She who whispers with trees

Het schrijven is zo hetzelfde en zo helemaal anders dan voorheen. Het is afwachten wat er komt. Of Boom zich laat horen of niet. Mijn verwachtingen loslaten. In plaats van een sterke schrijfdrang voorheen, waar ik niet onderuit kan, ik Móét dan schrijven, krijg ik nu elke keer een lichte prikkel, een zachte uitnodiging om te gaan zitten. Een uitnodiging die ik ook makkelijk kan negeren. Als ik besluit op de uitnodiging in te gaan, mediteer ik om los te komen van mijn Andrea protesten en obstakels, en ga vervolgens achter mijn schrijfblok zitten. De wekker op 5 kwartier gezet.

Daar zit ik dan. Ik voel Boom achter mij. Hij is wakker. Aanwezig. Maar niks lijkt erop dat ie zal gaan praten. Hm, wat zal ik doen? Ik schrijf maar door.

Nee, ik heb geen 13 dagen lang elke dag geschreven zoals ik heilig van plan was. Alles wat ik plan of bedenk loopt tegenwoordig uit op niets.

Huhuhu…alles loopt uit op iets meisje!

Oh fijn, daar ben je Boom.

Ja, ik was wel nieuwsgierig naar wat je zou gaan schrijven, maar hier moest ik natuurlijk wel wat van zeggen.

Ik begin te voelen dat ik bij je in de leer ben Boom. Heb ook ineens de behoefte om U tegen U te zeggen.

Oh heerlijk vind ik dat! Dat streelt mijn ego, en dat vind ik een lekker gevoel.

Dat had ik niet achter u gezocht Boom. Dat u daar gevoelig voor zou zijn.

Hahaha, weet je, vanuit jullie gezien betekent “U” dat je iemand ziet, echt ziet, op waarde schat. Dat vindt iedereen fijn. Maar mijn waarde wordt er niet meer of minder van hoor. En ik ga er niet rechter van op lopen! Hahaha. Bij jullie werkt dat anders. Jullie hebben van het ego iets kroms gemaakt, zodat je er weer iets goeds en slechts aan kan verbinden. Tja, en het mag inmiddels duidelijk zijn, dat kennen wij bij ons niet. Een ego hebben we allemaal hier. Gelukkig! Anders stonden we hier niet met onze voeten in de aarde, hahaha leuke woordspeling!

Oké, even laten bezinken dit hoor.

Nee nee, laat los! Bezinken is bij jou weer bedenken. Bedenken wil controle. Laat los! Neem het mee met je in deze dagen, ego is oké en noodzakelijk. Ego is mooi.

Pffff oké. Fijn trouwens dat u er weer bent. Ik vind het fijn met u in gesprek te zijn.

Ja, dat is mooi. Als wij samen praten, laat je je controle los. Het is goed, ik zal er voor je zijn.

Dank je wel Boom.

Stilte.

Ja meisje, en ook al zitten we nog een uur verder in stilte, je gaat ook dit weer gewoon posten!

Stilte.

Boom, wat doen jullie zoal de hele dag, nu het winter is?

Wat wij doen? Haha, och meisje, wij zíjn de hele dag! Wij krijgen duiven en eksters op bezoek, af en toe een mus of koolmeesje, alhoewel die nu vaker in de groenblijvers zitten. En dan hebben we de torretjes en andere kruip en sluipers over onze huid. Soms wurmen ze zich ook naar binnen, en dan zijn we alert of we met elkaar een goeie balans vormen. Ook ik heb wel eens een zwakke plek, waar ik dan extra aandacht aan geef. Tja, en dan hebben we natuurlijk elkaar. Weten of het goed is met de anderen, we verdelen het voedsel onder elkaar, aldoor de balans behouden.

Ubuntu moet ik nu aan denken. Als iemand in het dorp ziek is, is het hele dorp een beetje ziek, en is het aan iedereen om weer heel te worden.

Ja, dat is voor ons heel vanzelfsprekend. Daar zijn jullie mensen wel ver vandaan geraakt. Maar die weg terug is ingezet, geloof me.

Ik geloof je Boom. Ik voel het in al mijn vezels.

Mooi mooi mooi. Fijn dat je dit voor ons opschrijft. Meisje Sofie.

Wat grappig dat u mij Sofie noemt.

Ja, die naam ben je niet voor niks tegengekomen. Ik ga er nog niks over zeggen. Dat wordt allemaal nog wel duidelijk.

Boom, mag ik u iets vragen?

Haha, ja zeker! Waarom dacht je dat we in gesprek waren….graag!

Oh, nou weet ik het niet meer…

Stilte.

Meisje, heb geduld. Geduld met jezelf. Het is wat het is, en dat is goed. Leer dat maar van mij, wat geduld is hahaha. Ik deel graag met je wat ik in zovele levens bij elkaar kan verzamelen. Mijn contact met andere levens is onvoorstelbaar. Probeer dat niet te visualiseren. Wacht het af. We zitten nog in de voorbereidingsfase. Nee, en ook niet bedenken! Het komt meisje Sofie, het komt.

Stilte. Alle vragen die in me opkomen, lijken vanuit mijn denken te komen. Oh wat vind ik het lastig om in stilte te zitten afwachten.

Niet afwachten… raar woord trouwens afwachten, niet wàchten. Geniet van de stilte. Het komt meisje het komt, dit is het, dit is het!

Stilte. Ik hoor de eksters hun boodschappen uitwisselen. Een merel laat weten waar die zit. Ik kijk naar m’n onrustige gevoel, dat ik vandaag niet naar mijn moeder ben gegaan. Dat ik ben gaan schrijven. Ik hou de onrust stevig vast, tot het uitgesparteld is, en ontspannen in mijn armen ligt.

Ook dit is schrijven meisje. Luisteren. Echt luisteren. En ja hoor, laat die eerste zin gewoon maar bovenaan je blaadje staan. De woorden vullen zich vanzelf.

Het is af en toe ongemakkelijk dat Boom mijn gedachte kan horen.

Haha, zie je nu! Dat is fluisteren! Och, dat de woorden zo snel tot leven zouden komen, had ik zelfs niet kunnen dromen Ha! Dag meisje Sofie, het is weer mooi vandaag.

Vertrouwen

Vandaag 1e kerstdag. Ik heb me voorgenomen de komende 13 dagen, elke dag met pen en papier te gaan zitten.  
Dat er iets mag openbarsten, mag gaan groeien, mag gaan bloeien. Ik stel me open en beschikbaar voor hetgeen gezien, gehoord wil worden. In dienst van het hogere, om in mijn kracht groots te gaan staan.

Dag Boom, ik voel je in mijn rug. Alsof je in beweging komt, na stil te hebben gewacht.

