Een merel zingt

Schrijven

Wat schrijven

Luisteren

Een merel

Een merel zingt

De regen overstemt

Vol orkest

Fluiten en druppels

En zacht zoemen van de kachel

Moe

Wat te doen?

Oja, luisteren.

Dag Boom.

Dag meisje.

Ik weet niet Boom.

Oh dus je weet. Niet, dat kennen we ‘niet’.

Oké, opnieuw. Dag Boom.

Dag meisje.

Wat zal ik vandaag schrijven Boom? Wil je mij vertellen?

Maar natuurlijk!

Waarom ben ik zo moe nu?

Omdat je protesteert. Laat het gaan. Blijf zitten en luister.

Stilte

Zie je wat er gebeurt?

Ja, ik hoor alleen mijn eigen gedachte. Het is maar wat druk in mijn hoofd.

Neem je tijd.

Stilte

Schrijf het maar op.

Ik wil aan het werk. Graag. Ben klaar om weer met mensen aan de slag te gaan. Kinderen liefst. Maar het vast zitten aan werk benauwd me.

Dan zoek je iets waar je je vrij bij voelt.

Ja, ik kwam uit bij de kinderopvang, dat is vast maar ook weer vrij. Meer vrij dan bij een kind 1 op 1.

Mooi! Dus je bent er al uit?

Nou ja, ik weet niet of mijn diploma voldoende is.

Kun je vragen hè?

Zucht. Ja Boom. Vind ik allemaal wel spannend, begrijp je?

Tuurlijk! Nou ja, begrijpen… Ik heb gezien dat dat bij jullie zo kan werken.

Oh, dan vind je deze vast heel grappig Boom: ik ben bang dat ik dan heel vroeg op moet.

Dat snap ik heel goed, het hele leven heeft een ritme. Het leven van jullie heeft er iets heel vreemds van gemaakt met tijden, klokken en wekkers. Daar is geen leven tegenop gewassen. Maar meisje, vertrouw erop, dat als het jouw plek is, dat je er klaar voor bent, en dat geen wekker je hoeft te alarmeren. Dan is het de natuur die tot leven komt, en alles stroomt mee. Laat dat je uitdaging zijn, jouw ritme en flow samen brengen met de rest van de wereld.

Ik voel me ineens niet meer moe

Mooi mooi, meisje. Als je maar schrijft. Laat je niet vastzetten door wat je zou willen schrijven. Die verrassing komt nog wel. Nu mag je eerst leren vertrouwen op dit nieuwe gebied waarin alles vanzelf mag gaan. Geen censuur, geen oordeel op wat je schrijft.

Ik blijf dat wel lastig vinden.

Ja, want je oordeelt. Alles wat je schrijft is goed. Alles. En nee, wat anderen ervan vinden doet er niet toe. Jouw woorden vinden hun weg, en je verhalen zullen worden, wat er gehoord wil worden. Nu is dat dit.

Zucht. Zit hardnekkig diep in mij hè Boom?

Stilte

Oja, Boom, ik heb dat laatste niet gezegd. Ik neem het terug.

Mooi mooi meisje.

Stilte

Ik wil gewoon zo graag iets moois voor anderen schrijven, anderen blij maken, inspireren, verrassen.

Hahaha, wat denk je dat je doet? Je kunt niet ‘iets voor anderen’ schrijven. Je kunt alleen jezelf schrijven. En hoe meer je je oordeel loslaat, hoe groter je bereik wordt, hoe groter jij wordt. Dan zullen je verhalen verre reizen maken, verre reizen van heel dichtbij.

Ik snap het, ik voel het, ik verlang ernaar Boom.

Dat is heel mooi! En misschien inmiddels overbodig, maar eh, ook dit schrijven weer de lucht in.

Oh nee Boom! Pffffft.

Grapjas. Spreken we morgen weer af? Dan heb ik een verrassing voor je.

Oh hellup! … Ja, is goed. Ik zal er zijn.

Mooi! Of blijf nog even zitten.

Stilte

Dag Boom, wat zou je me willen vertellen?

Boom wijst op zijn wortels en ik ga met zijn blik mee de aarde in, en volg zijn krachtige, kronkelende wortels. Al snel zie ik niet meer waar ze vandaag komen en waar ze naar toe gaan, en of ze nog van Boom zijn of van familie.

Ik ben verrast door al het leven dat ik tegenkom, zo druk als het verkeer in een metropool, maar hier zo vredig en harmonieus.

Ik voel een diepe verbinding met alles, ondanks dat ik hier een nieuwkomer ben. Mijn blik past er als vanzelf tussen, en ik voel me direct opgenomen in het geheel. Wat is het fijn om hier te zijn. Het is alsof er geen ik en jij meer bestaat hier, en toch is ieder anders, als ook de wortels onderling verschillend zijn.

