Als je echt gelukkig bent…

De winter is bijna voorbij…wat kijk ik daar naar uit en wat zal ik de winter dit keer missen.

Dat schreef ik een half jaar geleden.

Al jaren ontvlucht ik de winter door een aantal weken vrijwilligerswerk te doen in landen waar het plafond hoog en blauw is. En altijd met een voelspriet of er niet een plekje voor me is waar ik kan blijven, zodat ik niet terug hoef… Terug naar de kou, terug naar het lage plafond. Maar elke keer kom ik terug.

5 jaar geleden vertrok ik ‘bijna voorgoed’. Ik kon mijn huis 2 jaar onderverhuren zodat ik alle tijd had een nieuwe plek te vinden. Hoe geweldig was dat!?! Heb ik geleefd in de jungle, gezwommen tussen kleine haaien en koraal, olifanten en leeuwen van dichtbij gezien, Maya ruïnes bezocht en gevoeld, zoveel natuur, mooie mensen, verschillende culturen en paradijsjes ontmoet, maar na een jaar kwam ik toch terug naar Europa. Daar heb ik mijn bijzondere tocht gelopen van Amsterdam naar Spanje, weer met een extra voelspriet voor dat plekje dat misschien voor mij bedoelt was om te blijven.

Maar een vast plekje kwam ik niet tegen. Juist ’t onderweg zijn leek mijn ding te zijn. De rest van mijn leven doorwandelen dan? Kiespijn bracht mij terug naar Nederland, en met fikse tegenzin ging ik weer terug naar mijn huisje in Amsterdam op 3-hoog.

Een nicht zei me: als je echt gelukkig bent, maakt het niet uit waar je bent.

WUAAAAAAAAAAAAAAAAAAAH!!!!!!!!!!!!!!

Een wijsheid, waar ik geen tegeltje van had willen hebben.

Maar dat zinnetje werd mijn mantra de afgelopen 3 jaar.

Binnen de grenzen van Nederland heb ik mijn kansen benut: lessen en workshops van verschillende sjamanen vanuit de hele wereld, een hele reis binnen de eigen landsgrenzen 🙂.

De workshops houden me op de been, en ik voel me langzaam ook steeds rustiger en blijer worden. Toch voelt het heel kwetsbaar, en als mijn laatste les van een reeks sjamanen achter de rug is, kijk ik onzeker om me heen. Ik ben dan wel in Nederland gebleven, maar was nu dit reizen een nieuwe escape aan t worden?

Als ik bij een van de sjamanen vraag, hoe het komt dat ik me zo gelukkig voel tijdens de lessen en  workshops, maar als ik helemaal opgeladen en geïnspireerd naar huis ga, ik binnen een dag weer vermoeid op de bank zit, is de kern van haar antwoord ‘Go Home’…

en het kwartje valt.

Ik stap de winter in. Het seizoen waar alle energie naar binnen gaat. Ik geniet van de naaktheid van de bomen, van de stam, de takken, tot de allerkleinste takjes die zich zo scherp aftekenen tegen de lage lucht. Ik volg de bomen, en maak een begin met mijn reis naar binnen.

Een half jaar geleden.

Nu zit ik sinds 2 weken met mijn gebroken voet op een stoel tussen de keukentafel en het balkon, en er is nog geen moment geweest dat ik ergens anders had willen zijn dan hier in Amsterdam op 3-hoog. Lieve vrienden en familie met wie ik warme, confronterende, helende en inspirerende gesprekken heb, zorgen voor een gevulde ijskast, en mijn voet nodigt me elke dag weer uit om naar binnen te gaan. Mijn balkondeuren staan de hele dag open. Zo ben ik meer buiten dan anders. Als t koud is, is er een dekentje. Ik geniet van de plantjes en de zonnebloemen op het balkon, van de wolken als ik ze van elkaar kan onderscheiden, de zon die geregeld doorbreekt, een vlinder die even langskomt en de vogels die af en toe zingen alsof de lente net begonnen is.

Na een week van zitten en voorzichtig zijn, verlies ik mijn evenwicht en kom met mijn volle gewicht op mijn gebroken voet terecht. Tot die tijd had ik geen pijn. Nu is het alsof ik mijn voet opnieuw gebroken heb. Erger…

Voor t eerst zit ik er helemaal doorheen. Alsof mijn voet wil zeggen dat t me allemaal te makkelijk afgaat…dat dat toch niet de bedoeling is… maar wat dan wel???

Ik huil tranen en laat oud zeer naar boven komen. De pijn vraagt om nog meer vertrouwen, in weten dat t goed is, en om de angst dat ik altijd last van mijn voet zal houden van me af te schudden. Het duurt zolang het duren moet. Luister naar je hartslag…

Ik duik t internet op, op zoek naar medestanders. Er zullen toch anderen zijn, die ook zo’n 2e misstap maken met hun gipsen poot? ’t Is een pittige uitdaging om op 1 been te leven. Gelukkig vind ik al snel soortgelijke verhalen en dat stelt gerust. Ook komen daarmee de verhalen van velen die zich doodvervelen en niet weten hoe de dagen door te komen…. Nee, daar heb ik totaal geen last van!

Ik heb niet veel ruimte in mij voor een boek, maar droom en reis geregeld naar mijn boom in het Amstelpark, een bankje in de jungle van Belize, een schurveling op het franse platteland. Ik mediteer, ontmoet mijn hartslag en laat me af toe door internet verleiden.

Via internet leer ik dat CBD olie herstel van een botbreuk zou kunnen versnellen. Wow, dat wil ik!!! Om me vervolgens te realiseren dat die voet niet voor niks gebroken is, en wat zou CBD meer kunnen doen dan ikzelf? Dan vind ik iemand op internet die met reiki botbreuken kan helen… Yeah!!! Dat wil ik!!! Maar ja, die woont niet om de hoek, en eh… als zij dat kan, dan kan ik het ook…

Waarom is het zoveel makkelijker, om anderen te helen, dan mezelf. Waarom is het zoveel makkelijker mijn aandacht op anderen te richten dan in mijzelf. Als ik bedenk dat het moeilijker wordt om mensen te helen naarmate ze dichter bij me staan, zoals familie, omdat ‘het zo graag willen’ dan in de weg gaat staan, zou dat dan ook op mezelf betrekking hebben?

Een ander mag voor mij helemaal zijn wie die is. Als ik dat ook zou mogen van mezelf… dan mag mijn voet dat ook en kan ik, zoals mijn broer me aangaf, accepteren dat dit ‘mij gegund is’ en ‘m’n voet toestaan zijn gang te gaan’.

Ik heb de keukenvloer gedaan!

Levend op één plek geeft misschien een idee hoe de vloer er inmiddels na 2 weken uitziet. Met mijn nieuwe afhankelijke rol en alle hulp nog niet iemand voor de vloer willen vragen, tot ik ineens bedenk: ik heb er de hele dag voor! Het zit zo in het systeem om ‘even de keukenvloer te doen’, dat het nog niet in me opgekomen is, dat ik ook hierbij dat ‘even’ gewoon weg kan laten. Met die rust en aandacht haal ik op 2 billen en een voet een doek over de keukenvloer. Heerlijk om te doen, en wat een voldoening! Gratis mindfulness sessie 🙂 . Zo liep ik ook naar Spanje. Stap voor stap, er is geen straks of eventjes, er is alleen de volgende stap. Ik dank mijn voet! Geluk op 3 hoog…

 

 

Hartslag van een camino

Hier zit ik dan, in mn luie stoel naast de keukentafel. Mijn been omhoog in zachte kussens op een keukenstoel. De balkondeur even open, want de zon is net doorgebroken. Dekentje over mijn benen en de blote tenen van mijn gipsvoet. Alles binnen handbereik: telefoon, schrift, linker kniebeschermer, rechter sok, agenda, sjaal, theepot, mok, computer, boeken, wc rol, schrijfblok, en dat alles te midden van een steeds viezer wordende keukenvloer.