Dag meisje, ja, ik denk dat je er nu wel klaar voor bent. Goed om eerst je eigen dingen aan het papier toe te vertrouwen. Dan is er nu ruimte voor míjn woorden.

Wonderlijk hoor, Boom, dat verschil. Verschil in eigen woorden, die ik ook maar door krijg…

Hohohoho!!! Máár doorkrijg! Zo praten we niet hier. Alles is heilig. Elk woord dat doorgegeven wordt is een woord van God.

Ik schrik.

Och meisje ja, laat ik ineens het woord God vallen. Dat snap ik, dat dat je overvalt. Als het ineens zo op papier staat. 
En toch weet je ervan en gebruik je hetzelfde idee. Al vermijd je het God te noemen.

Ja, ik noem het de Bron, Het Licht, De Liefde, de Grote Geest, dat waar ik een Vonk van ben. Een Splinter. Maar God is nog zo bezoedeld. Het kan zo makkelijk verkeerd begrepen worden. Of anders geïnterpreteerd.

En daarom zijn we vandaag ook weer hier. Samen. Jij en ik. Om het woord God weer te mogen proeven, de schoonheid van al het leven.

Boom, hoe komt het toch dat ik het zo spannend vind om dit weer in  de wereld neer te zetten?

Weet je nog meisje, dat je eens als puber punkie het motto had, alle taboes te willen doorbreken? Hahaha die heb ik onthouden! 
Geeft niks joh, een beetje spannend. Je zal er veel lucht mee opklaren. Niet alleen voor jezelf. En eh, wat schreef je vandaag boven aan je blaadje?
Ja, we zijn weer goed op elkaar afgestemd vandaag.
Meisje, je bent nog zo bang om gezien te worden. Werkelijk gezien, zoals je bent.
Weet je dat kruis, dat uit de oude doos van je moeder, dat wil je zo graag dragen. Waarom doe je dat niet?

Poeh…zucht…tranen.

Ja, voel je nu? Jij weet als geen ander dat dit kruis niets met Jezus te maken heeft. Dan ben je eerst dus bang dat je geassocieerd wordt met Jezus. Mijn hemel, hoe mooi om geassocieerd te worden met deze prachtige energie! En daarbij is het kruis voor jou veeleer een teken waarbij de hemel met de aarde wordt verbonden en alle horizontale verbintenissen. Hoe zeg je dit zo mooi?

Voor mij is het kruis een teken van verzoening, waarbij hemel en aarde en de vier windrichtingen worden verbonden. De betekenis die het vóór het christendom nog had.

Meisje meisje, laat het de wereld zien! Wees zo groot als dat je bent!

Ho Boom, nou ga je echt even te ver voor mij. Ik snap het, ik zie het, maar ik poep in m’n broek.

Meisje lief, ik hoor je mantra’s en gebeden elke dag. Op die momenten ben je er zo van overtuigd dat je dit wil. Laat je nu verrassen meisje, dit is het. Dit is waar je naar verlangt. Dit is vrijheid. Dit is mogen zijn wie je bent.

Stilte.

Och och och.      
Begrijp je dat als je nog zoveel overtuigingen, of beter gezegd angsten hebt, dat dat onze gesprekken in de weg staat? Ja, wij gaan ons verhaal vertellen. Maar eerst mag jouw verhaal gehoord. Eerst mag jij vrij. Dàn zal je ons verhaal horen.
En laat ik je dit vast vertellen, wij zijn vrij. Het is net alsof de mensen ons niet willen horen, omdat het ze confronteert. Confronteert met hun eigen onvrijheid. Of ze kunnen het niet horen, omdat ze de vrijheid niet kennen, niet herkennen.
Dus ja, wij zijn er bij gebaat dat jullie vrij zijn. Vrij van zoveel aannames, van doorgegeven bizarre kennis, vrij van het denken, vrij om te zijn.
En ja, je gaat dit weer publiceren! Neem de mensen met je mee. Niet wachten op het juiste moment. Dat is er niet. En ik ben geduldig hoor, maar als ik dorst heb en het regent, begin ik met drinken, snap je?
Probeer hier nu niet te veel over na te denken meisje Sofie. Zucht maar een keer diep en weet waar je om gevraagd hebt.
Wees dankbaar. Dat is alvast een grote bomenles. Wij zijn dankbaar, dankbaar voor alles en elk moment. Want alles, alles maakt dat we zijn wie we zijn, en dat zijn we graag hahahaha.
Het is goed meisje, ik spreek je morgen weer.

Met een brede glimlach trekt boom zich weer terug in de stilte.

Mijn hemel, wat heb ik over mezelf uitgeroepen?!

Vertrouwen.

PRECIES DIT

Mijn schrijfplek is in de schuur. Koud nu wel. Afgelopen weken was er elke keer wel weer iets anders te doen, dan schrijven in een koude schuur. Maar het schrijven trekt en duwt in mij. Er wil geschreven worden. Al weet ik niet wat.

Dat weet ik bij geen één verhaal. Ik heb dan een sterke drang van binnenuit, dat er geschreven wil worden. Ik ga zitten, met pen en papier, en het verhaal rolt eruit. Daar heb ik verder weinig invloed op.

Vandaag is het net anders. Niet een sterke drang, maar een vriendelijke uitnodiging om naar de schuur te gaan. Met pen en papier, en een dikke warme trui.

De vraag die al een poosje in mij rond zingt schrijf ik bovenaan mijn witte blad.

Wat heb ik te doen in ’t schrijven?

Ik word me bewust van Boom achter de schuur.

Dag Boom.

Dag meisje. Fijn dat je er weer bent.

Ja, ik vind het ook fijn. Ik weet niet waarom ik het elke keer zo lang laat duren.

Geeft niet, je bent er nu toch? Laat het.

Oja, zo kan het ook.

Ja, je maakt je zo druk om dingen. Dingen die al weer achter ons liggen. Nou ja, beter gezegd, dingen die op een plek zijn gekomen waar je ze mag laten. Weet je dat je elk moment opnieuw kan kiezen? Dat is in het moment leven. Je kiest er nu voor om te schrijven. Het is 12 graden in je schuur, en toch heb je het niet zo koud als dat je in je hoofd vooraf had bedacht. Gewoon omdat je hebt gekozen voor het verhaal dat je vandaag in de schuur wil schrijven. Als je nu ook nog los laat wat je wil schrijven, dan hebben we het goed samen :-). Maar dat laatste lukt je wel, zeker als je met mij in gesprek gaat. Want wie kan er nou bedenken wat ik zal gaan zeggen, hahahahaha! Niet zo streng meisje. Je doet het goed.