De torretjes, wurmpjes, eencelligen, mineralen, schimmeldraden, ik. En toch…  Ieder doet zijn ding, geen goed geen fout, geen hiërarchie, geen oordeel. Het is heel druk, zeker niet saai of slaperig, hééél druk. Maar vredig. Hoe dieper ik ga hoe meer alles lijkt te vertragen. Ik voel dat er naar me gekeken wordt, en word me bewust dat ik anders ben. Dat ik als kijker opval binnen deze organische beweging van leven. Het is niet vervelend, ik hoor wat gegiechel en gefluister, en zie een paar kleine kraaloogjes naar me kijken. Ik zeg “Hoi”, en daarop hoor ik van verschillende kanten op alle mogelijke toonhoogtes “hoi” “hoi” “hoi” “hoi”.

Dan komen alle boomwortels in beweging, alsof Boom met z’n tenen begint te wiebelen. Zonder dat ik iets hoef te doen, roetsj ik langs verschillende wortels omhoog, en sta weer op de aarde. Naast Boom.

Wauw Boom, dat was  fantastisch, dank je wel!

Graag gedaan meisje Sofie, heel graag gedaan.

Wat is dan mijn missie…

Nul graden in de schuur, en toch, er wil geschreven worden. Tijd om ’t nieuwe kacheltje uit te proberen.

Na een half uur meditatie en voorbereiding is het al 5 graden 🙂

Gisteren ben ik het bos ingelopen. Dat lokte toen meer dan de koude schuur. Mijn hoofd vol vragen, wat toch te doen op dit moment in mijn leven? Naast het schrijven dan. Solliciteren? En bij wie dan, bij de ouderen of juist de kinderen? Iets met mijn praktijk? Wat is toch mijn missie?

Nog maar net in het bos, plopt daar het idee dat ik een kinderhuis wil starten. Huh???

De uren daarna lijkt het wel of ik vleugels heb gekregen. Dat is het! Een kinderhuis! Natuurlijk! Zo vanzelfsprekend! Alles in mijn leven komt ineens samen.

Alle zondagswandelaars die ik tegenkom in het bos, krijgen een stralende groet van mij. Samen met de bomen zijn ze stille getuigen van mijn besluit.

Kinderen lopen als een rode draad door mijn leven, ook al wist ik op de lagere school al heel zeker dat ik zelf geen kinderen wilde. Ik verklaarde aan mijn moeder, deze lijn moet nu stoppen, zonder precies te weten wat ik ermee bedoelde. En waarom mijn eigen kinderen, er zijn er meer dan genoeg om iets voor te kunnen betekenen. En dat ik iets door te geven had, werd mij later duidelijk. Al wist ik niet wat.

Op de kleuterschool had ik een vriendje, en die woonde in een kindertehuis. Ik herinner me dat we daar karnemelk met suiker dronken. Nou, dan wilde je toch zeker wel in een kindertehuis wonen!?!

Later heb ik landen in Afrika en Zuid Amerika bezocht, en als vrijwilliger in Suriname en Kenia met kinderen gewerkt. Na elke reis was ik verbaasd dat ik weer terug naar Nederland keerde. Ergens had ik het idee dat ik daar wel een plek zou vinden om te wonen en iets voor kinderen te kunnen doen. Big Mama van een kindertehuis, dat is ooit een beeld tijdens een trance reis geweest. Maar het kwam niet op mijn pad. Wel heb ik een meisje via Bureau Jeugdzorg jarenlang 1 dag per week mee op pad en in huis gehad. Toen ik klaar was om haar pleegouder te worden, draaide de hele situatie 180 graden om en verwaterde het contact.

In één van mijn liefdesrelaties hadden wij ook het idee om kinderen in huis op te nemen. Dat is er uiteindelijk nooit van gekomen.

Het is niet dat ik dit nastreef, maar het is meer vanzelfsprekend, dat er meestal wel kinderen in mijn leven zijn. Zo was ik een paar jaar gastouder, en kon ik ook een periode op een ‘nieuwe school’ meedraaien.

Al weer even vraag ik me af, waar de kinderen zijn. Op mijn heerlijke buurmeisjes na dan, voelt het alsof het tijd is voor nieuwe kinderen en een nieuwe uitdaging voor mij.

Dat ik dan in het bos het antwoord krijg om een kinderhuis te starten, had ik niet zien aankomen. In Nederland bovendien!

Maar de energie, de vanzelfsprekendheid en het plezier wat ik die dag in het bos beleef is zo verrassend nieuw en heerlijk, dat ik helemaal meega met deze nieuwe stap in mijn leven.