Nee, de vloer schoonmaken lukt niet, afwassen wel. En mezelf verplaatsen ja, langzaam, heel langzaam. Elke stap moet bewust en zorgvuldig gezet. Even nog iets vergetens pakken zit er niet in. Niet zonder heel voorzichtig mezelf en mijn keukenstoel waar ik mee loop stapje voor hupsje om te draaien en terug te lopen naar het eerder vergeten object. Als ik naar de wc moet, maak ik in mijn hoofd een lijst van wat ik onderweg allemaal mee kan nemen, waarvan ik vervolgens de helft vergeet. Daar kom ik dan achter als ik een tijd later weer in m’n luie stoel zit… oh, de theepot staat nog op ’t aanrecht… of oh…weer mijn tanden niet gepoetst, soms ben ik zelfs vergeten naar de wc te gaan! Er bestaat geen bijna of nog eventjes, er is alleen maar deze stap, of deze hups, dit moment, er is alleen ‘nu’. Net als op de camino.

In het voorjaar bezoek ik een sjamaan uit Zuid Afrika. Hij gooit met botjes die hij daarna ‘leest’ en ik krijg huiswerk mee. Eén van de dingen die hij me zegt is vaak te wandelen, en langzamer dan ik doe. Zonder muziek of koptelefoon. Luister naar je hartslag voordat je begint met wandelen. Voel de hartslag in je pols of je vingers, adem 3 keer diep in en uit en begin dan te lopen.

Ik wandel heel veel en bèn al een hele langzame wandelaar, ik was de langzaamste pelgrim van 2013! Andere pelgrims moesten afremmen als ze een stukje met me samen wilde lopen. En muziek heb ik nooit op mijn oren tijdens het wandelen. Deze sjamaan is vast bevooroordeeld, omdat de meeste mensen hier in Nederland zo snel leven, en allemaal afgesloten van de wereld met hun oortjes. Maar zo ben ìk niet!

Thuisgekomen puber ik nog even door(…), voor ik uiteindelijk de uitdaging aanga: ik voel mijn hartslag in mijn pols, adem 3x diep in en uit, vraag aan mijn hartslag hoe het met me gaat en stap naar buiten. Oh wat een belevenis! Ik loop echt heel langzaam, en ben me bewust van alles wat er in mij gebeurt èn wat er om me heen gebeurt. Nu snap ik wat ie bedoelt! Ik word één met het geheel. Wat een bijzondere ervaring!

Ja, en dat doe ik hierna nog één keer, waarna ik mijn wandelingen als vanouds oppak, want in ‘het hartslag tempo’ bereik ik in Amsterdam de natuur niet… Ik vergeet het en het leven gaat verder.

Dan op woensdag 6 september breek ik mijn voet. Een lullige verstapping, meer is het niet, en mijn leven komt in één klap tot stilstand. Ik ben vol ongeloof. De volgende dag wordt een intensieve dag in het ziekenhuis waarna ik thuiskom met een gipsen poot en het vooruitzicht van weken met mijn voet omhoog en 0 belasting.

Ik weet dat het geen zin heeft er tegen te vechten, en verbaas mezelf hoe snel ik de situatie accepteer. De komende tijd, vast aan huis gekluisterd, afhankelijk en geen inkomen. Niet meer wandelen, niet meer naar mijn kids, niet mijn leuke buikdanslessen, niet de bomen-jaartraining, geen inkomen… Het is wat het is, en blijkbaar moest dit gebeuren. Ik vertrouw er op dat het ergens goed voor is…

Om half 5 ’s middags, na de trap voorlopig voor de laatste keer met armen en billen naar 3 hoog te hebben beklommen, lig ik op bed en hoor mijn hart te keer gaan in mijn lijf. Door mijn hoofd schiet de gedachte: vanaf nu heb ik alle tijd om naar mijn hartslag te luisteren…

14 juli 2017, een brief

Vandaag staat in de agenda: ‘gewoon even bellen’.

Ik wil je graag ontmoeten en ben al zo lang van plan om je te bellen, maar weet het elke keer weer uit te stellen, want waar begin ik met die enorme kluit in mijn hoofd… die steeds groter wordt.

Een vriendin zegt me “je kunt toch gewoon zeggen, dat je haar wil ontmoeten?!”

Drie jaar geleden vertelde een andere vriendin mij over een boek van jou over Sjamanen in Europa. Zij had niets met sjamanisme, en voor mij was het nog ver van mijn bed. Waarom tipte ze mij dat boek terwijl ze er zelf niks mee had? Ik vond het boek ook nog eens te duur, en liet het gaan.

Ik leerde ondertussen over sjamanisme door in het eigen Nederland mee te reizen met sjamanen uit Mexico, Siberië, Noord Amerika, de Cariben, Groenland… Tot diezelfde vriendin weer begon over het boek, en ik kort daarop een tweedehands exemplaar op marktplaats vond. Oké, daar kon ik me geen buil aan vallen…

Ik heb het boek verslonden. Eindelijk begreep ik waarom wij het sjamanisme in eerste instantie ver weg zoeken. In Europa is het sjamanisme zo goed als helemaal uitgeroeid. Maar het heeft hier wel degelijk ook bestaan! Mijn nieuwsgierigheid is gewekt.

Als ik van Angaangaq, sjamaan uit Groenland hoor, hoe belangrijk het is dat we een trommel hebben, ga ik op zoek. Het is ook een zoeken naar wat bij mij past. Met mijn frozen shoulder heb ik niet veel kracht in mijn arm.

Op jouw website lees ik dat je trommels bouwt. Het prikkelt me, maar in mijn omgeving hoor ik vooral dat het toch zo bijzonder is om je eigen trommel te maken… Oké, ik weet nog niet zo goed hoe het werkt, maar blijkbaar moet ik mijn eigen trommel bouwen. Ik informeer mezelf over alle mogelijkheden om zelf een trommel te maken, en op mijn verjaardag, nu een jaar geleden, krijg ik geld om daadwerkelijk een trommel te gaan maken. Geweldig!

Maar ik meld me nergens aan… De envelop met geld blijft op mijn altaar staan. Veel later ontdek ik dat ik eigenlijk stiekem een trommel van jou wil. Geen idee waarom, maar zo voelt het. Eng, want een eigen trommel maken is toch zo belangrijk? Nog weer later sta ik mezelf toe, dat het goed is. Dat het voor mij kennelijk belangrijk is om een trommel van jou te krijgen.

Als ik naar je website ga, bied je geen trommels meer aan.

Bij het opruimen van mijn boekenkast kom ik een boekje tegen ‘Same Atnam’, wat Samenland betekent en oa gaat over het leven in het noordelijkste deel van Europa waar de Samen altijd geleefd hebben, en nog steeds als minderheid leven. Het deel van Europa waar de laatste resten van het Noordwest Europese sjamanisme terug te vinden zijn. Het boekje kreeg ik in 1995 van Nancy de Graaf, de vrouw van de schrijver, tevens de vrouw die de tekeningen bij zijn gedichten schreef. Het was een bedankje aan mij voor een paar keer haar huis te hebben schoongemaakt. Als ik haar nu zou hebben ontmoet, had ik in haar een wijze grootmoeder herkent, en zou ik het een eer vinden om bij haar in de buurt te mogen zijn. Toen zag ik haar als een lieve aparte sterk gebochelde vrouw in een overvol huis, waar ik een zomerbaantje had. Ze vroeg me voor haar te blijven werken, maar ik was jong en onwetend en had andere plannen. Veel later ontmoette ik iemand die terug kwam van een begrafenis van een oude vrouw, en me vertelde dat er geen andere gasten op de begrafenis waren, omdat ze niemand meer had. Zij zelf was naar de begrafenis gegaan, omdat ze bij haar het huis had schoon gehouden. Het bleek om dezelfde Nancy de Graaf te gaan! Hoe bijzonder dat ik via deze weg nog van haar hoorde, en hoe pijnlijk te horen hoe alleen ze nog in het leven stond.

