
Al weer weken word ik er geregeld door de teken aan herinnerd dat ik nog wat uit te zoeken heb. Voor ziektes ben ik niet bang. Niet meer. Maar de teken weten me wel heel vaak te vinden, en de jeuk die ze me elke keer bezorgen, na een paar uur ‘aan de tap’ in mijn huid, duurt lang en is vreselijk irritant. Het brengt me terug bij hun boodschap: stel je grenzen en wees helder.
Een prachtige foto komt langs op social media. Een foto van een gehurkte vrouw aan de rand van een poel in het bos. Zijaanzicht. Ze is bloot. En ik snap de schoonheid, ik zie de boodschap, maar ik kan alleen maar denken, ‘wat zijn we toch lelijk’. Ik ervaar haar als totaal misplaatst in de schoonheid om haar heen.
De reacties onder de post zijn liefdevol en van een eigen schoonheid, wat nog meer maakt dat ik mijn reactie ongemakkelijk, ongepast en onsmakelijk vind. Ik zal mijn reactie dan ook nóóit met iemand delen.
Nou ja, hier dan nu dus toch.
Waarom zie ik het anders dan anderen? Waarom ervaar ik deze foto toch zo? Zij is zo puur natuur, de foto, haar houding, haar liefdevolle intentie, alles zo puur en schoon.
En toch heb ik niet anders dan deze gedachte, of eigenlijk een gevoel, een fysiek ondergronds schuren, “wat zijn we toch lelijk”. Ik zie alleen maar hoe lelijk de mens is. Ik kijk rond in mijn tuin en zie al die schitterende kleuren, het groen, de rust, het zijn in stilte met wat er is.
En de mens daarin???
Vergelijk ik ons met een hond, een kikker of een koe, dan bevestigt dat voor mij alleen maar onze armoede in schoonheid.
Ik zie een vrolijke broek aan de waslijn. Ja, dat hebben we nodig om een beetje kleur te verspreiden. Kleren, kleur om ‘het’ leuk te maken. Mijn blote vlees zie ik niet sprankelen en opgaan tussen al het andere natuurschoon.
Wat kan ik hiermee, wat moet ik hiermee, en waarom houdt die foto mij zo bezig? Is het dat deze vrouw zich vast laat leggen op beeld wat me stoort? Is het dat er toch iets schort aan haar intentie? Ik geloof het niet.
Als ik dan denk aan oude natuurvolken, vastgelegd op film, die vind ik wel passen, vind ik wel schoon… Tja, maar die léven ook natuur. Dan valt voor mij een kwartje: Het is die gewassen roze onaangepaste huid van ons, die afstand laat zien tot de natuur waar wij ons van hebben losgekoppeld. Door onze huid laten we zien hoe ver, hoe ver de aarde, hoe ver het leven samen, hoe ver het leven met, hoe ver het leven als natuur.
En een ander kwartje valt. Of een gulden. Ik wil óók van de foto genieten. Net als al die anderen…
Stel je grenzen en wees helder.
Mijn eigen naaktheid.
Anders zijn. Lastig. Liever niet opvallen. Liever niet raar.
Ik wil anders zijn. Anders dan ik zelf ben.
Ik wil niet anders zijn. Niet anders dan jij.
Vaak begrijp ik mezelf niet. Zie ik het anders. Ervaar ik het anders. Maar ik reageer niet anders. Liever niet. Liever niet anders dan jij. Je zou me kunnen zien. Je zou me kunnen leren kennen. Als ik mezelf laat zien.
Hoe bizar. Ik wil niets liever dan gezien worden. Gezien om wie ik ben. Gezien zoals ik ben. Maar mezelf laten zien? Liever niet. Dan val ik op. Dan zie je mij. Nee, ik pas me wel aan. Anders zul je me wel raar vinden. Raar omdat ik anders ben. Ik snap mezelf ook vaak niet. Behalve wanneer ik anders ben, voel ik me blijer. Als ik niet ‘gewenst doe’, ben ik vrijer. Maar ik pas me aan. Dat kan ik heel goed. En dat vinden jullie fijn. Toch?
Ik in ieder geval wel. Of niet. Of wel.
In mij vechten twee wolven met elkaar, de ene die ik niet ben, en de andere die ik niet wil zijn.
Ik ben de laatste. Ik ben die ik niet wil zijn. En àls ik die ben, voel ik me licht, voel ik me blij. Vrij.
Dan voel ik me misschien zoals ik die foto zie: een gehurkte vrouw aan de rand van een poel in het bos. Zijaanzicht. Naakt. Puur en schoon. Misschien misplaatst maar vrij. Ik.
Stel je grenzen en wees helder.
Ach, pleasen is zoveel makkelijker…
maar ik kom er niet meer mee weg.
Dan maar niet zo aardig zijn, niet zo meegaand en inschikkelijk.
AOOOOW, vind me aardig! Vind me leuk! Zie me, maar zie mij niet.
Zie me, maar zie mij niet.
Pfffff. Zie me. Zie mij. Zie je mij?
Hier ben ik. Dit ben ik. Ik ken mij niet. Toch ben ik.
Ik ben.
Verscholen achter
Ben ik
Kom ik tevoorschijn
Niet zoals
Maar ik
Ik ben
Hier en laat me zien
Spannèèèèèèènd
Naakt
Niet zo lief
Niet zo wenselijk
Niet zo aangepast
Maar ik
Eigen ik
Ik eigen
Vaak begrijp ik mij niet
Ik laat het nu gaan
En volg mij
Nieuwsgierig
Nieuwsgierig naar mij
Geen sluiers, geen smoesjes
Geen excuus en geen omweg
Kristal helder sta ik hier
Met duidelijke contouren
En poedelnaakt
Ik ben er
Hier
Voor u
En laat mij zien.