Thuis gekomen weet ik dat er iets gebeurd is in het bos, ik heb lopen huppelen, en stralen, en nu weet ik niet hoe dit met mijn verstandelijke realiteit te combineren. Hoe dan? Wat dan? Er bestaan in Nederland niet eens kindertehuizen meer.

Oké, maar ik ga niet voor een kindertehuis. Het wordt een kinderhuis, weet ik. Het verschil kan ik nog niet omschrijven, maar er is een groot verschil.

Dag Boom, ben je daar? Luister je mee?

Ja meisje, dapper. En ik zeg je maar vast, posten hoor! Oh nee, geen maar, geen realistisch gedenk, zoals jullie mensen dat noemen. Hoe mooi was het niet gister, toen we even helemaal samen waren? Dat wil je toch, die stroom voelen? Dat is hem! Geniet en laat het gaan!

Ik schiet vol, brok in mijn keel, maar wil me niet laten gaan, ik wil in gesprek blijven.

Ik blijf hier wel hoor meisje. Ik loop niet zomaar weg hahaha. Goed, je lacht weer. Maak het niet zo zwaar. Geniet van wat het is, geniet van het moment. Dat is alles wat er is. Ja, het enige wat ik van je vraag, is je verhaal te delen. So what, geen waarom, geen bezwaar, gewoon delen en verder gaan. Heb je al gezien hoe warm het inmiddels is in je schuur?

9 graden.

En? Heb je er last van?

Nee, niet echt. Echt lekker is het niet, maar het is ook geen ramp.

Mooi.

Stilte.

Boom, ik weet niet zo goed hoe ik het praktisch allemaal moet doen. Wel of geen werk zoeken,…

Meisje, vraag om je kinderen en ze zullen op je pad verschijnen. Net als het huis wat er komen zal. Het is er al. En je weet het.

Weer tranen bij mij. Ik vind dit zo spannend allemaal boom. Dit is zo anders dan het altijd gegaan is.

Ja, en dat geeft niks. Dit is hoe het werkt. Hoe het werkelijk werkt. En dat ben je nu aan het ontdekken. Jij bent ons heerlijk proefwezen. En zo blij dat je schrijven kunt. Zo bereiken we de wereld.

Stilte

Alles wat er nu in je hoofd omgaat, mag je voorbij laten gaan. Het doet er niet toe. Klinkt lullig, maar het doet er niet toe. Haha daar waar je je grootste deel van je dagen mee vult, doet er niet toe! Och meisje, geloof me, het kan echt zoveel mooier.

En ik heb al zo’n mooi leven Boom.

Jaja, je weet het, en van daaruit gaan we nog eens 100 stappen verder. Oké, 100.000 stappen! Wij gaan met je mee, en jij neemt al die kinderen mee.

En weet nu, dat als het echt koud is, dat je dan ook met je vraag het bos in kan. Ik vind je overal. Maar, vergeet het niet op te schrijven. Je ziet als je ermee wacht, hoe je hoofd er mee aan de wandel gaat, mooie big mama hahaha. De praktijk volgt jou wel, maar schrijf, schrijf en schrijf.

Dank je wel Boom.

Dank je wel Sofie.

She who whispers with trees

Het schrijven is zo hetzelfde en zo helemaal anders dan voorheen. Het is afwachten wat er komt. Of Boom zich laat horen of niet. Mijn verwachtingen loslaten. In plaats van een sterke schrijfdrang voorheen, waar ik niet onderuit kan, ik Móét dan schrijven, krijg ik nu elke keer een lichte prikkel, een zachte uitnodiging om te gaan zitten. Een uitnodiging die ik ook makkelijk kan negeren. Als ik besluit op de uitnodiging in te gaan, mediteer ik om los te komen van mijn Andrea protesten en obstakels, en ga vervolgens achter mijn schrijfblok zitten. De wekker op 5 kwartier gezet.

Daar zit ik dan. Ik voel Boom achter mij. Hij is wakker. Aanwezig. Maar niks lijkt erop dat ie zal gaan praten. Hm, wat zal ik doen? Ik schrijf maar door.

Nee, ik heb geen 13 dagen lang elke dag geschreven zoals ik heilig van plan was. Alles wat ik plan of bedenk loopt tegenwoordig uit op niets.

Huhuhu…alles loopt uit op iets meisje!

Oh fijn, daar ben je Boom.

Ja, ik was wel nieuwsgierig naar wat je zou gaan schrijven, maar hier moest ik natuurlijk wel wat van zeggen.

Ik begin te voelen dat ik bij je in de leer ben Boom. Heb ook ineens de behoefte om U tegen U te zeggen.

Oh heerlijk vind ik dat! Dat streelt mijn ego, en dat vind ik een lekker gevoel.