Als ik dit schrijf doet het me verdriet dat ik haar destijds niet ‘herkent’ heb. Ik weet, ik kon haar nog niet kennen, maar wat zou ik haar nu graag weer ontmoeten. En dat doe ik nu, via jouw verhalen over de Samen en haar cadeau destijds aan mij.

Ik had het boekje nooit gelezen, maar heb het al die jaren bewaard, ondanks dat ik inmiddels bijna al mijn boeken heb weggedaan. Wat bijzonder dat ik dit boekje nog heb en het eindelijk kan lezen.

Ik zou je wel eens willen ontmoeten, en af en toe bezoek ik je website om te kijken of ik een ingang vind die ik snap, die klikt, om contact met je op te nemen. Het blijft bij gesprekken die ik in mijn hoofd met je voer. Ik blijf checken of je niet toch weer drums aanbiedt, wat je niet doet.

En dan zie ik je training over rouwvrouw/zielenman. Dat klinkt mooi!!!

Sinds de dood van mijn tante Agnes in ’92, die sindsdien met mijn leven mee hobbelt, is de dood een thema geweest in mijn leven. In het begin vooral vanwege het enorme taboe dat lange tijd in Nederland heeft gerust op de dood (wat naar mijn idee inmiddels gelukkig iets minder is geworden). Maar ik kan hier nog bladzijdes over schrijven, misschien een andere keer.

Zou die training iets voor mij zijn??? Ik merk dat ik huiverig geworden ben voor cursussen en opleidingen. Ze hebben een enorme aantrekkingskracht op me, maar ik voel dat ik vol met kennis zit, en dat meer kennis me eerder bij mijn eigen kennis en intuïtie weghaalt, dan dat ik er wijzer van word.

Ik besluit mezelf te trakteren, en bestel 2 van je boeken. Beide boeken gaan over het spirituele pad dat jij gelopen hebt en ik maak het tijdens het lezen allemaal mee. Soms gaat het boek aan de kant, omdat het tijd nodig heeft om beleefd te worden. Het gaat over je reizen en ontdekkingen dat je dingen ‘anders’ ziet, je gevoeligheden en oude kennis, het gaat over contact met de natuur, over trommelen en zingen, de dood en wortels.

Je verhalen en belevenissen zijn zo anders dan de mijne, veel heftiger ook, maar het is alsof ze van mij zijn. En wat een herkenning als ik ontdek dat jij ook na elke reis weer terug naar Nederland schijnt te ‘moeten’.

Op al mijn reizen heb ik gezocht naar een plek of mogelijkheid om te blijven. Maar altijd was er iets waardoor ik terug naar Nederland werd geleid.

4 jaar geleden ben ik van Amsterdam naar Spanje gelopen, en onderweg was ik thuis. Nog nooit eerder heb ik me zo vrij en één gevoeld met alles om me heen.

Hierna is mijn spirituele pad bewust geworden, en heb ik me opengesteld voor de stem, die ik af en toe hoor, en die me dingen doorgeeft. Tot die tijd had ik hem weggewuifd omdat ik er geen zin in had. Die stem sloot meestal niet aan bij mijn eigen plannen en (vaak veel leukere) ideeën. Het was dan ook niet mijn keus om terug naar Nederland te komen.

Ik heb steeds sterker het gevoel dat ik je wil ontmoeten.

‘Gewoon even bellen’ staat er in mijn agenda…

Als ik je eindelijk, 3 jaar na mijn eerste kennismaking met je, aan de telefoon heb, komt er niet veel zinnigs uit mijn mond. Behalve “ik heb je gebeld, dat is het belangrijkste”.

Donderdag ga ik je dan ontmoeten 🙂.

 

Hoe vertel je dat op een feestje?

Leuk, verjaardag, feestje, nieuwe mensen, nieuwe verhalen, leuke gesprekken, en dan… zo, en wat doe jij op het ogenblik?

Een vraag waar ik steeds meer tegen opzie en die ik liever ontwijk. Niet dat ik ’t niet vertellen wil, maar hoe breng ik onder woorden wat ik doe. En ja, wat doe ik eigenlijk?

Ik pas 2 dagen per week op 2 heerlijke boeddha’s van 1, 5 jaar :-).

En de rest van de week?

De rest van de week, ben ik vooral erg druk bezig met mezelf…

En elke keer als ik dit laatste uitspreek, zou ik er even niet willen zijn. Het klinkt niet goed. Het klopt net zo goed wel als niet wat ik zeg. Het is net zo waar als dat het niet waar is. Ja, ik ben bezig met mezelf, maar…

Soms ontstaat er ineens een plan, en zo ook een paar maanden geleden. Ik zou een stuk van de camino in Spanje gaan lopen. Ik droom ervan om weer een paar maanden onderweg te zijn, maar goed, dat is op dit moment lastig inpassen. Twee weken is wel mogelijk, dus vrije dagen opgenomen, voor de kerstnacht in Leon alvast een stapelbed gereserveerd, routeboekje in huis, alleen de reis nog even boeken.

En dat laatste krijg ik niet voor elkaar… ik krijg niet de reis de ik wil, en ga steeds meer opzien tegen dit deel van mijn trip, dat ook nog eens het meeste geld kost. Na een paar weken heb ik nog steeds de reis niet geboekt. Het lukt me niet. Is het dan wel de bedoeling dat ik ga? Is dit eigenlijk wel wat ik wil? En dan gaan er steeds meer dingen tegenspreken: de korte dagen rond kerst, wat betekent: ‘flink doorlopen’; is het niet een beetje waanzin om ongetraind van de warme kachel thuis ineens in het primitieve en ijzige berggebied van Spanje te gaan lopen waar de slaapplaatsen rond kerst niet op elke hoek van de berg open zullen zijn…Er zal veel ‘moeten’ bij komen kijken… Is dit hoe ik me de camino voorstel, het wandelen in vrijheid, blijheid en maar zien hoever we komen? Humm.

Wat zoek ik dan? Ja, het liefst weer maanden lopen op de bonnefooi, zonder terug te hoeven. Maar loop ik dan niet weer weg van dat ene, dat onbekende wat me in de weg zit om hier en waar ik ook ben gelukkig te zijn?

Ik ben niet gaan lopen, en oh hoe confronterend is dat!!! Een ander zou zichzelf misschien juist tegen komen door te gaan lopen. Ik ontmoet mezelf, of misschien beter ‘mijn donkere zelf’, het helderst als ik ‘thuis blijf’.

Ik besluit een paar dagen in een klooster te gaan zitten. Even geen afleiding, geen internet, telefoon en tv, en misschien nog de grootste stap, ik besluit mijn eetpatroon dat een jaar geleden is ontstaan (van biologisch, vers, geen suiker, tarwe en koemelkproducten) los te laten. Een jaar geleden maakte het grote indruk op me, toen ik mijn eetgewoonte radicaal veranderde, om te ontdekken hoe je eetpatroon verweven is met je persoon. Inmiddels gewend, wilde ik dit ook weer een keer los kunnen laten.

Het is een klooster met 8 broeders. De gasten verblijven in een aparte vleugel en hebben 2 van de 3 maaltijden in stilte. Ik heb een riante kamer, met een prachtig antiek bureau, een mooie oude kast, een bidstoel en nog 2 antieken stoelen en een bed. Jezus aan de muur.

De kerk is 24 uur per dag open en er zijn 5 gebedsdiensten per dag. Uit nieuwsgierigheid besluit ik de eerste 24 uur alles mee te doen. De eerste is om 4.30, de laatste om 20.30. Zo is een dag snel gevuld. Ik moet vooral wennen aan het leven met de klok. Na mijn eerste avond broodmaaltijd komt er een vrolijke broeder van in de 80 vragen hoeveel fanta en hoeveel triple bier hij klaar zal zetten. Er blijkt 1 drankje per dag bij ’t verblijf inbegrepen. Nou ja, ik drink geen bier meer, en fanta al helemaal niet, dus ik pas. Dit geeft nogal verwarring, waarop ik besluit dan maar voor de Triple te gaan. Kan ik altijd nog besluiten om hem wel of niet te drinken.

