Zo’n 10 jaar geleden volgde ik een training voor intuïtieve ondernemers. De eerste dag werden we uitgenodigd onszelf een opdracht te geven, waarmee we buiten onze comfortabele zone zouden gaan.
Ik zat al een poosje met 3 onderwerpen in mijn hoofd, die ik heel graag de wereld in wilde slingeren. Dat zou ik nu gaan doen: 3 artikelen schrijven. Elke maand een artikel.
Geweldig zei de begeleider. Ga ik hem nog ietsje aanscherpen voor je. Je schrijft 3 stukken. Binnen 3 weken. En als je schrijft zet je de wekker. Na een uur publiceer je direct online wat je geschreven hebt.
Zo, die kwam direct binnen. Zo confronterend. Ik wist dat ik het had te doen, maar kon op dat moment alleen maar huilen.
Met die uitdaging ging ik naar huis. Zette de wekker en ging ik aan tafel zitten. En huilde. En schreef en huilde en schreef. Wat er op papier kwam had niets te maken met die boodschappen die ik in mijn hoofd had, en die ik zo graag wilde delen. Er kwam een heel ander verhaal, en ik kon alleen maar denken…wie zit hier nou op te wachten…
Uiteindelijk na een uur tikte ik het verhaal in de computer, deed mijn ogen dicht en verzond het.
De paar reacties waren onverwachts positief. Een schrale troost. Ik moest dit nog 2x doen.
De 2e keer ging niet anders. Een uur van tranen, een totaal ander verhaal dan ik had bedacht, flinke twijfels, knop om en verzenden. Ook hierop waren de paar reacties positief.
Bij de 3e keer ging het weer hetzelfde. Alleen kwam er nu nieuwsgierigheid tussendoor gepiept. Nieuwsgierig van wat er uit mijn pen zou komen. Want blijkbaar had ik daar niet veel over te zeggen.
Hierna is mijn blog ‘Andrea wandelt’ ontstaan. Schrijven en posten, zonder te veel bemoeienis van mij.
Inmiddels is de criticus weer helemaal teruggekomen. En zie ik de stilte op mijn pagina. De verhalen zingen in mij rond, ik schrijf ze, maar post niet meer, want wie zit hier nou op te wachten…
Vandaag ben ik weer gaan zitten, en wederom komen er woorden die ik niet had willen delen. Waar ik het nut niet van in zie. Wie zit hier nou op te wachten… en ik deel ze. In mij voelt het alsof er iets geboren wil worden. En dat kan alleen maar als ik me er niet mee bemoei. Het enige dat ik zeker weet, is dat ik heb te schrijven. Wat dat is en voor wie geef ik uit handen. Met tranen en flink verzet schrijf ik de woorden die komen en post ik het volgende verhaal:
Mijn moeder heeft de diagnose dementie. En ik? Ik ben haar dochter.
Al jaren ben ik bezig met opruimen. Opruimen en helen, de trauma’s in mij.
Het begon zo’n 30 jaar geleden met mijn vader. Daar speelde zo veel tussen hem en mij. Hij stond op een voetstuk, en mijn moeder hield hem daar. Hij kreeg daardoor een autoritaire plaats binnen het gezin. Als hij ’s avonds aan tafel kwam, moesten wij stil zijn. Ik was snel ‘lastig’, ‘te emotioneel om een gesprek mee te voeren’, ‘eigenwijs’, ‘onhandelbaar’, ‘niet iemand om van te houden’.
Rond mijn 20e heb ik, naar aanleiding van een workshop, een lange brief aan hem geschreven, met al mijn pijn en verwijten. Ik gaf hem alles terug wat ik niet meer wilde meedragen.
Destijds woonde ik in Amsterdam op kamers, en besloot naar Rotterdam te gaan om de brief zelf langs te brengen. Er stonden keiharde woorden in, en ik was bang dat als hij ze binnen zou laten, dat ie het misschien niet zou overleven.
Pap en de brief vertrokken naar boven, naar zijn spreekkamer, zijn privédomein. Ik zat beneden te wachten. Gespannen, met m’n oren gespitst op elke beweging van boven, een kuch, een geschuif van de stoel.
