En daarna

artiest foto onbekend

En toen was het leeg. Vrij. Open.

Alles gedaan, verzorgd, gezorgd. En nu, op blote voeten op de aarde, in het bos. Het druppelen van de laatste regendruppels. Stil. Een trein in de verte. Een enkele kraai, niet echt overtuigend.

Ik stel me altijd voor dat de vogels ook ‘s middags theepauze hebben. Net als het kleine volk, verscholen, knus in hun huiskamertjes, nestjes en holletjes, uit de wind en droog, uitrusten van de dag. Ze waren al vroeg op. De vogels. Weer.

En ik sta hier. Te staan, te zijn, zonder geschiedenis, zonder zichtbare toekomst. Het pad voor me geplaveid met rood bruine bladeren. Boven mij het nog groene blad, als een erehaag over mij heen gebogen, zet ik een stap, en nog één. Open en vrij, ongewis waar heen. Hier ben ik. Onbestendig. Niet vluchten. Geen excuus meer.

Zeven maanden geleden nog maar. Zeven maanden geleden al weer. Toen je het aardse losgelaten hebt. In alle rust en zo vredig. Afgelopen week hebben we het naamplaatje op je graf vervangen. Jullie graf. Van jou en pap nu. Maar net als bij leven, ben jij ook nu weer degene die het gezellig maakt. Het huis altijd vol met planten, spulletjes, foto’s, kaarsen en kleedjes. Pap zei kort voor zijn overlijden, ‘ik wil nog helemaal niet dood, want het is zo gezellig hier’. Maar de kou in zijn lijf won het uiteindelijk toch van gezelligheid. Ook nu, nu je bij pap bent bijgelegd, is de plek ineens een stuk gezelliger. Broer en ik zitten er graag, de plantjes, schelpen, stenen en beeldjes uit je huis, maken er een fijne plek, waar we met veel plezier en onze thermoskan een kop koffie en een theetje komen drinken.

Ja, ik mis je. En ook weer niet. je bent er gewoon, in mij en om mij heen.

Jij bent degene die me leerde over liefde, en neemt me nu nog steeds bij de hand in mijn zoektocht daar naar.

Bij jou heb ik op het einde van je aardse leven, zo’n diepe liefde mogen ervaren. Eén die ik nog niet kende. Diep, puur en vrij. Vrij van rafels, van bijbedoelingen en dubbele lagen. Liefde, zoals liefde.

Zeven maanden geleden al weer. Zeven maanden geleden nog maar, schreef ik:

Zo blij, zo vrij, zij is mij,

zij vliegt, ik mag nu ook.

Rustig, het komt vanzelf,

het komt op eigen tijd.

Mijn liefde voor mij.

Haar tranen gehuild.

Ik mag nu vrij, ik mag nu

blij, ik mag mijn kleine

meisje, mijn kleine meisje mag

mij.

Ik ben vrolijk, ik ben licht, ik

ben vrij, ik ben mij.

Tja, en dat blijkt nu best een uitdaging. De uitdaging van vrij te zijn. De liefde die ik heb leren kennen door jou, voor jou, nu grenzeloos door mij, voor mij… spannend wel.

En daar is vrij.  

VLIEG

20 juli 2025

Lieve Boom,

wat is het toch, wat ik de wereld te geven heb? Wat te brengen?

“Meis meis, woorden. WOORDEN, die heb jij te brengen.”

Ach woorden Boom, wat zijn nou woorden? Mijn ene zus was een baken van rust en wijsheid in haar omgeving, mijn andere zus was zo vol liefde en creatie. Beide ook nog moeder bovendien. Ik voel me niet minder, maar ja… wóórden!

Ik weet nog toen mijn zus Bar overleed, dat ik het al niet begreep. Waarom zij en niet ik. En het gekke is, ik weet ook dat ik hier te zijn heb, dat mijn ding op aarde nog lang niet is uitgespeeld. Maar Boom, ik vind het nog steeds ook veel gedoe hier. Waarom niet simpeler, als de eenvoud van het bos. Het mensenleven doet zo ingewikkeld!

“Nee nee nee nee, meisje. JIJ  doet ingewikkeld. Leef als ons, en laat, laat, laat.”

Oh Boom, ik voel heel ver weg wat je bedoelt, maar het ontglipt me bijna tegelijkertijd.

“Geeft niks, dan ‘laat’ je opnieuw en opnieuw en opnieuw. Meisje lief, je bent 2 werelden aan het verenigen, dat is niet niks. Zie het als een spel, een uitdaging, en probeer telkens weer opnieuw. Weet je nog hoe je als kind eindeloos en vaak monopolie speelde? Elke keer opnieuw, schone lei, nieuwe kansen, en opnieuw. En wat een support team heb je inmiddels om je heen!”

Ojaaaa Boom, dat ervaar ik zeker zo! Ik voel ze allemaal vanaf de andere kant.

2 aug 2025

Lieve Boom,

Ik vind het zwaar hoor. Twee zussen dood, papa en mama dood. Broertje en ik nog over. Ik voel me soms behoorlijk in de steek gelaten. Niet altijd hoor. Ik heb nog een hoop vrolijkheid in mij. Maar jeetje, erg lief en zacht vind ik het allemaal niet.

4 aug 2025

Lieve Boom, hier ben ik weer. Genoten van de wind in Bergen aan Zee. Ik voel me warrig. Je zei me mijn blaadjes te laten vallen, en volgens mij doe ik dat nu. Mijn blaadjes, mijn verhalen, mijn verleden, mijn programma, mijn beelden over wie ik ben, wie ik zou moeten zijn, zou kunnen zijn, zou willen zijn. Nu snap ik de woorden: ik ben.

Maar ik heb nog wel een hulplijn ingesteld. Ik stel me een scheerlijn voor me, waarmee ik door een tentharing verbonden ben met de aarde. Ik zou anders zomaar wegvliegen. Nog een zuchtje wind van jou, en ik vlieg zo al mijn blaadjes achterna. Ik ben het blaadje niet, dat snap ik nu wel. Ik ben ik ben… gelukkig aan een koord met haring stevig in de grond 😉 .

“Leuk, ben je lekker aan ’t kletsen. Gezellig hoor!”

Ach Boom, gedoetjes in mij. Vast niet nieuw voor jou.

“Haha, nou zou wel nieuw voor mij zijn hoor, als ik die gedoetjes van mezelf zou kennen hahaha. Maar ik begrijp je wel hoor. Ja, ik ken jouw gedoetjes inmiddels wel. Maar, weer een stapje verder.”

Ja Boom, maar nu dan? Ik voel me nu een vreemde in mijn eigen huis. Wat te doen? Alles is mogelijk, alles ligt open. Zoveel opties, zoveel uitnodigingen.