Het verrast me zo Boom, dat je zo vrolijk bent, en nee, ik had nooit kunnen bedenken dat je regelmatig zo zou schaterlachen.

Ach jullie mensen zijn vaak wel zwaar op de hand hoor. Zeker vergeleken met ons bomen. Waarom zouden wij niet schaterlachen?

Grappig, maar schaterlachen voel ik in mijn buik, en ervaar ik als heel beweeglijk. Ik denk omdat jullie zo stijf staan, dat ik schaterlachen niet met jullie fysieke verschijning in verband breng.

Tja, weer een beperkte gedachte van mens. Eigenlijk een beetje zelfingenomen als ik heel eerlijk ben. Maar geeft niks meisje. We zijn hier nu om wat dingen aan het licht te brengen. Ik ben reuze blij met jou openheid en bereidheid om naar ons te luisteren. Werkelijk te luisteren. Het is mooi dat je me kan horen schaterlachen. En waarom zouden we niet? Het leven is mooi, nietwaar?

Ehm, daar denken veel mensen toch wel anders over.

Oké, maar wat vind jij?

Ja, ik vind het leven ook mooi. Zeker als ik zo met jou in gesprek ben. Of met anderen. Wanneer ik die verbondenheid voel, dat we samen één. Allemaal anders, en tegelijk met elkaar verbonden.

En dat is het meisje. Dat is het. En laten wij bomen dat nou altijd voelen, of liever gezegd, ervaren. Dat is het leven. Dat is vrijheid. En weet je, leven mag vrijheid zijn. Ik zal niet zeggen, leven is vrijheid, want dan haken de lezers af. Maar leven mag vrijheid zijn. Probeer daar maar eens een poosje mee te zijn. Kijken wat dat met je doet.

Ik merk dat mijn hart een sprongetje maakt, en dat er van binnen iets gaat kriebelen. Tegelijk weet ik dat ik straks weer ‘moeilijk’ ga zitten doen over allerlei praktische levens zaken.

Mooi mooi mooi. Heel mooi. Ik denk dat ik de goeie woorden voor je heb gevonden. Het leven mag vrijheid zijn. Och meisje, er wacht je zoveel moois op deze ontdekkingsreis!

Stilte, ik ben in gedachte.

UH UUH!!! Natuurlijk breng je dit verhaal online!!! Ik hoorde je wel denken en sputteren hoor! We praten hier met elkaar om de wereld met ons mee te nemen. Ik wil gehoord worden, en daarin heb ik jou nodig! Jij WEET dat leven vrijheid is, en dat krijgt alleen betekenis als we de wereld op de hoogte brengen. Je begon vandaag met de vraag, wat je toch te doen hebt met schrijven.
Dit. Dit meisje. Dit.

Stilte. In mij protesteert er van alles op de plekken waar het zojuist nog kriebelde.

Precies dit, zegt Boom, en sluit zijn ogen met een tevreden glimlach.

Gesprek met Eik

Ik schrijf. Wat wil er geschreven worden?

Ik wil zo vrij zijn als de walvissen onder water. Vrij van last, vrij van ballast, vrij van schaamte. Mogen zijn wie ik ben. Bang mijn stem te laten horen. Bang dat ik aan de schandpaal kom.

Tja, toch beter het risico nemen.

Achter mijn schuur, waar ik inmiddels een schrijftafel heb neergezet, staat een boom. Een Eik. Als ik schrijf voel ik zijn aanwezigheid in mijn rug. Ik ben hier niet alleen. Boom is er ook.

Boom is eenvoudig in al zijn eik-zijn.

Boom groeit zonder dat ik het kan zien.

Onopvallend is Boom.

Totdat je hem ziet.

Echt ziet.

Hij roept niet, doet niet zijn best, of laat z’n takken hangen van verdriet. Nee, Boom wacht. Geduldig. Totdat ie een keer gezien wordt.

En is het niet in dit leven dan is er een volgend leven. Dan zijn er (los van alle vogels, insecten en meer) broers en zussen, ouders en kinderen waar boom mee verbonden is. Wereld wijd. Een onvoorstelbaar ondergronds netwerk van bomen. “Als één van ons gezien wordt, worden we allemaal een beetje gezien”, vertelt Boom mij. “Dan voel ik dat, en geef het weer door aan de anderen. Zo houden we ons in stand. Door samen te zijn. Ook als iemand van ons ziek is, dan sturen we wat van onze reserves die kant op. Nee, alleen van onze reserves. Dat zie ik bij jullie mensen, jullie geven soms veel meer dan dat.

We zien dat met verbazing en zielenpijn aan. Ja, wij hebben een ziel. Maar goed, dat is voor een ander keer.

Misschien helpt het omdat wij niet kunnen lopen. Als wij meer dan onze reserves zouden weggeven, dan is ’t snel met ons gedaan. Ons midden wordt dan snel verzwakt, kracht neemt af en we zullen knakken. Einde.

Jullie midden wordt ook verzwakt, maar jullie bewegen er omheen lijkt het wel, om het niet te zien, niet te voelen. Hoe kan ik het je uitleggen hoe ik het zie?

Haha, probeer gewoon een dagje Boom te zijn. Te Zijn. Ga met ons wortels mee de aarde in en kronkel door naar mijn familie. Je zult zien. Het houdt niet op. En dat terwijl je nog steeds op diezelfde plek bent. Op de aarde. In je kracht. Mooi.

Je voedt jezelf: je vraagt en geeft. Je vraagt nooit meer dan er is, je geeft niet meer dan je kunt missen.”

Boom, kun je zeggen, waarom vind ik het vaak makkelijker om veel weg te geven, dan te vragen wat ik nodig heb?

“Meisje, heb je net mijn verhaal gehoord? Heb je werkelijk geluisterd? In jouw vraag schuilt oordeel. Dat kennen wij niet. Als jij goed naar jezelf luistert, zul je vragen wat je nodig hebt en zul je nooit méér weggeven dan je reserves.

Luisteren kunnen wij bomen als de beste. Echt luisteren. Naar elkaar, naar de planten, naar alle dieren, naar ons moeder aarde, de zon, de wind en de regen.

Luisteren doen mensen bijna niet meer. Niet naar elkaar, niet naar zichzelf. Niet naar de bomen, de vogels, de wormen en de vissen. Niet naar de aarde.

En dan bedoel ik luisteren. Werkelijk luisteren.

Het doet ons deugd dat jij af en toe een poging doet. Ik wil je daar graag bij helpen, want ja, ik vind het heerlijk om gehoord te worden! Haha.

Wij zijn echt niet veel anders dan jullie mensen, al denken jullie vaak van wel.

Eigenlijk is het heel simpel, wij allen zijn wezens van de natuur en moeder aarde, en ieder van ons wil gezien en gehoord worden.