Met m’n Triple en eigen theekan ga ik tegen 7-en naar mijn kamer. Tja, en wat dan?

Ik heb geen lekker boek meegenomen, want daarvoor ben ik niet hier. Wel heb ik pen en papier meegenomen en oude brieven, agenda’s en notitieblokjes van mijn in ’92 overleden tante Agnes.

Ik ga op de grond naast de verwarming  zitten, kijk de kamer rond, dan naar mijn Triple en ga mijn nagels knippen. Hierna overpeins ik de voors en tegens van het drinken van de Triple, en ga door met mijn teennagels. In een paar minuten heb ik al het achterstallig lichaamsonderhoud gedaan…

Tja, dat wordt nog een lange avond zo.

Dan bedenk ik dat, in ’t kader van het loslaten van oude en nieuwe patronen, ik best die Triple kan opdrinken! Hoef ik daar ook niet meer over na te denken. En wat is die lekker!!! En oh, wat is tie snel op!!! En oh, wat hakt ie erin!!!

Licht in mijn hoofd pak ik de papieren van Agnes erbij en lees me door stukjes van haar leven heen.

Ik vind ’t ontroerend om te ervaren hoe dicht Agnes en ik bij elkaar staan. Ik heb ’t gevoel dat ik ’t stokje van haar heb overgenomen. Het werk waar zij voor leefde, waar ik mee verder mag.

Ja, en wat is dat dan? Dat ‘werk’.

Op de lagere school wist ik al dat ik geen kinderen wilde. Eén van de redenen, weet ik nog, was dat ik vond dat die lijn nu eens moest stoppen, die lijn van grootmoeder, mijn moeder en mij. Wat ‘die lijn’ was, daar kon ik mijn vinger niet op leggen, maar ik had kennelijk ergens last van.

Toen ik kort geleden iemand hoorde over het ‘opschonen van je vrouwenlijn’, kwam deze herinnering weer naar voren, en ik voelde gelijk: dit is voor mij, dit ga ik doen!

In een familieopstelling waarin anderen mijn over-oma Gromi, mijn grootmoeder, mijn moeder en mijzelf representeren, kunnen er dingen opgeruimd worden die op dat moment aan de orde zijn.

Ik draai eerst een dag mee als representant en ben onder de indruk wat deze eenvoudige techniek allemaal te weeg kan brengen en op kan lossen op een vrij luchtige manier. De ochtend van de dag dat mijn lijn aan de beurt is begint er al van alles te borrelen. Ik ben labiel, heel zenuwachtig en begin af en toe spontaan te snotteren. Wat is hier aan de hand? Als mijn lijn opgesteld wordt, wordt er eerst gekeken naar de realaties tussen Gromi, grootmoeder en moeder.  Na een poosje lijkt er iets in de weg te staan. Er is iets wat eerst opgeruimd moet worden, voor we verder kunnen. Het blijkt mijn grootvader te zijn en de slachtoffers die hij gemaakt heeft. Mijn grootvader heeft tijdens de oorlog de kant gekozen van het antisemitisme met alle gevolgen van dien voor zowel de joodse slachtoffers als zijn eigen gezin.

In de opstelling krijgt de representant van mijn grootmoeder de kans om de enorme last, het verdriet en de schaamte bij mijn grootvader terug te leggen. Van een afstand ervaar ik de onbeschrijfelijke impact die grootvader’s keuzes heeft gehad, niet alleen op mijn grootmoeder, maar ook op mijn moeder en Gromi. En dit alles dan ook nog tot een paar jaar terug, als een geheim met je mee te moeten dragen…

Als het mijn beurt is in de opstelling om de band met mijn moeder, grootmoeder en Gromi te herstellen, zit er nog steeds iets in de weg. Als een baksteen blijk ik al het leed op me te hebben genomen. ’t Leed van de slachtoffers van mijn grootvader.

Ik krijg een zware kei in m’n handen waar ik alle last in mag projecteren om vervolgens de kei bij mijn grootvader neer te leggen. Ik ervaar het als een enorm zware klus om het te doen, maar het lukt uiteindelijk en kan de kei vervolgens bij mijn grootvader neerleggen.

De volgende morgen word ik wakker met het gevoel nog iets voor de slachtoffers te willen doen. Een bos bloemen ergens neerleggen. ’t Liefst de dag erna, wanneer ik met vrienden voor een wandeling op de Veluwe heb afgesproken.

In mij rijst een groot protest: Wie gaat er nou met een bos bloemen wandelen? Waarom zou ik nou een bos bloemen op de Veluwe gaan neerleggen? Laat het toch rusten! Het is nu toch goed zo? Je kan toch ook gewoon thuis een kaarsje voor ze branden?

Ik weet dat het protest komt vanuit schaamte, vanuit onzekerheid. Gelukkig is mijn innerlijke stem om ’t wel te doen net iets sterker.

En zo stap ik de volgende dag met een grote bos bloemen op de Veluwe uit mijn autootje.

Mijn wandelgenoten vinden het helemaal niet raar, en willen me er graag in steunen.

Als we ons op een plek verwonderen over de vele vogels, besluit ik daar de bloemen neer te leggen. Met z’n 4en staan we erbij als ik de dingen zeg die in me opkomen. Als ik klaar ben begint ’t te motregenen. Ik voel dat er ergens iets tot rust gekomen is, en voel me gesteund door mijn getuigen.

Mijn vrouwenlijn is nog niet opgeschoond, maar ik weet dat ik er zelf mee verder kan.

Als ik een week later in het klooster zit en de schrijfsels van Agnes, de zus van mijn moeder, doorlees, realiseer ik me dat mijn vrouwenlijn veel breder uitwaaiert.

Ik blijf de volgende dagen naar de gebedsdiensten gaan. De kerk zelf is een fijne plek om mezelf te kunnen focussen. De gebedsdiensten geven me houvast in de dag, en de gereciteerde en gezongen gebeden geven mij bedding voor mijn eigen werk. Ik realiseer me dat het werk van de broeders lijkt op wat ik doe, alleen in heel andere vorm.

In die kloosterdagen breid ik mijn vrouwenlijn uit met de 3 zussen van mijn moeder, zodat ik de laatste dag voor allemaal een kaarsje kan branden, 7 in totaal. Ik ervaar op dat moment de enorme kracht van deze vrouwen die zo intens met elkaar en met mij verbonden zijn.

Twee dagen in de week pas ik op 2 heerlijke boeddha dreumesen, en de rest van de week… ja, hoe vertel je dat op een feestje?

Mijn lied voor het leven

2012: 4 Juni was de datum die in mijn hoofd opborrelde, dus 4 juni vertrok ik dan ook vanaf het Amstel station naar het zuiden. “Ik ben even naar Spanje lopen” was de titel van mijn blog. Twee lieve vrienden liepen me op weg. We aten samen lunch en toen lieten ze me alleen… Ach, nog maar een paar kilometer tot de eerste boerencamping… Ongemerkt was ik mijn eerste les in gewandeld. Die paar kilometers werden een paar van de zwaarste kilometers van mijn hele tocht en wat ik leerde: er is geen ‘nog maar even’, of ‘bijna’, er is alleen maar de volgende stap.

Nog steeds reageren mensen met bewondering of ongeloof dat ik (of iemand) dat hele stuk kan lopen. Ikzelf kan me ook niet voorstellen dat ik dat hele eind zou kunnen lopen. Maar ik weet nu, dat als ik me bezig hou met het nu, met de stap die ik maak, dat ik dan als vanzelf zomaar wel eens in Spanje uit zou kunnen komen.

Tijdens het lopen had ik nauwelijks muziek op mijn oren. Er was genoeg te genieten om me heen. In mijn hoofd zat af en toe het Piu Jesu van Duruflé. Een lied waarvan ik hoopte het ooit eens te kunnen en durven laten horen. Maar ja, voordat ik iets durf te laten horen….

Af en toe als ik tijdens mijn wandeling een open en leeg kerkje aantrof, zong ik een stukje. Stiekem, voor mezelf.