“Och meisje, voel je nu wat er in de weg zit?”

Ja, ik wil het juiste doen. Het goeie beslissen. Bang dat als ik voor het ene kies, ik het andere misloop.

“Juist ja. Zoveel heb je losgelaten, maar je hoofd ratelt nog lekker verder hahaha!”

Het blijft nog onwennig om te luisteren naar die richtingaanwijzer, die zo buiten alle bekende plaatjes, ideeën en logica wijst.

“Vandaar jouw briljante idee, van scheerlijn en haring hahahahaha, ja, ik zie je nu als vlieger meevliegen met de wind. Mooi beeld hoor.”

Lieve Boom, het gaat alsmaar over mij, deze gesprekken. Kan ik iets voor jou doen? Zou je iets aan de wereld willen vertellen?

“Ha, de wereld! Weet meisje lief, dat het grootste deel van de wereld hoort mij wel, luistert naar mij, en zo zijn we ook ontstaan. Verbonden in contact. Het zijn alleen de mensen die hiervan zijn losgeraakt. De mensen die zijn gaan denken dat ze anders zijn. Die zijn vergeten te luisteren. En ongelofelijk maar waar, zij weten niet eens meer hoe dat gaat, luisteren. Echt luisteren. Naar elkaar luisteren is al een hele uitdaging voor velen. Laat staan luisteren naar een boom zoals ik, naar de wind en de regen, de planten, de sterren, de dieren en de aarde. En daarom ben jij er. Onze luistervink hahahaha!”

Ik blijf dat spannend vinden hoor Boom.

“Dat geeft niet. Spannend mag. Als je maar schrijft. Luister en schrijf. Vertrouw op jou. Voel die scheerlijn met de aarde verbonden en vlieg meisje, vlieg!”

Zucht Dank je wel Boom, dank je wel.

“Vlieg    ,    vlieg    ,     vlieg… “

Laat je blaadjes maar vallen

Eindelijk, mijn eenhoorn is aangekomen. Nieuwsgierig pak ik hem uit.

Ja, mooi.

Best mooi.

Maar hij doet me eigenlijk niks.

Wat had ik verwacht? Bovendien, de ‘achterkant’ is helemaal niet mooi.

Ietwat teleurgesteld zet ik hem weg en vergeet hem.

Een week later zit ik weer eens met m’n kop vol vragen, en besluit de unicorn er bij te pakken.

Zodra ik contact maak, begint het in mij te stromen. Ik voel een enorme liefde, een lichtheid, en ineens de verbinding met al die kinderen, al die kinderen voor wie deze eenhoorn bedoeld is. Het kind in mij, dat eindelijk weer mag zijn, het kind in mama, en het kind in al die kinderen die zo graag kind willen zijn…

Ik draai de unicorn om, en zie de beschadigde kant. Ook een kant van al die kinderen die zo graag kind willen zijn. Zo graag kind wilden zijn. De eenhoorn staat voor dromen, wensen, magie. Liefdevol en veilig. Dat wil ik de kinderen brengen.

Wat een prachtig krachtig beeldje is het nu.

🌹

Het is stil. Stil is het buiten. Stil is het in mij. Af en toe een tjilp buiten, een vliegtuig ver weg, hoog in de lucht. Oja, ik zag een buizerd vandaag. Op de aarde op een hoek waar ik met de auto langs reed. Bijzonder.

De eenhoorn staat voor me. Krachtig. Liefdevol. Niet meer iets om te negeren, of om aan voorbij te gaan.

Krachtig en liefdevol. Die combinatie ben ik aan het ontdekken. Onderzoeken. Ervaren. De ruggengraat in mij, die ik afgelopen tijd intens heb leren kennen. Ik mag gaan staan. Dat is alles wat ik hoef te doen. De rest komt vanzelf.

Dag Boom.

Dag meisje.

Wat een mooie dag hè Boom.

Ach ja, elke dag is zo mooi. Maar blij dat je er van geniet vandaag.

Ja, ik weet het Boom. En ik geniet ook eigenlijk wel de meeste dagen. Maar toch, het voelt anders vandaag.

Mooi dat je dat het opmerkt! Ja, er is heel wat veranderd. Je trilt nu een stuk lekkerder met ons mee Hahaha (bij elke hahaha die ik schrijf, hoor ik een lage bulderende lach).

Is dat het?

Vraag niet te veel. Voel maar. Voel maar.

Stilte

Het is zo lekker, als ik er de tijd voor neem, Boom.

Och och tijd, tijd, tijd. Altijd weer die tijd.

Ja, gek hè, maar als ik helemaal zonder de tijd zou leven, zou ik niks meer doen. Zou ik, ja, zou ik alleen maar zitten te zijn.

Hahaha, hoor wat je zegt! Ga dat dan gewoon ’s doen. Echt doen. Zitten te zijn Hahaha.

Oh, ik weet het, toch nog zoveel geprogrammeerd in mij, dat ik iets moet doen, dat ik moet bewegen, dat ik stappen te zetten heb, dat er een doel voor mij ligt, …

Ja, ja, dat laatste klopt. Klopt helemaal. En dat komt. Dat komt vanzelf. Laat het gebeuren. Stel je open, geef je over en het universum kan aan de gang.

Maar is het dan niet van belang dat ik in beweging kom?

Och meis, je hebt geen idee van de beweging in jou, om jou heen. Prima hoor, als je stappen zet, alles is goed. Wij springen er uiteindelijk op een passend moment in. Of nee, natuurlijk voor jou niet op een passend moment hahahaha, dan zou je nog kunnen denken dat je de touwtjes in handen hebt. En dat begin je nu wel te snappen, dat heb je niet! Hahaha. Oh heerlijk dit weer!

Je hebt er wel lol in hè Boom?

Oh zekers zekers! Laat dat je grootste les zijn, lach in dit leven, lach, lach, lach. Lach in het leven, je bent er maar even Hahaha!

Nou Boom, ’t is bijna of je me aan het uitlachen bent.

Och nee zeg, maar als je blieft, niet zo serieus! Geniet, geniet, geniet.

Oh zeker Boom, dat doe ik elke dag, zo blij met het paradijs waarin ik wonen mag.

Dat is alles, lieve kind, dat is alles. Je doet het goed meis, je doet het goed.

Dank Boom, fijn te horen.

Vertrouw en vertrouw, laat je meevoeren met het leven, met de ongeziene krachten, met alle mooie zielen om je heen.

Oh ja, die voel ik Boom, steeds meer, steeds krachtiger.

Geef je tijd, geef je aandacht, dat is wat er nodig is.