Uiteindelijk is dat het enige wat ons allen met moeder Aarde zal helen.

Luisteren naar elkaar, werkelijk luisteren. Elkaar zien, werkelijk zien.

Haha, dat is het enige moment dat ik het jammer vind dat ik mij fysiek niet zo kan voortbewegen als jullie. Om nu samen met jou een dansje te doen door de straten, zodat de mensen ons kunnen zien.

Maar ja, daar zit jouw kracht. Beweeg! Beweeg op jouw manier en vertel ons verhaal. Je weet nu waar ik ben. Je hoeft alleen maar te luisteren. En… er komt een moment dat de mensen ons samen zullen zien dansen.”

Tranen in m’n ogen. Wat een boodschap. Wat een broederschap ervaar ik.

Dank je wel Boom. Dank voor je woorden, dank voor dit contact.

Ik vind het spannend, maar ik zal je woorden delen. Delen met hen die willen luisteren. Dank je wel.

Naakt

Al weer weken word ik er geregeld door de teken aan herinnerd dat ik nog wat uit te zoeken heb. Voor ziektes ben ik niet bang. Niet meer. Maar de teken weten me wel heel vaak te vinden, en de jeuk die ze me elke keer bezorgen, na een paar uur ‘aan de tap’ in mijn huid, duurt lang en is vreselijk irritant. Het brengt me terug bij hun boodschap: stel je grenzen en wees helder.

Een prachtige foto komt langs op social media. Een foto van een gehurkte vrouw aan de rand van een poel in het bos. Zijaanzicht. Ze is bloot. En ik snap de schoonheid, ik zie de boodschap, maar ik kan alleen maar denken, ‘wat zijn we toch lelijk’. Ik ervaar haar als totaal misplaatst in de schoonheid om haar heen.

De reacties onder de post zijn liefdevol en van een eigen schoonheid, wat nog meer maakt dat ik mijn reactie ongemakkelijk, ongepast en onsmakelijk vind. Ik zal mijn reactie dan ook nóóit met iemand delen.

Nou ja, hier dan nu dus toch.

Waarom zie ik het anders dan anderen? Waarom ervaar ik deze foto toch zo? Zij is zo puur natuur, de foto, haar houding, haar liefdevolle intentie, alles zo puur en schoon.

En toch heb ik niet anders dan deze gedachte, of eigenlijk een gevoel, een fysiek ondergronds schuren, “wat zijn we toch lelijk”. Ik zie alleen maar hoe lelijk de mens is. Ik kijk rond in mijn tuin en zie al die schitterende kleuren, het groen, de rust, het zijn in stilte met wat er is.

En de mens daarin???

Vergelijk ik ons met een hond, een kikker of een koe, dan bevestigt dat voor mij alleen maar onze armoede in schoonheid.

Ik zie een vrolijke broek aan de waslijn. Ja, dat hebben we nodig om een beetje kleur te verspreiden. Kleren, kleur om ‘het’ leuk te maken. Mijn blote vlees zie ik niet sprankelen en opgaan tussen al het andere natuurschoon.

Wat kan ik hiermee, wat moet ik hiermee, en waarom houdt die foto mij zo bezig? Is het dat deze vrouw zich vast laat leggen op beeld wat me stoort? Is het dat er toch iets schort aan haar intentie? Ik geloof het niet.

Als ik dan denk aan oude natuurvolken, vastgelegd op film, die vind ik wel passen, vind ik wel schoon… Tja, maar die léven ook natuur. Dan valt voor mij een kwartje: Het is die gewassen roze onaangepaste huid van ons, die afstand laat zien tot de natuur waar wij ons van hebben losgekoppeld. Door onze huid laten we zien hoe ver, hoe ver de aarde, hoe ver het leven samen, hoe ver het leven met, hoe ver het leven als natuur.

En een ander kwartje valt. Of een gulden. Ik wil óók van de foto genieten. Net als al die anderen…

Stel je grenzen en wees helder. 

Mijn eigen naaktheid.

Anders zijn. Lastig. Liever niet opvallen. Liever niet raar.

Ik wil anders zijn. Anders dan ik zelf ben.

Ik wil niet anders zijn. Niet anders dan jij.

Vaak begrijp ik mezelf niet. Zie ik het anders. Ervaar ik het anders. Maar ik reageer niet anders. Liever niet. Liever niet anders dan jij. Je zou me kunnen zien. Je zou me kunnen leren kennen. Als ik mezelf laat zien.

Hoe bizar. Ik wil niets liever dan gezien worden. Gezien om wie ik ben. Gezien zoals ik ben. Maar mezelf laten zien? Liever niet. Dan val ik op. Dan zie je mij. Nee, ik pas me wel aan. Anders zul je me wel raar vinden. Raar omdat ik anders ben. Ik snap mezelf ook vaak niet. Behalve wanneer ik anders ben, voel ik me blijer. Als ik niet ‘gewenst doe’, ben ik vrijer. Maar ik pas me aan. Dat kan ik heel goed. En dat vinden jullie fijn. Toch?

Ik in ieder geval wel. Of niet. Of wel.

In mij vechten twee wolven met elkaar, de ene die ik niet ben, en de andere die ik niet wil zijn.

Ik ben de laatste. Ik ben die ik niet wil zijn. En àls ik die ben, voel ik me licht, voel ik me blij. Vrij.

Dan voel ik me misschien zoals ik die foto zie: een gehurkte vrouw aan de rand van een poel in het bos. Zijaanzicht. Naakt. Puur en schoon. Misschien misplaatst maar vrij. Ik.

Stel je grenzen en wees helder.

Ach, pleasen is zoveel makkelijker…

maar ik kom er niet meer mee weg.

Dan maar niet zo aardig zijn, niet zo meegaand en inschikkelijk.

AOOOOW, vind me aardig! Vind me leuk! Zie me, maar zie mij niet.

Zie me, maar zie mij niet.

Pfffff. Zie me. Zie mij. Zie je mij?

Hier ben ik. Dit ben ik. Ik ken mij niet. Toch ben ik.

Ik ben.

Verscholen achter

Ben ik

Kom ik tevoorschijn

Niet zoals

Maar ik

Ik ben

Hier en laat me zien

Spannèèèèèèènd

Naakt

Niet zo lief

Niet zo wenselijk

Niet zo aangepast

Maar ik

Eigen ik

Ik eigen

Vaak begrijp ik mij niet

Ik laat het nu gaan

En volg mij

Nieuwsgierig

Nieuwsgierig naar mij

Geen sluiers, geen smoesjes

Geen excuus en geen omweg

Kristal helder sta ik hier

Met duidelijke contouren

En poedelnaakt

Ik ben er

Hier

Voor u

En laat mij zien.

