen en ideeën, te midden van die zee van rust, geduld en wijsheid. 

Zoals Eckhart Tolle schreef: “Look at a tree, a flower, a plant. Let your awareness rest upon it. How still they are, how deeply rooted in Being. Allow nature to teach you stillness.” Ik kan het niet beter verwoorden, en heb het nooit eerder zo bewust ervaren.

De enorme verbondenheid die ik ervaar van de bomen, zowel boven de grond als onder de grond, geeft extra kracht en inspiratie aan de verbondenheid van ons mensen met elkaar. Hoe ver wij mensen daar vandaan zijn geraakt, wat er mogelijk is, en hoe wij met elkaar kunnen bijdragen dat weer in de wereld terug te brengen.

Alsof het verder een gewone nacht is, val ik rond middernacht in slaap. Thuis.

Rond half 4 word ik wakker van geritsel. Bij het ritselen van bladeren hoor ik geen verschil of het door een vogel of een groter dier wordt gemaakt, en wacht af.  Als het dichterbij komt, maak ik mezelf kenbaar door over mijn slaapzak te wrijven. Dat heeft geen effect. Het geritsel komt dichterbij. In een impuls ga ik rechtop zitten, en ‘het’ begint te blaffen. Ik denk even dat het een hond is, met een héél vroeg baasje. ‘Het’ rent weg en later hoor ik ‘het’ blaffen in de verte. Een burlend hert, besluit ik. Op zoek naar een vrouwtje. Ik was blijkbaar niet de juiste ☺

Ik ga weer liggen en slaap verder tot ver na zonsopgang. Als ik wakker word, ervaar ik mijn gezicht zacht en stralend. Ik voel een rust in mijn hele lijf. Ook in mijn hoofd.

Ik blijf nog een poosje zitten tot de zon hoog staat, zing een lied en pak mijn boel bij elkaar.

Later hoor ik dat het die ochtend rond half 4 volle maan was, en dat reeën als een hond gaan blaffen om anderen te waarschuwen als ze iets opmerkelijks tegenkomen.

Ik realiseer me dat ik die nacht op dat moment zelf vooral bezig was om ‘het’ weg te krijgen, zodat ik verder kon slapen. Mijn territorium afbakenen. Geen moment gedacht om met ‘het’ in gesprek te gaan, zoals ik inmiddels geleerd heb dat ik dat kan. En ook geen moment gedacht om deze gelegenheid aan te grijpen om naar de sterrenhemel te gaan liggen kijken! En dan bleek het ook nog eens wel het tijdstip van de volle maan te zijn… Kennelijk gebeurt alles allemaal van zelf, als ik het bedenken maar los kan laten.

Hoe mooi als ik volgende keer wel met ‘het’ in gesprek kan gaan. Wie weet zullen we dan uiteindelijk samen onder diezelfde boom liggen.

De nieuwe wereld. Hij komt eraan.

Ik wou dat ik 2 hondjes was (II)

Omdat mijn vorige blog vooral bezorgdheid bij lezers opriep, heb ik er een stukje aan toegevoegd. De tekst is mij in die korte tijd dat ie bestaat erg dierbaar geworden, en ik zou het jammer vinden als die door bezorgdheid zijn intentie verliest. Daarom hierbij nogmaals mijn verhaal.

In afstemming op mijn moeder, vermengen als vanzelf de verschillende levens. Het leven van mijn moeder, levens van tantes die ik gekend heb, het leven van een dochter wiens vader in de oorlog aan de verkeerde kant stond, het leven van een oma die als jong meisje wees werd en als verstotene van de maatschappij de liefde moest ontberen, het leven van hun kinderen en het leven van mij. Generaties vrouwen die niet mochten spreken, niet konden zijn wie ze zijn, die gedreven door overleven niet aan leven toekwamen. Levens van kinderen. Levens die te zwaar waren om vol te houden. Een geschiedenis van velen die nu dementeren. Al deze levens zitten ook ergens in mij. Dankbaar dat ik door hen mag leren leven.