Ja gek hè, ik sluit me er toch vaak weer van af. Ergens zo’n drempel. Terwijl ik best wil, horen, luisteren, voelen, samen, …

Dat komt. Dat komt. Elke keer dat we samen zijn, zitten, hahahaha, nou ja, jij zit en ‘ik ben’ Haha, grapje, hou ik van, hmm goed (kuch) elke keer dat je naar me luistert, komen we een stapje verder, of nee, natuurlijk dichter bij! Och och, die taal van jullie… Maar we vinden elkaar wel op papier. Of eigenlijk, jij weet me te vinden. Mooi mooi mooi. Oh en eh, ga je je laatste tekst nog even posten?

Nee toch, wie zit…

…daar nou op te wachten?! Oké, gaan we weer terug naar het begin?

Nee Boom, nee, pffffft, ik beloof ik beloof ik beloof.

Fijn meisje, je begint je woorden ook al te herhalen. Dat is een goed teken Hahahaha.

Dank je wel Boom, fijn gesprek weer.

Graag gedaan meis, laat je blaadjes maar vallen.

Zal ik doen.

(na dit gesprek heb ik direct mijn vorige blog gepost 😉 )

Ontmoeting met de Unicorn

Het was in mijn cirkelgroep waarmee ik maandelijks samenkom, dat voor mij vorige maand de Eenhoorn was getrokken. De Eenhoorn die mij vanaf dat moment op mijn pad zal vergezellen.

Ik denk automatisch terug aan de tijd dat ik op de acteursopleiding zat in Amsterdam, en een scene moest spelen uit ‘The Glass Menagerie’ van Tennessee Williams. Een disfunctioneel gezin, waarin ik dochter Laura speelde, een gehandicapt meisje van 23 jaar en zo verlegen, dat ze nauwelijks meer contact met de buitenwereld heeft. Haar wereld is haar glazen speelgoed.

Tussen alle glazen beeldjes zat ook een eenhoorn. Die stond voor Laura voor haar dromen en wensen, leerde ik, en wat dat dan voor mij als Andrea betekende. Ik was toen rond dezelfde leeftijd als Laura, en ik herinner me hoe wanhopig de docent probeerde dromen uit mij te trekken. Ik had ze niet. Blanco. Nada. Niets. Er zat een groot hiaat tussen Laura en mij. Ik begreep Laura niet.

30 jaar later nu, en de eenhoorn komt weer op mijn pad. Ik weet nog niet wat ie zal brengen, behalve de herinnering aan Laura, maar ik ben blij dat ie weer in mijn leven is gekomen. Alsof ie al die jaren gewacht heeft op het juiste moment. Ik voel de behoefte om de eenhoorn vast te pakken, concreet te maken. Ik besluit mezelf te trakteren en bestel een beeldje.

Dag Boom.

Dag meisje.

Ik ben moe Boom.

Ik zie het meis. Dat hoeft toch niet?

Ik weet niet hoe het anders te doen.

Je doet het prima kind. Geef het tijd. Laat het zijn. Je ruimt al zo veel op. Daar mag je best even van uitrusten.

Dank je Boom. Ik vind het allemaal best veel.

Ja ja, dat is het ook! Maar ja, jij ging ons helpen met opruimen toch? Ja, en er is nogal wat op te ruimen. Maar wat ik je zeg, je doet het prima. Niet zo streng. Er zijn geen regels, er is geen methode. Zoals jij het doet, is het precies goed!

Waar heb ik dat eerder gehoord 🙂 Bij mijn eerste massagecursus, ook al weer 20 jaar geleden. Ik snapte er helemaal niks van, en deed maar wat. Ik besloot mijn cursus af te maken, want ja, ik had er toch immers voor betaald 😉 . Die keer was de uitnodiging om op de leraar te oefenen. Met een zucht ging ik dat dan maar doen. Na afloop kreeg ik de vraag hoe het met me ging, en ik zei dat ik me goed voelde, en dat ik maar wat gedaan had. Ik kreeg als feed back terug dat elke aanraking precies raak was. “Ja maar”, protesteerde ik, “ik deed maar wat!”. “Ja”, zei de leraar, “en dat is precies de bedoeling, dat is de staat waarin je hebt te werken”.

Juist, vervolgt Boom, je had je hoofd er tussenuit gehaald en ging mee met de stroom. Dat is nu weer de zoektocht, de oefening. Je hoofd er tussenuit halen.

Ja, maar hoe doe ik dat? Het denken start elke keer weer opnieuw!

Focus op je hart. Opnieuw en opnieuw. Daar ligt jouw schat. Vertrouw daarop, en het zal steeds makkelijker gaan. In je hart zit de liefde, je moeder, je vader, iedereen met wie jij je verbonden weet. Het is je connectie met het grote licht, de bron. Geef het aandacht en het zal zich steeds weer vullen. Vullen met liefde, eindeloze liefde.

Ik zou het zo graag tastbaar willen hebben. Toch zo de behoefte iets buiten mij, wat ik kan zien of voelen.

Er komt een kleine Unicorn naar je toe. Kijk wat deze voor je kan doen, de verbinding tussen jou, de bron en iets tastbaars. Maar weet, je hebt niets nodig. Neem telkens even rust, sluit je ogen en kijk naar binnen. Weet je, het licht is zoveel groter dan je tastbaar kunt maken. Jullie mensen kunnen er telkens even aan proeven, en op den duur zal het je helemaal vullen, als je zover bent, dat je het kan dragen. Je bent al een heel eind hoor, kan ik je vertellen. Hou het licht, luchtig, plezier. Alles is goed, jij bent goed, jij bent lief, jij bent liefde. En, liefde laat niet over zich lopen, belangrijke les.

Dank je wel Boom, dank je wel.

Goed meisje, doe het rustig, het komt vanzelf. Vertrouw. Het is goed. Jij bent goed. En alles komt zoals het komt.

Dank Boom. Dank…

(in een volgend gesprek herinnert Boom me eraan, dat ik dit verhaal nog niet gepost heb, en laat me beloven dat ik deze tekst als nog zal publiceren… vandaar, nu toch online)

Van gedoetje tot paradijs

Het bos in. Voor het eerst zonder telefoon.

Ik heb vaak gezegd, als mama er niet meer is, gaat mijn telefoon eruit. Stoere praat. De werkelijkheid net iets anders… nog steeds wel het verlangen.

In het bos komen al snel wat woorden in me op, “wat een gedoetje hier toch op aarde”. Ik ga op zoek naar mn schriftje om het op te schrijven. Zal je net zien, nooit eerder gebeurd, maar nu natuurlijk wel. Wel mijn schrift, geen pen. Nog een keer de hele tas door. Vreemd. Ga ik terug? Ik ben nog dicht bij huis. Het is wel een beetje veel van het goeie, geen mogelijkheid om te schrijven, en geen mobiel, dus daar kan ik mijn schrijfsels ook niet in kwijt.