Na een paar maanden lopen kreeg ik bericht dat mijn neef Daan onverwachts was overleden, en al snel kwam het idee dat ik dit lied voor hem wilde zingen.

Even dacht ik niet aan mijn enorme podiumangst, die elke keer weer van een enthousiast en goedbedoeld idee, een pijnlijke en treurige voordracht maakte.

Ik wist het monster lang buiten mijn systeem te houden. Ik wilde dit zo graag doen voor Daan. In de auto op weg naar de begrafenis begon het gevecht pas goed op gang te komen, het gevecht tussen die enorme angst en die eenvoudige volgende stap.

De band met de volgende stap was toen gelukkig nog heel vers en dichtbij, en ik kon uiteindelijk het lied voor Daan laten klinken.

2 jaar geleden kwam ik terug in Nederland te wonen, wat ik me herinner als een nachtmerrie, een grote shock. Alsof ik in een science fiction film was binnen gewandeld, met steen en asfalt, afgesloten mensen, agenda’s waarin je weken vooruit moest plannen om iemand te ontmoeten, en alles, alles ging sneller dan stap voor stap. Mijn verzet was groot. Ik was alleen maar bezig met hier niet te willen zijn, en ik realiseer me nu dat ik in één klap zelf ook verwijderd was van het moment, ver weg van de volgende stap.

1 juni was ik jarig en ondanks dat ik niet zo verjaarderig ben, voelde ik een sterke drang om mijn verjaardag eens echt te vieren: een lunch in het park, de datum stond gelijk vast, al wist ik niet waarom, en ook de wetenschap dat het die dag mooi weer zou zijn.

Met zoveel plezier heb ik de lunch voorbereid, gekookt, sapjes gebrouwen, m’n moeder gerustgesteld dat ’t echt mooi weer zou worden :-), en mezelf tegelijkertijd verwonderd over zoveel rust en vertrouwen in alles.

Mijn verjaardag en de voorbereidingen waren als mijn wandeling, met zoveel plezier, stap voor stap, als mijn lied voor het leven.

Vorige week ontdekte ik dat de datum van mijn feestje eerder was voorgekomen: 4 juni!verjaardagslunch

A walk through history

Mijn grootvader, ik heb hem nooit gekend, en thuis werd er nooit over hem gesproken. Op internet leer ik hem de laatste maanden een beetje kennen: Hij was dichter, prozaist, journalist en kunstcriticus. Ik vind een tweedehands gedichtenbundel van hem, en lees gedichten waarin hij het leven soms zwaar opneemt, en anderen waarin hij gepassioneerd over de liefde vertelt.

Op mijn geboortekaartje wordt uit één van zijn gedichten geciteerd:

Het zal zo rein zijn,

Zo volmaakt

Als water, licht en bloemen

En ik wist van mijn moeder, mijn grootmoeder hield zielsveel van hem.

Best leuk, zo’n grootvader.

Ik heb me nooit echt verdiept in mijn voorouders. Mijn moeder zei, en zegt nog steeds, bij fysieke problemen zoals hoge bloeddruk en cholesterol en bij niet handige eigenschappen zoals geen zelfvertrouwen en snel oordelen, ‘ja, zo zijn wij, daar kunnen we niks aan doen, dat zit in onze genen’. De doorgegeven erfenis leek altijd negatief en van jongs af aan reageerde ik heftig op het stukje ‘kunnen we niks aan doen’. Dan riep ik wanhopig en moedig tegelijk naar mijn moeder ‘als ik dat niet kan veranderen, dan hoeft het voor mij niet meer!’.

In al die jaren van kind af aan ben ik op zoek gegaan met mezelf en alle spiegels die ik tegenkwam in familie en vrienden en anderen die op mijn pad kwamen, naar de kiem van lastige dingen, fysiek en mentaal, om ze om te kunnen buigen. Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat genen kunnen veranderen.

Altijd met behulp van de levenden.

Tot ik afgelopen november de volgende opdracht kreeg van een sjamaan: Ga het bos is, loop rond tot je een plant tegenkomt die je aandacht vraagt. Vervolgens graaf je die uit, met zoveel wortel als mogelijk.

Tussen al het mooie groen dat ik zo graag uit wil graven, valt mijn oog op een paardebloem. Ondanks mijn verlangen naar de andere, veel boeiender planten die ik zie, weet ik dat deze paardebloem het is die me roept. Ik zucht een keer en geef me eraan over. Ik beloof mezelf dat ik indruk zal maken met de enorme wortel die ik uit kan graven…. Langzaam en zorgvuldig begin ik te graven, tot ineens ‘pang’, de wortel knapt. Vlak bij de steel!!!

Bij terugkomst krijgen we om beurten verhaal over hoe we onze opgraving kunnen interpreteren.

Als één van de laatste hou ik teleurgesteld mijn zielige inmiddels verlepte paardebloem met wortelstompje omhoog, en de sjamaan begint te vertellen… alle mooie eigenschappen van de paardebloem komen langs, ik herken velen ervan terug in mezelf, en voel me steeds blijer worden.

Aan het eind droom ik van een tuin met alleen maar paardebloemen! Over het stompje wortel stelt ie me gerust: dat komt wel als het nodig is.

Waarschijnlijk is het dan voor mij niet aan de orde, die voorouders, besluit ik de dag. Met die voorouders heb ik niet veel, en nooit gehad. Ja, mijn overleden tante Agnes, maar die heb ik gekend, we hadden een speciale band, en na haar dood hebben we gewoon contact gehouden zeg maar :-).

Oja, en als kind was ik altijd op zoek naar iemand die mijn opa wilde zijn, want ik had geen opa, en dat vond ik toch wel heel erg zielig…

Mijn grootmoeder komt uit een artistieke familie van voorname architecten, beeldhouwers, musici en schilders, zegt Wiki. Willem Mengelberg, dirigent van het muziekgebouworkest, was haar oom. Ik herinner me dat daar wel mee werd gepronkt. Gek genoeg werden deze talenten nooit benoemd als onderdeel van onze genen. Wij waren natuurlijk van een andere tak.

Ja, misschien een beetje aanleg, maar om een grote te worden moest je toch wel van ‘andere huize’ komen. Zo heb ik mijn grootmoeder leren kennen: je had het gemaakt of je zou het nooit gaan maken. Ik begreep van haar dat ik het in ieder geval niet zou gaan maken.

Ik lijk aardig wat kwalen van mijn moeders familie te hebben overgenomen, en al staat een groot deel van mijn leven in het teken van het kantelen of opruimen van erflast, ik blijf tegen iets hartnekkigs aanlopen, wat zich steeds duidelijker aftekent in mij, als een brok zware, zwarte last, waar ik tegelijkertijd steeds minder vat op lijk te krijgen.

Als ik in december opnieuw een sjamaan ontmoet, die me zonder mijn verhaal te kennen, confronteert met een black burden inside, dat me tegenhoudt om vrij te zijn, vraag ik me opnieuw af wat dit kan zijn, zodat ik het los kan laten.

Ik krijg bij dezelfde sjamaan vervolgens de gelegenheid om in een geleidde meditatie op zoek te gaan naar mijn voorouders.

Als eerste ontmoet ik mijn tante Agnes, waarna mijn grootmoeder onverwachts naar de voorgrond komt. Ik sta perplex, dat ze me wil ontmoeten… en ben helemaal verbaasd over de enorme liefde die ze uitstraalt. Zo ken ik haar helemaal niet!

Als ik een beetje bekomen ben van deze overdonderende ontmoeting, kan ik haar vragen hoe ik onze relatie kan herstellen. Als antwoord krijg ik te horen dat ik haar kan vergeven.

Met dit verzoek onder mijn arm blijf ik voorlopig rondlopen. Echt vergeven doe je niet eventjes. En, eh, dan ook mezelf vergeven voor het feit dat ik deze liefde nooit heb kunnen zien…

Maar deze ontmoeting zet meer in gang. Wat kwam mijn grootmoeder doen? Waarom drong ze zich naar voren?

