Van gedoetje tot paradijs

Het bos in. Voor het eerst zonder telefoon.

Ik heb vaak gezegd, als mama er niet meer is, gaat mijn telefoon eruit. Stoere praat. De werkelijkheid net iets anders… nog steeds wel het verlangen.

In het bos komen al snel wat woorden in me op, “wat een gedoetje hier toch op aarde”. Ik ga op zoek naar mn schriftje om het op te schrijven. Zal je net zien, nooit eerder gebeurd, maar nu natuurlijk wel. Wel mijn schrift, geen pen. Nog een keer de hele tas door. Vreemd. Ga ik terug? Ik ben nog dicht bij huis. Het is wel een beetje veel van het goeie, geen mogelijkheid om te schrijven, en geen mobiel, dus daar kan ik mijn schrijfsels ook niet in kwijt.

Ik begin met teruglopen, en bedenk dan dat er voor mij als pelgrim altijd één regel bovenaan staat: Maakt niet uit wat er gebeurt, maar teruglopen is er niet bij.

Ik draai me weer om en loop verder. Open voor wat er wil gebeuren.

Onderweg realiseer ik me dat ik al mijn ideetjes en ‘binnenploppers’ effe niet kwijt kan, en alles onthouden geef ik snel op.

Even iets delen in een app groep, wat ik eerder vergeten ben, ik laat het gaan.

De ontmoetingen met Boom en de hazelworm, ontmoeting met vogel en met licht. Ik kan het nu niet vastleggen, niet delen, het is er allemaal alleen voor mij. Dat is wennen. Ik beleef het allemaal intens.

Mijn wandeling loopt op meerdere fronten anders dan andere keren. Een nieuw pad. Een eerste ontmoeting met een onbekende reusachtige en krachtige boom. Zijn wortels deels verhout, als enorme spierbundels verspreid boven de grond aan zijn voeten. Zijn stam enorm, sterk en strak. Ik vlei me er tegenaan en voel me opgenomen, gekoesterd en veilig. Wat een kerel!

Naast deze reus zie ik een klein onofficieel paadje dat door de struiken verdwijnt, waarachter ik het zonlicht zie schitteren. Als een Alice in Wonderland word ik naar het gat in de struiken gelokt, alsof ik door een poort loop, boom de poortwachter. Eenmaal door de poort sta ik midden in het paradijs. Niet meer, niet minder. Wat een wonder hier! Ik kijk vol verwondering om me heen, en zie de zon door het landschap spelen. Het is zo’n verrassing, midden in het bos dat ik inmiddels wel dacht te kennen.

Ik ga op een oude boomstam zitten. Het is overweldigend groen en licht, en zoveel variatie in kleur, variatie van verschillende bomen en planten. Hoe langer ik daar zit, hoe meer ik zie… een paarse bloem…3 jonge berken, 2 puberdennen, een groepje blauwe bessen struiken, nog een bloem, een witte, en nog 2, en daar nog één, oh daar ook, 2 roze, nog een witte, tussendoor af en toe een varen…. In de verte de grote bomen, die als beschermers een oogje in het zeil houden. Alles lijkt te spreken. Soms met elkaar, soms tegen mij. Als ik na een poosje iedereen bedank voor hun schoonheid, gastvrijheid en gezelligheid, antwoorden ze me om beurten met hun lachende blaadjes toe en spetteren het zonlicht om zich heen. Ze hebben me gehoord! Oh, wat zou ik dit nu graag delen. Delen met de wereld, ‘zie, het paradijs is werkelijk hier, hier op aarde!!!’. Geen pen, geen camera, ik slurp alles in me op. Het is blijkbaar nu speciaal voor mij.

In mijn hoofd het lied waarmee Israël mee deed aan het songfestival, “New day will rise”. Ik kan het niet delen, omdat velen er een verhaal bij hebben, en het alleen maar meer verdeeldheid zal brengen. Wat ik zie, is een mooi mens, ik hoor een krachtige stem en woorden die mijn hart raken. De klanken zitten in mijn hoofd, en ik droom bij het idee dat iedereen, wie dan ook, waar ook vandaan, dit lied samen zingt, vanuit het hart. Dan hoef ik mijn paradijs van vandaag niet via foto’s te delen. We zouden er met zijn allen midden in zitten. Het paradijs. En het is er al, echt waar!

Ik herdenk vandaag de liefde

Ik herdenk vandaag de liefde

Vandaag 4 mei. Een dag bekend van de dodenherdenking.

Ik kan er al jaren niet zo veel mee. Zoveel slachtoffers die in de herdenking nog steeds buitengesloten worden. Zoveel generaties nabestaanden.

In eerste instantie denk ik dan aan alle nabestaanden van hen die na de oorlog veroordeeld zijn voor hun daden. Generatie op generatie wordt die schuld doorgegeven. Bekend voor mij, omdat ik daar een product van ben. Ik schreef er eerder over.