Ik begin met teruglopen, en bedenk dan dat er voor mij als pelgrim altijd één regel bovenaan staat: Maakt niet uit wat er gebeurt, maar teruglopen is er niet bij.

Ik draai me weer om en loop verder. Open voor wat er wil gebeuren.

Onderweg realiseer ik me dat ik al mijn ideetjes en ‘binnenploppers’ effe niet kwijt kan, en alles onthouden geef ik snel op.

Even iets delen in een app groep, wat ik eerder vergeten ben, ik laat het gaan.

De ontmoetingen met Boom en de hazelworm, ontmoeting met vogel en met licht. Ik kan het nu niet vastleggen, niet delen, het is er allemaal alleen voor mij. Dat is wennen. Ik beleef het allemaal intens.

Mijn wandeling loopt op meerdere fronten anders dan andere keren. Een nieuw pad. Een eerste ontmoeting met een onbekende reusachtige en krachtige boom. Zijn wortels deels verhout, als enorme spierbundels verspreid boven de grond aan zijn voeten. Zijn stam enorm, sterk en strak. Ik vlei me er tegenaan en voel me opgenomen, gekoesterd en veilig. Wat een kerel!

Naast deze reus zie ik een klein onofficieel paadje dat door de struiken verdwijnt, waarachter ik het zonlicht zie schitteren. Als een Alice in Wonderland word ik naar het gat in de struiken gelokt, alsof ik door een poort loop, boom de poortwachter. Eenmaal door de poort sta ik midden in het paradijs. Niet meer, niet minder. Wat een wonder hier! Ik kijk vol verwondering om me heen, en zie de zon door het landschap spelen. Het is zo’n verrassing, midden in het bos dat ik inmiddels wel dacht te kennen.

Ik ga op een oude boomstam zitten. Het is overweldigend groen en licht, en zoveel variatie in kleur, variatie van verschillende bomen en planten. Hoe langer ik daar zit, hoe meer ik zie… een paarse bloem…3 jonge berken, 2 puberdennen, een groepje blauwe bessen struiken, nog een bloem, een witte, en nog 2, en daar nog één, oh daar ook, 2 roze, nog een witte, tussendoor af en toe een varen…. In de verte de grote bomen, die als beschermers een oogje in het zeil houden. Alles lijkt te spreken. Soms met elkaar, soms tegen mij. Als ik na een poosje iedereen bedank voor hun schoonheid, gastvrijheid en gezelligheid, antwoorden ze me om beurten met hun lachende blaadjes toe en spetteren het zonlicht om zich heen. Ze hebben me gehoord! Oh, wat zou ik dit nu graag delen. Delen met de wereld, ‘zie, het paradijs is werkelijk hier, hier op aarde!!!’. Geen pen, geen camera, ik slurp alles in me op. Het is blijkbaar nu speciaal voor mij.

In mijn hoofd het lied waarmee Israël mee deed aan het songfestival, “New day will rise”. Ik kan het niet delen, omdat velen er een verhaal bij hebben, en het alleen maar meer verdeeldheid zal brengen. Wat ik zie, is een mooi mens, ik hoor een krachtige stem en woorden die mijn hart raken. De klanken zitten in mijn hoofd, en ik droom bij het idee dat iedereen, wie dan ook, waar ook vandaan, dit lied samen zingt, vanuit het hart. Dan hoef ik mijn paradijs van vandaag niet via foto’s te delen. We zouden er met zijn allen midden in zitten. Het paradijs. En het is er al, echt waar!

Ik herdenk vandaag de liefde

Ik herdenk vandaag de liefde

Vandaag 4 mei. Een dag bekend van de dodenherdenking.

Ik kan er al jaren niet zo veel mee. Zoveel slachtoffers die in de herdenking nog steeds buitengesloten worden. Zoveel generaties nabestaanden.

In eerste instantie denk ik dan aan alle nabestaanden van hen die na de oorlog veroordeeld zijn voor hun daden. Generatie op generatie wordt die schuld doorgegeven. Bekend voor mij, omdat ik daar een product van ben. Ik schreef er eerder over.

Later leerde ik van een kleindochter van een verzetsheld, dat ook haar leven sterk is getekend door haar familiegeschiedenis. Zij kon het nooit goed doen, want het was altijd opa die zo geweldig was, onovertreffelijk. Probeer maar eens in zo’n schaduw tot bloei te komen.

Of te denken aan de kinderen van de verzetsheld die de trekker moest overhalen, in naam van de vrede en de liefde.

Of het kind van de vrouw, joods van geboorte en 40-45 te hebben overleefd. De kans gekregen om onder te duiken, maar haar buren niet.

Schuld en schaamte, en nooit goed genoeg. Waar je ook staat in de geschiedenis. Jij bent ik, en ik ben jij.

Ik herdenk vandaag de liefde

In de laatste jaren van mijn moeder, waarin haar geheugen haar steeds meer in de steek liet, kwam er meer en meer ruimte voor verwerken, loslaten, vergeven en overgave.

In die tijd kwam ik zoveel dingen tegen, die overeenkwamen, van haar kind zijn en mijn kind zijn, van haar niet vrij zijn en mijn niet vrij zijn, van haar niet mogen zijn en van mijn niet mogen zijn, haar schuld en mijn schuld. Ik schreef toen ‘ik ben haar schouders waarop ik sta’. In elkaar geklonken als een tekening van Escher. Om aan te geven hoe mijn leven met dat van mijn moeder doorweven was.

De laatste week van het aardse leven van mijn moeder heeft ze geslapen, en hadden mijn broer en ik het voorrecht om bij haar te kunnen waken. Een veilige bedding voor haar om te doen wat ze nog te doen had. Zodat zij, en daardoor ook wij, een bijzonder proces konden doorlopen.

Die week is er zoveel opgeruimd, geheeld en losgelaten, dat de gedachte bij me langs kwam “Zij is mijn schouders waarop ik sta”. Het sterke gevoel dat ik nu op mijn eigen benen kon gaan staan.

Na haar laatste adem was het gedaan. Haar proces, ons proces. Tranen van geluk, tranen van liefde, te zien hoe al haar verdriet was opgelost, 1000 kilo lichter, een prachtige vrouw, een afgerond leven.

Inmiddels voel ik haar in elke cel, in elke vezel, en weet ik, ik ben mijn moeder, mijn moeder is mij.

Ik herdenk vandaag de liefde

4 april 2025 afscheid Clara

Lieve mam,

Dank je wel.

Dank je wel dat jij er was. Dank je wel voor je liefde. Dank je wel voor je grote zorgzaamheid. Dank je wel ook voor onze ruzies. Dank je wel voor deze laatste maanden, die we zo intens met je door mochten brengen. Dank je wel dat je zo genoot van het leven, ondanks alle zware uitdagingen die je op je pad bent tegengekomen.