Namasté

Een vriendin zei een keer, als de mensen echt weer respect voor elkaar hebben, het licht in de ander zien, dan komt het goed met de wereld. Er knaagde bij mij iets, want het voelde nog niet kloppend, nog niet heel. Het allerbelangrijkste ontbrak nog, maar ik kon het niet verwoorden.

Nu weet ik het. Pas als de mensen de aarde gaan zien voor wie zij werkelijk is, haar licht zien, dan is het goed.

Hoe kunnen we de aarde weer als levend wezen gaan zien? Een levend wezen, met kloppend hart en ziel.

Aarde, moeder aarde. Ons aller moeder. Zonder haar zijn wij er niet. Niet in deze fysieke vorm.

In dit leven, in deze vorm zijn we uit haar geboren. Opgebouwd uit haar elementen.

“Uit stof zijt gij geboren en tot stof zult gij wederkeren”

Hoe bang zijn wij gemaakt voor haar. Bang voor al haar ‘ziekmakende beestjes’, natuurrampen, haar grilligheid en onvoorspelbaarheid.

Heb je wel eens in volle overgave op je buik op de aarde gelegen? Haar kloppend hart gehoord, haar eindeloze liefde, haar kracht en zacht gevoeld?

Nog steeds, elke dag, nodigt moeder aarde ons uit om ons aan haar borst te vleien, ons veilig te voelen in haar tomeloze goedheid, haar schoonheid en liefdevolle omarming.

Maar wij zijn bang geworden. Zien enge beestjes, kruid dat we niet wensen, gevaar dat niet past in ons plaatje. We zijn groentes gaan cultiveren omdat dat efficiënt zou zijn. Beestjes gaan bestrijden omdat ze anders zijn dan wij. We zijn verleerd om naar moeder aarde te luisteren, met haar mee te bewegen, haar pracht te zien, haar te leren kennen, nieuwsgierig te zijn, haar voedsel te herkennen, haar te verstaan in de taal die zij spreekt. In plaats van in een relatie van uitwisseling met ons moeder te zijn, willen we haar liever controleren en beheersen.

Hoe kunnen we haar weer gaan begrijpen, als we niet geleerd hebben te luisteren?

Ik krijg vanzelf nu de vergelijking met mij en mijn mensen-moeder. Hoe moeilijk het is geweest om me als lief klein meisje niet gehoord te weten, niet gezien. Daar zijn op den duur behoorlijk wat frustraties en uitspattingen door ontstaan. Als het klepperend deksel op een kokend pannetje, met uiteindelijk flinke uitbarstingen tot gevolg.

Voor moeder aarde is het niet anders. Niet uit onwil of uit protest. Maar uit onmacht laat ze steeds meer van zich horen. Zal ze steeds vaker haar schreeuwende hart aan ons laten zien.

Ze wil net als jij en ik gezien worden.

Gezien om wie ze werkelijk is.

Namasté.

Het licht in mij groet het licht in moeder aarde.

Overgave

Het is 1e pinksterdag. De zon schijnt en ik heb de dag vrij voor een lange wandeling.

Ik neem als doel één van mijn favoriete bomen hoog op de heuvel aan de rand van een groot heideveld. Wie weet heeft ie me iets te vertellen. Ik voel het als een opdracht om vaker met de bomen te gaan zitten, en dit lijkt mij een prima 1e stap.

Het is een heerlijke dag en ik verdwaal. Zo fijn dat dit nog steeds kan in ‘mijn eigen bos’. Niets leukers dan opgaan in het bos en de richting kwijtraken.

Uiteindelijk beland ik tot mijn verrassing toch bij de boom aan het heideveld, maar vanaf een heel andere kant.

Het is heerlijk toeven, zittend tegen de boom, met een flesje water, wat nootjes en abrikozen en een prachtig uitzicht met een zeldzame ‘ouderwetse’ wolkenlucht. De boom is stil en blijft stil, en ik leg me erbij neer dat dit niet het moment is voor een gesprek. Het is vooral samen genieten. In stilte.

Als ik tegen het eind van de middag weer richting huis wandel, besluit ik dat ik niet bij andere bomen zal gaan stoppen, ook niet bij ‘die hele bijzondere wijze’, waar ik zeker langs zal lopen.

Ik heb het geprobeerd vandaag, het is niet gelukt en nu wil ik naar huis.

Als ik in de buurt kom van ‘die hele bijzondere wijze’, zeg ik t nog een keer duidelijk, dat ik naar huis wil en dat ik niet meer ga stoppen.

In de verte van ‘die hele bijzondere wijze’ lijkt het net alsof er een gele vlek aan de voet van de boom zit. Naarmate ik dichterbij kom, wordt die vlek steeds groter, feller en geler. Het is alsof er met verf tegenaan gekwast is. Hoe kan dat nou? Het zal toch niet?

Ik zeg nog een keer nadrukkelijk dat het tijd voor mij is om naar huis te gaan, dat het mooi geweest is voor vandaag. Maar door die gele vlek, móét ik wel even naar de boom lopen om te zien wat er is gebeurd.

Als ik bij de boom sta, blijkt het een stuk vergeeld mos te zijn, wat afsteekt bij de rest van het groene mos. Geel? Nee, echt niet. Laat staan knalgeel! Gewoon, beetje lichtgroenig, gelig…

Gerustgesteld vertel ik de boom dat ik doorloop naar huis. Dat het mooi is geweest vandaag.

Maar het lukt me niet. Ik zie haar wijze gezicht in de stam en maak een foto. Ook daarna lukt het me niet om verder te lopen. Iets houdt me tegen, en ik heb geen andere keus dan aan de voet van de boom te gaan zitten.

Een korte stilte volgt.

Zie je, hoe fijn het is even tegen me aan te zitten?

Goh, ik moet wel hard werken om je bij me te krijgen. Doen alsof ik gele verf over m’n wortel heb gekregen, Mijn moedergezicht tonen, zodat je wat foto’s van me maakt, en dat terwijl ik had gezegd, (oké, in jouw beleving, familie van mij had gezegd), dat je vaker naar ons mag luisteren, ook als het voor jou niet ‘nodig’ is.

Zucht.

Fijn hè, nu je eenmaal tegen mijn voet aangeleund zit?

Voel je die kracht die ik aan je geef? Weet dat je net zo krachtig bent als ik. Onze wortels gaan net zo diep.

Voel maar. “

Zonder mijn authentieke zelf te verliezen, voel ik mijn wortels langs de hare de grond in zakken. Ieder ons eigen wortels, verstrengeld met elkaar, maar niet gebonden.

Een oprechte uitwisseling, gelijkwaardig, ieder eigen.

Alles wat ik hoor schrijf ik in het schrift dat altijd bij me is.