Mijn grootmoeder had mij Roos willen noemen, heeft ze eens verteld. Ze droeg zelf een ring met een roos, en zei me dat als ze er niet meer was, die dan voor mij was.

Jaren later als mijn grootmoeder overlijdt denk ik daaraan terug. Maar omdat de boedelverdeling nogal wat spanningen met zich meebrengt, besluit ik daar niet over te beginnen. Heel veel later komt mijn moeder met een potje dat ze nog had, en dat voor mij bestemd is. Hierin zit de ring met de roos.

De dag na de bijzondere spirituele ontmoeting met mijn grootmoeder, eet ik bij een vriendin en ineens noemt ze me ‘Suzanne’. Ja, zegt ze, gek he, soms vind ik gewoon dat mensen een andere naam zouden moeten hebben, en ik vind jou echt een ‘Suzanne’ of ‘Shoshana’ in het hebreeuws. We zoeken de naam op. In modern Hebreeuws verwijst Shoshana naar de roos…

Op de middelbare school had ik een keer straf en moest een uur eerder op school komen. Ik kreeg een boek te lezen over de oorlog. Niet mijn favoriete onderwerp, toen niet en nu nog steeds niet. Toch ben ik geboeid, en vraag het voor mijn verjaardag. Sindsdien staat het bij mij in de kast, is het vele malen meeverhuisd, heb ik het bij grote opruimingen altijd gehouden, en heb ik er nooit een letter in gelezen.

Nu ruim 30 jaar later valt mijn oog erop, en ik begin te lezen.

Ik vind het zware kost om in te duiken, maar voel ergens dat hier de sleutel ligt van ‘mijn zware last’ die ik meedraag, en niet bij me hoort.

Als een derde sjamaan mij in januari vertelt: ‘You need a new history’, kan ik alleen maar heftig ‘ja-knikken’.

Vorige week lees ik een artikel over Willem Mengelberg, over een groot fan van hem die de Mattheus Passion, waar Mengelberg destijds zijn stempel op heeft gedrukt, in zijn versie en visie wil gaan heropvoeren, en dat raakt me diep.

Ineens zie ik de doem in onze familie en mijn eigen last, het grote geheim, het er niet mogen zijn, je niet mogen uitspreken, en de straf voor als je doet waar je in gelooft, het besef dat een overtuiging ‘fout’ kan zijn en alles wat mooi is overschaduwt.

De oom van mijn grootmoeder, Willem Mengelberg, een groot muzikaal talent, voor wie muziek maken het enige en allerbelangrijkste in het leven was…

Na de oorlog is hij verbannen omdat hij tijdens de oorlog door is gegaan met dirigeren terwijl de joden één voor één uit zijn orkest verdwenen.

Mijn grootvader, vader, geliefde echtgenoot, gepassioneerd dichter en journalist, is na de oorlog opgepakt omdat hij fout is geweest in de oorlog. Zijn overtuiging heeft mensen pijn gedaan en verraden. Zijn daden smeken om vergeving.

Mijn grootmoeder heeft geprobeerd hem van zijn pad af te brengen, maar hij deed wat volgens hem juist was.

Zijn 6 kinderen van 4 t/m 11 jaar oud zijn levenslang veroordeeld. Ze hebben hun vader zien oppakken, er waren geen inkomsten meer, ze werden veroordeeld door familie, buren, vriendjes, vriendinnetjes en leraren. Ze leerden een enorm geheim te dragen, leerden dat het beter was je niet uit te spreken, te verbergen wie je bent en waar je vandaan komt, de pijn te dragen van de schande, de vernedering en het verdriet, het nooit meer trots kunnen zijn op je pa.

5 jaar geleden heb ik ontdekt dat mijn grootvader fout was in de oorlog.

Afgelopen maanden heb ik mijn grootvader een beetje leren kennen en leer ik de enorme impact van zijn leven op het mijne.

Hij schreef het volgende gedicht voor mijn grootmoeder:

Nu leef ik zonder haar maar haar vergeet ik niet:

van anderen ben ik stroef of luchtig heengegaan,

zij is mij goed geweest en ik deed haar verdriet;

kom ‘k ooit te boven wat ‘k haar blindelings heb misdaan?

 

Ik tracht te denken hoe dit alles is geschied.

Hoe kon ik ’t hart verharden tegen haar vermaan,

hoe kon ik martelen die mij lief was? ‘k Weet het niet.

Geen dan zij zelf kan me ooit van deze vloek ontslaan.

 

O vrouw, die me alles gaf en nauwelijks vroeg, gedoog

dat ‘k hier in eenzaamheid opnieuw mijn trouw belijd,

ziek en berooid, als Job geplaagd, geslagen

Geloof, geliefde, dat ook toen het jou bedroog,

diep-in dit zwerfziek hart toch koesterend al die tijd

Het heilige geheim der liefde heeft gedragen.

 

Wat zou ik hem graag ontmoeten.

Andrea in Wonderland

Afgelopen zomer kwam ik op internet langs een opleiding waar ik helemaal vrolijk van werd. Zes weekenden met verschillende sjamanen uit alle hoeken van de wereld… 6 feestjes! Voor mij, als bewoner van Amsterdam 3-hoog een ideaal reizen over de wereld in eigen land ;-).

Mooie droom, en lekker blijven dromen, want ja, ik ben nu niet echt in de gelegenheid om een opleiding te gaan doen. Enthousiast als ik ben vertel ik er natuurlijk wel honderduit over tegen ieder die het horen wil.

En dan zegt een vriendin ineens, wat als ik je nou eens mag sponseren? Haha, wat een grappig idee! Na een tijdje kom ik er achter dat ze het serieus meent, waarna ik bedank en ’t aanbod afsla. Leuk idee, maar nee, dit is te raar!

Ik droom lekker verder, tot een maand later dezelfde vriendin vraagt of ik over haar aanbod heb nagedacht. Ja, zeg ik, en dat gaan we dus niet doen!

Laten we alsjeblieft goeie vrienden zijn en dat ingewikkelde geld erbuiten laten.

Als weer zo’n maand later zij me voor de derde keer het aanbod doet, word ik wakker… waar ben ik mee bezig? Nu komt er geld op mijn pad, sla ik het af?!?!

Ik geloof dat dienst en wederdienst niet 1 op 1 hoeft te zijn: als ik iets voor iemand doe, doet diegene op zijn beurt iets voor iemand anders, en zo door, en uiteindelijk krijg ik het via een omweg misschien wel terug in de vorm van een lied van een vogel op het juiste moment. Zo mooi is het uitwisselen van energie! Maar zo moeilijk als het ineens gaat om geld, dat ik ‘zomaar’ van iemand krijg…

Het kwartje valt. Ik ben niet verantwoordelijk voor haar keuze, ik hoef haar niet te beschermen, ik hoef het niet te snappen, dit komt op mijn pad en ik mag gewoon ja zeggen!

En ik zeg (met lood in mijn schoenen, dat wel) JA HEEL GRAAG!!!

En nu ga ik 6 feestjes vieren!!!

Tijdens één van deze weekenden, ontvangen we van de sjamaan een geleide meditatie, waarin we op zoek gaan naar een vorm van healen die bij je past.

Ik loop door het regenwoud. Bij een dorpje aangekomen, vraag ik de spelende kinderen mij de weg te wijzen naar de plaatselijke healer. Ze brengen me naar een soort efteling-huisje verscholen tussen de lianen en wacht voor een gordijndeur.

Als ik binnenloop zie ik hoe de healer met een patiënt bezig is. De healer is ‘a big african mama’ en het enige wat ze lijkt te doen is met een grote lach op haar gezicht een enorme bak liefde uitstralen vanuit haar borstkas. Ik onderga zelf een behandeling en neem uiteindelijk de plaats van de healer in waarbij ik de african mama word, super geaard en vol liefde.

