
Ik schrijf. Wat wil er geschreven worden?
Ik wil zo vrij zijn als de walvissen onder water. Vrij van last, vrij van ballast, vrij van schaamte. Mogen zijn wie ik ben. Bang mijn stem te laten horen. Bang dat ik aan de schandpaal kom.
Tja, toch beter het risico nemen.
Achter mijn schuur, waar ik inmiddels een schrijftafel heb neergezet, staat een boom. Een Eik. Als ik schrijf voel ik zijn aanwezigheid in mijn rug. Ik ben hier niet alleen. Boom is er ook.
Boom is eenvoudig in al zijn eik-zijn.
Boom groeit zonder dat ik het kan zien.
Onopvallend is Boom.
Totdat je hem ziet.
Echt ziet.
Hij roept niet, doet niet zijn best, of laat z’n takken hangen van verdriet. Nee, Boom wacht. Geduldig. Totdat ie een keer gezien wordt.
En is het niet in dit leven dan is er een volgend leven. Dan zijn er (los van alle vogels, insecten en meer) broers en zussen, ouders en kinderen waar boom mee verbonden is. Wereld wijd. Een onvoorstelbaar ondergronds netwerk van bomen. “Als één van ons gezien wordt, worden we allemaal een beetje gezien”, vertelt Boom mij. “Dan voel ik dat, en geef het weer door aan de anderen. Zo houden we ons in stand. Door samen te zijn. Ook als iemand van ons ziek is, dan sturen we wat van onze reserves die kant op. Nee, alleen van onze reserves. Dat zie ik bij jullie mensen, jullie geven soms veel meer dan dat.
We zien dat met verbazing en zielenpijn aan. Ja, wij hebben een ziel. Maar goed, dat is voor een ander keer.
Misschien helpt het omdat wij niet kunnen lopen. Als wij meer dan onze reserves zouden weggeven, dan is ’t snel met ons gedaan. Ons midden wordt dan snel verzwakt, kracht neemt af en we zullen knakken. Einde.
Jullie midden wordt ook verzwakt, maar jullie bewegen er omheen lijkt het wel, om het niet te zien, niet te voelen. Hoe kan ik het je uitleggen hoe ik het zie?
Haha, probeer gewoon een dagje Boom te zijn. Te Zijn. Ga met ons wortels mee de aarde in en kronkel door naar mijn familie. Je zult zien. Het houdt niet op. En dat terwijl je nog steeds op diezelfde plek bent. Op de aarde. In je kracht. Mooi.
Je voedt jezelf: je vraagt en geeft. Je vraagt nooit meer dan er is, je geeft niet meer dan je kunt missen.”
Boom, kun je zeggen, waarom vind ik het vaak makkelijker om veel weg te geven, dan te vragen wat ik nodig heb?
“Meisje, heb je net mijn verhaal gehoord? Heb je werkelijk geluisterd? In jouw vraag schuilt oordeel. Dat kennen wij niet. Als jij goed naar jezelf luistert, zul je vragen wat je nodig hebt en zul je nooit méér weggeven dan je reserves.
Luisteren kunnen wij bomen als de beste. Echt luisteren. Naar elkaar, naar de planten, naar alle dieren, naar ons moeder aarde, de zon, de wind en de regen.
Luisteren doen mensen bijna niet meer. Niet naar elkaar, niet naar zichzelf. Niet naar de bomen, de vogels, de wormen en de vissen. Niet naar de aarde.
En dan bedoel ik luisteren. Werkelijk luisteren.
Het doet ons deugd dat jij af en toe een poging doet. Ik wil je daar graag bij helpen, want ja, ik vind het heerlijk om gehoord te worden! Haha.
Wij zijn echt niet veel anders dan jullie mensen, al denken jullie vaak van wel.
Eigenlijk is het heel simpel, wij allen zijn wezens van de natuur en moeder aarde, en ieder van ons wil gezien en gehoord worden.
Uiteindelijk is dat het enige wat ons allen met moeder Aarde zal helen.
Luisteren naar elkaar, werkelijk luisteren. Elkaar zien, werkelijk zien.
Haha, dat is het enige moment dat ik het jammer vind dat ik mij fysiek niet zo kan voortbewegen als jullie. Om nu samen met jou een dansje te doen door de straten, zodat de mensen ons kunnen zien.
Maar ja, daar zit jouw kracht. Beweeg! Beweeg op jouw manier en vertel ons verhaal. Je weet nu waar ik ben. Je hoeft alleen maar te luisteren. En… er komt een moment dat de mensen ons samen zullen zien dansen.”
Tranen in m’n ogen. Wat een boodschap. Wat een broederschap ervaar ik.
Dank je wel Boom. Dank voor je woorden, dank voor dit contact.
Ik vind het spannend, maar ik zal je woorden delen. Delen met hen die willen luisteren. Dank je wel.