Want je leven was zwaar. Je begreep zelf ook niet waarom jou dit allemaal moest overkomen. En toch bleef je doorgaan en hebt genoten van het leven tot het einde.

1936 Je was 3e kind in 3 jaar tijd. Doordat de 2e, je zusje Monica ook nog eens extra veel aandacht vroeg, was er niet veel plek voor jou.

Je vertelde dat je een rustig kind was, en vaak alleen speelde. De straat uit, de weilanden in, daar waar nu alles met de RAI is volgebouwd, daar vluchtte je heen, daar was rust. Daar was jij, daar was vrij. Je vertelt er enthousiast over, hoe heerlijk je het daar had. Je was al vroeg gewend om je alleen te vermaken, en hier voelde je je fijn.

Ik denk nu aan hoe je afgelopen jaar intens genoot van een enkel bloemetje in een uitgedroogd bloembed. En van de rijk gevulde velden met narcissen. Ik zie het kleine meisje weer door de weilanden struinen, en van dezelfde dingen genieten.

De oorlog maakte je mee. In de hongerwinter tulpenbollen eten. Vreselijk verzekerde je ons. Samen met je broers mocht je naar Texel om in een gezin daar aan te sterken. Je vertelt er luchtig over, en maar een klein beetje. In het gezin had je het fijn, wist je te vertellen. Ook vertelde je wel zoiets als van gebukt over de trap kruipen om kogels te ontwijken. Het is de opstand van de Georgiërs die jullie daar hebben meegemaakt. De beelden… een zwarte bladzijde, maar daarover verder geen woord.

De oorlog eindigde en je vader werd opgepakt en naar kamp Vught gebracht. Zijn handelen in de oorlog veroordeeld.

De rest van je leven zou je hierop aangekeken worden, en leerde je om je vader te verbergen.

Toen ik zo’n 10 jaar geleden achter het verleden van mijn grootvader kwam, hebben we er voor het eerst over gesproken.

Je vertelde dat je het best goed had destijds op school, dat de nonnen heel aardig voor je waren, en je af en toe wat toestopte. Dat je broers het veel zwaarder te verduren hadden.

Je kleine zusjes waren getuige geweest van het afvoeren van jullie vader. Dat was hun groots trauma, dat hun verdere leven indrukwekkend heeft bepaald.

Geen woord werd er over gesproken.

Toen het uiteindelijk naar boven kwam, vielen er bij mij zoveel kwartjes op hun plek. Waarom je was wie je was, waarom je deed zoals je deed. Als kinderen hebben wij daar allemaal op ons eigen manier op gereageerd. Op het grote onbekende, maar alom aanwezige geheim. Míjn manier werd om alles bloot te leggen en taboes te doorbreken. Dat kenmerkt nu ook mijn verhaal.

Het niet mogen zijn wie je bent, vind ik het ergste wat er is.

Toen mam als verliefde jonge vrouw naar Noud in Rotterdam verhuisde, was ze daar helemaal alleen. Er was goed contact met de buren. Het zouden vrienden zijn. Toen ons mam aan pap vroeg of ze hen over haar vader zou vertellen, zei pap, ‘doe maar niet, als ze er verkeerd op reageren, zijn we hen kwijt, kwijt als vrienden.’ Dit sneed dwars door mij heen, toen mam dit vertelde. Ja, zo was de tijdgeest. Maar hoe kan je vrienden zijn, als je niet alles mag vertellen wat je op je hart hebt, als je je eigen vader moet verzwijgen, bij wie je niet mag zijn wie je bent, bij wie je niet mag laten zien, dat je ook trots op je vader bent? Want dat was er ook.

Het spijt me mam, maar het verhaal wil verteld. Het verhaal mag verteld.

*************  en hier laat ik het bij.

In mijn leven heb ik veel uitgewerkt met mijn vader. Dat was best een hele uitdaging. Het was geen makkelijke relatie.

Daarna werd ik nieuwsgierig wat ik toch met mijn moeder uit te werken had. We hadden in ruzies altijd alles uitgesproken, en waren inmiddels zo dicht naar elkaar toegegroeid.

Ik lijk zo veel op jou, en het proces van afgelopen jaren is nog zoveel intenser dan ik ken. Omdat de herkenning zo groot is, de liefde zo voelbaar, is het zoveel lastiger om de draad te vinden, wat van jou, wat van mij, wat bij jou te laten, wat in mij te zoeken.

Ik hou van jou, zijn woorden die wij niet hebben meegekregen, nooit gehoord, niet geleerd. Het zijn woorden die ik al een poosje aan het onderzoeken ben. Aan het proeven. Wat betekenen ze voor mij, en waar haal ik ze vandaan?

Het Vlaamse ‘ik zie u graag’ klinken fijn uit mijn mond, maar bij jou schieten ze te kort. Ik gaf je een keer het boekje cadeau “raad eens hoeveel ik van je hou” van Grote haas en Hazeltje, tezamen met de woorden ‘ik hou van je’. Die had ik ingestudeerd en eruit gewrongen. Ik wilde ze zo graag uitspreken bij jou.

Afgelopen maanden floepte het er af en toe vanzelf uit, vaker als je het niet hoorde. Maar dat geeft niet, ik zeg ze, ik voel ze, als een zachte en krachtige, een onomstotelijke waarheid, intens en puur, lieve mam, ik hou van jou.

**************

Lieve mam, wat heb je je leven bijzonder afgesloten.

Na het overlijden van Cecilia, 20 jaar nadat Barbara was overleden, ging bij jou de knop om.

Dat was te veel om te verstouwen. Je geheugen liet het steeds meer afweten. En hoe verdrietig soms ook, was het ook fijn om te zien dat je daardoor weer steeds meer van het leven kon genieten. De rauwe pijn ergens geparkeerd.

Van een leven lang  passen, aanpassen, inpassen, waardoor je soms niet zo vriendelijk was, en soms naar uit de hoek kon komen, kon je de laatste tijd steeds meer ‘jij’ zijn, en kwam de lieve Clara meer en meer naar voren. Wat kon je genieten van de gezelligheid, een praatje, iemand die de tijd voor je nam, een bloemetje, bezoek dat speciaal voor jou kwam, een wandeling.

Tot slot was het net alsof je besloten had, ik ben hier nog een week op aarde, wat wil ik nog allemaal doen? en dat heb je gedaan! Zwemmen, dansen, de plantjes verzorgen, gewandeld, plezier gemaakt en gelachen, en daarna binnen een half uur deed je het licht uit, en heb je 5 dagen geslapen alsof je eerst bij wilde slapen van dat gigantische leven, voordat je overging. Er was geen strijd, geen gevecht, pure overgave. En hoe mooi je er toen bij lag, 1000 kilo lichter, van al het verdriet ontlast, een subtiele glimlach.