Als we na de meditatie de opdracht krijgen om in tweetallen te gaan behandelen zoals we net in de meditatie hebben ervaren, ga ik in kleermakerszit naast mijn cliënt zitten. Mijn cliënt ligt op een mat op haar rug. Ik focus me op mijn hart en probeer de liefde te laten stromen. Omdat ik bij haar schouders en hals spanning waarneem, richt ik me voornamelijk op dit gebied. Aan het eind van de sessie ga ik ter afsluiting met mijn aandacht naar haar voeten. Het is een wonderlijk samenzijn. Ik ben vol verrast als ik na afloop haar feedback krijg: ze had het gevoel veel los te kunnen laten bij haar schouders en ’t was alsof ik op ’t eind nog even haar voeten vast had gehouden….

WOW!!!

 

Vandaag even niet

Ik zou allerlei leuke en mooie dingen kunnen vertellen, maar vandaag even niet.

Vandaag worstel ik met alle goeie wensen en adviezen die ik afgelopen dagen en maanden mocht ontvangen, alle lessen die ik mocht leren, vecht ik tegen de grijze lucht en de moeheid, baan ik mij een weg door mezelf langs obstakels, verdriet en eenzaamheid, langs verhalen die ik had willen schrijven, langs de pijn van anderen waar ik niks aan kan veranderen, langs alles wat ik niet snap, op zoek naar zin en moed, gefocust op het licht, ook ergens in mij.

Ik zou allerlei leuke en mooie dingen kunnen schrijven, maar vandaag even niet.

Morgen misschien. Dan schrijf ik waarschijnlijk iets over hoe ik geduld en vertrouwen heb ervaren in 2015…

Dat het voor mij niet werkte in de thuiszorg is al snel duidelijk. Van de weinige uren per dag krijg ik niet eens de toegezegde uren, en in combinatie met het lage salaris is ’t voor mij niet te doen.

Tijdens mijn laatste schoonmaakdag vertelt mijn cliënt dat zijn hulp van 2 ¼ uur naar 1 ½ uur wordt teruggeschroefd. Dan te bedenken dat hij 20 jaar geleden tussen de 3 en 4 uur hulp zou hebben gekregen! Een kopje koffie zit er al lang niet meer in, maar nu is het helemaal nog maar een kleine stap naar de robot. En ik, ik ben precies op tijd weg…

Ik leef nog steeds van een lening, een paar cliënten en de lucht. En het gaat me goed, maar hoe ga ik dat in 2016 doen? Weer lenen??? Toch een uitkering??? Of door blijven zoeken naar ander werk?

De lening ben ik aangegaan om een doorstart met mijn praktijk te maken…. Maar van geen kanten komt daar beweging in.

Een uitkering brengt me 100 stappen in de andere richting van waar ik in geloof: los van alle regeltjes en verplichtingen, hokjes en onvrijheid.

Op zoek naar ander schoonmaakwerk dan maar, valt mijn oog op een oppasadvertentie. Dat kan ik natuurlijk ook!

Ik begin met 1 dag met een meisje van 1 ½. Eén van de eerste keren zitten we naast elkaar op de bank, en kijken elkaar aan, allebei met een blik van ‘ik weet ook niet waarom we bij elkaar gezet zijn, maar we gaan het ontdekken’. Het blijkt een wijze meid waar ik ongelofelijk veel van leer. Ik betrap mezelf erop dat ik haar een paar keer eigenwijs noem, op dezelfde negatieve manier waarop ik dat zelf vroeger te horen kreeg. Ik schrik, want hoeveel jaar heb ik dit niet als negatieve lading met me meegedragen, voordat ik ontdekte wat een bijzonder mooie eigenschap dit is. Vanaf dat moment leer ik met volle teugen, spiegelt ze mij, wijst ze me soms letterlijk terecht en beloont ze me met haar liefde, energie en leergierigheid.

Op een ochtend word ik wakker en weet ineens, die shiatsu praktijk moet stoppen! Daar zit al een jaar geen beweging in, en ik wil gewoon mijn huur nu kunnen betalen.

Ik heb van alles geprobeerd om mijn praktijk leven in te blazen, maar nog steeds geen verandering, geen ontwikkeling, geen nieuwe cliënten, alleen mijn trouwe enthousiaste fans die ik teleur zal stellen.

Soms moet je eerst iets loslaten, voordat er iets nieuws kan ontstaan… ik haal diep adem, stuur mijn definitieve beslissing rond, en adem uit…pfffff.

Ik krijg lieve en verbaasde reacties en iemand die me toewenst dat kinderen en shiatsu misschien in de toekomst een combinatie kunnen worden. Mijn eerste reactie is verbaasd: Ze snapt het niet, ik zoek gewoon een baantje! Maar de opmerking blijft hangen.

Kinderen zijn altijd een rode draad in mijn leven geweest. En kwam ik afgelopen voorjaar bij een leertraject voor ondernemers niet tot de doelgroep kinderen? Maar hoe kom je met kinderen in contact? Ik heb toen een paar tijdschriften voor ouders gekocht waar ik depressief van werd en heb toen mijn doelgroep met de tijdschriften in de prullenbak gegooid (papierbak 😉 ).

En nu komen de kinderen dan ineens ‘zomaar’ op mijn pad!

Over een paar dagen wacht er een jongetje op mij van een ½ jaar…

Ja, zoiets ga ik morgen misschien allemaal schrijven, maar vandaag niet. Vandaag blijf ik in bed, en draai me nog een keertje om.

Drenthe in de herfst

Al weer een poosje terug hoorde ik dat er een verzoek binnen was gekomen van iemand die graag een individuele Vision Quest wilde doen in het najaar. Toen ik dat las schreeuwde elke cel in mij NEE! Het was duidelijk dat ik de uitnodiging om hierbij aanwezig te zijn af zou slaan. Ik voelde me niet geroepen hier aan mee te werken. Ik vond het ook een absurd verzoek, in het najaar…brrrr, ook nog in een bepaald tijdsbestek en bovendien een kamp voor één persoon. Ieders goed recht om te vragen, en voor mij ook een confronterend voorbeeld, want ik zou het niet gedurfd hebben om te vragen, al had ik heel sterk het gevoel gehad dat dit heel goed voor me zou zijn, zoals kennelijk bij deze persoon.

Nooit had ik gedacht dat de vaste begeleiders dit verzoek waar zouden kunnen maken, en zo verbaasd ben ik dan ook als ik de definitieve bevestiging en data doorgestuurd krijg. Alles is geheel vrijblijvend. Leuk als ik erbij ben, prima als het niet zo is.

Vanaf dat moment begint bij mij de verwarring: waarom roept alles in mij ‘nee!’? Roept alles nog steeds ‘nee!’ nu het wel doorgaat? En wat is dat dan precies wat zo hard roept?

Is het mijn ziel die niet in het bos wil zijn? Hmmm, niet echt….

En als me dat duidelijk wordt, kom ik langzaam uit op oude imprinten…alleen maar oude imprinten die roepen: “ ’t is echt te koud!”, “heel slecht voor mijn lijf om nu te gaan kamperen”, “die deelnemer moet gewoon leren dat het niet zomaar op elk gekozen moment kan!”, “ Kamperen in oktober is absurd!”, “Wat kan ik nou helemaal doen met die kou?”, “al dat vocht is zo slecht voor mijn gewrichten”, “waarom word ik voor zo’n dilemma gezet?”, ”wat kan ik voor iemand betekenen als ik zo boordevol oordelen zit”, “dit hele idee is gewoon belachelijk!”, “de Vision Quest is gewoon iets van de zomer”, ….

Ik word gek van ’t niet kunnen beslissen. Al meerdere malen heb ik besloten om niet te gaan, maar ik kom er niet toe om daarover een mail te sturen. Wat houdt me tegen?

Het is tegen zessen, een grijze dag en ik ga nog even naar buiten voor een wandeling. Ik besluit dat ik het maar laat liggen. Dat het zich vanzelf wel zal oplossen. Niemand zit nu op mijn beslissing te wachten, want niemand verwacht dat ik nog zal komen, of is er überhaupt mee bezig. Het is alleen ikzelf die vindt dat ik duidelijkheid moet scheppen.