Later leerde ik van een kleindochter van een verzetsheld, dat ook haar leven sterk is getekend door haar familiegeschiedenis. Zij kon het nooit goed doen, want het was altijd opa die zo geweldig was, onovertreffelijk. Probeer maar eens in zo’n schaduw tot bloei te komen.

Of te denken aan de kinderen van de verzetsheld die de trekker moest overhalen, in naam van de vrede en de liefde.

Of het kind van de vrouw, joods van geboorte en 40-45 te hebben overleefd. De kans gekregen om onder te duiken, maar haar buren niet.

Schuld en schaamte, en nooit goed genoeg. Waar je ook staat in de geschiedenis. Jij bent ik, en ik ben jij.

Ik herdenk vandaag de liefde

In de laatste jaren van mijn moeder, waarin haar geheugen haar steeds meer in de steek liet, kwam er meer en meer ruimte voor verwerken, loslaten, vergeven en overgave.

In die tijd kwam ik zoveel dingen tegen, die overeenkwamen, van haar kind zijn en mijn kind zijn, van haar niet vrij zijn en mijn niet vrij zijn, van haar niet mogen zijn en van mijn niet mogen zijn, haar schuld en mijn schuld. Ik schreef toen ‘ik ben haar schouders waarop ik sta’. In elkaar geklonken als een tekening van Escher. Om aan te geven hoe mijn leven met dat van mijn moeder doorweven was.

De laatste week van het aardse leven van mijn moeder heeft ze geslapen, en hadden mijn broer en ik het voorrecht om bij haar te kunnen waken. Een veilige bedding voor haar om te doen wat ze nog te doen had. Zodat zij, en daardoor ook wij, een bijzonder proces konden doorlopen.

Die week is er zoveel opgeruimd, geheeld en losgelaten, dat de gedachte bij me langs kwam “Zij is mijn schouders waarop ik sta”. Het sterke gevoel dat ik nu op mijn eigen benen kon gaan staan.

Na haar laatste adem was het gedaan. Haar proces, ons proces. Tranen van geluk, tranen van liefde, te zien hoe al haar verdriet was opgelost, 1000 kilo lichter, een prachtige vrouw, een afgerond leven.

Inmiddels voel ik haar in elke cel, in elke vezel, en weet ik, ik ben mijn moeder, mijn moeder is mij.

Ik herdenk vandaag de liefde

4 april 2025 afscheid Clara

Lieve mam,

Dank je wel.

Dank je wel dat jij er was. Dank je wel voor je liefde. Dank je wel voor je grote zorgzaamheid. Dank je wel ook voor onze ruzies. Dank je wel voor deze laatste maanden, die we zo intens met je door mochten brengen. Dank je wel dat je zo genoot van het leven, ondanks alle zware uitdagingen die je op je pad bent tegengekomen.

Want je leven was zwaar. Je begreep zelf ook niet waarom jou dit allemaal moest overkomen. En toch bleef je doorgaan en hebt genoten van het leven tot het einde.

1936 Je was 3e kind in 3 jaar tijd. Doordat de 2e, je zusje Monica ook nog eens extra veel aandacht vroeg, was er niet veel plek voor jou.

Je vertelde dat je een rustig kind was, en vaak alleen speelde. De straat uit, de weilanden in, daar waar nu alles met de RAI is volgebouwd, daar vluchtte je heen, daar was rust. Daar was jij, daar was vrij. Je vertelt er enthousiast over, hoe heerlijk je het daar had. Je was al vroeg gewend om je alleen te vermaken, en hier voelde je je fijn.

Ik denk nu aan hoe je afgelopen jaar intens genoot van een enkel bloemetje in een uitgedroogd bloembed. En van de rijk gevulde velden met narcissen. Ik zie het kleine meisje weer door de weilanden struinen, en van dezelfde dingen genieten.

De oorlog maakte je mee. In de hongerwinter tulpenbollen eten. Vreselijk verzekerde je ons. Samen met je broers mocht je naar Texel om in een gezin daar aan te sterken. Je vertelt er luchtig over, en maar een klein beetje. In het gezin had je het fijn, wist je te vertellen. Ook vertelde je wel zoiets als van gebukt over de trap kruipen om kogels te ontwijken. Het is de opstand van de Georgiërs die jullie daar hebben meegemaakt. De beelden… een zwarte bladzijde, maar daarover verder geen woord.

De oorlog eindigde en je vader werd opgepakt en naar kamp Vught gebracht. Zijn handelen in de oorlog veroordeeld.

De rest van je leven zou je hierop aangekeken worden, en leerde je om je vader te verbergen.

Toen ik zo’n 10 jaar geleden achter het verleden van mijn grootvader kwam, hebben we er voor het eerst over gesproken.

Je vertelde dat je het best goed had destijds op school, dat de nonnen heel aardig voor je waren, en je af en toe wat toestopte. Dat je broers het veel zwaarder te verduren hadden.