Om met je eigen woorden te eindigen:

Dank je wel hè,

voor alles

en alles

en alles

Ik herdenk vandaag de liefde.

Volgens plan

Vanuit de kerk gezien is de mens schuldig. God is een boze man waarvoor de mensen hun zonden opbiechten. Ze krijgen boetedoening waarna God hen zal vergeven.

~~~~~~~~~~~~

Ik ben God, en ik vergeef mijzelf omdat de liefde voor mij oneindig groot is.

~~~~~~~~~~~~

Ik werd afgelopen week enorm geraakt door het verhaal van een man. Vader van 2 jonge kinderen, zielsgelukkig met zijn vrouw. Hij veroorzaakt een auto ongeluk waarbij zijn vrouw en 1 zoontje om het leven komen. Zijn schuldgevoel is enorm, maar door de Liefde, die nog groter blijkt te zijn, lukt het hem om zonder schuldgevoelens zijn andere zoon op te zien groeien.

Wanneer hij zelf na het ongeluk meer dood dan levend is, heeft hij een bijna dood ervaring, realiseert zich wat er gebeurd is, en wil dan ook niet terug naar het leven. Echter zijn inmiddels overleden vrouw laat hem weten dat alles goed is, dat alles ‘volgens plan’ verloopt, en dat hij terug moet, om voor zijn andere zoon te zorgen. Het lukt de man om uiteindelijk, na een indrukwekkend proces, zonder schuldgevoel, vader voor zijn zoon te zijn.

Twee dingen raken me in dit verhaal, het los kunnen laten van een immens schuldgevoel, en dat alles ‘volgens plan’ verloopt.

In deze situatie blijkt dat de vader door deze ervaring de kans krijgt om ervaringen uit zijn eigen jeugd onder ogen te zien en te helen. 

Zoiets verzin je niet van te voren.

Ik moet nu denken aan het overlijden van Barbara, mijn oudste zus. Als ik het destijds terug had kunnen draaien zou ik het direct doen. Inmiddels ben ik heel dankbaar dat ik het heb meegemaakt, omdat het me zoveel heeft gebracht. Door haar dood ben ik intens van het leven gaan genieten, heb ik een bijzonder contact met haar gekregen en zou ik nu niet zijn wie ik ben.

Steeds meer probeer ik de regie los te laten over mijn leven, en ‘het’ uit handen te geven. Het leven trekt zijn eigen plan, waar mijn fantasie te kort schiet.

‘Uw wil geschiede’ komt af en toe met z’n hoofd om de hoek kijken. Brrrr, zitten nog wel wat gevoelige kerkelijke randjes aan… Alsof ‘HIJ’ ‘het’ voor het zeggen heeft.

Is natuurlijk niet zo. Want ik ben Hij 🙂 Ik ben God.

Jij ook!

De kerk, die God buiten ons geplaatst heeft, heeft ook dat schuldgevoel in ons geplant, realiseer ik me nu.

Bizar… God, strenge man voor wie mensen nietig zijn, eigenlijk niks voorstellen, nooit goed genoeg, tenzij we onszelf wegcijferen, ons niet laten zien, ja en amen zeggen. En toch worden we verantwoordelijk gesteld voor onze daden. Hoe kunnen we die verantwoordelijkheid dragen als we God niet zijn?

Oké, dus ik ben God en ik draag verantwoordelijkheid voor mijn daden. Als ik die daden uit liefde doe, kan ik nog steeds best wel fouten maken. Ik draag de consequenties hiervan en leer ervan. Dat is leven.

Waar kan ik die schuld dan nog inpassen? Waarom raakt die schuld in dit verhaal van deze vader mij zo diep?

“Door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld…’ Het zit er als een mantra goed in geprent.

Het niet goed doen. Het nooit goed doen, zonder te snappen waarom.

Alcohol is voor mij lang een middel geweest om over schuld en schaamte heen te stappen. Die verdwenen vervolgens in een plas water en ik voelde me vrij.

Hetzelfde vrij had ik ook toen ik wandelde van Amsterdam naar Portugal.

Inmiddels heb ik veel van ‘mijn vrij’ terug ont-dekt, na mijn wandeltocht zonder alcohol.

En toch, dit verhaal van deze vader, raakt ergens diep in mij.

Ja, mijn leven is vrij en veilig. In mijn bubbel. Het voelt als tijd om weer naar buiten te stappen, de wijde wereld in. Op zoek naar werk. Fouten maken. Brrrrr. Zonder oordeel. Vanuit nieuwsgierigheid. Nieuwsgierig en leergierig. Zonder ‘het benodigde papiertje’ de juiste plek vinden. Gewoon om wie ik ben en wat ik kan.

En daar komt God met zijn plan weer om de hoek kijken. De plek waar ik graag zou willen werken, waar volgens mij de kinderen van ‘mijn dromen’ zitten, waar ik genoeg ervaring voor heb, waar ik energie van krijg, waar ik de kinderen hoor roepen, op die plek vragen ze om het papiertje dat ik niet heb.

Ik laat de regie los, en vraag God om de juiste plek, ik vraag om de kinderen waar ik iets voor kan betekenen. En laat los. Vertrouwen.

Ik ben God, dus het zal wel goed komen 😉

Bomenpraatjes

Dag Boom, waarom zijn mensen vergeten dat ze natuur zijn? Dat we allemaal aarde zijn? Ik heb zoveel vragen. Zou zo graag de mensen door mijn ogen laten kijken.

Dag meisje Sofie, dat klinkt mooi. Dat kan allemaal.

Het klinkt wat oubollig maar zo is het wel hè, “uit as zijt gij gekomen, en tot as zult gij wederkeren”. Wij ZIJN aarde, we zijn niet anders toch, Boom?

Mooi meisje, mooi.

Maar zo zien de mensen het niet. De mensen denken dat ze los zijn van de aarde.

Ach ja, hahaha. En wat maakt jou zo druk daarover?

Dat het niet klopt. Dat de wereld zo mooi is, en dat we er zo ver van weg zijn geraakt.

En jouw drukmaken, wat doet dat?

Stilte. Mijn drukmaken heeft natuurlijk geen effect, bedenk ik me…. En oeps, ja, daarachter zit het oordeel. Oh, hoe gniepig weer!

Mooie meisje, mooi. Wat gaan we doen? Of eigenlijk, wat doen we al?

Schrijven. Praten en schrijven, dat is het hè Boom?

Juist meisje Sofie, dat is het. Laat de uitkomst los en schrijf. We zijn al een eind op weg.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Dag Boom.