Gister had ik workshop in Hilversum waar een heerlijke appeltaart klaar stond. Omdat ik om medische redenen momenteel geen suiker en geen tarwe gebruik, maar ook wel eens lekker over de scheef wil kunnen gaan, want dat is ook gezond :-), liet ik me dit keer overhalen, met de gedachte: ‘Als ik blijf geloven dat het niet goed voor me is, zal ’t ook niet goed voor me zijn’. Het is een lastige omdat ik duidelijk verbetering van fysieke kwalen heb, sinds ik geen suikers en koolhydraten meer eet. Maar aan de andere kant geloof ik ook dat het lichaam luistert naar de overtuigingen die de eigenaar met zich meedraagt.

Dit heerlijke stukje taart brengt me er ook vandaag toe, om nog meer oude imprinten los te willen laten.

Als ik me afvraag wat mijn ziel wil, dan hoor ik enkel: buiten zijn! in de bossen zijn! de zee zien, horen, voelen, proeven, dansen! Mijn ziel heeft totaal geen last van kou, weertypes, pijnlijke gewrichten, ‘lastig handelen’ van mensen of oordelen over mensen…

Dan wordt mijn aandacht getrokken door een boom. Een boom waar ik al duizend keren langs ben gelopen, en die nu voor het eerst ‘roept’. Ik besluit hem even te begroeten en ben verrast hoe groot ie eigenlijk is. Als ik door wil lopen, word ik naar de picknicktafel gezogen die naast de boom staat, en daar ga ik zitten, en schrijf dit verhaal.

Al schrijvende begin ik steeds nieuwsgieriger te worden wat daar in de Drentse bossen op me staat te wachten… zal ik weer zoveel dromen? Wat zal ik nu weer gaan ontdekken? Ik kan niet wachten deze bijzondere deelnemer te ontmoeten!

Pfffff…ik geloof dat ik binnenkort ga kamperen in Drenthe…

Super!

Brrrrr!

Ziels geluk

Nu ruim een jaar, kamp ik met schouder- en armklachten. Ontstaan vanaf het moment dat ik weer in Amsterdam woon. Wel een duidelijk signaal van mijn verzet hier niet te willen zijn.

Op fysiek gebied leer ik dit jaar veel mooie dingen over de kennis en mogelijkheden in de alternatieve geneeskunde.

Emotioneel probeer ik mijn nieuwe plek hier in Amsterdam weer te accepteren. Nou ja, nieuwe plek… de plek is hetzelfde maar ik ben zo anders!

Tijdens de camino was ik gezond en gelukkig, met mijn 13 kilo rugzak en levend op voornamelijk wit brood met camembert en nergens last van. Terug in Nederland zijn wit brood en camembert voor mij verboden terrein volgens elke alternatieve behandelaar, en mag ik voorlopig geen gram meer op mijn rug!

Spiritueel vraag ik me af wat mijn armen me te leren hebben. Dat ik mag leren om overal gelukkig te zijn wordt me al gauw pijnlijk duidelijk. Als je echt gelukkig bent, maakt het niet meer uit waar je bent. Pffffff, mooi en vooral makkelijk gezegd! Hoe kom het toch dat een omgeving zo bepalend kan zijn voor geluk, en waar zit dan dat knopje waarmee ik de omgeving uit kan zetten? Of het geluk aan.

Mijn armen houden me tegelijkertijd ook nog eens tegen om mijn shiatsu praktijk uit te breiden. Dat helpt het geluk niet mee. Wat is daar dan toch de bedoeling van? Van een paar wijzen hoor ik dat ik uiteindelijk zonder aanraken zal gaan werken. Dat verbaast me niet, al heb ik nog geen flauw idee hoe dat in zijn werk zal gaan, en waarom mag ik tot die tijd niet gewoon lekker Shiatsu-en???

En dan… afgelopen maand leef ik 12 dagen in de bossen van Drenthe, als staflid van de Vision Quest, als blije kip tussen de bomen en de keuken…

Voordat de deelnemers het bos inlopen voor hun 4 dagen retraite, laten ze een voorwerp achter, iets dat hun dierbaar is. Deze voorwerpen krijgen een plek in de tipi tent in het basiskamp.

De dag na vertrek heb ik een heel sterk gevoel dat ik met de voorwerpen wil zijn. Ik vertel dit de andere stafleden en ze zeggen me dat dan ook te gaan doen. Eenmaal zittend bij de voorwerpen in de tent vraag ik me af wat ik nou moet gaan doen??? Mijn gevoel houdt zijn mond. Ik besluit maar te gaan mediteren, dan doe ik tenminste iets.

Na korte tijd komt er een naam in me op van één van de deelnemers. Ik pak het betreffende voorwerp erbij en in mij gebeurt er iets. Uiteindelijk komen alle 8 namen voorbij en wieg ik het ene voorwerp, moedig ik het volgende aan, geef een ander voorwerp advies en daag weer een ander voorwerp uit. Het is een bijzondere ervaring die me blij maakt, waarna ik er vervolgens alles aan doe om mezelf duidelijk te maken dat ik het allemaal natuurlijk verzonnen heb.

Als kleine test pak ik nog één van de voorwerpen op, waarna direct datzelfde gevoel terugkomt wat ik daarvoor ook bij datzelfde voorwerp had…

Ik moet denken aan de eerste keer dat een healer mij vroeg of ik in Bach Bloesem geloofde. Wist ik veel. Geen idee. Nooit van gehoord, maar doe maar, ik sta voor alles open. Hij koos op intuitie een flesje uit het rek en gaf het me in de hand. Ik werd direct héél verdrietig. Bij een volgend flesje veranderde mijn gemoed gelijk in iets heel anders. Toen we de betekenis van de flesjes opzochten waren ze precies in de roos, wat betreft wat er toen in mijn leven speelde.

Tja, dat anderen dit soort dingen kunnen, tuurlijk, maar ikke???? En op afstand???

De volgende dag wil ik weer bij de voorwerpen gaan zitten, om te kijken wat er gebeurt. Maar ik heb een heel sterke drang om eerst te gaan wandelen. Ik licht de staf in en ga op pad. Even voor mezelf en met mezelf… denk ik. Al gauw komt er een naam van een deelnemer binnen. Ik kijk op en het landschap dat ik zie, vertelt mij hoe het met diegene is. Ik maak een foto, krabbel wat in mijn boekje en wil verder lopen als er een nieuwe naam naar boven komt. Ik heb nog geen 2 passen gezet, maar als ik opkijk heb ik een totaal ander beeld voor me. En ook dit beeld  ‘vertelt’ me waar deze deelnemer op dit moment staat. En zo gaat het door, en krijg ik 8 totaal verschillende beelden in een afstand van nog geen 30 meter.

Na afloop van mijn wandeling gebruik ik alle mogelijke verontwikkelde gaven die ik bezit, om dit gebeuren allemaal onderuit te halen, af te doen als fantasierijk, heel knap verzonnen… dacht je nu echt dat jij dit zou kunnen? En diep van binnen is er een weten, een weten dat zegt dat het echt is.

Pas als ik thuis ben realiseer ik mij dat er een begin is gemaakt met werken op afstand. Voor het eerst heb ik zo duidelijk ervaren hoe communicatie op afstand plaats kan vinden.

Zonder mijn pijnlijke armen was het anders gelopen.

Ik weet dat als ik een groeiende (en bloeiende) shiatsu praktijk had gehad, dat ik niet in deze week in Drenthe terecht was gekomen, en dat ik moeilijk van mijn mooie en fascinerende fysieke werk was losgekomen.

En hoe bijzonder is het te ontdekken dat mijn armen in deze 12 dagen meer geheeld zijn dan in het afgelopen jaar!

Heb ik deze 12 dagen gedaan wat in de camino als vanzelf gebeurde: ik heb mijn ziel gelukkig gemaakt. Een sterker geneesmiddel is er volgens mij niet.