Tijd verstreek. Het bleef stil.
Uiteindelijk besloot ik naar boven te gaan. Ik klop op de deur.
Een kuch en een vragend “ja” vanuit de verte.
Ik open de deur en pap kijkt me vragend aan vanuit zijn leesstoel. Wat er is?
In de war gebracht, zeg ik hem dat ik hem net een brief heb meegegeven, en benieuwd ben naar zijn reactie. “Eh, oh, ja, ja, dat is nogal wat. Maar ja, als ik dit lees, denk ik, heb ik toch maar een mooie dochter groot gebracht.”
Als ik even later weer beneden zit voel ik me opgelucht. Hij heeft de brief gelezen zoals hij is, met redelijke afstand, ter bescherming. Het zou ook raar zijn geweest, bedenk ik me, als ie de woorden nu ineens helemaal in z’n hart had binnen laten komen. Dit was goed zo. Ik had mijn pijn en ballast aan hem teruggegeven.
Lange tijd hebben we nauwelijks een woord gewisseld en voelde het als een ongemakkelijke relatie in gezelschap.
Na een jaar of zo realiseerde ik me dat het voor mij nu wel oké was, verwerkt, vergeven, gesleten. Ik schreef hem een kaart, om hem dat te laten weten. En ik kreeg een kaart terug. Een zeldzaamheid. Een kaart van papa.
Vanaf die tijd is er een nieuwe relatie gaan groeien. Een relatie waarin ik vooral van hem ben gaan genieten. Zijn pretoogjes, zijn onmogelijke fantasieën, zijn avontuur, zijn filosofische gedachtes, zijn grote plezier in Ouddorp en de natuur, gezelligheid en samen zijn, zijn luisterend oor en zijn onhandig kussen. Een levensgenieter. Een wijze man. En een man uit de oude doos. Pap die de liefde, warmte en gezelligheid leerde en vond bij mam. Een man die een nieuwe liefde leerde kennen bij de geboorte van zijn kleinkinderen.
Ik had geen andere vader willen hebben.
De jaren erna bleef voor mij het werk van helen en opruimen. Telkens kwam ook pap weer terug in het proces. Elke keer weer een laagje dieper.
Inmiddels heb ik mijn vader verweven met zijn ouders en grootouders en verder terug. Volgens sjamanen worden trauma’s 7 generaties doorgegeven, in westers onderzoek bij ratten, is middels hersenscans aangetoond dat trauma’s zeker 5 generaties doorgegeven worden.
Het proces met mijn vader was destijds wel duidelijk. Duidelijk wat er opgeruimd mocht worden. Ja, met zo’n vader!
Steeds nieuwsgieriger werd ik, hoe dat met mijn moeder zou zijn. Daar had ik als puber zo vaak ruzie mee. Ik had haar altijd alles voor de voeten gegooid. Dat zou toch allemaal destijds wel opgeruimd zijn?
Toen wist ik nog niet van oorlog en geheimen, van vrouw zijn en niet mogen zijn, van zorgen, zwijgen en aanpassen, van de invloeden van kerk en staat.
Mijn moeder heeft de diagnose dementie.
En ik? Ik ben haar dochter.
Ontroerend mooi. Dankbaar dat je het deelt online. Knuf
LikeGeliked door 1 persoon
❤️❤️❤️
LikeLike
Lieve Andrea,
Dankjewel voor je moed!
Zo’n herkenbaar thema voor mij – voelen dat ik wil schrijven en delen, de gedachte ‘wat draagt dit nou bij, dit landt/past vast nergens…’ En dan gaandeweg tot die conclusie komen. Dat is niet aan mij. Zo moeilijk, zaaien zonder de uitkomst te weten. En zo mooi en liefdevol en krachtig.
(…)
Lieve groet,
Laura.
LikeGeliked door 1 persoon
Lieve Laura, dank voor je mooie en lieve woorden! En ik vind jou zo moedig, jij hebt een boek geschreven!!! Zo stoer.
Lijkt me fijn je weer te zien en uit te wisselen.
‘meisje uit de stad, hoe doe je dat’ borrelt in mijn hoofd op :-).
Tot binnenkort! Liefs, Andrea
LikeLike