Grappig. Vaak ben ik alert op voorbijgangers als ik me met een boom verbind. Nu is dat totaal niet meer van belang.

Het lijkt als of mijn lessenreeks begonnen is.

“Oké even nu niet meer schrijven. Luister.”

Ik voel het wonderlijk wortelspel. Bijzonder, zo ongebonden, maar zoveel samen. Alles samen. Niks en niemand doet het hier onder de grond alleen. Zo anders dat alle wortels hier zijn, ieder doet zijn eigen ding. Tegelijkertijd weet iedereen van de ander, ziet iedereen elkaar, en weet iedereen het kan niet anders dan samen, het ìs niet anders dan samen.

Ik voel me vereerd, dankbaar dat boom mij heeft uitgekozen om lessen bij haar te volgen. Ik geniet van de kracht en schoonheid van Beuk, van haar geduldige wijsheid.

Een voorbijgaande fietser niest en met stemgeluid schrik ik weer wakker in de alledaagse wereld. De fietser schrikt van mijn plotselinge aanwezigheid.

Goed,” zegt boom in alle rust, “mag je nu naar huis 😉 .”

In verwondering loop ik even later richting huis.

Antwoord van een boom

Het zijn verwarrende dagen.

Na een aantal jaar in een bubbel te zitten, waarin veel innerlijk werk gedaan, voelt het tijd om weer naar buiten te bewegen. Mij, mijn paradijs met de wereld te delen. Het voelt als een flinke uitdaging. Zoveel oude Andrea weggepoetst. Hoe gaat de nieuwe versie van Andrea dat aanpakken???

Ga ik dan mijn praktijk weer het leven inblazen? Ga ik luisterafstemmingen maken? Een boek schrijven? Een combinatie van voorheen of wordt het totaal iets anders?

Deze week hoor ik dat er bij mij in de buurt een boom zal worden omgekapt. Een mooie hoge boom, een karakter in zijn omgeving, een boom vol leven en het raakt me diep.

De boom zal moeten wijken voor een uitbouw van een chalet. Ik voel tegelijkertijd begrip en diep verdriet. Dit verdriet kan me ziek maken, weet ik inmiddels. Het verdriet dat we nog niet zo ver zijn met z’n allen, te weten dat een boom net zo bezield is als mens en dier, als jij en ik. Waar voor veel mensen dieren inmiddels heilig zijn, staat een boom vaak nog ‘in de weg’.

Afgelopen jaren ben ik steeds meer gaan ervaren hoe ik verbonden ben met de aarde, met de bomen, met alle wezens om me heen. Ik bèn de aarde, ik bèn de bomen, ik bèn de wezens om me heen.

Wat kan ik nu doen?

De boom zal worden neergehaald, dat staat vast.

Ik deel mijn pijn met de eigenaar en ik krijg toestemming dat ik vooraf nog een keer bij de boom mag gaan zitten. Dat is fijn. Ik geef mezelf de tijd om te laten ontstaan wat er wil gebeuren.

In de volgende dagen laat ik de boom alvast weten dat hij zal worden omgezaagd en dank de boom voor alles wat ie heeft gebracht. Verder weet ik het niet.

Na een paar dagen besluit ik met m’n block note te gaan zitten, en het de boom te vragen: Wat kan ik nog voor je doen?

Hier volgt het antwoord van de boom:

“Je mag je nog meer gaan verbinden met de bomen om je heen. De bomen die er nog zijn en die blijven. Dank voor je aandacht. Lief van je.

Nu is de volgende stap om bij de andere bomen om je heen te zijn. Daarin leef ik ook voort. En daar is je aandacht nu gewenst. Zij zullen je verder onderwijzen.

Ja, je wereld wordt fysiek kleiner, maar intern onmeetbaar groter.

Dat naar buiten toe, is goed, maar nu even niet aan de orde. Volg je stroom en dan volgt de weg naar buiten vanzelf.

Maar… ga dan ook echt met ons in gesprek. Niet alleen als je ‘t nodig hebt, als wij aan het eind van ons fysieke bestaan zijn. Onze wijsheid verdwijnt niet 🙂 Wat dacht je 😉

Nee, de meeste mensen zien het nog niet. Daarom kunnen ze ons gemakkelijk omhalen. Dat is het ergste niet. Wij verdwijnen niet. Ken je dat gezegde ‘uit het zicht, maar niet uit het hart’? Inmiddels weet je dat de wereld één grote energie-uitwisseling is. En het enige dat uiteindelijk telt, is wat in het hart verblijft. Daar vind je me terug. Mijn schoonheid, mijn liefde, mijn wijsheid.

Zie je hoe makkelijk het is om met me te praten? Nu je er echt even voor gaat zitten?

Mooi bedacht hoor, dat je een ceremonie bij me wilde houden, of een tijdje fysiek contact met me te hebben, tegen me aan te zitten. Maar op deze manier ga je een stapje verder, merk je dat? Dat is wat je mag gaan doen. Praat met ons. Schrijf het op en deel het met de mensen.

Je wilt dat ik blijf, me blijven zien om deze les te herinneren. Maar zonder mijn fysieke dood had je nog niet naar me geluisterd.

Vind me terug in jou. Ik zit in je hart. Als je me wilt zien, ik ben de bloemen, ik ben de planten, ik ben de bomen om je heen, en je voelt me als je op de aarde loopt.

Mijn liefde sprenkelt zich uit over het nieuwe huisje waar ik plaats voor maak. Leer mij daarin zien en wees blij. Daarmee eer je mijn leven, en voel je mijn energie, en ben ik niet voor niks omgezaagd.

Het is nog niet zo ver dat iedereen ons in onze waarde, in ons wezen ziet en erkent. Dat maakt je verdrietig, maar zie zelf je eigen pad en waar je vandaan komt. Geef iedereen de tijd zijn/haar eigen pad te lopen.

Tot die tijd weten we dat velen van ons het leven zullen moeten laten. Focus je om wat we hebben gebracht, en onze energie die alleen in een andere vorm verder gaat.

Onthoudt, sinds je weet van mijn einde, heb je me pas voor het eerst bewust gezien. Geniet van alle bomen die er nog zijn.

Ik voel je dankbaarheid. Dank je wel daarvoor. Dat zal me door ’t zware proces van omzagen helpen.

Fijn dat je even naar me geluisterd hebt, zus. Weet dat ik niet anders ben dan jullie.

Dat je mij nu ziet is ’t mooiste wat me had kunnen overkomen. Daarvoor was ik hier. Dank je wel. “

Is dat Liefde?

Is dat Liefde?