Dag meisje.

Ik heb geen zin in de schuur. Gek, want de sfeer is daar voor schrijven zoveel fijner. Maar ik ben even klaar met de kou.

De kou?

Ja, de kou.

Waarom maak je het dan niet warm?

Dat kost zoveel.

Hmmmm.

Zou ’t gewoon moeten doen hè?

Moeten hoeft er niks. En je kan best in je eigen huisje zitten schrijven. Maar laat dat ‘kosten’ en ‘duur’ en ‘zuinig’ nou ’s zitten.

Ja Boom. Ik ben wel heel goed in zuinig.

Zeg dat wel, van alle kanten!

Hoe is dat bij jullie, als het koud is, of juist lange tijd droog?

Oh, we passen ons aan, aan de omstandigheden. We werken minimaal als het erg koud is, en we laten onze bladeren of vruchten eerder vallen als het lang droog is. Maarrrrrr, we ervaren nóóit te kort! We nemen wat er is.

Een merel zingt

Schrijven

Wat schrijven

Luisteren

Een merel

Een merel zingt

De regen overstemt

Vol orkest

Fluiten en druppels

En zacht zoemen van de kachel

Moe

Wat te doen?

Oja, luisteren.

Dag Boom.

Dag meisje.

Ik weet niet Boom.

Oh dus je weet. Niet, dat kennen we ‘niet’.

Oké, opnieuw. Dag Boom.

Dag meisje.

Wat zal ik vandaag schrijven Boom? Wil je mij vertellen?

Maar natuurlijk!

Waarom ben ik zo moe nu?

Omdat je protesteert. Laat het gaan. Blijf zitten en luister.

Stilte

Zie je wat er gebeurt?

Ja, ik hoor alleen mijn eigen gedachte. Het is maar wat druk in mijn hoofd.

Neem je tijd.

Stilte

Schrijf het maar op.

Ik wil aan het werk. Graag. Ben klaar om weer met mensen aan de slag te gaan. Kinderen liefst. Maar het vast zitten aan werk benauwd me.

Dan zoek je iets waar je je vrij bij voelt.

Ja, ik kwam uit bij de kinderopvang, dat is vast maar ook weer vrij. Meer vrij dan bij een kind 1 op 1.

Mooi! Dus je bent er al uit?

Nou ja, ik weet niet of mijn diploma voldoende is.

Kun je vragen hè?

Zucht. Ja Boom. Vind ik allemaal wel spannend, begrijp je?

Tuurlijk! Nou ja, begrijpen… Ik heb gezien dat dat bij jullie zo kan werken.

Oh, dan vind je deze vast heel grappig Boom: ik ben bang dat ik dan heel vroeg op moet.

Dat snap ik heel goed, het hele leven heeft een ritme. Het leven van jullie heeft er iets heel vreemds van gemaakt met tijden, klokken en wekkers. Daar is geen leven tegenop gewassen. Maar meisje, vertrouw erop, dat als het jouw plek is, dat je er klaar voor bent, en dat geen wekker je hoeft te alarmeren. Dan is het de natuur die tot leven komt, en alles stroomt mee. Laat dat je uitdaging zijn, jouw ritme en flow samen brengen met de rest van de wereld.

Ik voel me ineens niet meer moe

Mooi mooi, meisje. Als je maar schrijft. Laat je niet vastzetten door wat je zou willen schrijven. Die verrassing komt nog wel. Nu mag je eerst leren vertrouwen op dit nieuwe gebied waarin alles vanzelf mag gaan. Geen censuur, geen oordeel op wat je schrijft.

Ik blijf dat wel lastig vinden.

Ja, want je oordeelt. Alles wat je schrijft is goed. Alles. En nee, wat anderen ervan vinden doet er niet toe. Jouw woorden vinden hun weg, en je verhalen zullen worden, wat er gehoord wil worden. Nu is dat dit.

Zucht. Zit hardnekkig diep in mij hè Boom?

Stilte

Oja, Boom, ik heb dat laatste niet gezegd. Ik neem het terug.

Mooi mooi meisje.

Stilte

Ik wil gewoon zo graag iets moois voor anderen schrijven, anderen blij maken, inspireren, verrassen.

Hahaha, wat denk je dat je doet? Je kunt niet ‘iets voor anderen’ schrijven. Je kunt alleen jezelf schrijven. En hoe meer je je oordeel loslaat, hoe groter je bereik wordt, hoe groter jij wordt. Dan zullen je verhalen verre reizen maken, verre reizen van heel dichtbij.

Ik snap het, ik voel het, ik verlang ernaar Boom.

Dat is heel mooi! En misschien inmiddels overbodig, maar eh, ook dit schrijven weer de lucht in.

Oh nee Boom! Pffffft.

Grapjas. Spreken we morgen weer af? Dan heb ik een verrassing voor je.

Oh hellup! … Ja, is goed. Ik zal er zijn.

Mooi! Of blijf nog even zitten.

Stilte

Dag Boom, wat zou je me willen vertellen?

Boom wijst op zijn wortels en ik ga met zijn blik mee de aarde in, en volg zijn krachtige, kronkelende wortels. Al snel zie ik niet meer waar ze vandaag komen en waar ze naar toe gaan, en of ze nog van Boom zijn of van familie.

Ik ben verrast door al het leven dat ik tegenkom, zo druk als het verkeer in een metropool, maar hier zo vredig en harmonieus.

Ik voel een diepe verbinding met alles, ondanks dat ik hier een nieuwkomer ben. Mijn blik past er als vanzelf tussen, en ik voel me direct opgenomen in het geheel. Wat is het fijn om hier te zijn. Het is alsof er geen ik en jij meer bestaat hier, en toch is ieder anders, als ook de wortels onderling verschillend zijn.

De torretjes, wurmpjes, eencelligen, mineralen, schimmeldraden, ik. En toch…  Ieder doet zijn ding, geen goed geen fout, geen hiërarchie, geen oordeel. Het is heel druk, zeker niet saai of slaperig, hééél druk. Maar vredig. Hoe dieper ik ga hoe meer alles lijkt te vertragen. Ik voel dat er naar me gekeken wordt, en word me bewust dat ik anders ben. Dat ik als kijker opval binnen deze organische beweging van leven. Het is niet vervelend, ik hoor wat gegiechel en gefluister, en zie een paar kleine kraaloogjes naar me kijken. Ik zeg “Hoi”, en daarop hoor ik van verschillende kanten op alle mogelijke toonhoogtes “hoi” “hoi” “hoi” “hoi”.

Dan komen alle boomwortels in beweging, alsof Boom met z’n tenen begint te wiebelen. Zonder dat ik iets hoef te doen, roetsj ik langs verschillende wortels omhoog, en sta weer op de aarde. Naast Boom.