Dat had ik niet achter u gezocht Boom. Dat u daar gevoelig voor zou zijn.

Hahaha, weet je, vanuit jullie gezien betekent “U” dat je iemand ziet, echt ziet, op waarde schat. Dat vindt iedereen fijn. Maar mijn waarde wordt er niet meer of minder van hoor. En ik ga er niet rechter van op lopen! Hahaha. Bij jullie werkt dat anders. Jullie hebben van het ego iets kroms gemaakt, zodat je er weer iets goeds en slechts aan kan verbinden. Tja, en het mag inmiddels duidelijk zijn, dat kennen wij bij ons niet. Een ego hebben we allemaal hier. Gelukkig! Anders stonden we hier niet met onze voeten in de aarde, hahaha leuke woordspeling!

Oké, even laten bezinken dit hoor.

Nee nee, laat los! Bezinken is bij jou weer bedenken. Bedenken wil controle. Laat los! Neem het mee met je in deze dagen, ego is oké en noodzakelijk. Ego is mooi.

Pffff oké. Fijn trouwens dat u er weer bent. Ik vind het fijn met u in gesprek te zijn.

Ja, dat is mooi. Als wij samen praten, laat je je controle los. Het is goed, ik zal er voor je zijn.

Dank je wel Boom.

Stilte.

Ja meisje, en ook al zitten we nog een uur verder in stilte, je gaat ook dit weer gewoon posten!

Stilte.

Boom, wat doen jullie zoal de hele dag, nu het winter is?

Wat wij doen? Haha, och meisje, wij zíjn de hele dag! Wij krijgen duiven en eksters op bezoek, af en toe een mus of koolmeesje, alhoewel die nu vaker in de groenblijvers zitten. En dan hebben we de torretjes en andere kruip en sluipers over onze huid. Soms wurmen ze zich ook naar binnen, en dan zijn we alert of we met elkaar een goeie balans vormen. Ook ik heb wel eens een zwakke plek, waar ik dan extra aandacht aan geef. Tja, en dan hebben we natuurlijk elkaar. Weten of het goed is met de anderen, we verdelen het voedsel onder elkaar, aldoor de balans behouden.

Ubuntu moet ik nu aan denken. Als iemand in het dorp ziek is, is het hele dorp een beetje ziek, en is het aan iedereen om weer heel te worden.

Ja, dat is voor ons heel vanzelfsprekend. Daar zijn jullie mensen wel ver vandaan geraakt. Maar die weg terug is ingezet, geloof me.

Ik geloof je Boom. Ik voel het in al mijn vezels.

Mooi mooi mooi. Fijn dat je dit voor ons opschrijft. Meisje Sofie.

Wat grappig dat u mij Sofie noemt.

Ja, die naam ben je niet voor niks tegengekomen. Ik ga er nog niks over zeggen. Dat wordt allemaal nog wel duidelijk.

Boom, mag ik u iets vragen?

Haha, ja zeker! Waarom dacht je dat we in gesprek waren….graag!

Oh, nou weet ik het niet meer…

Stilte.

Meisje, heb geduld. Geduld met jezelf. Het is wat het is, en dat is goed. Leer dat maar van mij, wat geduld is hahaha. Ik deel graag met je wat ik in zovele levens bij elkaar kan verzamelen. Mijn contact met andere levens is onvoorstelbaar. Probeer dat niet te visualiseren. Wacht het af. We zitten nog in de voorbereidingsfase. Nee, en ook niet bedenken! Het komt meisje Sofie, het komt.

Stilte. Alle vragen die in me opkomen, lijken vanuit mijn denken te komen. Oh wat vind ik het lastig om in stilte te zitten afwachten.

Niet afwachten… raar woord trouwens afwachten, niet wàchten. Geniet van de stilte. Het komt meisje het komt, dit is het, dit is het!

Stilte. Ik hoor de eksters hun boodschappen uitwisselen. Een merel laat weten waar die zit. Ik kijk naar m’n onrustige gevoel, dat ik vandaag niet naar mijn moeder ben gegaan. Dat ik ben gaan schrijven. Ik hou de onrust stevig vast, tot het uitgesparteld is, en ontspannen in mijn armen ligt.

Ook dit is schrijven meisje. Luisteren. Echt luisteren. En ja hoor, laat die eerste zin gewoon maar bovenaan je blaadje staan. De woorden vullen zich vanzelf.

Het is af en toe ongemakkelijk dat Boom mijn gedachte kan horen.

Haha, zie je nu! Dat is fluisteren! Och, dat de woorden zo snel tot leven zouden komen, had ik zelfs niet kunnen dromen Ha! Dag meisje Sofie, het is weer mooi vandaag.