Ik wil bij m’n moeder zijn

ik wil haar wiegen

haar troosten

haar pijn wegnemen

haar verdriet oplossen

ik wil haar vasthouden

ik wil haar smoren

ik wil haar leven

ik wil haar zijn

Nee, dat is geen liefde.

Ik speel al langer met het thema verantwoordelijkheid. Voel me verantwoordelijk voor het welzijn van mijn moeder. Als ik dit schrijf, zie ik ineens hoe raar dat is. Hoe kan ik verantwoordelijk zijn voor iemands welzijn?

Als ik me verantwoordelijk voel, ontneem ik ook iemands eigen kracht.

Controle zegt iemand. Nee joh, ik en controle, nee hoor, dat speelt hier niet.

Het woord blijft echter in me ronddolen. Langzaam durf ik ’t steeds meer toe te laten. Er naar te kijken. Controle.

Ja, ik wil dat mijn moeder het goed heeft. Ik wil dat ze het fijn heeft. Ik wil dat ze gelukkig is.

Als ze niet blij is, is dat niet goed, dan moet ik daar iets aan doen. Als ze het niet fijn heeft, is het niet goed. Ik blijk een aardig beeld te hebben, van wat ik haar gun, hoe ik het voor mijn moeder zou willen. Hum, goed bedoeld, maar heeft wel aardig wat weg van controle…

En mag ik dat dan loslaten? Kan ik dat loslaten?

***

Af en toe bel ik mam nog even voor ’t slapen gaan. Een kort gesprekje, een “slaap lekker”, en “morgen gezond weer op hè?” “Ja mam, en jij ook hè, gezond weer op. Dat spreken we af!”

Fijn.

Deze avond loopt het gesprek anders. Er komt ter sprake dat de pedicure de volgende dag langs komt. De paniek slaat al snel toe bij haar. Want dan moet ze vroeg op, moet ze haar voeten wassen, en verder komt het gesprek niet meer. Dit zit nu in haar hoofd en blijft zich als een grote doem herhalen. Ik probeer haar gerust te stellen, maar de stress is niet meer te keren. Op cynische en veroordelende toon bedankt ze me en vraagt of ze mag ophangen. Wat ik haar heb aangedaan, dat ze zo naar bed moet… Als we ophangen voel ik me beroerd.

Shit.

Wat kan ik doen? Terugbellen? Nee, dat maakt het misschien alleen maar erger. Ik heb kleine hoop dat ze het weer vergeten is. De afdeling bellen? Ik twijfel. Wil ze niet lastigvallen zo op de avond. Bovendien, zouden ze me begrijpen? … Zal ik het toch doen? Iets in mij besluit het zo te laten.

Een paar uur later bedenk ik dat ze nu vast in slaap is, en ga ik zelf enigszins gerust naar bed.

Normaal ben ik een goeie slaper, maar niet deze nacht. Na een paar uur schrik ik wakker, kan mam haar eigen voeten nog wel wassen? Ik weet dat ze zich elke dag aan de kraan wast (douchen doet ze niet) maar dat haar voeten meestal niet meegenomen worden in de wasbeurt. Nu komt haar paniek nog meer bij me binnen. Ze zal nooit hulp vragen, en ik zie schrikbeelden dat ze uren probeert haar voeten te wassen en wat daar allemaal bij mis kan gaan.

Ik weet mezelf rustig te krijgen en val weer in slaap. Een paar uur later herhaalt zich dezelfde nachtmerrie in mijn hoofd.

Alles komt samen, mijn zorgen, mijn verantwoordelijkheidsgevoel, mijn schuldgevoel, mijn domheid, ik kan het ook niet goed doen…

Het enige wat ik nu kan doen is mam het vertrouwen geven dat het goed komt.

En kijken. Kijken in mij… ik wil het zo graag goed doen, ik wil zo graag dat mama blij is.

Mijn schuld, mijn schuld, mijn (grote) schuld.

Kan ik hier mee leven? Als het inderdaad misgaat?

Ik kijk diep en nog dieper in mij.

Tranen stromen.

Al die keren dat ik het fout deed, al die keren dat het allemaal mijn schuld was, dat ik iets niet had moeten doen, dat ik iets anders had moeten doen, dat ik mijn mond had moeten houden, dat ik mijn mond had open moeten trekken, niet goed, niet goed, helemaal niet goed.

En, in de allerdiepste diepte, vraag ik om hulp.

Hoe gênant om dit nu op te schrijven, maar ik schrijf het: ik vraag hulp aan Jezus, en ik vraag hulp aan de Heer. Geen idee wie dit zijn, en waar het vandaan komt, maar deze woorden komen uit mijn mond. Ik voel me intens nederig, soort van verslagen, alles wat ik wil zijn is weg, ik ben even niks, een blanco vel met heel veel tranen. Een afgebroken boomblad meegevoerd op de stroom van een rivier. Pijn, los, alleen, eenzaam, zonder controle, vrij, zonder verwachting.

Ik moet zo ingedommeld zijn als ik ineens in de tuin aan het werk ben en Barbara om de hoek naar me toe komt lopen. Ze ziet er precies uit, zoals toen ze nog op aarde leefde, hetzelfde postuur, hetzelfde gezicht, favoriete lichtblauwe trui, hartelijke glimlach, maar zonder de rafelranden die we in het leven met ons meedragen. ‘Heel’ zou ik het noemen. Alles is bij haar opgeruimd en heel. We omhelzen elkaar en ik huil, ik huil tranen, zoveel tranen, zo’n diep verdriet. Het is veilig bij haar en ik ben dankbaar. Dankbaar dat Bar zich in haar oude gedaante aan me laat zien, waardoor ik even helemaal het kleine zusje mag zijn. En zij even de grote zus, zoals ze die voor mij nooit is geweest (door diezelfde oude rafelranden van het leven), maar vast had willen zijn.

Ik geef me over, en laat voor het eerst alle controle los. Alle houvasten, alle overtuigingen, alle gêne, en huil in haar veilige omhelzing, de omhelzing van m’n grote zus.

Wat een cadeau.

Ook voor mijn moeder, leer ik de volgende dag. Die blijkt uiteindelijk ook voor zichzelf te kunnen zorgen, als ik haar dat vertrouwen durf te geven.

Is dat dan liefde?

Ogen dicht en springen

Zo’n 10 jaar geleden volgde ik een training voor intuïtieve ondernemers. De eerste dag werden we uitgenodigd onszelf een opdracht te geven, waarmee we buiten onze comfortabele zone zouden gaan.

Ik zat al een poosje met 3 onderwerpen in mijn hoofd, die ik heel graag de wereld in wilde slingeren. Dat zou ik nu gaan doen: 3 artikelen schrijven. Elke maand een artikel.