Verdriet van binnen, verdriet van zijn

Niet zijn, niet mogen zijn, niet kunnen zijn.

Een kind van eenzaamheid.

Oh was ik maar 2 hondjes, dan kon

ik lekker spelen.

Een kind van machteloos, van

meewaaien, van ondergeschikt, van

niet weten, een kind van gekonkel,

manipulatie en boute volgzaamheid.

Niet weten, niet weten, niet weten.

Voelt niet goed, het is, het is

Overgave, meebewegen, volgen,

niet begrijpen, niet begrijpen

niet vragen, gewoon doen, gewoon doen

ik praat niet, ik zal niet praten

weet hoe ik me terug kan trekken.

Daar ben ik goed in, me terugtrekken,

mij zie je niet. Totdat je een been breekt.

Dan ben ik er voor jou.

Verder zie je me niet, je hoort me niet,

ik zwijg. Kan ik. Heel goed. Zwijgen.

Ik wil wel praten hoor. Als het

Moet. Fijner vind ik nu te zwijgen.

Mijn verhalen bij mij. Mijn verhalen

in mij. Ik val niemand lastig.

M’n hoofd doet het niet meer.

Ik val niemand lastig.

Ik kan heel goed zwijgen.

Mijn verhalen bij mij, van mij, in mij.

Weg. Mijn verhalen vliegen weg.

Weg van mij.

Ik moet ze halen.

Mijn verhalen.

Ik kan heel goed zwijgen.

Verdriet. Van mij. Ik kan heel

goed zwijgen.

Vertel het maar niet. Anders zouden de mensen maar denken.

Heel anders naar je kijken.

Ik kan heel goed zwijgen.

Kijk eens hoe goed!

Mijn geheimpje.

Het wordt steeds groter.

Ik kan nog steeds heel goed zwijgen.

En ik zorg voor jou.

Kijk maar.

Als het nodig is.

Anders trek ik me weer terug.

Ik wil wel praten.

Maar ik heb niks meer te vertellen.

Kijk eens mama hoe goed ik zwijgen kan?!

Nee, praten, beter niet.

De mensen zouden maar denken.

Ik trek me wel terug.

Kijk eens mama, hoe goed ik me terug kan trekken?!

Nee, beter niet praten.

Ze zouden maar denken.

Ik hoef ook niet te praten hoor.

Als het beter is van niet.

De mensen zouden maar denken.

Ik speel wel met mijn pop.

In een hoekje van het leven.

Mijn universum.

Totdat het niet meer gaat.

Ik praat niet veel hoor!

Totdat het niet meer gaat.

Ik kan heel goed zwijgen.

Totdat.

Het is niet zo belangrijk hoor wat

ik te vertellen heb.

Dus laat mij hier maar zwijgen.

Ik wil wel, maar ben zo goed in zwijgen.

Nee joh gekkie, ik heb echt niks te vertellen.

Ik kan beter zwijgen.

Ben ik goed in hoor!

Mijn wereld wordt steeds kleiner.

Er gaat maar weinig met me mee

Mijn kleine universum

Ik wil wel praten hoor,

maar ’t ontglipt me

er gaat steeds minder met me mee.

Mijn kleine universum

daar zijn geen stemmen meer.

Die laten me eindelijk met rust.

Nu kan ik misschien wel praten

in de stilte van mijn hoofd.

Maar weet niet wat te zeggen

er zijn geen verhalen meer.

Het is wel even wennen

Er was zoveel gebeurd

Ik wilde zo graag praten

Ik wilde zo graag praten

Maar ik leerde zwijgen

Omdat zwijgen beter was.

De mensen konden eens gaan denken

als ik een prater was.

Er was zoveel gebeurd

Bijna niet te bevatten.

Mijn wereld werd verscheurd

Er was te veel gebeurd.

Ik wou dat ik 2 hondjes was,

Dan kon ik lekker spelen.

Mijn universum is zo gek nog niet

al is het even wennen

dat ik nu weer praten mag.

Ik ben zo goed in zwijgen.

Ik wou dat ik 2 hondjes was.