Je kleine zusjes waren getuige geweest van het afvoeren van jullie vader. Dat was hun groots trauma, dat hun verdere leven indrukwekkend heeft bepaald.

Geen woord werd er over gesproken.

Toen het uiteindelijk naar boven kwam, vielen er bij mij zoveel kwartjes op hun plek. Waarom je was wie je was, waarom je deed zoals je deed. Als kinderen hebben wij daar allemaal op ons eigen manier op gereageerd. Op het grote onbekende, maar alom aanwezige geheim. Míjn manier werd om alles bloot te leggen en taboes te doorbreken. Dat kenmerkt nu ook mijn verhaal.

Het niet mogen zijn wie je bent, vind ik het ergste wat er is.

Toen mam als verliefde jonge vrouw naar Noud in Rotterdam verhuisde, was ze daar helemaal alleen. Er was goed contact met de buren. Het zouden vrienden zijn. Toen ons mam aan pap vroeg of ze hen over haar vader zou vertellen, zei pap, ‘doe maar niet, als ze er verkeerd op reageren, zijn we hen kwijt, kwijt als vrienden.’ Dit sneed dwars door mij heen, toen mam dit vertelde. Ja, zo was de tijdgeest. Maar hoe kan je vrienden zijn, als je niet alles mag vertellen wat je op je hart hebt, als je je eigen vader moet verzwijgen, bij wie je niet mag zijn wie je bent, bij wie je niet mag laten zien, dat je ook trots op je vader bent? Want dat was er ook.

Het spijt me mam, maar het verhaal wil verteld. Het verhaal mag verteld.

*************  en hier laat ik het bij.

In mijn leven heb ik veel uitgewerkt met mijn vader. Dat was best een hele uitdaging. Het was geen makkelijke relatie.

Daarna werd ik nieuwsgierig wat ik toch met mijn moeder uit te werken had. We hadden in ruzies altijd alles uitgesproken, en waren inmiddels zo dicht naar elkaar toegegroeid.

Ik lijk zo veel op jou, en het proces van afgelopen jaren is nog zoveel intenser dan ik ken. Omdat de herkenning zo groot is, de liefde zo voelbaar, is het zoveel lastiger om de draad te vinden, wat van jou, wat van mij, wat bij jou te laten, wat in mij te zoeken.

Ik hou van jou, zijn woorden die wij niet hebben meegekregen, nooit gehoord, niet geleerd. Het zijn woorden die ik al een poosje aan het onderzoeken ben. Aan het proeven. Wat betekenen ze voor mij, en waar haal ik ze vandaan?

Het Vlaamse ‘ik zie u graag’ klinken fijn uit mijn mond, maar bij jou schieten ze te kort. Ik gaf je een keer het boekje cadeau “raad eens hoeveel ik van je hou” van Grote haas en Hazeltje, tezamen met de woorden ‘ik hou van je’. Die had ik ingestudeerd en eruit gewrongen. Ik wilde ze zo graag uitspreken bij jou.

Afgelopen maanden floepte het er af en toe vanzelf uit, vaker als je het niet hoorde. Maar dat geeft niet, ik zeg ze, ik voel ze, als een zachte en krachtige, een onomstotelijke waarheid, intens en puur, lieve mam, ik hou van jou.

**************

Lieve mam, wat heb je je leven bijzonder afgesloten.

Na het overlijden van Cecilia, 20 jaar nadat Barbara was overleden, ging bij jou de knop om.

Dat was te veel om te verstouwen. Je geheugen liet het steeds meer afweten. En hoe verdrietig soms ook, was het ook fijn om te zien dat je daardoor weer steeds meer van het leven kon genieten. De rauwe pijn ergens geparkeerd.

Van een leven lang  passen, aanpassen, inpassen, waardoor je soms niet zo vriendelijk was, en soms naar uit de hoek kon komen, kon je de laatste tijd steeds meer ‘jij’ zijn, en kwam de lieve Clara meer en meer naar voren. Wat kon je genieten van de gezelligheid, een praatje, iemand die de tijd voor je nam, een bloemetje, bezoek dat speciaal voor jou kwam, een wandeling.

Tot slot was het net alsof je besloten had, ik ben hier nog een week op aarde, wat wil ik nog allemaal doen? en dat heb je gedaan! Zwemmen, dansen, de plantjes verzorgen, gewandeld, plezier gemaakt en gelachen, en daarna binnen een half uur deed je het licht uit, en heb je 5 dagen geslapen alsof je eerst bij wilde slapen van dat gigantische leven, voordat je overging. Er was geen strijd, geen gevecht, pure overgave. En hoe mooi je er toen bij lag, 1000 kilo lichter, van al het verdriet ontlast, een subtiele glimlach.

Om met je eigen woorden te eindigen:

Dank je wel hè,

voor alles

en alles

en alles

Ik herdenk vandaag de liefde.