Geweldig zei de begeleider. Ga ik hem nog ietsje aanscherpen voor je. Je schrijft 3 stukken. Binnen 3 weken. En als je schrijft zet je de wekker. Na een uur publiceer je direct online wat je geschreven hebt.

Zo, die kwam direct binnen. Zo confronterend. Ik wist dat ik het had te doen, maar kon op dat moment alleen maar huilen.

Met die uitdaging ging ik naar huis. Zette de wekker en ging ik aan tafel zitten. En huilde. En schreef en huilde en schreef. Wat er op papier kwam had niets te maken met die boodschappen die ik in mijn hoofd had, en die ik zo graag wilde delen. Er kwam een heel ander verhaal, en ik kon alleen maar denken…wie zit hier nou op te wachten…

Uiteindelijk na een uur tikte ik het verhaal in de computer, deed mijn ogen dicht en verzond het.

De paar reacties waren onverwachts positief. Een schrale troost. Ik moest dit nog 2x doen.

De 2e keer ging niet anders. Een uur van tranen, een totaal ander verhaal dan ik had bedacht, flinke twijfels, knop om en verzenden. Ook hierop waren de paar reacties positief.

Bij de 3e keer ging het weer hetzelfde. Alleen kwam er nu nieuwsgierigheid tussendoor gepiept. Nieuwsgierig van wat er uit mijn pen zou komen. Want blijkbaar had ik daar niet veel over te zeggen.

Hierna is mijn blog ‘Andrea wandelt’ ontstaan. Schrijven en posten, zonder te veel bemoeienis van mij.

Inmiddels is de criticus weer helemaal teruggekomen. En zie ik de stilte op mijn pagina. De verhalen zingen in mij rond, ik schrijf ze, maar post niet meer, want wie zit hier nou op te wachten…

Vandaag ben ik weer gaan zitten, en wederom komen er woorden die ik niet had willen delen. Waar ik het nut niet van in zie. Wie zit hier nou op te wachten… en ik deel ze. In mij voelt het alsof er iets geboren wil worden. En dat kan alleen maar als ik me er niet mee bemoei. Het enige dat ik zeker weet, is dat ik heb te schrijven. Wat dat is en voor wie geef ik uit handen. Met tranen en flink verzet schrijf ik de woorden die komen en post ik het volgende verhaal:

Mijn moeder heeft de diagnose dementie. En ik? Ik ben haar dochter.

Al jaren ben ik bezig met opruimen. Opruimen en helen, de trauma’s in mij.

Het begon zo’n 30 jaar geleden met mijn vader. Daar speelde zo veel tussen hem en mij. Hij stond op een voetstuk, en mijn moeder hield hem daar. Hij kreeg daardoor een autoritaire plaats binnen het gezin. Als hij ’s avonds aan tafel kwam, moesten wij stil zijn. Ik was snel ‘lastig’, ‘te emotioneel om een gesprek mee te voeren’, ‘eigenwijs’, ‘onhandelbaar’, ‘niet iemand om van te houden’.

Rond mijn 20e heb ik, naar aanleiding van een workshop, een lange brief aan hem geschreven, met al mijn pijn en verwijten. Ik gaf hem alles terug wat ik niet meer wilde meedragen.

Destijds woonde ik in Amsterdam op kamers, en besloot naar Rotterdam te gaan om de brief zelf langs te brengen. Er stonden keiharde woorden in, en ik was bang dat als hij ze binnen zou laten, dat ie het misschien niet zou overleven.

Pap en de brief vertrokken naar boven, naar zijn spreekkamer, zijn privédomein. Ik zat beneden te wachten. Gespannen, met m’n oren gespitst op elke beweging van boven, een kuch, een geschuif van de stoel.

Tijd verstreek. Het bleef stil.

Uiteindelijk besloot ik naar boven te gaan. Ik klop op de deur.

Een kuch en een vragend “ja” vanuit de verte.

Ik open de deur en pap kijkt me vragend aan vanuit zijn leesstoel. Wat er is?

In de war gebracht, zeg ik hem dat ik hem net een brief heb meegegeven, en benieuwd ben naar zijn reactie. “Eh, oh, ja, ja, dat is nogal wat. Maar ja, als ik dit lees, denk ik, heb ik toch maar een mooie dochter groot gebracht.”

Als ik even later weer beneden zit voel ik me opgelucht. Hij heeft de brief gelezen zoals hij is, met redelijke afstand, ter bescherming. Het zou ook raar zijn geweest, bedenk ik me, als ie de woorden nu ineens helemaal in z’n hart had binnen laten komen. Dit was goed zo. Ik had mijn pijn en ballast aan hem teruggegeven.

Lange tijd hebben we nauwelijks een woord gewisseld en voelde het als een ongemakkelijke relatie in gezelschap.

Na een  jaar of zo realiseerde ik me dat het voor mij nu wel oké was, verwerkt, vergeven, gesleten. Ik schreef hem een kaart, om hem dat te laten weten. En ik kreeg een kaart terug. Een zeldzaamheid. Een kaart van papa.

Vanaf die tijd is er een nieuwe relatie gaan groeien. Een relatie waarin ik vooral van hem ben gaan genieten. Zijn pretoogjes, zijn onmogelijke fantasieën, zijn avontuur, zijn filosofische gedachtes, zijn grote plezier in Ouddorp en de natuur, gezelligheid en samen zijn, zijn luisterend oor en zijn onhandig kussen. Een levensgenieter. Een wijze man. En een man uit de oude doos. Pap die de liefde, warmte en gezelligheid leerde en vond bij mam. Een man die een nieuwe liefde leerde kennen bij de geboorte van zijn kleinkinderen.

Ik had geen andere vader willen hebben.

De jaren erna bleef voor mij het werk van helen en opruimen. Telkens kwam ook pap weer terug in het proces. Elke keer weer een laagje dieper.

Inmiddels heb ik mijn vader verweven met zijn ouders en grootouders en verder terug. Volgens sjamanen worden trauma’s 7 generaties doorgegeven, in westers onderzoek bij ratten, is middels hersenscans aangetoond dat trauma’s zeker 5 generaties doorgegeven worden.

Het proces met mijn vader was destijds wel duidelijk. Duidelijk wat er opgeruimd mocht worden. Ja, met zo’n vader!

Steeds nieuwsgieriger werd ik, hoe dat met mijn moeder zou zijn. Daar had ik als puber zo vaak ruzie mee. Ik had haar altijd alles voor de voeten gegooid. Dat zou toch allemaal destijds wel opgeruimd zijn?

Toen wist ik nog niet van oorlog en geheimen, van vrouw zijn en niet mogen zijn, van zorgen, zwijgen en aanpassen, van de invloeden van kerk en staat.

Mijn moeder heeft de diagnose dementie.

En ik? Ik ben haar dochter.