Ik wou dat ik 2 hondjes was

Verdriet van binnen, verdriet van zijn

Niet zijn, niet mogen zijn, niet kunnen zijn.

Een kind van eenzaamheid.

Oh was ik maar 2 hondjes, dan kon

ik lekker spelen.

Een kind van machteloos, van

meewaaien, van ondergeschikt, van

niet weten, een kind van gekonkel,

manipulatie en boute volgzaamheid.

Niet weten, niet weten, niet weten.

Voelt niet goed, het is, het is

Overgave, meebewegen, volgen,

niet begrijpen, niet begrijpen

niet vragen, gewoon doen, gewoon doen

ik praat niet, ik zal niet praten

weet hoe ik me terug kan trekken.

Daar ben ik goed in, me terugtrekken,

mij zie je niet. Totdat je een been breekt.

Dan ben ik er voor jou.

Verder zie je me niet, je hoort me niet,

ik zwijg. Kan ik. Heel goed. Zwijgen.

Ik wil wel praten hoor. Als het

Moet. Fijner vind ik nu te zwijgen.

Mijn verhalen bij mij. Mijn verhalen

in mij. Ik val niemand lastig.

M’n hoofd doet het niet meer.

Ik val niemand lastig.

Ik kan heel goed zwijgen.

Mijn verhalen bij mij, van mij, in mij.

Weg. Mijn verhalen vliegen weg.

Weg van mij.

Ik moet ze halen.

Mijn verhalen.

Ik kan heel goed zwijgen.

Verdriet. Van mij. Ik kan heel

goed zwijgen.

Vertel het maar niet. Anders zouden de mensen maar denken.

Heel anders naar je kijken.

Ik kan heel goed zwijgen.

Kijk eens hoe goed!

Mijn geheimpje.

Het wordt steeds groter.

Ik kan nog steeds heel goed zwijgen.

En ik zorg voor jou.

Kijk maar.

Als het nodig is.

Anders trek ik me weer terug.

Ik wil wel praten.

Maar ik heb niks meer te vertellen.

Kijk eens mama hoe goed ik zwijgen kan?!

Nee, praten, beter niet.

De mensen zouden maar denken.

Ik trek me wel terug.

Kijk eens mama, hoe goed ik me terug kan trekken?!

Nee, beter niet praten.

Ze zouden maar denken.

Ik hoef ook niet te praten hoor.

Als het beter is van niet.

De mensen zouden maar denken.

Ik speel wel met mijn pop.

In een hoekje van het leven.

Mijn universum.

Totdat het niet meer gaat.

Ik praat niet veel hoor!

Totdat het niet meer gaat.

Ik kan heel goed zwijgen.

Totdat.

Het is niet zo belangrijk hoor wat

ik te vertellen heb.

Dus laat mij hier maar zwijgen.

Ik wil wel, maar ben zo goed in zwijgen.

Nee joh gekkie, ik heb echt niks te vertellen.

Ik kan beter zwijgen.

Ben ik goed in hoor!

Mijn wereld wordt steeds kleiner.

Er gaat maar weinig met me mee

Mijn kleine universum

Ik wil wel praten hoor,

maar ’t ontglipt me

er gaat steeds minder met me mee.

Mijn kleine universum

daar zijn geen stemmen meer.

Die laten me eindelijk met rust.

Nu kan ik misschien wel praten

in de stilte van mijn hoofd.

Maar weet niet wat te zeggen

er zijn geen verhalen meer.

Het is wel even wennen

Er was zoveel gebeurd

Ik wilde zo graag praten

Ik wilde zo graag praten

Maar ik leerde zwijgen

Omdat zwijgen beter was.

De mensen konden eens gaan denken

als ik een prater was.

Er was zoveel gebeurd

Bijna niet te bevatten.

Mijn wereld werd verscheurd

Er was te veel gebeurd.

Ik wou dat ik 2 hondjes was,

Dan kon ik lekker spelen.

Mijn universum is zo gek nog niet

al is het even wennen

dat ik nu weer praten mag.

Ik ben zo goed in zwijgen.

Ik wou dat ik 2 hondjes was.