Wauw Boom, dat was  fantastisch, dank je wel!

Graag gedaan meisje Sofie, heel graag gedaan.

Wat is dan mijn missie…

Nul graden in de schuur, en toch, er wil geschreven worden. Tijd om ’t nieuwe kacheltje uit te proberen.

Na een half uur meditatie en voorbereiding is het al 5 graden 🙂

Gisteren ben ik het bos ingelopen. Dat lokte toen meer dan de koude schuur. Mijn hoofd vol vragen, wat toch te doen op dit moment in mijn leven? Naast het schrijven dan. Solliciteren? En bij wie dan, bij de ouderen of juist de kinderen? Iets met mijn praktijk? Wat is toch mijn missie?

Nog maar net in het bos, plopt daar het idee dat ik een kinderhuis wil starten. Huh???

De uren daarna lijkt het wel of ik vleugels heb gekregen. Dat is het! Een kinderhuis! Natuurlijk! Zo vanzelfsprekend! Alles in mijn leven komt ineens samen.

Alle zondagswandelaars die ik tegenkom in het bos, krijgen een stralende groet van mij. Samen met de bomen zijn ze stille getuigen van mijn besluit.

Kinderen lopen als een rode draad door mijn leven, ook al wist ik op de lagere school al heel zeker dat ik zelf geen kinderen wilde. Ik verklaarde aan mijn moeder, deze lijn moet nu stoppen, zonder precies te weten wat ik ermee bedoelde. En waarom mijn eigen kinderen, er zijn er meer dan genoeg om iets voor te kunnen betekenen. En dat ik iets door te geven had, werd mij later duidelijk. Al wist ik niet wat.

Op de kleuterschool had ik een vriendje, en die woonde in een kindertehuis. Ik herinner me dat we daar karnemelk met suiker dronken. Nou, dan wilde je toch zeker wel in een kindertehuis wonen!?!

Later heb ik landen in Afrika en Zuid Amerika bezocht, en als vrijwilliger in Suriname en Kenia met kinderen gewerkt. Na elke reis was ik verbaasd dat ik weer terug naar Nederland keerde. Ergens had ik het idee dat ik daar wel een plek zou vinden om te wonen en iets voor kinderen te kunnen doen. Big Mama van een kindertehuis, dat is ooit een beeld tijdens een trance reis geweest. Maar het kwam niet op mijn pad. Wel heb ik een meisje via Bureau Jeugdzorg jarenlang 1 dag per week mee op pad en in huis gehad. Toen ik klaar was om haar pleegouder te worden, draaide de hele situatie 180 graden om en verwaterde het contact.

In één van mijn liefdesrelaties hadden wij ook het idee om kinderen in huis op te nemen. Dat is er uiteindelijk nooit van gekomen.

Het is niet dat ik dit nastreef, maar het is meer vanzelfsprekend, dat er meestal wel kinderen in mijn leven zijn. Zo was ik een paar jaar gastouder, en kon ik ook een periode op een ‘nieuwe school’ meedraaien.

Al weer even vraag ik me af, waar de kinderen zijn. Op mijn heerlijke buurmeisjes na dan, voelt het alsof het tijd is voor nieuwe kinderen en een nieuwe uitdaging voor mij.

Dat ik dan in het bos het antwoord krijg om een kinderhuis te starten, had ik niet zien aankomen. In Nederland bovendien!

Maar de energie, de vanzelfsprekendheid en het plezier wat ik die dag in het bos beleef is zo verrassend nieuw en heerlijk, dat ik helemaal meega met deze nieuwe stap in mijn leven.

Thuis gekomen weet ik dat er iets gebeurd is in het bos, ik heb lopen huppelen, en stralen, en nu weet ik niet hoe dit met mijn verstandelijke realiteit te combineren. Hoe dan? Wat dan? Er bestaan in Nederland niet eens kindertehuizen meer.

Oké, maar ik ga niet voor een kindertehuis. Het wordt een kinderhuis, weet ik. Het verschil kan ik nog niet omschrijven, maar er is een groot verschil.

Dag Boom, ben je daar? Luister je mee?

Ja meisje, dapper. En ik zeg je maar vast, posten hoor! Oh nee, geen maar, geen realistisch gedenk, zoals jullie mensen dat noemen. Hoe mooi was het niet gister, toen we even helemaal samen waren? Dat wil je toch, die stroom voelen? Dat is hem! Geniet en laat het gaan!

Ik schiet vol, brok in mijn keel, maar wil me niet laten gaan, ik wil in gesprek blijven.

Ik blijf hier wel hoor meisje. Ik loop niet zomaar weg hahaha. Goed, je lacht weer. Maak het niet zo zwaar. Geniet van wat het is, geniet van het moment. Dat is alles wat er is. Ja, het enige wat ik van je vraag, is je verhaal te delen. So what, geen waarom, geen bezwaar, gewoon delen en verder gaan. Heb je al gezien hoe warm het inmiddels is in je schuur?

9 graden.

En? Heb je er last van?

Nee, niet echt. Echt lekker is het niet, maar het is ook geen ramp.

Mooi.

Stilte.

Boom, ik weet niet zo goed hoe ik het praktisch allemaal moet doen. Wel of geen werk zoeken,…

Meisje, vraag om je kinderen en ze zullen op je pad verschijnen. Net als het huis wat er komen zal. Het is er al. En je weet het.

Weer tranen bij mij. Ik vind dit zo spannend allemaal boom. Dit is zo anders dan het altijd gegaan is.

Ja, en dat geeft niks. Dit is hoe het werkt. Hoe het werkelijk werkt. En dat ben je nu aan het ontdekken. Jij bent ons heerlijk proefwezen. En zo blij dat je schrijven kunt. Zo bereiken we de wereld.

Stilte

Alles wat er nu in je hoofd omgaat, mag je voorbij laten gaan. Het doet er niet toe. Klinkt lullig, maar het doet er niet toe. Haha daar waar je je grootste deel van je dagen mee vult, doet er niet toe! Och meisje, geloof me, het kan echt zoveel mooier.

En ik heb al zo’n mooi leven Boom.

Jaja, je weet het, en van daaruit gaan we nog eens 100 stappen verder. Oké, 100.000 stappen! Wij gaan met je mee, en jij neemt al die kinderen mee.

En weet nu, dat als het echt koud is, dat je dan ook met je vraag het bos in kan. Ik vind je overal. Maar, vergeet het niet op te schrijven. Je ziet als je ermee wacht, hoe je hoofd er mee aan de wandel gaat, mooie big mama hahaha. De praktijk volgt jou wel, maar schrijf, schrijf en schrijf.

Dank je wel Boom.

Dank je wel Sofie.